XLII. (Nog) niet

vintage piano_sHet was een hele tijd stil in de repetitieruimte. Milo had zijn blik wat naar beneden gericht, zodat hij zijn bandleden niet in de ogen keek, maar hij zag niets.
“Fucking,” zei Jesse uiteindelijk. “Weet je zeker dat je dat wilt doen?”
Milo deed zijn ogen dicht en knikte weer, bijtend op zijn onderlip. Na alweer een lange stilte: “Ja.” En nadat hij een paar keek adem had gehaald: “Ik moet het doen.” Hij tuitte zijn lippen, stond op en keek rond in de ruimte, zonder zijn bandleden aan te kijken. “Het is tijd dat ik iedereen laat weten waar ik vandaan kom.”
“Ken ik het?” vroeg Fletcher. Zijn stem klonk totaal anders dan even eerder; niet meer aanvallend.
Hoofdschuddend liep Milo naar de hoek waar zijn gitaren stonden. “Nee. Het is geen liedje van de band van mijn ouders. Mijn vader heeft het alleen geschreven. Hij heeft het nooit opgenomen.”
“Wil je het voor ons spelen?” vroeg Jesse.
Met gebogen hoofd schudde Milo weer zijn hoofd. Hij stond met zijn rug naar zijn bandleden toe en keek naar de grond. “Nee,” zei hij na even. En zachter: “Het doet nogal pijn.”
“Hoe ga je dat dan doen bij onze shows?” Fletcher.
Milo haalde diep adem. Zijn hoofd in zijn hals leggend antwoordde hij: “Ik ga het gewoon doen. Vertrouw me.” Hij pakte zijn witte Les Paul, hing hem om zijn schouders en draaide zich om naar zijn vrienden. “Ik speel het nog wel voor jullie, voordat we op tour gaan. Maar niet nu, dus.” Hij pakte een plectrum van één van de monitors die achter hem stond, sloeg een akkoord aan, trapte op een effectpedaal die voor hem lag, sloeg het akkoord nog eens aan. Daarna keek hij op naar zijn bandleden. “Zullen we door de setlist heen lopen?”

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 1 reactie

WE-300: Ontgroenen

fountain_pen_sDeadline gehaald, voor een keer. Opdracht hier, mijn interpretatie/uitvoering hier:

De vent die naast me zat, de zanger van een Amerikaanse rockband, hield me een opgerold biljet van honderd dollar voor. “Dit is de definitie van wedergeboorte, man.”
Met halfgesloten ogen pakte ik het tot een rietje gerolde bankbiljet aan. “Oké dan. Geef hier die troep.”
De zanger lachte breed.
“En zo groei je op,” zei een ander.
“Nee man. Zo word je opnieuw geboren.”
Gelach.
Ik boog me over de spiegel die als tafelblad diende voor de salontafel en snoof een lijntje op door mijn rechterneusgat. Het irriteerde mijn neus en ik fronste.
“Goed?”
“Smerig.” Ik haalde mijn neus op. De coke verdween naar mijn keel. Het was zurig en de achterkant van mijn tong voelde meteen na de aanraking van het poeder opgezwollen aan.
“Hier.” De zanger wees op het andere lijntje dat op de spiegel lag. “Op één been kun je niet lopen.”
Ik schudde mijn hoofd. “Wat, je wilt nu al een junkie van me maken?”
Een andere stem: “Als het even kan wel.”
Zonder op te kijken snoof ik snel de tweede lijn op door mijn andere neusgat.
Het voelde alsof er een dikke prop snot in mijn neus zat en mijn keel werd steeds dikker; ik was bang dat hij dicht zou gaan zitten.
En opeens was ik alert, wakker, en op een ongelofelijke manier zeker van mezelf. Het was zo plotseling en zo totaal dat ik mezelf ervan moest overtuigen dat ik verder niet was veranderd.
Ik haalde mijn neus weer op en het laatste restje van de achtergebleven coke verdween door mijn verdoofd aanvoelende keel. Toen ik even mijn ogen sloot, drukte iemand iets wat leek op een visitekaartje in mijn hand. “Bel me,” zei hij, al weglopend. Ik keek hem na.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels, Word Exact 300 | Tags: , , | 4 reacties

WE-300: Musiceren

fountain_pen_sHet lukte me niet goed om te schrijven, in juni, toen ik deze opdracht voorbij zag komen bij Plato. Het is overigens ook niet de eerste X dat ik een deadline mis, dus heel dwars zit het me nu ook weer niet. Een beetje jammer vind ik het wel. Afijn.

Vandaag lukte het me weer, schrijven. Dus ging ik terug naar Plato’s blog en haalde het onderwerp nog eens op. Terwijl ik eigenlijk al had moeten slapen, schreef ik mijn bijdrage. Beter laat dan nooit:

Hij speelde jazz, en pop, en klassiek. De muziek ging alle kanten op, net zoals de gesprekken. Ontspannen, maar druk. Veel mensen die allemaal met elkaar spraken maar een onderwerp vermeden.
Hij zat achterin de kamer, verscholen aan zijn vleugel, en hij speelde zachte deuntjes die makkelijk leken, maar onwaarschijnlijk ingewikkeld waren, alleen met zijn linkerhand, alsof het een sport was de andere niet te gebruiken en toch moeilijke akkoorden te spelen.
Dat lukte hem ook.
Niemand luisterde naar de capriolen die hij uithaalde op de toetsen. Iedereen had het te druk met zichzelf en de gesprekken die nergens over gingen. Het maakte de muzikant schijnbaar niet uit. Hij speelde niet voor ons, niet voor de aanwezigen, hij speelde voor zichzelf. Of misschien zelfs dat niet. Hij speelde omdat hij het kon. Omdat de mogelijkheid er was.
Hij speelde omdat hij niet wilde praten. Omdat hij niet betrokken wilde zijn. Omdat hij zo ver mogelijk van de gesprekken vandaan wilde blijven. Omdat hij geen antwoorden wilde geven en omdat hij niets wilde zeggen.
Zijn muziek was alles wat hij was. Vandaag was hij ontsnapping, en de muziek die hij speelde was dat ook. Ik voelde het. Hij wist dat ik het voelde. Hij speelde de eerste akkoorden van een nummer waarvan hij wist dat het me diep raakte en onze ogen ontmoetten elkaar over de lengte van de kamer.
Ik weet niet meer wat zijn gezichtsuitdrukking was. Of hij glimlachte, of juist broeierig keek, of humeurig. Ik neem aan het laatste, maar misschien neem ik dat wel aan omdat ik het bij de sfeer vond passen, of omdat ik het bij hem vond passen. De jongen die inmiddels was verdwenen, de man die hij nog niet was. De stilte tussen de noten meer, veel meer, dan alle geluiden bij elkaar.

Geplaatst in Muziek, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels, Word Exact 300 | Tags: , , | 2 reacties

XLI.Lijst

vintage piano_sMilo zat aan de vleugel in de repetitieruimte en wachtte, zijn blik gericht op de toetsen, terwijl de leden van zijn band de setlist doornamen die hij samen had gesteld. Het duurde een tijdje voordat iemand iets zei, en zoals Milo had verwacht was het Fletcher. Wat hij zei had Milo ook verwacht: “Hebben wij ook nog wat te zeggen hierover?”
Milo hief langzaam zijn hoofd maar keek niet naar Fletcher. Of naar de andere leden van zijn band. “Nee. Deze staat vast. We kunnen het hebben over arrangementen, maar aan de volgorde van de nummers komt niemand meer.”
“Dus we zijn gedegradeerd tot sessiemuzikanten?”
Die uitspraak klonk Milo zo raar in de oren dat hij hardop lachte. Zich op de pianokruk omdraaiend naar zijn band keek hij Fletcher aan. “Heel eerlijk? Dat ben je in wezen toch? Dat besef je toch wel? Ik ben Milo Morris, niet jij. En dit is mijn band.” Hij keek even naar Tom en Jesse, maar die keken ook naar Fletcher. “Ik hou van jullie allemaal, en jullie zijn waanzinnige muzikanten, en ik zou niet weten met wie ik dit anders moet doen. Maar het is mijn muziek, mijn tour en dus mijn setlist.”
Fletchers blik was donker, dezelfde blik als waarmee hij Milo lang geleden had verteld dat hij naast de piano ook goed overweg kon met een zwaard. Het kostte Milo moeite niet te laten merken dat de blik hem intimideerde en uit evenwicht bracht. Maar hij had niet voor niets een paar nachten zitten schrijven en strepen totdat hij precies de juiste mix aan nummers op een rijtje had staan. Het was dit, of niets.
Uiteindelijk sloeg Fletcher zijn ogen neer. Hij draaide zijn hoofd weg en deed er nukkig het zwijgen toe.
Tom was de eerste die weer iets zei. “Waarom heb je een pauze middenin de show gezet?”
Milo haalde diep adem. Ineens hoorde hij zijn eigen hartslag.
“Hier,” wees Tom, om zijn vraag te verduidelijken, het papier met de setlist dat hij in zijn handen hield naar Milo toe draaiend terwijl hij een woord aanwees. “Break.” Op de volgende regel stond, tussen haakjes: ‘Volledige band terug op podium’. En daarna het vervolg van de setlist.
Milo merkte dat hij knikte, een hele tijd, voordat hij reageerde. “Dat,” begon hij, maar zijn stem brak en hij kuchte. Standvastiger: “Dat is geen pauze. Dat is een liedje van mijn vader.”

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

XL. Bitter

Piano_sAl voordat de taxi was gestopt zag Milo dat Rick bij zijn voordeur op hem stond te wachten. Hij deed heel even zijn ogen dicht voordat hij uitstapte.
“Waar hing je uit?” vroeg Rick, nog voordat Milo het portier van de taxi had gesloten.
Milo voelde zijn hart samentrekken. “Gaat je geen flikker aan,” antwoordde hij, langs Rick heen de treden op lopend naar de voordeur van zijn huis.
“En of me dat een flikker aan gaat,” zei Rick. “We gaan op tournee, het is verdomme honderd procent mijn zaak waar jij uithangt.”
Milo stak de sleutel in het sleutelgat en zei: “Stel een goeie tourmanager aan. Lijkt me een supergoeie oplossing voor jouw probleem met mij.”
“Wat heeft dat nou weer te betekenen?”
Milo draaide zich om naar Rick, die nu ook bovenaan het trapje stond, alsof hij met Milo mee naar binnen zou lopen. “Je vindt toch dat ik een babysit nodig heb? Daar stel je dan dus een tourmanager voor aan. Kan die gast de hele dag mijn labiele handje vasthouden.”
Ricks mond viel nog net niet open. “Waar komt dat vandaan?”
“Ik hoorde jullie praten. Fletcher en jou. Hoe bang jullie zijn dat ik iets raars doe.” Milo snoof. “Nou, fijn om te weten. Maar maak je vooral geen zorgen over mij.”
“Je hebt drie flessen drank op je salontafel staan.”
Milo haalde zijn schouders op. “Dus?”
“Ik wil je gewoon graag…”
“Dus ga je in mijn huis staan kijken.”
“Ik wilde weten of je thuis was.”
“Wat is er mis met aanbellen?”
“Deed ik. Maar je hebt wel vaker de deur niet opengedaan voor me. Weet je nog?”
“Daar had ik een verrekt goeie reden voor, weet je nog?”
Rick haalde diep adem. “Je weet hoe erg me dat spijt…”
“Ja, ja. Zo erg dat je er alles aan hebt gedaan om me te rehabiliteren. Superbedankt nog daarvoor. Zo goed?”
“Ik geef om je, Milo. Kom op man.”
“Fijn.” Milo begon de deur te sluiten, maar Rick duwde hem weer open.
Rick probeerde nog eens de aansluiting te vinden. “Kan ik iets voor je doen?” En toen Milo zijn hoofd wegdraaide: “Milo. Kan ik iets voor je doen?”
“Iemand anders inhuren om te controleren waar ik uithang?” opperde Milo bitter. “Dan hoef je het vuile werk niet allemaal zelf te doen.” Daarop smeet hij de deur in Ricks gezicht dicht. Hij liet zich met zijn rug tegen de deur aan op de grond zakken en deed zijn ogen dicht. Shit, dacht hij, shit, shit, shit.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Leasebakje

“Ik heb zelf van jongs af aan het gevoel gehad: ik wil meer dan het geijkte pad. Ik heb nooit gedacht: later woon ik in een rijtjeshuis met twee kinderen, een man en een hond, en heb ik ergens een baantje in Nederland waar ik elke dag met mijn leasebakje naartoe rijd en de uren aftel voordat ik naar huis mag.” Aldus Anita Elberse in het Volkskrant Magazine van afgelopen 25 juni.

Ik vond mevrouw Elberse, die aan Harvard aan studenten vertelt hoe het komt dat sommige mensen beroemd zijn, het hele interview lang een interessant iemand. Tot die uitspraak.

Testje
Nou ja, het begon eigenlijk al met dat ze bij De Wereld Draait Door had gezeten, waar ze de ruimte niet kreeg om haar verhaal te doen, en waar ze erin werd geluisd iets anders te vertellen dan ze eigenlijk wilde, en dat ze dat bezoekje aan DWDD had gezien als ‘een testje’. Dat ze daar alleen had gezeten om te kijken hoe zo’n showtje in een klein en miezerig landje werkt, zodat ze straks bij een glanzende superproductie in de Verenigde Staten niet op haar bek zou gaan. Afijn, ze zei niet ‘klein en miezerig landje’. Maar voor mijn gevoel wel.

Helemaal toen ik las dat ze nooit had gedacht aan het leven wat ze hierboven beschrijft. Want wie ben jij wel niet, wie je ook bent, om zo af te geven op een levensstijl die heel veel andere mensen wel aanspreekt? En een levensstijl waar heel veel andere mensen niet aan kunnen ontsnappen, al hadden ze het graag? En, nog veel dramatischer, een levensstijl die voor heel veel mensen onbereikbaar is?

Minder
‘Mijn leasebakje’? Besef je wel, grote mevrouw van Harvard, dat de meeste mensen helemaal geen leasebakje hebben? Dat er mensen zijn die, wat ze ook doen, aan de onderkant van de samenleving plakken? En dat, grote mevrouw van Harvard, zijn ook mensen met andere wensen, mensen die zich een mooier leven hadden voorgesteld, mensen die meer hadden gewild dan ze nu hebben.

Die mensen zijn niet minder dan jij, grote mevrouw van Harvard. Die mensen hebben andere kaarten gekregen dan jij. En ze zijn misschien niet ‘gewoon heel slim’, zoals je jezelf zo mooi beschrijft. Maar ze zijn in geen geval minder.

Dedain
Je hebt een hekel aan verliezen, zeg je, grote mevrouw van Harvard, in dat interview. Je kunt je niet voorstellen dat je moeder na 400 gespeelde en 395 verloren partijtjes Wordfeud nog met je wil spelen, want zelf zou je allang zijn opgehouden. Maar het gaat niet alleen om winnen, grote mevrouw van Harvard. Het gaat vooral om de aansluiting met andere mensen.

Misschien is het eens mooi om je niet te verdiepen in waarom Beyoncé zo’n grote ster is geworden, maar voor de afwisseling je geweldige slimheid in te zetten om na te gaan waarom zo veel mensen er niet eens aan toe komen om het leven te leiden dat jij met zoveel dedain afwijst. Daar is de mensheid wellicht veel meer mee geholpen.

Geplaatst in Bericht, Inspiratie, Media, Persoonlijk, Schrijfsels | Tags: , , | 2 reacties

XXXIX. Gesprek

Piano_s“Vond je het lekker?”
Milo keek op van de tissue in zijn handen, in de ogen van zijn therapeut.
“Die champagne?”
Milo sloeg zijn ogen weer neer. “Nee.”
“Waarom dronk je dat glas dan nog leeg?”
Met een zucht: “Om ze te choqueren.”
“Is dat gelukt denk je?”
Hij snoof, denkend aan alle telefoontjes en berichtjes. “Zeker.” Toen de therapeut stil bleef: “Het deed niks voor me, natuurlijk. Toen ik naar buiten liep voelde ik me echt supercool. Toen ik op straat stond vond ik mezelf alleen maar een loser.”
“Heb je daarom die drank gekocht?”
Milo zweeg weer even. “Ik wilde mezelf testen, denk ik. Ik wilde kijken of ik er vanaf kon blijven als het voor me stond. Daarom wilde ik ook cocaïne kopen. Om te zien of ik het kon laten liggen.”
“Denk je dat je er vanaf kunt blijven?”
“Van drank? Ja.” Na een korte stilte: “Van coke niet. Denk ik.”
“Waarom niet?”
“Omdat ik…” Milo zuchtte diep. “Omdat ik soms gewoon zo bang ben, en dan helpt het.”
“Waarom heb je het dan niet gebruikt na die show?”
Milo deed zijn ogen dicht, perste zijn lippen op elkaar. Zacht: “Weet ik niet.”
De therapeut reageerde niet.
Uiteindelijk zei Milo: “Ik wilde het niet.”
“En je vroeg om hulp.”
Milo snoof minachtend. “Tsja.”
“Waarom doe je daar zo neerbuigend over?”
“Hm, nou. Je had me moeten zien. Ik stond te shaken en te janken, ik was helemaal naar de knoppen.” Na even, nog zachter: “Ik wou dat ze me niet zo hadden gezien. Weet je. Rick. En Christian.”
“Waarom?”
Milo keek weer op naar zijn therapeut. “Omdat ik zo naar de klote was terwijl er niks was gebeurd.” Hij veegde met de tissue langs zijn ogen, sloeg ze weer neer.
“Er was wel degelijk wat gebeurd. Iemand die je niet wilde zien stond ineens voor je en je had ineens iets wat je niet wilde hebben.”
“Maar wat nou, wat nou, wat nou als ik het wél wilde hebben?” Milo snikte. “Ik heb nog nooit iets zo graag gewild in mijn hele fucking leven!”
“Maar je hebt het niet genomen.”
“Nee.” Hij veegde weer langs zijn ogen, nu met de rug van zijn hand, en daarna met de tissue langs zijn bovenlip. “Godverdomme.”
“Misschien ben je wel veel sterker dan je denkt.”
“Ik ben helemaal niet sterk.”
“Volgens mij wel.” En toen Milo een tijdje niets zei: “Je had, wat zei je? Twee gram cocaïne, en je hebt niets genomen.”
Milo veegde in zijn ogen.
“Dat je het zo graag wilde gebruiken, maar dat niet hebt gedaan, dat vind ik hartstikke sterk van je.”
Milo keek zijn therapeut weer even aan. “Ik weet het niet.”
Er viel weer een stilte, die zijn therapeut verbrak: “Iets anders. Denk je dat je manager en je keyboarder je anders zien na die gebeurtenis?”
Milo knikte.
“Waarom?”
“Ik hoorde ze praten. Toen ze dachten dat ik sliep.” Milo zuchtte. “Over dat ze me niet alleen durven te laten. En dat ik sociaal onhandig ben. Ze denken dat ik altijd hulp nodig heb.”
“Vandaar dat jij die champagne naar binnen goot en heel stoer vertrok.”
Milo antwoordde niet.
“Hebben ze je alleen maar neergehaald tijdens dat gesprek?”
Het duurde even voordat Milo zijn hoofd schudde.
“En behandelen ze je anders dan daarvoor?”
Milo schudde weer zijn hoofd.
Zijn therapeut zweeg even. Toen vroeg ze: “Waarom ben je zo bang dat mensen je niet voor vol aanzien?”

Geplaatst in Milo Morris, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen