CXI. Licht

vintage piano_sMilo rookte, langzaam, proefde de smaak van de verbrande tabak, voelde hoe de rook zich in zijn longen boorde, was zich bewust van hoe de rook zijn keel en neus schroeide terwijl hij hem weer uitblies. Hij werd er een beetje misselijk van, maar rookte de sigaret op tot aan de filter, alsof het een prestigekwestie was. De peuk maakte hij uit aan het beton van de trede waar hij op zat en hij gooide hem het donker van de tuin in.
Tot zijn ergernis drong zich weer die vraag aan hem op. Voor wie Jesse zou kiezen, als het erom ging. Voor Milo of voor degene waar hij een relatie mee had. Hij deed zijn ogen dicht en overwoog nog een sigaret te roken. Na een hele tijd zag hij ervan af.
De gang van zijn huis was donker, terwijl Milo behoorlijk zeker wist dat het licht er aan was toen hij van de woonkamer naar de keuken ging om zijn sigaretten te zoeken. Hij stapte weer op het krukje om het pakje terug te leggen terwijl hij een blik de gang in wierp, een beetje verrast, zich afvragend wie er vond dat het verspilling van elektriciteit was dat er een getinte spaarlamp brandde in de hal en het licht uit had gedaan. Op het moment dat hij van het krukje af stapte hoorde hij stemmen uit de gang.
Laura. En Fletcher. Ze spraken gedempt, bijna fluisterend.
“Chris,” zei Laura. Milo hoorde haar zachtjes lachen. “Chris, nee. Straks komt Milo terug naar binnen.”
“Daarom is het donker hier,” zei Fletcher. “En daarom staan we hier en niet beneden. Hij merkt ons niet eens op. Babe. Babe? Sst.”
Milo stapte van de kruk af en luisterde, met ingehouden adem. Voor een moment hoorde hij niets. En toen hoorde hij dat ze zoenden. Zacht. Langzaam.
In één stap was hij in de gang, ter hoogte van de trap, en hij haalde de lichtschakelaar over.
Eerst leek het wel of zijn hersenen niet wilden registreren wat ze zagen, want het kwam hem voor alsof hij twee mensen zag die hij helemaal niet kende, en waarvan hij zich af moest vragen wat ze deden in zijn huis. Terwijl hij natuurlijk wist dat het Fletcher en Laura waren.
In de fractie van een seconde dat het duurde voordat ze er beide van schrokken dat het licht ineens aanflitste zag Milo ze staan; halverwege de trap naar boven, waar de trap een knik maakte, zorgvuldig buiten het blikveld van iedereen die argeloos de woonkamer of keuken in of uit liep, beide hun ogen gesloten, de mond tegen die van de ander gedrukt. Laura die bijna verdween in Fletchers armen, haar handen op zijn heupen, zijn handen tegen haar schouderbladen.

Milo wilde dat ze op zouden houden. Hij wilde ze uit elkaar trekken. Hij had het gevoel dat hij wilde schelden. Wilde schreeuwen.
Die fractie van een seconde leek een eeuwigheid. Toen keken Fletcher en Laura beide geschrokken naar hem. Ondanks dat ze hoger stonden dan hij zagen ze eruit alsof ze naar hem opkeken.
Milo deed een stap achteruit, en nog een, bleef staan tegen de deurpost van de deur van de woonkamer. Het drong niet tot hem door dat hij naar hen staarde alsof hij getuige was van een verschrikkelijk verkeersongeluk.
“Morris,” zei Fletcher. Hij klonk overvallen, betrapt, zelfs een beetje schuldig.
Milo draaide zijn hoofd weg, keek naar de muur. Hij merkte dat hij hijgde en niet voldoende lucht binnen kreeg. “Ik,” zei hij haast onverstaanbaar. “Ik, eh.” Hij kneep even zijn ogen dicht. “Sorry,” zei hij toen en hij draaide zich abrupt om, opende de deur die leidde naar de woonkamer, en hij liep er naar binnen zonder nog naar Laura en Fletcher te kijken, de deur zorgvuldig achter zich sluitend. Niet hard, maar alsof hij wat zich achter die deur bevond niet wilde uitnodigen naar binnen te komen of zelfs maar te bewegen.
Rustig, zei hij tegen zichzelf in zijn hoofd. Rustig. Rustig. Rustig. Maar dat hielp helemaal niets. Natuurlijk.

Het was warm in de kamer. Er stond een andere plaat op dan eerder, Hunky Dory van David Bowie, en hij hoorde hoe een paar stemmen het nummer meezongen dat bezig was: Life On Mars. Zijn ogen gingen langs de gezichten zonder dat hij zag wie er meezong en hij liep naar de vleugel, een paar keer diep ademhalend, en er weer aan ging zitten. Met trillende handen en haast gesloten ogen sloeg hij wat akkoorden van het nummer aan, tot hij live meespeelde en hij riep: “Zet uit. Zet uit!” tot iemand de naald van de plaat haalde en hij speelde het nummer nog eens, vanaf het begin, maar nu alleen, op de piano, en hij zong het, en hij wist dat hij het heel zuiver, heel goed en verdomme hartverscheurend deed. Bij de laatste uithaal zag hij de gezichten van iedereen die er was, ook Laura en Fletcher, die terug de kamer in waren gekomen, iedereen keek naar hem en hij wist ineens welke muziek hij naast het jazzalbum wilde maken en precies hoe het moest klinken. En ook dat hij er niemand voor nodig had. Helemaal fucking niemand.

Advertenties
Geplaatst in Random writings, Schrijfsels, Milo Morris | Tags: , , | Een reactie plaatsen

CX. Avances

Piano_sToen Milo bij de platenspeler stond en keek naar het ronddraaiende label van de lp die hij net aan had gezet kwam Aiden, Jesses vriend, bij hem staan. Hij keek ook naar het label en zei na even: “Ik heb geen idee wat dit is.”
Milo keek geamuseerd naar hem op. Aiden was een gozer gebleken met een vlotte babbel, iemand die het onmiddellijk met alles en iedereen kon vinden, en leek zo op het eerste gezicht allesbehalve een hork. Maar instinctief wist Milo dat waar Jesse hem voor had gewaarschuwd nu gebeurde: Aiden kwam met hem flirten. Milo was benieuwd hoe ver hij zou gaan. “Derek and the Dominos,” zei hij.
“Wie?”
“Een bandje van Eric Clapton.”
“O. Die ken ik wel.”
Milo glimlachte naar Aiden en hoopte dat Jesse het niet zag, want aan Aidens gezicht zag hij hoe verleidelijk zijn glimlach was geweest.
“You look wonderful tonight,” zong Aiden. Aan hoe atonaal het klonk hoorde Milo dat het hem volkomen ontbrak aan muzikaal gehoor en hij grijnsde, zijn hoofd buigend. Dat legde Aiden uit als flirten, want hij zei: “Zeg. Mijn vriend is hier ook, als je het nog niet wist.”
Milo keek weer naar hem op. “Maak je niet druk,” zei hij na even. “Het allerlaatste waar ik op uit ben is Jesse te kwetsen.”
“Hmm,” deed Aiden langzaam. Hij leek zich veilig te wanen, want hij kwam een bijna onzichtbaar stukje dichterbij Milo staan. “Ik kende je natuurlijk al van foto’s en zo, maar ik had geen idee dat je in het echt nog veel knapper was.”
Milo rook de drank in Aidens adem. Hij sloeg zijn ogen neer, verlegenheid veinzend, terwijl hij dacht, wat oppervlakkig, wat verschrikkelijk oppervlakkig, hopelijk is Jesse niet daarop gevallen.
“Het gerucht gaat dat je in ieder geval bi bent,” zei Aiden onomwonden, toen Milo niet reageerde.
“Ha,” zei Milo. “Nog steeds? Grappig.”
Aiden keek hem diep in zijn ogen en Milo keek terug, om na een aantal lange seconden zijn blik af te wenden en in de richting te kijken van waar Jesse zat. Jesse bleek hem recht aan te kijken en Milo knipoogde licht. Jesse glimlachte haast onzichtbaar.
“Ik moet het je vragen,” zei Aiden, nadat hij diep adem had gehaald. Hij wachtte tot Milo hem weer aankeek. “Zou je het doen met mij en Jesse?”
“Een trio bedoel je?” vroeg Milo. Hij probeerde onschuldig te klinken. Aan de trage glimlach die op Aidens gezicht verscheen zag hij dat hij daar aardig in slaagde. Hij haalde ook diep adem, legde zijn hoofd een beetje achterover in zijn hals en kneep zijn ogen even samen, zodat hij Aiden een moment alleen door zijn wimpers aankeek. Zijn lippen tuitend zei hij: “Nee.”
Aiden grijnsde. “Alleen met mij dan?”
Milo grijnsde ook. “Nee.”
Hem van boven naar onder opnemend vroeg Aiden: “Ben ik niet mooi genoeg voor je?”
Milo schudde licht zijn hoofd. Aiden was heel mooi, dat wist hij zelf ook vast wel, met zijn donkere ogen onder dramatische wenkbrauwen, een geblondeerde lok in zijn donkere, volle haar en sexy moedervlekjes op zijn jukbeenderen. “Dat is het niet,” zei hij.
Aiden leunde nog dichter naar Milo toe. Met een zachtere, lagere stem dan eerder vroeg hij: “Weet je hoe goed ik kan pijpen?”
“Mmm,” deed Milo, onwillekeurig achteruit wijkend vanwege Aidens drankkegel. Hij keek naar het glas whisky in Aidens hand en vroeg: “Hoeveel van mijn alcohol heb je inmiddels achter je kiezen eigenlijk?”
“Jij drinkt toch niet meer?”
Milo keek hem weer recht in zijn bijna zwart lijkende ogen. “En jij dacht daarom, laat ik de boel maar voor hem opzuipen?”
Aiden week terug alsof Milo had gedreigd hem in zijn gezicht te spugen. “Hola, hola, wat zijn we ineens vijandig.”
Milo kneep zijn ogen weer samen en knipoogde toen naar hem, zijn hoofd zo gedraaid dat Jesse het niet zou kunnen zien. “Je bent hier met je vriend, één van mijn beste vrienden, en je probeert onomwonden in mijn broek te komen. Hoe moet ik je behandelen, Aiden?”
Aiden deed even zijn ogen dicht. Op het moment dat hij Milo weer aankeek was zijn blik zachter, maar ook geiler. Ook zijn stem was zachter toen hij weer wat tegen Milo zei: “Mijn god Milo. Als ik vrijgezel was zou ik je hier en nu nemen.”
Milo bracht zijn mond naar Aidens oor en fluisterde op zijn meest verleidelijke toon: “Dat weet ik, stuk.” In gedachten vulde hij aan: als ik mijn neus vol coke had en mijn aders tot de rand gevuld waren met wodka en gin zou ik je doof en blind neuken, je zou niet weten waar je het moest zoeken, kerel. Hij keek naar Aidens gezicht, die zijn ogen neergeslagen had, drukte een kus op zijn oorlel en glipte bij hem weg zonder een reactie af te wachten of naar Jesse te kijken.
In de keuken klom hij, zonder licht aan te maken, op een stoel om van boven op een hoge kast een pakje sigaretten te pakken dat daar lag voor noodgevallen. Er zat een laagje stof op. Milo veegde het eraf in de wasbak van zijn aanrecht, spoelde zijn stoffig geworden vingers af onder de kraan, nam het pakje mee naar de patio en ging daar in het donker zitten, op de bovenste trede van het trapje dat naar zijn overwoekerde tuin leidde. Hij haalde de wegwerpaansteker uit het pakje, en een sigaret, die hij met een diepe zucht opstak. Hij inhaleerde, voelde zich licht worden in zijn hoofd en sloot zijn ogen.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

CIX. Dankbaarheid

Piano_sIedereen was er en Milo keek over de witte vleugel waaraan hij zat te spelen naar zijn vrienden en hun aanhang, die gesprekken voerden en wijn dronken en Thaise hapjes aten alsof ze elkaar elke week zagen op vrijdagavond. Het luchtte hem ontzettend op dat Laura geen vriendje bij zich had – alsof Laura op die manier van hem bleef, in plaats van bij iemand anders te horen. Hetzelfde gold overigens voor Fletcher. Fletcher hoorde bij zichzelf, en dat was dat.
Alsof Fletcher Milo aan hem hoorde denken stond hij op van de bank en hij kwam naar Milo toe. Hij bewoog soepel en elegant, als een roofkat, en het verraste Milo dat hij alweer, zoals altijd, onder de indruk van hem was. Van zijn beetje luie, bijna arrogante blik, zijn brede schouders, zijn donkerblonde haar, zijn nonchalant een paar dagen niet geschoren wangen en kin.
“Hé,” zei Fletcher, naast Milo op de pianobank schuivend.
Milo glimlachte loom naar hem en legde zijn rechterhand op zijn dij, zodat Fletcher de helft van de pianopartij over kon nemen. Dat deed hij vlekkeloos. Ze speelden samen het nummer van Sinatra waaraan Milo was begonnen en werden beloond met applaus van de andere aanwezigen.
“Zet hem maar weer aan,” zei Milo tegen Tom, die naast de stereo zat, en Tom draaide het volume omhoog.
De kamer vulde zich met popmuziek uit de jaren negentig en Fletcher zei: “Ongelofelijk hoeveel lekkerder dit klinkt dan de pop van vandaag hè? Het is net zo nietszeggend, maar toch is het beter.”
“Omdat het analoog opgenomen en gemixt is,” zei Milo.
Fletcher was even stil en luisterde. “Verdomd,” zei hij toen, “je hebt nog gelijk ook.”
“Natuurlijk.”
Fletcher keek naar hem opzij. “Is dit de Milo Morris die we terug hebben gekregen uit rehab? Een zelfverzekerde eikel?”
Milo keek naar de toetsen van de piano en lachte zachtjes. “Ik zou wel willen,” zei hij haast onhoorbaar.
Fletcher deed of hij het inderdaad niet had gehoord. “Luister,” zei hij, nadat hij een tijdje voor zich uit had gekeken. “Ik moet je nog bedanken.”
Milo haalde diep adem en keek op naar hem. “Want…?”
“Ik ben in Canada geweest.”
Milo zei niets. Hij deed zijn best Fletcher aan te blijven kijken.
“Daarom ben ik niet bij je op bezoek geweest toen je daar zat. Ik was niet hier. Ik was bij mijn ouders.” Fletcher knipperde met zijn ogen. “Op jouw aanraden, bro.” Hij was even stil, keek naar de toetsten van de piano, zoals Milo eerder had gedaan.
Milo voelde iets in zijn binnenste dat leek op verliefdheid. Of angst. Of beide.
Fletcher keek hem weer aan en hij glimlachte. “Ik ging voor drie dagen. Want het had ook zomaar niks kunnen zijn. Misschien hadden we elkaar wel helemaal niks meer te vertellen, ofzo.” Hij schudde even zijn hoofd. “Maar ik bleef drie weken.” Hij sloeg zijn ogen neer, keek weer opzij naar Milo. “Het was geweldig, Milo. We hebben eindeloos gepraat. We hebben gelachen en gehuild. Ik kan niet uitdrukken hoe goed het was.” Zijn gezicht bloeide open terwijl hij sprak. Zijn glimlach werd nog stralender. Hij schudde even zijn hoofd, liet weer een korte stilte vallen, alsof hij wilde dat zijn woorden goed tot Milo door zouden dringen, en zei toen: “Daar moet ik je voor bedanken. Omdat jij zei, ga nou naar je ouders. Jullie hebben elkaar nog, zei je. ‘Dat is onbetaalbaar.’ Weet je nog?”
Milo knikte. Hij voelde dat hij beefde en hij had geen idee waarom, maar hij hoopte dat Fletcher het niet kon zien.
“En je had helemaal gelijk.” Fletcher haalde lang en diep adem. “Je was totaal naar de klote en toch gaf je me het beste advies ooit. Motherfucker.”
Milo kon geen woord uitbrengen. Hij wreef met zijn hand langs zijn mond, perste zijn lippen op elkaar en sloeg uiteindelijk toch zijn ogen neer, omdat hij Fletcher niet meer aan kon blijven kijken.
“Ik kan nooit meer niet van je houden, klootzak,” zei Fletcher na even. “Ik ben je zo veel verschuldigd dat het me nooit meer lukt je terug te betalen.” Hij boog wat voorover zodat hij naar Milo’s ogen kon kijken. Zachter: “Sorry dat ik zo lang niks van me heb laten horen. Maar ik laat je verdomme nooit meer los. Nooit meer, man. Hoor je?”
Milo keek op naar Fletcher en besefte dat hij hem wel kon zoenen. Maar hij voelde dat hij tegelijkertijd wel kon huilen en hij boog zijn hoofd. Pas na een hele lange tijd lukte het hem om zachtjes wat te zeggen. “Jezus, ik haat je zo.”
Fletcher snoof, maar toen Milo opkeek zag hij dat er tranen langs zijn wangen liepen. “Ik jou ook,” zei hij. Hij veegde met een nonchalant gebaar zijn ogen droog en legde toen zijn hand tegen Milo’s gezicht. “Godverdomme.”
Het was weer een hele tijd stil tussen hen.
Fletcher zei als eerste weer iets. “Ik durf het bijna niet te vragen. Maar, wanneer gaan we weer muziek maken?”

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

CVIII. Ongemakkelijk

Piano_s“Wat?” Het was eruit voordat Milo er erg in had en daar baalde hij verschrikkelijk van op het moment dat hij het zichzelf hoorde zeggen.
“Hij heet Aiden,” herhaalde Jesse kalm, alsof hij het gewend was dat hij twee keer moest zeggen dat hij een relatie had met een man.
Milo zocht naar woorden. Allerlei platitudes en clichés kwamen in hem op, allemaal dingen die hij zeker niet wilde zeggen, allemaal dingen waarvan hij van zichzelf nooit had verwacht dat ze bij hem op zouden komen als één van zijn vrienden uit de kast kwam. “Wauw, Jesse,” zei hij uiteindelijk, maar zelfs dat klonk dom, zelfs een beetje beschuldigend, terwijl hij dat helemaal niet zo bedoelde.
“Ik snap dat ik je hiermee overval,” begon Jesse
Milo onderbrak hem. “Nee, wacht,” zei hij, zijn hoofd schuddend. “Ik zeg iets raars. Wat ik wilde zeggen was, fijn voor je man.” Ook raar. Verdomme.
Jesse was weer even stil.
“Hoe lang weet je al dat je gay bent?” Milo vertrok zijn gezicht terwijl hij de vraag stelde, zo banaal vond hij hem.
Het duurde even voordat Jesse antwoordde, alsof hij met zichzelf moest overleggen of hij het antwoord wel wilde geven. “Sinds de middelbare school,” antwoordde hij uiteindelijk. En voordat Milo iets terug kon zeggen: “Ruim voordat wij elkaar kenden.”
Milo wist niets terug te zeggen en zweeg dan ook. Er drong zich een lelijke, onprettige gedachte aan hem op, de gedachte dat Jesse hem misschien wel alleen maar erg aantrekkelijk had gevonden, en hem daarom destijds had gevraagd in hun band te komen spelen, en hij duwde hem met zo veel mogelijk kracht weg. Jezus Milo. Het is Jesse maar!
“Het spijt me,” zei Jesse na even.
“Nee, nee man.” Milo keek weer naar zijn tuin. Zei weer tegen zichzelf: jezus Milo, het is gewoon Jesse, alleen maar Jesse, verdomme. “Nee man,” zei hij nog eens. “Waarom zou je je excuses aan moeten bieden?”
Hij hoorde Jesse diep ademhalen, zuchten, voordat hij weer reageerde. Hij klonk wat timide. “De meeste mannen voelen zich bedrogen als hun vrienden na jaren uit de kast komen.”
Milo deed even zijn ogen dicht, duwde de gedachte dat Jesse hem had gevraagd voor hun band omdat hij Milo gewoon lekker had gevonden nog eens van zich af. Hij dacht terug aan hoe hij zich had gevoeld toen hij erachter kwam dat Rick een vriendin had. Vroeg zich af waarom dat ineens bij hem opkwam. Schudde zijn hoofd, alsof hij zichzelf kon bevrijden van zijn gedachten op die manier. “Ha,” zei hij. Hij probeerde zo luchtig mogelijk te klinken. “Dan ken je mij nog niet. Ik voel me al bedrogen als mijn vrienden überhaupt een relatie krijgen.” Tot zijn opluchting hoorde hij Jesse lachen. Het lukte hem vervolgens het luchtiger te klinken: “Eh, Aiden heet je vent, zei je?”
“Ja.” Het was alsof Milo Jesses glimlach kon horen terwijl hij antwoordde.
“Een Ierse naam.”
“Klopt. Zijn ouders zijn Iers.” Jesse klonk als een tevreden ouder die vertelde hoe goed zijn kind het deed op school. Milo hoorde Jesse zuchten. Het klonk gelukzalig en Milo merkte dat hij weer zijn hoofd schudde. Deze keer wist hij niet goed waarom.
“Eigenlijk is hij wel een beetje een hork,” zei Jesse. Ze lachten allebei. “Hij gaat vast met je flirten, Milo. Niet schrikken.”
Milo besefte dat Jesse er helemaal nooit bij stil had gestaan dat Milo altijd met alles en iedereen flirtte, en dat hij al helemaal niet wist dat Milo ook seks had bedreven met mannen. Misschien maar goed ook; als Aiden met hem zou flirten zou Jesse zich nog bedreigd kunnen voelen als hij wist van Milo en bijvoorbeeld die oud-voetballer en die talkshowhost. “Maak je niet druk,” zei hij tegen Jesse. “Ik ben wel wat gewend.”
Er viel een stilte tussen hen die Milo al na een ogenblik ongemakkelijk vond en hij besloot dat het gesprek afgelopen moest zijn. “Maar hé, luister, Jesse?”
“Ja.”
“Ik ben gewoon hartstikke blij voor je.” Hij had willen toevoegen: dat je iemand hebt gevonden. Maar dat was niet waar. Want diep in zijn hart merkte hij dat hij nog steeds helemaal niet wilde dat zijn vrienden verliefd werden en alles wat erbij hoorde.
Jesse hoorde niet wat hij niet zei, maar alleen wat hij wel zei. Er klonk alweer een glimlach in zijn stem. “Thanks Milo.”
“Natuurlijk man. Ik zie jullie straks. Zullen we eens zien hoe horkerig jouw Aiden wel niet is.”
“Tot straks,” zei Jesse.
Milo drukte de lijn weg.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

CVII. Introducé(e)

Piano_sAan het begin van de middag ontving Milo een WhatsApp van Rick, dat hij niet moest vergeten dat er catering zou worden bezorgd voor het feestje die avond.
Ja, inderdaad: een feestje.
Tot zijn eigen verbazing had Milo zich door Rick en Fletcher uiteindelijk toch laten overhalen een feestje te houden om zijn thuiskomst te vieren. Fletcher bestookte hem al dagen met WhatsApp-berichten en Rick had er de vorige dag live nog een schepje bovenop gedaan, tot Milo toe had gegeven. Eerst vooral om van het gezeur af te zijn, maar inmiddels had hij er ook wel een beetje zin in dat zijn vrienden er vanavond zouden zijn.
Hij had zichzelf overigens nog meer verrast, want hij had Rick in een reactie op zijn WhatsApp van die middag opgedragen Sylvia mee te brengen die avond. Hij voegde een extra berichtje toe: “Wil je de cateraar laten weten dat ik meer gasten verwacht? Dank je.”
En daarna stuurde hij een WhatsApp aan Tom, om hem te vragen zijn vriendin Angelina mee te nemen. En uiteindelijk stuurde hij ook Jesse, Fletcher en Laura een berichtje, waarin hij een beetje houterig had gezegd dat ze een eventuele relatie niet verborgen hoefden te houden voor hem. “Als je ineens een meisje of jongetje hebt,” schreef hij, “dan moet je haar of hem vanavond meenemen. Of je komt er niet in.”
Jesse belde hem bijna onmiddellijk nadat Milo het bericht had verstuurd.
Milo zag zijn naam op het display van zijn mobiel en perste even zijn lippen op elkaar. Hij merkte dat hij het telefoontje eigenlijk niet wilde aannemen en sprak zichzelf vermanend toe. Iedereen is doorgegaan met zijn leven. Net zoals Rick is Jesse ook iemand tegengekomen in de tussentijd. Logisch toch? Heb jij zelf niet ook allerlei mensen ontmoet?
Bobbie?
Ach Milo. Kom op jongen.
Er fladderde een vlinder door zijn ingewanden, of misschien was het wel een vogel, en hij deed even zijn ogen dicht. Hij wilde niet in de war zijn.
Terwijl hij diep inademde nam hij op. “Jesse.”
“Milo. Wat goed dat je weer thuis bent.”
Milo knikte traag, zijn ogen sluitend. “Zeker.” Hij bevochtigde zijn lippen met zijn tong. “Thanks.”
“Hoeveel druk heeft Rick uitgeoefend voor dat feestje?”
“Pff.” Milo lachte. “Hij zette Fletcher in, man.”
Jesse lachte ook. “Jezus. Ja dan wordt het moeilijk.”
“Ik heb maar geen weerstand geboden,” zei Milo. Hij wachtte even, maar Jesse zei niets terug. Hij haalde nog eens diep adem en zei toen: “Maar eh. Ik neem aan dat je me wilt laten weten dat je een introducée hebt?”
Jesse zei nog steeds niets.
Milo wachtte. Hij keek naar de tuin, waar de zon uitbundig scheen.
Toen zei Jesse: “Hij heet Aiden.”

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 1 reactie

CVI. Verwonderlijk

piano-music_sDe volgende morgen zat Milo op het trapje achter zijn huis te kijken naar de rozen die al in bloei stonden in zijn overwoekerde tuin. Het was halfzeven in de ochtend en de vroege ochtendzon kleurde alles lichtroze, alsof er een dromerige filter over het begin van de dag lag. Milo slurpte voorzichtig van de koffie die hij in zijn hand hield, rook de koffie en de frisse ochtendlucht en deed heel even zijn ogen dicht.
Hij voelde zich… gelukkig. Hij ademde diep in en uit, schudde licht zijn hoofd hij de gedachte maar stond er nog eens heel bewust bij stil terwijl hij de woorden letterlijk hoorde in zijn hoofd: ik voel me gelukkig. Zelfs het idee dat het maar een momentopname was deed daar niets aan af.
Rick en Laura hadden het moeilijk gevonden hem alleen thuis te laten de vorige avond; het was de eerste keer in maanden dat hij helemaal alleen zou zijn en wie weet wat ze zich allemaal in hun hoofd hadden gehaald wat hij zou kunnen gaan doen. Maar hij wilde niets anders dan alleen zijn en muziek schrijven en teksten bedenken, en dat had hij dan ook de hele avond gedaan, voordat hij nog voor elf uur naar zijn bed was gegaan, zijn eigen bed, en tevreden in slaap was gevallen tussen zijn eigen schone lakens.
Vanmorgen had hij de nummers die hij had geschreven nog eens bekeken – ja, nummers, meerdere, hij was ongelofelijk productief geweest – en was hij tot de ontdekking gekomen dat hij verdomme alleen maar liefdesliedjes had geschreven. En dat vond hij tot zijn eigen verbazing niet erg. En vreemd genoeg ook niet verwonderlijk.
Hij had zelfs al bedacht welke van de nummers hij op zou nemen om op een cd te zetten om naar Bobbie op te sturen.
Jezus.
Milo moest lachen bij die gedachte. Het was voor het eerst in zijn leven dat hij wilde dat een meisje, nou ja, een vrouw in dit geval, zou horen wat hij over haar, en voor haar, had geschreven. Het was ook veilig natuurlijk, want zij was nog daar en hij was hier, en de kans dat ze elkaar weer tegen zouden komen was klein te noemen want iets anders dan dat zij Roberta heette, zeven jaar ouder was dan hij en samen met hem in rehab had gezeten wist hij gewoon niet. En dat maakte alles lichter. Aan de andere kant: de wonderen waren de wereld nog niet uit.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Genderneutraal

genderneutralDe HEMA had het gisteren helemaal verkeerd gedaan bij hokjesdenkend Nederland. Ze willen de vermelding ‘meisje’ en ‘jongen’ van hun kinderkleding af halen. Zodat mensen zelf kunnen uitmaken of een kledingstuk bedoeld is voor een meisje of een jongetje. Volgens mij een prima idee. Waarom zouden meisjes het zwarte shirtje met ‘rockstar’ erop in witte letters niet mogen dragen? Nu staat er nog op dat het voor jongetjes is. Raar toch. Hetzelfde model shirt waar nu nog ‘meisje’ op staat, is wit en draagt met roze letters het woord ‘princess’ waar jongens een rockstar mogen zijn.

Meisjes moeten (in hun kleding) lief en mooi zijn, en jongens stoer en ondernemend. Is toch prima dat de HEMA daar vanaf wil? Ik juich het toe dat er geen jongens- of meisjeslabels meer op kleding staan. Wat mij betreft gaat het eigenlijk nog niet eens ver genoeg. HEMA gaat haar filialen ombouwen naar winkels met ‘belevingswerelden’, waarin er bijvoorbeeld een ‘belevingswereld’ is ingericht voor dames, en daar staat de make-up (onder andere). Waarom zou make-up niet genderneutraal kunnen of mogen zijn? Afijn, wellicht een brug te ver. Helemaal als je de reacties ziet die HEMA kreeg op de beslissing om alleen maar de vermelding ‘voor meisjes’ en ‘voor jongens’ van de kinderkleding af te halen.

Veel mensen vinden dat de discussie rondom genderneutraliteit overdreven wordt, of niet gevoerd hoeft te worden. Met beide ben ik het niet eens. Nee, vrouwen en mannen zijn niet hetzelfde. Maar ze horen wel gelijke rechten en plichten te hebben. En dientengevolge volgens mij op een neutrale manier benaderd te worden.

Volgens mij bestaat er nog steeds een lelijk, (mede) door onze maatschappij opgelegd verschil als het gaat om vrouwen en mannen. In grote lijnen komt het neer op die twee shirtjes van de HEMA voor jongens (zwart, witte letters: rockstar) en meisjes (wit, roze letters: princess). Jongens moeten stoer zijn, en meisjes lief. Jongens moeten ruig zijn, en meisjes mooi.

Om een vernederlandste Engelse term te nemen: naar de hel met dat. Ik ben een meisje (inmiddels een ouder meisje, maar nog steeds een meisje), en ik ben weliswaar lief, maar ook stoer en ruig. En ik draag graag zwarte kleren met witte opdruk in plaats van witte kleren met roze.

Zo lang er in Nederland nog politieke partijen zijn die in hun statuten hebben staan dat de man het hoofd van de vrouw is omdat god dat zo heeft bedacht, hebben we sowieso nog een lange weg te gaan in de gelijke benadering en behandeling van mannen en vrouwen. Overigens ik weet nog wel iets wat ‘genderneutraal’ moet worden. En wel onmiddellijk. De geldelijke beloning die vrouwen en mannen krijgen voor dezelfde arbeid. Laten we er eens mee beginnen vrouwen evenveel te betalen als mannen voor hetzelfde werk. Als we allerlei dingen dan zo nodig genderneutraal moeten maken, lijkt me dit een hartstikke mooi begin.

Geplaatst in Lief dagboek, Media, Nieuws, Persoonlijk, Social media | Tags: , , , , , | 1 reactie