Ennio Morricone

Ennio Morricone was oud. Dat wisten we, maar we zagen het pas echt toen hij het podium op werd geholpen in Ahoy in Rotterdam op 19 september 2017. Hij kon zo goed als niet meer zelf lopen en hij moest gaan zitten om zijn orkest te dirigeren, want blijven staan ging ook al niet meer, helemaal niet voor de duur van het concert dat hij gaf.

Ik was bij het concert samen met mijn zwager, ook een liefhebber van filmmuziek (we gaan al jaren samen naar De Avond van de Filmmuziek, in het Concertgebouw in Amsterdam en sinds de laatste keer in Ziggo Dome). Van tevoren hadden we het er al over gehad dat we misschien wel precies op tijd waren met het bezoeken van dit concert, en net voor aanvang hadden we nog grappen gemaakt over dat we hoopten dat meneer Morricone überhaupt op zou komen dagen, want het was toen al bekend dat zijn gezondheid heel wat te wensen overliet. Maar verdomd, daar was hij dan, ondersteund door iemand tot hij op zijn stoeltje zat. De grootmeester. Il Maestro. En het werd een memorabele avond.

“Die zien we nooit meer terug,” zeiden mijn zwager en ik tegen elkaar, naderhand, op weg naar de auto, op weg naar huis, en we waren maar al te blij dat de man ons land nog één keertje aan had gedaan met zijn orkest zodat we voor een laatste keer in de gelegenheid waren geweest om hem in levenden lijve te aanschouwen. Maar dat iemand ooit dood zal gaan, dat is een abstract concept, zelfs wanneer die persoon heel oud en behoorlijk fragiel is, dus ons ‘die zien we nooit meer terug’ was meer een wat jolige opmerking dan dat we er daadwerkelijk bij stil stonden dat ook een meestercomponist als Ennio Morricone kan sterven.

Hij overleed aan de gevolgen van een valpartij, stond er te lezen in de nieuwsberichten vanmorgen. Eenennegentig was hij. Een zelfs nog respectabelere leeftijd dan de bijna negenentachtig jaren die hij al telde toen wij hem in Rotterdam zijn orkest zagen dirigeren.

En toch zit ik nu met tranen in mijn ogen. Sterker, het zijn uiteindelijk zo veel tranen dat ze over mijn wangen lopen. Toen de eerste klanken van Once Upon A Time In The West klonken op de radio zojuist (bij de Platenbonanza van Rob Stenders en Caroline Brouwer op NPO Radio 2) was er geen houden meer aan.

Misschien huil ik ook wel niet om het overlijden van Ennio Morricone, of tenminste, niet alleen. Misschien huil ik wel om alle herinneringen die aan deze muziek kleven. Zoals dat concert waar ik was, samen met mijn zwager. En de eerste keer dat ik deze muziek hoorde, als hele jonge tiener (of zag ik Once Upon A Time In The West al eerder?). Misschien huil ik wel om vroeger. Misschien huil ik wel om alle dingen die niet terugkomen, net zoals nu ook Ennio Morricone zelf.

Geplaatst in Bericht, Film, Lief dagboek, Muziek, Nieuws, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Daley

Mijn eigenwijze kater Daley

“Mwaaauww,” klonk het klagend achter me op het moment dat ik me omdraaide in bed. Ik keek over mijn schouder en zag iets van een strekkende meter kat naast me liggen, aan de rechterkant van het bed. Hij had zich zo groot mogelijk gemaakt om zo veel mogelijk van de lichte bries op te vangen die door het raam naar binnen kwam. Zijn protest kwam doordat ik dreigde tegen hem aan te rollen, en dat was natuurlijk niet zijn bedoeling. Niet alleen omdat hij er niet op lag te wachten te worden geplet door zijn vrouwtje bediende, die helemaal niet door had dat hij zich zo uitgebreid naast haar in bed had geïnstalleerd, maar ook omdat dit het plekje was dat hij had uitgezocht, dit was zijn plekje in het briesje, dit was de koelste plek van het huis op deze hete nacht en daar mocht ik natuurlijk niet ook nog gaan liggen. (Reken er maar op dat hij ook geen centimeter aan de kant ging; hij bleef gewoon daar liggen waar hij lag en hij keek net zo lang naar me tot ik me weer terugtrok aan de andere kant van het bed.)

Mijn kater Daley weet heel goed wat hij wil van het leven en dat laat hij altijd merken. Hij kent geen schaamte, sterker, hij kent geen ‘nee’ (nou ja, oké, ‘nee’ is meer een woord dat hij wel kent, maar gewoon negeert op alle momenten dat het hem uitkomt). En als zich een mogelijkheid voordoet om het zich gemakkelijk te maken, dan profiteert hij daar onmiddellijk van. Zoals pasgeleden, op een nacht van donderdag op vrijdag, toen het in de slaapkamer tegen de dertig graden liep en de volgende dag de heetste van het jaar tot nu toe zou worden. Daley ligt namelijk nooit, maar dan ook nooit languit uitgerekt naast mij in bed, hij beperkt zich gewoonlijk tot mijn knieholtes of ergens op mijn onderbenen, want als hij naast mij ligt dan loopt hij de kans dat hij zomaar uit het niets geaaid wordt en zomaar uit het niets geaaid worden is iets waar hij in alle gevallen onderuit probeert te komen, bijvoorbeeld door de situatie waarin het voor kan komen gewoon te vermijden. Maar die nacht kwam er een heel licht briesje binnen door het wijd openstaande raam, en toen ik niet precies in dat briesje bleek te liggen bedacht Daley dat hij dat dan maar zou gaan doen. Want hij zocht enige verkoeling, en hij dacht, als mijn vrouwtje employée geen gebruik maakt van de mogelijkheden, dan doe ik het. En daar lag hij dan.

Een tijdje geleden schreef ik het al eens, en ik bedacht me die nacht ook weer: ik zou een voorbeeld moeten nemen aan Daley. De dingen die hij wil, die doet hij gewoon. Soms betekent dit dat hij tegen een net dichtgaande deur aan rent, of in dit geval dat zijn vrouwtje huisgenoot nietsvermoedend bijna over hem heen rolt midden in de nacht, maar dat zijn risico’s die hij dan maar gewoon neemt. Maar als hij iets wil, dan gaat hij ervoor. En als hij ergens geen zin in heeft, dan doet hij het gewoon keihard niet.

Daley neemt gewoon aan dat ik iedereen op hem zit te wachten. En vaak heeft hij ook nog gelijk. En zo niet, dan gaat hij toch onverstoord zijn gang. Hij vindt de dingen die hij wil altijd de moeite waard. En het interesseert hem hoegenaamd helemaal niks dat anderen daar misschien anders over denken.

Ja, man. Ik zou inderdaad meer zo moeten zijn als mijn Daley.

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Persoonlijk, Schrijfsels | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Real Men

Single cover, A&M Records

Tijdens wat je toch wel mijn favoriete radioprogramma mag noemen (Stenders Platenbonanza op NPO Radio 2) kwam eerder vanmiddag op verzoek van een luisteraar het nummer Real Men van singer-songwriter Joe Jackson voorbij. Volgens Jackson zelf gaat het liedje over de “eeuwenoude strijd tussen de seksen”, en dat vooruitstrevend denken voorbehouden is aan vrouwen, zo zei hij in 1982 tegen Billboard. Ja, dat lees je goed, het jaar was 1982. En Joe Jackson gaf in dat interview, bijna veertig jaar geleden, al aan dat volgens hem ‘mannelijkheid’ en het idee van de man als ‘het sterkere geslacht’ achterhaald waren.

Volgens anderen was Jackson in het nummer echter nog vooruitstrevender dan dit. Zo schreef Rolling Stone dat het niet alleen ging over de moeilijk te handhaven rol van de man als symbool van kracht en macht, maar ook over de in die tijd hoogtij vierende macho-homocultuur.

Dit alles ontging meneer Kester niet – onze leraar Engels op de MAVO destijds. Het zal iets van 1986 zijn geweest, het jaar voor ons examenjaar, dat hij zo tegen de zomer een beetje door de lesstof heen was en ons trakteerde op een paar lessen poëzie-analyse met behulp van popmuziek. Het nummer Russians van Sting kwam voorbij, hartstikke actueel in die tijd natuurlijk, zo middenin de Koude Oorlog. En Real Men van Joe Jackson.

Meneer Kester liet ons erop los interpreteren. Kinderen van een jaar of veertien, vijftien. “Oké jongens, wat maken jullie van het tweede couplet?”

See the nice boys, dancing in pairs
Golden earring golden tan
Blow-wave in the hair
Sure they’re all straight, straight as a line
All the gays are macho
Can’t you see their leather shine

You don’t want to sound dumb, don’t want to offend
So don’t call me a fagot
Not unless you are a friend
Then if you’re tall and handsome and strong
You can wear the uniform and I could play along

En weet je wat het allermooiste was? Dat meneer Kester niet zinnespeelde op dat dit zou gaan over homoseksuele jongens. Nee, hij benoemde het. Ronduit.

Het was het midden van de jaren tachtig en wij waren nog niet droog achter onze oren en wij vonden onze leraar Engels weliswaar een aardige vent, maar hij bleef toch een leraar en dus stoffig en heel oud, en hij zei rechtuit tegen ons: “Sommige jongens zijn homo, en daar zouden ze gewoon voor uit moeten kunnen komen.” Hij voegde toe dat mensen soms onaardig doen over en tegen jongens die uit de kast komen, en dat die jongens dat daarom dus niet durfden, terwijl het volkomen normaal was dat iemand homo is.

Ik weet niet hoe mijn medeleerlingen erover dachten, maar ik stond er niet zo bij stil wat onze leraar Engels zojuist tegen ons had gezegd (op één of andere manier vond ik homoseksualiteit in die tijd al een heel gewoon gegeven, iets waarvan ik het alleen maar raar vond dat andere mensen het raar vonden). Maar nu, bijna vijfendertig jaar later, op het moment dat ditzelfde liedje op de radio werd gedraaid omdat iemand het aanvroeg, moest ik ineens denken aan die zonnige dag in dat lokaal aan het einde van de gang in die barakken die voor onze school door moesten gaan, en aan meneer Kester, die ons tijdens de les de teksten van Engelstalige liedjes voorlegde om te vertalen en ook te interpreteren. En ik besefte nu pas, vandaag, tijdens het luisteren naar dat nummer en het ophalen van herinneringen met mezelf, hoe vooruitstrevend hij was, en eigenlijk ook: hoe moedig.

Destijds ging dat totaal aan me voorbij. Maar laat het bij deze bekend zijn: ik waardeer meneer Kester met terugwerkende kracht extra. O en, als u dit hoort of anderszins meekrijgt, meneer Kester: tegenwoordig spreek ik (als ik mijn best doe) bijna accentloos ‘the Queen’s English’. U zou trots zijn denk ik. Net zo trots als ik op dit moment ben op u.

P.S. Joe Jackson was een tijdje getrouwd met een vrouw (“rampzalig” noemde hij dat huwelijk achteraf). Later, in zijn autobiografie A Cure For Gravity, zei hij biseksueel te zijn.

Geplaatst in Bericht, Inspiratie, Lief dagboek, Muziek, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , , , , | 3 reacties

Feminisme

Foto: Getty Images

Terwijl het de laatste dagen in de media, maar ook in de gesprekken die ik heb met andere mensen, heel erg gaat over racisme en discriminatie op basis van huidskleur, kwam ook feminisme en genderongelijkheid een paar keer ter sprake. Tegelijkertijd begon ik aan het einde van vorige week aan het leren voor een examen eind deze maand dat alles te maken heeft met diversiteit (over synchroniciteit gesproken!).

In het kader van dat examen las ik eerder vandaag een artikel uit het Handboek Appreciative Inquiry met de titel ‘Genderdiversiteit en waarderend veranderen’. Ergens middenin dat artikel stond een wellicht bekend raadsel: een man en zijn zoon raken betrokken bij een ernstig verkeersongeluk. De man overlijdt, zijn zoontje wordt in levensgevaar naar het ziekenhuis gebracht. Als het kind op de operatietafel ligt, zegt de dienstdoende chirurg: “Maar ik kan mijn eigen zoon niet opereren!” Wat is hier aan de hand?

Ik schrok van de conclusie die ik zelf trok. Los van dat ik dit raadsel ken en ik een beetje geschokt was dat het (logische) antwoord me niet zomaar te binnen schoot. Mijn meest logische oplossing van dit raadsel was: de man in kwestie en de chirurg hebben een homoseksuele relatie.

Kan.

Maar waarom was mijn meest logische oplossing niet: de chirurg is een vrouw?

Ik schrok er echt van dat ik bij ‘de chirurg’ blijkbaar onmiddellijk aanneem dat een chirurg een man is, en dan dus maar een oplossing verzin waarbij de mannelijke chirurg een mannelijke partner heeft, in plaats van dat ik simpelweg bedenk dat vrouwen ook gewoon chirurgen kunnen zijn. Van mezelf vind ik best wel dat ik een feministische inslag heb; waarom kom ik dan niet onmiddellijk tot de conclusie dat de chirurg in dit raadsel een vrouw is, maar neem ik aan dat het gaat om een mannelijke chirurg?

Uiteraard heb ik bij mezelf ook wel bedacht dat ik gewoon heel erg open minded ben en dus heel ruimhartig en modern aanneem dat er natuurlijk ook gewoon homoseksuele chirurgen zijn. Maar dat maakt het voor mij niet goed genoeg. En om eerlijk te zijn, het klopt ook niet. Dat het in mijn hoofd blijkbaar logischer is dat een man chirurg is dan dat het een vrouw zou zijn, en dat ik daar dan bij mezelf maar een zogenaamd ruimdenkende oplossing voor zoek, vind ik echt best bijzonder (om een understatement te gebruiken). Ben ik minder op gelijkheid tussen vrouwen en mannen ingesteld dan ik dacht? Of, hoe staat het met de maatschappij als zelfs (schijnbaar) behoorlijk feministisch aangelegde vrouwen een dergelijke denkwijze hebben?

Ha, jij dacht dat ik nu met een oplossing kwam. Of met een conclusie om dit verhaaltje recht te trekken. Maar die heb ik niet, beide niet. Want even los van dit voorbeeld, het staat schijnbaar nog altijd diep in onze samenleving en collectieve geest gegrift dat vrouwen toch wat meer handelingsonbekwaam zouden zijn dan mannen.

Vrouwen zijn nog altijd bij lange na niet gelijkwaardig aan mannen; het dominante uitgangspunt van ons beeld van de samenleving is blijkbaar nog steeds dat mannen net een beetje boven de vrouw staan. Het gebeurt nota bene in mijn eigen hoofd, bij het oplossen van een simpel raadseltje! Er is nog altijd een hoop werk te verzetten. Ook bij mijzelf. Dat is de enige conclusie waarmee ik deze blog af kan sluiten.

Geplaatst in Filosofie, Inspiratie, Media, Persoonlijk, Schrijfsels | Tags: , , , , , , , , , | 1 reactie

Vrijheid

istock-672310454

Foto: iStock

Wat vrijheid is voor de één, is niet oké voor de ander. Dat bedacht ik ooit, toen ik aan het scrollen was tussen de trending topics op Twitter. Er was een felle discussie gaande over de vrijheid van meningsuiting; het zal vast zijn gegaan over Zwarte Piet of een dergelijk onderwerp waar we het maar niet over eens worden.

Dat we het niet eens worden is het probleem niet, tenminste, dat was niet hetgeen waar mijn aandacht naar uitging. Mijn aandacht ging uit naar hoe fel sommigen vonden dat de discussie, en elke discussie overigens, gevoerd mag worden. Nou druk ik me voorzichtig uit met het woord ‘fel’, want het ging er uiteindelijk vooral om hoe waanzinnig racistisch je je uit zou mogen laten onder het mom van ‘vrijheid van meningsuiting’. Ik denk dat ik niet hoef te zeggen dat de meerderheid van de goegemeente op Twitter (of in ieder geval de meerderheid van de mensen die zich in deze discussie durfde te mengen) vond dat je gewoon alles moest kunnen zeggen. Letterlijk alles. Sommige dingen die je leest onder de hashtag #zwartepiet op Twitter zijn dingen waarvan ik vind dat ze het daglicht niet kunnen verdragen, maar blijkbaar is dat allemaal prima voor sommige mensen in onze samenleving.

Dus bedacht ik, scrollend en hoofdschuddend, want een beetje morele superioriteit is mij niet vreemd (helemaal als ik lekker thuis op de bank zit met de voordeur veilig op slot en niemand in de buurt die me tegen kan spreken): wat vrijheid is voor de één, is niet oké voor de ander. Sommigen vinden dat vrijheid betekent dat alles kan en mag, ook wanneer dat andere mensen kwetst of tegen de borst stoot. Ik denk altijd dat vrijheid vooral betekent dat je doet wat je wilt zonder een ander daarmee lastig te vallen. Dat betekent overigens dat ik (ook) vind dat vrijheid, en dus ook vrijheid van meningsuiting, vooraf wordt gegaan door beschaving. Zonder beschaving (en bijbehorend fatsoen) geen vrijheid, of vrijheid van meningsuiting for that matter.

In de Volkskrant van vandaag las ik een column die mijn aandacht trok door de titel. Die luidde: “Als je hoest moet je thuisblijven trut!” (Ja, ook ik ben gevoelig voor koppen die sensatie beloven.) Het ging erom dat de schrijver in kwestie tijdens het hardlopen een vliegje inademde, waardoor ze een hoestbui kreeg. Een voorbijganger beet haar daarop toe: “Als je hoest moet je thuisblijven trut!”

Natuurlijk mag meneer in kwestie dat zeggen, in het kader van de vrijheid van meningsuiting. Maar heel fatsoenlijk is het niet, want weet hij veel waarom die ‘trut’ staat te hoesten. Het kan ook goed zijn dat hij vindt dat deze hardloper zich te veel vrijheid permitteert door zich buitenshuis te bevinden terwijl ze moet hoesten, wat impliceert dat hij aanneemt dat het de hardloper aan fatsoen ontbreekt, want wie verkoudheidsverschijnselen vertoont, moet thuisblijven, nietwaar. En dus permitteert hij zich dan maar de vrijheid om over zijn eigen fatsoen heen te stappen en de hardloper, een medemens waar hij verder helemaal niets vanaf weet en waarvan hij helemaal niet weet waarom zij moet hoesten, uit te maken voor ‘trut’ en te laten weten dat ze thuis moet blijven.

Is vrijheid, dan wel vrijheid van meningsuiting, heiliger dan alles? Wij hier in Nederland zijn geneigd ‘ja’ te zeggen op die vraag, want wij leven in vrijheid. Maar wat als iedereen beschaving en fatsoen laat gaan ten faveure van de persoonlijke vrijheid? Het aantal burenruzies die gaan over geluidsoverlast loopt dan pas echt de spuigaten uit. En moeten we ons eigenlijk aan verkeersregels blijven houden? Mogen we iemand een klap op diens gezicht geven als ons dat niet aanstaat? Waar houdt het op wanneer vrijheid voor beschaving uit gaat?

Wat mensen ook doen, of er nu een onschuldige hardloper die een vliegje in heeft geademd wordt uitgescholden, of dat anonieme schreeuwers het op sociale mediakanalen volkomen terecht vinden anderen uit te maken voor alles wat beledigend is, natuurlijk mág het, we leven hier in dit land in vrijheid en inderdaad, de vrijheid van meningsuiting is opgenomen in onze grondwet en iedereen is vrij te doen wat zij of hij wil doen. Maar ik denk toch dat de wereld een heel stuk zou mooier zijn als mensen de vrijheid van meningsuiting niet verwarden met het recht nare rommel uit te slaan. Net zoals dat het gewoon heel prettig zou zijn als mensen hun vrijheid nemen zo lang ze daar andere mensen maar niet mee lastigvallen.

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Media, Nieuws, Persoonlijk, Politiek | Tags: , , , , , | 3 reacties

#blijfthuis!

heuvelstraatIk weet niet hoe het met jullie zit, maar ik kan er geen chocola van maken. En heb ik het niet eens over de ‘anderhalvemetersamenleving’, dan wel de ‘anderhalvemetereconomie’, die volgens mij (en te oordelen naar wat ik lees en hoor, niet alleen volgens mij) totaal onwerkbaar en absoluut onrealistisch is, maar over het beleid rondom winkelen in het centrum in de stad waar ik woon, Tilburg.

Sinds 28 april zijn eindelijk de winkels weer geopend in het centrum, en onder het alom gepromote credo dat je de plaatselijke ondernemers moet steunen, dan wel met een herboren gevoel van in ieder geval een beetje meer vrijheid en normaliteit, trekt half Tilburg er vervolgens op uit om een rondje te maken langs de lokale middenstand. Om vervolgens te worden geconfronteerd met grote, gele borden, waarop te lezen valt: ‘Kom alleen! En alleen voor noodzakelijke boodschappen.’ En bij thuiskomst te horen dat Tilburgs burgemeester Theo Weterings de Tilburgers elk weekend opnieuw oproept om alsjeblieft thuis te blijven en niet te komen winkelen in het centrum van de stad (hij “overweegt maatregelen als het komend weekend weer misgaat”).

Om eerlijk te zijn vind ik dit alles heel moeilijk te rijmen. Er wordt ons op het hart gedrukt alsjeblieft de winkeliers te steunen, maar dat mag dan ook weer niet al te enthousiast. En winkelen doe je in de meeste gevallen niet alleen voor noodzakelijke boodschappen, dat doe je ook voor je plezier. Over het algemeen, in een normale situatie, komen mensen op zaterdagmiddag, na een week hard werken, naar een winkelcentrum toe om wat te browsen: een beetje wandelen, winkeltje in, winkeltje uit, boeken snuffelen bij Gianotten en impulsief de nieuwe Nicci French kopen, even de markt over, en o nu we toch bij de Handyman in de buurt zijn nemen we even stofzuigerzakken mee. (Gewoonlijk kun je dan ook nog even ergens op een terras gaan zitten om een kopje thee te drinken, maar nu dat onmogelijk is omdat de horeca tot nader order gesloten is, blijft iedereen natuurlijk maar rondwandelen, waardoor, jawel, de winkelstraten drukker blijven. Gna.) Afijn, wat ik wil zeggen: of het ook voor andere mensen geldt weet ik niet, maar als ik naar de stad ga, dan ga ik zelden of nooit voor noodzakelijke boodschappen (en strikt genomen mag ik nu dus niet naar het Tilburgse winkelcentrum).

In een artikel van 3 mei op de site van de Volkskrant verzucht Monique Kerkhof, manager van mannenmodezaak State of the Art in Den Bosch: “Hier wordt een dubbel signaal afgegeven: je bent welkom in Den Bosch, maar eigenlijk ook niet.” Kerkhof verwoordt precies hoe het hier in Tilburg (en waarschijnlijk in andere dorpen en steden) ook is: kom winkelen! Maar eh, toch ook eigenlijk niet…!

Ondertussen is de parkeercapaciteit van de parkeergarage op het Pieter Vreedeplein in Tilburg al fors verminderd, in de hoop dat mensen die niet kunnen parkeren omdat de parkeergarage niemand meer toelaat zullen omdraaien en terug zullen gaan naar huis. Het is een manier om mensen weg te houden uit het centrum van Tilburg, dat klopt. Maar kun je het mensen kwalijk nemen dat ze proberen weer ‘gewone’ dingen te gaan doen? Helemaal wanneer ze er wel min of meer toe worden opgeroepen? Zeg het maar.

Geplaatst in Bericht, Nieuws, Persoonlijk, Politiek, Schrijfsels | Tags: , , , , | 2 reacties

Dromen

helderziende

In een artikel over dromen (in dit geval over dat de dromen die mensen hebben op het moment sterk worden beïnvloed door wat ‘de coronacrisis’ heet te zijn) stond de openingszin van de tweede alinea dik gedrukt, en nog voordat ik de eerste alinea had gelezen zag ik die tweede zin en pakte ik mijn laptop om wat te schrijven omdat ik er iets over kwijt moet. Er stond: “Hoe bizar onze dromen ook zijn, ze komen altijd voort uit ervaringen die we overdag meemaken.”

Daarna ging de schrijver van het artikel, met behulp van antwoorden die zij kreeg op haar vragen van slaapexperts, in op hoe dat in zijn werk gaat. (Het artikel vind je hier, als je het wilt lezen.) Er staan interessante en zeker ook ware beweringen in, dat staat buiten kijf. Maar dat dromen altijd voortkomen uit ervaringen die we overdag meemaken is niet altijd, dan wel niet voor iedereen, waar. Voorbeeld? Komt ie.

Op een morgen werd ik wakker uit een angstaanjagende droom, die ik me compleet en tot in detail kon herinneren. In de droom stond ik in een grote hal, waarvan ik zeker wist dat het de hal van het World Trade Center in New York was. Er heerste grote paniek. Niemand wist wat er aan de hand was en niemand wist wat hij moest doen. Er renden mensen naar binnen op wiens gezichten doodsangst te lezen was, anderen stonden maar wat naar buiten te kijken. Er waren brandweermannen in de hal, heel veel brandweermannen. Mensen op het plein voor het WTC stonden stil en keken naar boven, naar iets wat blijkbaar in de torens gaande was. Uit de lucht buiten regende het papieren, alsof er net flyers waren rondgestrooid door een vliegtuigje, en andere snippers die wel leken op as, en dingen die leken op stukken steen en stukken van balken of iets dergelijks. Een man die naar binnen kwam gerend riep: “It’s war!” En ik dacht, nietwaar, er zijn geen bommen gevallen, niemand heeft raketten afgevuurd, er is geen oorlog. Maar ik wist wel dat er iets verschrikkelijks gebeurd was. Op het moment dat dit tot me doordrong, werd ik wakker. Het was zondagmorgen, 9 september 2001.

Ik was nog nooit in New York geweest. Ik had er geen idee van hoe de hal van het WTC eruitzag. Het plein voor het WTC kende ik alleen uit films. Ik weet niet wat oorlog is. En ik had geen flauw idee wat ik gedroomd had. Het was zo angstaanjagend dat ik trillend in mijn bed zat en ik kwam de hele dag niet van de beelden af die ik in mijn droom had gezien.

Op videobeelden die een Franse student twee dagen later maakte, terwijl hij samen met een collega-student een dagje meeliep met een korps van de brandweer van New York City, zag ik later precies, maar dan ook precies terug wat ik in mijn droom had gezien. De hal van het WTC. De enorme paniek bij de mensen. De brandweerlieden. De papieren en, ja, de as en stukken van het gebouw die uit de lucht kwamen gevallen.

Dit is maar één voorbeeld, maar ik kan je vertellen dat lang niet al mijn dromen “voortkomen uit ervaringen die ik overdag meemaak”. Natuurlijk heb ik ook dromen die gewoon wel een samenraapsel zijn van dingen die mijn hersenen emotioneel proberen te verwerken tijdens de slaap, zoals dat bij iedereen het geval is. Maar soms zit er iets tussen wat er gewoon nog niet was. En er zijn dingen die ik veel liever niet van tevoren zou dromen, maar het gebeurt nu eenmaal, ik kan het niet tegenhouden.

Slaapexperts en psychologen kunnen beweren wat ze willen, maar er zijn ook dingen die (in ieder geval nu nog) niet verklaarbaar zijn met uitleg over hersengebieden en -circuits, de remslaap, stress en goed, slecht, kort of lang slapen. Sommige mensen hebben dromen over dingen die nog moeten gebeuren. En ja, ik ben zelf ook een scepticus. Maar dit is er, daar kan ik niet onderuit: ik maak het zelf mee.

Over wat men nu de coronacrisis noemt, droomde ik overigens sommige dingen ook vooraf. Dat onze vrijheden ingeperkt zouden worden, droomde ik beide keren dat het gebeurde een dag van tevoren. Dat mensen zouden gaan hamsteren droomde ik in het weekend voordat het gebeurde. In één van de punten die de schrijver van het artikel en de geraadpleegde experts maken, hebben ze zonder meer gelijk: ook mijn dromen worden sterk beïnvloed door de coronacrisis.

TOEVOEGING: Met deze blog bedoel ik niet mezelf heel belangrijk te maken door te beweren dat ik voorspellende dromen heb. Wat ik wil zeggen is: de wetenschap weet (lang) niet alles; dromen komen *niet* altijd voort uit ervaringen die we overdag meemaken.

Geplaatst in Bericht, Dromen, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Nieuws, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | 12 reacties

Dankbaar

Dat ik een diep gevoelig mens ben, dat wist ik natuurlijk al lang. Het minste kan me raken, en op sommige dagen krijg ik er zelfs tranen van in mijn ogen als mijn kater Daley spint wanneer ik hem aai. Hoe veel en diep ik kan voelen, merk ik nu pas echt. In deze crisistijd. Er zijn zo veel dingen waar ik intens dankbaar voor ben, en zo veel dingen waar ik met heel mijn hart van hou. Dat merk ik nu pas echt omdat ik die dingen mis, of juist omdat die dingen de dingen zijn die binnen handbereik blijken te zijn.

Wil je weten over welke dingen ik het heb? Goed, een kleine bloemlezing dan…

Ik ben dankbaar voor de vrijheid waarin ik mag leven, hier in Nederland, en in Europa. Het is een voorrecht om in dit land geboren te worden en te mogen wonen en werken. Nederland is een vrij en werkelijk prachtig land.

Ik ben er dankbaar voor dat ik elke dag gewoon naar buiten mag gaan als ik wil, dat ik de fiets of de auto of gewoon mijn wandelschoenen kan pakken en weg kan gaan naar een andere plek. En dat ik daarna weer naar huis kan, naar mijn huis, naar mijn thuis, het huis waarin allerlei dingen zijn waar ik enorm van hou, van mijn Daley, de bloemen op mijn tafel en mijn Magnatspeakers tot mijn bed en mijn kleren en de druivenstruik in mijn tuin. En dat daar ook in deze crisistijd geen beperking voor geldt. Ik mag me vrij bewegen als ik dat wil, en dat vind ik ongelofelijk heerlijk.

Ik ben dankbaar voor de supermarkt waar ik vlakbij woon en waar de rekken elke dag weer opnieuw tot de nok toe gevuld zijn, en voor de aardige medewerkers in die supermarkt, voor de glimlach van een kassadame en voor de korte gesprekjes met andere bezoekers van die supermarkt, en het begrip dat mensen ineens op blijken te kunnen brengen voor elkaar.

Ik hou ontzettend van de plek waar ik woon, aan de vijver, in mijn oude huisje. En van mijn stad, Tilburg – lief, prachtig, moedig Tilburg, wat ben ik gek op je, met je geschifte winkelcentrum en je prachtige LocHal en het kroepoekdak op het station.

Ik hou enorm van de voetbalclub hier om de hoek, Willem II, veel meer dan ik ooit had kunnen vermoeden. Nee jongens, ik wil het geld van het kaartje dat ik heb voor nooit meer gespeelde wedstrijden niet terug – jullie hebben het hard genoeg nodig. Volgend seizoen zien we elkaar hopelijk weer!

Ik hou van de theaters in Tilburg en van poppodium 013. Ik hou van het tuincentrum hier vlakbij en zelfs van de fucking snelweg die niet al te ver van mijn huis ligt.

Ik hou van het feit dat we in dit land gewoonlijk overal naartoe kunnen en mogen, zonder dat iemand daar schriftelijke toestemming nodig heeft en zonder dat iemand vraagt wat je, bijvoorbeeld, als Tilburger komt zoeken in Amsterdam of Groningen.

Ik hou geweldig van mijn vrienden, jullie weten wie jullie zijn en ik kan niet genoeg zeggen hoe gek ik op jullie ben. Ik kan niet wachten tot we weer samen een wijntje kunnen drinken, tot we weer naar onze favoriete cafés toe kunnen voor koffie, of om bitterballen te eten of een borrelplaat te bestellen.

En ik hou van mijn familie, altijd, en voor altijd, en ik mis mijn papa en mama het allermeest van iedereen die ik mis, en tegelijkertijd ben ik zo dankbaar dat ik jullie kan missen omdat jullie er wel zijn. Ik zie jullie heel snel weer, als ik naar die andere plaats in Nederland toe kom waar ik zo enorm van hou. En hopelijk kunnen we veel sneller dan verwacht weer samen, met z’n vijven, naar het stamcafé van ons gezin. Nog zo’n plek waar ik van hou.

Ik heb een prachtig leven, gevuld met fijne dingen, lieve dieren, mooie plekken en fantastische mensen, en nu het voor dit moment niet ‘live’ kan knuffel ik jullie allemaal maar even virtueel. Tot snel allemaal. Hou vol!

2020-04-28 13.31.48_s

Geplaatst in Bericht, Inspiratie, Lief dagboek, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , , , , | 5 reacties

Samenhang

Earth as seen by HubbleAan het einde van vorig jaar, een eeuwigheid geleden die nog maar vier maanden blijkt te beslaan, las ik in de Volkskrant een interview met hoogleraar milieukunde en medeoprichter van het Sustainable Finance Lab, Klaas van Egmond. Het ging over zijn boek, Homo Universalis, en over de jaren twintig van de vorige eeuw, want die zaterdagkrant was daaraan gewijd.

Waarom ik een interview uit december 2019, een hele wereld geleden, aanhaal, vraag je? Nou: het interview, zowel als het boek, is het lezen meer dan waard en de inhoud van beide kan een waardevolle bijdrage zijn aan de huidige politieke en sociaal-maatschappelijke discussie. Nee, niet die over COVID-19 en de momenteel geldende maatregelen tegen de verspreiding van het virus (hoewel ik denk dat Van Egmond best zinnige dingen kan zeggen over het langzamerhand terugdraaien van die maatregelen). Maar discussies die vóór COVID-19 en alle ellende daaromtrent gevoerd werden, en in de toekomst sowieso weer gevoerd moeten worden: over bijvoorbeeld klimaatverandering, populisme, migratie en het huidige financiële bestel.

Van Egmond stelt dat uitspraken als ‘de Eerste Wereldoorlog veroorzaakte de crisis, en die veroorzaakte de Tweede Wereldoorlog’ te mechanistisch zijn. Hij zegt dat de aanleiding in veruit de meeste gevallen zit in de basisbehoeften: “De Franse Revolutie is getriggerd door hongersnood. De oorlog in Syrië is getriggerd door droogte.” Van Egmond beweert naar aanleiding daarvan dat er grote onderstromingen zijn, waarmee hij bedoelt dat vooral de tijdgeest bepaalt wat voor gevolgen bepaalde aanleidingen hebben.

Op het moment hoor je veel dat de huidige COVID-crisis een gigantische economische recessie tot gevolg zal hebben, en dat we in het ergste geval weer holbewoners worden. Dezelfde geluiden hoorde je ook tijdens de financiële crisis van 2008 tot 2014. Even los van dat ik niet verwacht dat we holbewoners zullen worden in de komende tijd, is het ook nog maar de vraag hoe een eventuele komende recessie zal uitpakken en wat de gevolgen zullen zijn.

De voorspellingen die experts, columnisten en andere gegadigden doen zijn over het algemeen gestoeld op ervaringen uit het verleden, die vervolgens worden geprojecteerd op de toekomst. Maar de toekomst is voor alles en iedereen koffiedik kijken. Helemaal als je beseft dat de ene toekomst de andere niet is. De komende recessie is niet de vorige recessie. De huidige crisis is niet de vorige crisis. Deze pandemie is niet de vorige pandemie, of de pandemie die daarvoor kwam.

In het artikel in de Volkskrant zegt Klaas van Egmond dat het onze maatschappelijke doelstelling zou moeten zijn dat wij ons bewuster worden van onszelf en onze omgeving. “Alle problemen die we nu hebben,” stelt hij, “hebben te maken met een gebrek aan bewustzijn; we zijn te dom om te snappen dat alles met elkaar samenhangt.” Vandaar dat het ons collectief ook maar niet lukt een visie te ontwikkelen, zowel voor het klimaat als voor de vluchtelingen als voor de financiële problemen en ongelijkheid in de wereld, om er maar drie uit te pikken, die leidt tot blijvende oplossingen die voor iedereen acceptabel en bereikbaar zijn. Het enige waar wij (ik scheer de mensheid voor het gemak even over één kam) over het algemeen mee bezig zijn, is dat alles groter moet. Een groter huis, een grotere auto, een grotere reis tijdens de vakantie, een grotere uitkering aan de aandeelhouders, een grotere economie, een nog grotere economie, en een nog grotere. Maar het kan helemaal niet meer groter.

De beste plaats om te beginnen met bedenken welke kant het dan op moet, als het niet groter kan, is in de financiële sector. In het geld. We hebben onze wereldwijde financiën zo ingericht, dat geld alleen maar stroomt naar de plaats waar het grootste rendement te halen valt, dus waar je weinig naartoe hoeft te brengen om er veel uit te kunnen halen. Daarvan worden kwetsbare mensen en gebieden het slachtoffer – het kost niks om het regenwoud af te branden, maar het vlees van de runderen die je er vervolgens laat rondlopen (en die een niet te verwaarlozen bijdrage leveren aan de uitstoot van broeikasgassen) brengt veel geld in het laatje. En de hele wereld is te koop tegenwoordig, dus er kan, bijvoorbeeld, heel veel natuur vernietigd worden om duur te verkopen soja en palmolie te verbouwen, wanneer iemand maar de centjes heeft om een stuk land te kopen.

Daarnaast moeten we er echt eens bij stilstaan dat het misschien helemaal geen ramp is om geen economische groei te hebben. Met als belangrijkste reden dat het gewoon niet meer kan: we maken ons leefgebied (zijnde de planeet waar we nou eenmaal op zitten en waar we er maar eentje van hebben) onherstelbaar stuk wanneer we willen dat de economie maar blijft groeien. Van Egmond zegt daarover: “We moeten naar een stationaire economie.” Een economie die niet groeit, dus. En daarvoor moet de manier waarop wij denken radicaal veranderen.

We hebben nogal een taak, lieve mensen die op dit moment leven op deze prachtige aarde. En dan heb ik het niet eens over dat we ‘alleen samen corona onder controle krijgen’. De uitdagingen die er al lagen, zijn er na de COVID-crisis nog altijd – wellicht zelfs nog uitvergroot. We hebben niet veel tijd meer om te handelen om de toekomst van onze soort op deze planeet veilig te stellen. En het is een heidens karwei waar we echt allemaal een serieuze bijdrage aan moeten (ja, moeten!) leveren. Maar medemensen, volgens mij kunnen we dat met z’n allen best. De mensheid vindt al honderden jaren oplossingen in moeilijke tijden, dat zit in onze aard en we hebben er ook niet voor niets de hersenen voor. Het is alleen zaak om niet geld (of de economie), maar iets simpels als leefbaarheid centraal te stellen in onze gezamenlijke toekomst. En ons er eindelijk van bewust te worden dat alles, maar dan ook alles, met elkaar samenhangt.

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Media, Nieuws, Persoonlijk, Politiek, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , | 1 reactie

Toekomstig

far awayVandaag las ik ergens het volgende: “Wat haal je uit deze tijd? Hoe ga je deze periode gebruiken voor je toekomstige zelf?” Dit zijn vragen die ik zelf ook had kunnen stellen – aan mezelf, of aan een ander – maar nu gingen mijn stekels ervan overeind staan. Tijd om eens na te gaan waarom dat gebeurde.

Hoe het met jou zit weet ik niet, maar ik heb op het moment een beetje moeite (nou ja, zeg maar rustig een heleboel moeite) met nadenken over ‘mijn toekomstige zelf’. Niet zo zeer omdat ik me mijn toekomstige zelf niet voor kan stellen, of omdat ik niet weet wat ik wil, welke kant ik op wil en wat ik graag uit mijn leven wil halen. Maar omdat het zo ver weg lijkt, en omdat ik het heel moeilijk vind om over de komende twee, drie, vier of zelfs zes maanden heen te kijken.

En ook omdat ik eerlijk gezegd nog helemaal niet weet wat ‘deze tijd’ of ‘deze periode’ eigenlijk is. Misschien is het juist dat laatste wel: met mijn toekomstige zelf heb ik niet zo veel moeite, maar wat is deze tijd, wat is deze periode? Welke betekenis hang ik aan wat er nu (wereldwijd) gaande is? Kan ik wel vaststellen hoe ik ‘deze periode’ ga gebruiken voor mijn toekomstige zelf als ik totaal geen idee heb van wat deze periode is? Wat zijn de grenzen van deze periode? Wat definieert deze periode?

Ik vind het heel moeilijk om te bedenken hoe ik wat er allemaal gebeurt (en wat er allemaal stilstaat en niet gebeurt) ga toepassen om een ‘beter’ mens van te worden. Daar heb ik parameters voor nodig. Een begin en een einde. Want alleen dat kan ik bepalen wat ertoe doet, en wat niet, en hoe ik dat ga gebruiken voor ‘mijn toekomstige zelf’. Of ben ik nu te veeleisend voor mezelf, dan wel voor de tijd waarin we leven?

Eerlijk gezegd ben ik op dit ogenblik sowieso een beetje klaar met de tsunami aan opbeurende, spirituele, filosofische spreuken en adviezen waar ik op sommige sociale media tegenin moet zwemmen. Meestal vind ik dat soort dingen wel leuk om doorheen te grasduinen (en soms strooi ik er ook wel mee), maar ik kan er momenteel echt helemaal geen kant meer mee op.

Opbeurende, spirituele, filosofische spreuken zijn heel geschikt voor wanneer je persoonlijk vragen hebt over je eigen bestaan, of zelf in een persoonlijke crisis verkeert, en als de rest van de maatschappij is wat hij is en gewoon doorgaat zoals te doen gebruikelijk is. Maar als de maatschappij zoals nu zo’n beetje compleet tot stilstand is gekomen, dan slaan sommige van die spreuken echt nergens meer op.

Wat kan ik met “The meaning of life is to give life meaning” in een tijd dat me gevraagd wordt zo min mogelijk mijn huis te verlaten omdat het zorgsysteem overbelast zou kunnen raken doordat er een virus rondwaart dat bij sommige mensen een ernstige longaandoening kan veroorzaken? Wat moet ik met “Be kind to yourself” op dit moment? (Al was het alleen maar omdat sommige van de dingen die ik doe om aardig te zijn tegen mezelf op het moment gewoon keihard niet kunnen of zelfs mogen…!)

“Je bent goed zoals je bent,” en “Jij bent het waard!” Heerlijk om te horen als je er even doorheen zit met jezelf. Maar op dit moment? Als jullie wel uit de voeten kunnen met deze kreten in deze tijd, laat mij dan alsjeblieft even weten op welke manier dan…

Serieus, mensen. Hebben jullie tips? Deel ze even…

Liefs.

Geplaatst in Bericht, Inspiratie, Lief dagboek, Nieuws, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , , , | 6 reacties