You can’t always get what you want

Vele jaren geleden zat ik in een café in Amsterdam te smachten naar een jongen. Hij was barman in datzelfde café en hij was alles wat ik wilde in mijn leven. Ik wilde zo graag dat hij met mij zou zoenen dat het me niet uitmaakte dat hij ook met andere meisjes zoende; ik was verschrikkelijk blind verliefd op hem. Met de vriendinnen die bij mij aan een tafeltje zaten had ik het over hem en ik zei onomwonden: “Ik wil hem gewoon.”

Bijna op hetzelfde moment startte de DJ van het café een nieuwe plaat in. En wel You Can’t Always Get What You Want van de Rolling Stones.

Toeval? Natuurlijk joh.

Maar natuurlijk kreeg ik die jongen niet. En dat is maar goed ook, want hij was hij een rotzak en een oplichter, zoals zo veel jongens die weten dat ze aantrekkelijk zijn.

Afgelopen zondagavond zat ik thuis te mokken. Niet alleen omdat ik alweer om negen uur thuis was vanwege de op het moment in Nederland geldende avondklok, maar vooral omdat ik vind dat het niet goed wil vlotten met mijn praktijk als coach, schrijver en spreker. Nou weet ik niet hoe het met jou zit, maar ik praat hardop tegen mezelf als er verder niemand bij is; wellicht is dat een tic van alleenwonenden, ik zou het niet weten, maar ik doe het in ieder geval wel. Afijn, ik zat dus hardop tegen mezelf te mokken en ik zei op een gegeven moment hardop: “Ik wil gewoon nu vet geld verdienen, oké?”

Er stond iets aan op televisie waarvan op dat moment de titelrol begon te lopen en onder die titelrol begon muziek te spelen (zoals onder elke titelrol muziek zit). Het nummer werd uitgevoerd door Ituana in een versie die niet in de verste verte op de blues van de Rolling Stones leek, maar het was wel hun nummer: You Can’t Always Get What You Want.

Toeval, uiteraard.

De volgende morgen stond ik op, ik gaf Daley de Poez zijn brokjes en kleedde me aan, nog steeds een beetje in de stemming van de avond ervoor, en terug in de woonkamer zette ik zoals elke dag de radio aan. Er begon net een nieuw nummer. Ja, één keer raden. De Rolling Stones met You Can’t Always Get What You Want. Nu moest ik er daadwerkelijk om lachen. Kom op zeg. Maar terwijl ik het nummer mee liep te zingen tijdens het zetten van een kop koffie drongen de woorden van het refrein pas echt tot me door:

We zijn altijd heel erg gericht op wat we willen, en een stuk minder op wat we echt nodig hebben. En daarom valt het ons ook altijd op dat we niet krijgen wat we willen: we winnen de Staatsloterij niet, we krijgen geen dure auto in onze schoot geworpen, we worden niet zomaar in het wild op straat ontdekt als fotomodel (tenminste, de meeste mensen niet). Je krijgt nou eenmaal niet altijd wat je wilt. Maar niet omdat het leven oneerlijk is: je krijgt niet wat je wilt omdat je het niet nodig hebt. Want wat je nodig hebt, dat krijg je bijna altijd. Omdat we daar niet op letten, valt het ons nooit op. Maar het is wel zo. Daar kun je blind op vertrouwen. Het is aan jou om het te zien, en ermee te doen wat voor jou belangrijk is.

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Muziek, Persoonlijk, Psychologie, Schrijfsels | Tags: , , , , | 3 reacties

Intuïtie

Gistermorgen was ik (online) bij een inspirerende bijeenkomst van de Compassieclub van psycholoog, trainer en mijn vriendin Elisabeth van Heiningen. In die bijeenkomsten hebben we het over aardig zijn voor jezelf en zacht zijn voor je eigen gevoelens. Ja, ja, vind daar maar wat van, met je kritische verstand (je noemt het waarschijnlijk meestal ‘gezond verstand’).

Juist daarover ging het dus ook: over kritisch verstand. Want dat zit iedereen nog wel eens in de weg. Ja, ook jou! Het gebeurt jou ook wel eens: dat je vanuit je gevoel iets wilt doen, en dat je gezonde kritische verstand zegt: nou, dat lijkt me geen goed idee, we doen wat anders.

Abstract? Oké, een voorbeeld. Een tijdje geleden was ik met de auto op weg naar huis vanaf mijn zus en zwager. Dat is maar een stukje van acht kilometer, dus gewoonlijk ben ik er binnen een kwartier. Ergens halverwege kreeg ik ineens de ingeving een kleine omweg te maken: niet via de weg die ik altijd rijd, maar over de snelweg. Waarop mijn kritische verstand onmiddellijk zei: ja, nee dus, we wilden toch snel naar huis? En dus sloeg ik niet rechtsaf naar de snelweg, maar reed ik rechtdoor. Een paar minuten later stond ik stil. Er was een ongeval gebeurd, echt nog maar net, en de weg was afgesloten door de politie. Ik kon geen kant op. Als ik vertrouwen had gehad in mijn ingeving was ik misschien een stukje omgereden, maar dan was ik wel in één keer doorgereden naar huis. Maar daar stond ik dan, op nog geen vijf minuten afstand van mijn voordeur. De opstopping duurde bijna een uur.

Hoe vaak gebeurt het niet dat we niet vertrouwen op ons gevoel, op onze intuïtie? Terwijl dat juist hetgeen is waar we altijd vertrouwen in kunnen hebben. Het is er niet voor niks. Maar we redeneren het meestal weg met ons zogenaamde gezonde verstand. Afijn, daardoor stond ik dus deze keer een uur in de file.

Vorige week reed ik naar mijn beste vriend toe, die iets voorbij Eindhoven woont. Ik zat nog op de A58 toen mijn intuïtie tegen me zei: “Rij straks maar over de N2 in plaats van over de A2.” Voor mensen die niet bekend zijn met de snelwegen rond Eindhoven: de A2 is gewoon snelweg, op de parallel aan de A2 lopende N2 mag je maximaal 80 kilometer per uur. Gewoonlijk zou je, met je gezond verstand, dus kiezen voor de A2, want dat is sneller. Maar goed, ik besloot dus te vertrouwen op mijn ingeving. En terecht. Want de A2 aan de westzijde van Eindhoven stond dus muurvast na een pas gebeurd ongeval.

Nee, natuurlijk gebeurt dit me niet alleen in verkeerssituaties. Maar deze voorbeelden illustreren wel hartstikke duidelijk wat ik wil zeggen: heb vertrouwen in jezelf en wat je gevoel je ingeeft. Luister naar jezelf. Ook al probeert je ‘gezond’ verstand je iets anders te vertellen.

(Wil je een keer sparren over hoe je meer zou kunnen vertrouwen op je intuïtie? Bel me! Kost je niks. 06 27 29 51 15. Of stuur een mailtje: hallo@jackles.com)

(Ben je benieuwd naar de Compassieclub? Kom erbij! Meer informatie vind je op https://www.compassieclub.nl/.)

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Psychologie | Tags: , , | 8 reacties

Let’s Dance

“Zo hoeft het niet te gaan.”
Ik lig voorover op de tafel met mijn hoofd in mijn armen en ik kijk op. Niet zozeer omdat ik geïnteresseerd ben in wie er tegen me praat, maar omdat ik ervan schrik dat er überhaupt iemand is. Ik ben de enige in mijn huis, ik heb niemand binnengelaten, er kan helemaal niemand zijn.
En toch is hij er.
Er staat een man in de deuropening van de kamer, iemand uit een andere tijd, iemand met geblondeerd haar dat in een fraaie kuif over zijn voorhoofd valt. Hij draagt een lange jas met brede schoudervullingen, ruimvallende kleren. Zijn mond is gekruld in wat uitgelegd kan worden als een arrogant lachje, maar ik zie dat het dat niet is.
Hij brengt zijn rechterhand naar zijn mond en neemt een lange haal van de sigaret die hij tussen zijn vingers blijkt te hebben. Hij draagt handschoenen. Van onder zijn halfgesloten oogleden kijkt hij naar me terwijl hij de rook van de sigaret langzaam uitblaast.
Ik schud mijn hoofd. Wil iets zeggen, maar ik heb geen idee wat.
Hij grijnst. Knipoogt.
Het is een tijd stil tussen ons. Ik merk dat ik mijn hoofd nog steeds schud, zij het minder zichtbaar, alsof ik probeer een bepaalde ongelovigheid weg te schudden. Dat lukt natuurlijk niet. Uiteindelijk vraag ik: “Wat doe je hier? Je weet helemaal niet wie ik ben.”
De man zucht, slaat zijn ogen neer. Hij antwoordt niet. In plaats daarvan zegt hij na even: “Ik meen het. Het hoeft zo niet te gaan. Het is echt niet nodig om jezelf door je leven heen te martelen.”
Nu grijns ik, licht. “Zeg jij.”
Hij kijkt me aan. “En je weet dat je me kunt geloven.”
Ik haal diep adem maar heb niets, helemaal niets terug te zeggen.
Na een tijdje glimlacht hij. “Je vraagt je af waarom ik naar jou toe kom.”
Ik maak een onduidelijke beweging met mijn hoofd, knipper even met mijn ogen. “Ja,” zegt ik uiteindelijk.
“Je vraagt je af of er niet veel meer veel interessantere mensen zijn waar ik vandaag naartoe zou kunnen gaan.”
Ik probeer naar hem te glimlachen maar merk dat ik ineens moet huilen.
De man maakt een half knikkende beweging met zijn hoofd. Hij negeert mijn tranen, of tenminste, ik denk dat hij dat doet. “Ik heb al een heleboel mensen bezocht,” zegt hij kalm. “En ik ga er nog een heleboel zien.”
Ik doe een poging mijn gezicht droog te vegen, maar het heeft geen nut want mijn ogen houden niet op met tranen.
“Het is een drukke dag.” Hij lacht, kort, maar gemeend en wat verlegen. “Dus herinner je wat ik heb gezegd. Zo hoeft het niet te gaan.” Hij laat een korte stilte vallen, een stilte die extra nadruk legt op wat hij zojuist zei. “Oké?”
Ik haal diep adem. Knik. Na even lukt het me om iets terug te zeggen. “Oké.”
Er komt weer een licht glimlachje op zijn gezicht. “Pas op hè. Ik kom checken of je het je herinnert.” En voordat ik de tegenwoordigheid van geest heb om iets terug te zeggen: “Op momenten dat je het juist niet verwacht.”
Met een klein lachje knik ik weer naar hem. “Zoals nu.”
“Ja,” zegt hij. “Zoals nu. Of over vijf jaar. Wie weet.”
Als ik knipper met mijn ogen is hij weer weg.

Geplaatst in Inspiratie, Milo Morris, Muziek, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 7 reacties

Minimumloon

In een column in Volkskrant Magazine van afgelopen zaterdag schreef Julien Althuisius over dat sommige mensen heel hard roepen dat het best makkelijk is om zo rond je 35e al te gaan rentenieren. Het ging om een beweging die zichzelf Fire noemt, wat staat voor Financial Independence, Retire Early. Het punt van die beweging: als je zuinig aan doet, kun je supervroeg stoppen met werken. Hoera! Waanzinnig!

Je voelt hem al: Julien en ik worden opstandig van dergelijke beweringen. Want zuinig aan doen en dan lekker centjes overhouden om voor je 40e te gaan rentenieren is echt voor zo goed als niemand weggelegd. Als je, zoals een voorbeeld dat Althuisius in zijn column aanhaalt, twee keer modaal verdient maar toch constant rood staat, dan is er inderdaad veel, wat zeg ik, héél veel winst te behalen. Dan moet je gewoon minder uit eten, niet elke dag meer nieuwe dingen kopen voor je huis, wat minder borrelen, wat abonnementen opzeggen van bladen die je toch nooit inkijkt en geen cocaïne meer laten bezorgen aan de voordeur.

De meeste mensen hebben die ruimte helaas niet. Gisteren ontving ik een mail van een vacaturesite (sinds mijn vertrek bij mijn werkgever heb ik me weer bij een aantal van die sites aangemeld) met als kop: “Ben je op zoek naar werk in deze moeilijke tijden?” Nu ben ik mezelf aan het profileren als zelfstandig ondernemer (verderkijker, auteur, coach), maar oké, mijn interesse is gewekt, kom maar op. Wat er echter aangeboden werd is abominabel.

Het uurloon dat vermeld werd in de vacature is, schrik niet, € 10,- bruto. Noem me verwend, maar ik kan er met mijn verstand niet bij dat dit acceptabel genoemd wordt, ongeacht het gevraagde opleidingsniveau. Mocht ik solliciteren en deze baan krijgen, dan verdien ik met een volledige werkweek van 40 uur niet eens voldoende om mijn vaste maandlasten te betalen. In het kort: dan komt er hier in huis geen eten meer op tafel.

Ik kan echt niet de enige zijn die met een dergelijk salaris de eindjes echt nooit aan elkaar kan knopen. Het is volgens mij gewoon schandalig dat er mensen zijn die zich kapot werken en het dan moeten doen met een dergelijk karige vergoeding.

En dan zijn er dus mensen die zeggen dat je met een beetje besparen links en rechts best ruim voor je pensioenleeftijd kunt gaan rentenieren. Ja, die mensen zullen er best wel zijn. Maar voor het overgrote deel van de bevolking is dit absoluut niet weggelegd. Die werken zich het schompes voor nog geen € 1.500,- in de maand en moeten sparen om zelfs ook maar een winterjas te kunnen kopen.

Het Europees Parlement adviseerde enige tijd geleden alle landen van de Europese Unie het minimumloon te verhogen naar 60% van het doorsnee inkomen. Het niveau van het minimumloon in Nederland is nu slechts 43%. Dat is tragisch weinig. En weet dat er zo’n 2 miljoen mensen werken voor een vergelijkbaar bedrag. Die mensen komen amper rond. Evenals AOW’ers en uitkeringsgerechtigden overigens, want wat zij krijgen is gekoppeld aan dit minimum.

Tijd om ervoor te zorgen dat er een fatsoenlijk minimumloon komt. De FNV zet zich hier keihard voor in. Zij willen een minimumloon van € 14,-. Dat is niet meer dan fair. Mee eens? Teken dan de brandbrief op voor14.nl.

Geplaatst in Inspiratie, Lief dagboek, Media, Nieuws, Persoonlijk, Politiek | Tags: , , , , | 3 reacties

Nieuwe blog: Zekerheid

Eens iets anders: een link naar een blog op mijn eigen site, Jackles.com.

“Nee, ik heb last van iets waar het gros van de mensen last van heeft: ik wil zekerheid. En als we dingen nu eenmaal niet rechtstreeks kunnen beïnvloeden, dan maken we een schijnzekerheid voor onszelf; door alles te willen weten en snappen.”

Lees meer:

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Nieuws, Persoonlijk, Psychologie | Tags: , , , , , | 1 reactie

01. Luca

Het Frans is een prachttaal. Reconfinement. Mooi woord hoor. Maar je zult ermee te maken hebben. Zoals ik, hier in Parijs.
Vanaf vandaag, 30 oktober, mag iedereen maximaal één uurtje naar buiten.
Ik vraag me af wat de overheid denkt hiermee te bereiken. Zojuist zag ik op internet dat er twee dagen rellen waren geweest in Belgrado voordat de regering besloot de opsluiting van de burgers maar weer op te heffen. Je zou bijna hopen dat de Fransen, die immers opstanden en revoluties in hun bloed hebben, er een voorbeeld aan nemen.
Om eerlijk te zijn heb ik er geen idee van wat de implicaties zijn als we er wel of niet voor kiezen om iedereen maar weer thuis te laten zitten. Het enige wat ik weet is dat ik het de vorige keer, net voor de zomer, bijna niet uit te houden vond. En dan zeg ik het voorzichtig. Ik ben immers acteur, tot een paar maanden geleden stond ik bijna elke avond op het podium in New York en overdag meestal voor een camera op mijn filmopleiding aan NYU. Ik hou van publiek, ik hou ervan gezien te worden. Misschien gaat het niet eens te ver als ik zeg dat ik gezien móet worden, dat het een absolute eerste levensbehoefte van mij is om gezien te worden. Met dat in gedachten kun je je er denk ik wel een voorstelling van maken wat het met mijn hoofd doet als ik in mijn eentje opgesloten zit op mijn tweekamerflat in Montmartre.
Toen we gisterenmorgen samen in mijn bed wakker werden zei Céline tegen me dat ze gewoon blij is dat ze geld heeft om eten te kopen en dat ze een dak boven haar hoofd heeft, want zo veel mensen zijn er zo veel slechter aan toe. Ik zei dat je op die manier alles wel kapot kunt redeneren, maar dat soort dingen moet ik blijkbaar niet zeggen. Seks kon ik toen in ieder geval wel vergeten. In plaats van tot diep in de middag te vrijen, wat ik van plan was geweest, wilde zij ineens opstaan en koffie halen en weet-ik-wat. Winkelen. Winkelen, in hemelsnaam. “Toch niet nu,” zei ik tegen haar, en zij zei: “Natuurlijk wel nu, wie weet wanneer het weer kan!”
We gingen met ruzie uit elkaar, in één of ander veel te duur warenhuis. En nu zit ik hier in mijn eentje. Vorige week prees ik me nog gelukkig dat ik in Parijs was, nu wenste ik dat ik in New York was. Hoewel je natuurlijk ook niet weet hoe de situatie zich daar de komende dagen gaat ontwikkelen.
Ik kan wel huilen. Ga ik ook doen. Er is toch niemand die het ziet.

Geplaatst in Luca, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 2 reacties

Eerste zinnen

Zojuist, en dan bedoel ik echt zojuist zojuist, een half uur geleden of zo, ben ik begonnen met een nieuw verhaal. Heel actueel, ook nog, en dat is voor het eerst, want ik heb echt nog nooit fictie geschreven die heel letterlijk en herkenbaar in het heden speelde. Maar het huidige heden is moeilijk te omzeilen. Dus bedacht ik vanmiddag, toen ik door het sprookjesbos in de Efteling liep, dat het maar moest.

Afijn, ik bedacht dat ik de eerste zinnen hier deel. Kun je een beetje proeven. Zoals je hete soep van het puntje van een lepel proeft, maar een heel erg klein beetje en zo weinig dat je eigenlijk niet eens duidelijk een smaak kunt herkennen.

Waarom ik deze zinnen hier opschrijf? Omdat ik opgelucht ben. Niet meer en niet minder. Ik ben gewoon hartstikke opgelucht dat ik eindelijk, eindelijk, EINDELIJK weer eens fictie schrijf. Want columns zijn leuk, en je mening geven ook, maar ik ben geboren voor het schrijven van fictie.

Hoe dan ook. Het hele kleine beetje hete soep van de punt van de lepel, dan maar.

Het is 16 oktober 2020, iets van twintig over acht in de avond en het is afgeladen in Indiana Café aan Place Denfert-Rochereau. Ik zit aan een tafeltje met vijf anderen, twee mannen en drie vrouwen, we proosten met net gebrachte, grote, ijskoude glazen goudkleurig bier, iemand zegt: “Op de avondklok!” en daar wordt om gelachen alsof het de leukste grap van het jaar is. 
Het is een klotejaar. Iedereen weet dat het een klotejaar is. En vanaf vannacht, nul uur nul, moet iedereen hier in Parijs om negen uur ’s avonds binnen zitten. Tot zes uur in de ochtend, dan mogen we weer naar buiten. 
Wat ben ik blij dat ik geen hond heb die ik voor het slapengaan nog even moet uitlaten. Wat had ik moeten doen, hem laten pissen op het balkon? Doe me een plezier. 
Doe me een plezier, Marcon. 
Doe me een plezier, COVID-19.

Geplaatst in Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Weg met het duister!

“Je bent zo duister,” zei een jongen die mij probeerde te versieren ooit tegen me. Waarschijnlijk bedoelde hij het als compliment; ik nam het in ieder geval wel zo op. Wat hield ik ontzettend van het feit dat ik duister werd gevonden. Mysterieus, donker, licht ontvlambaar, onderhuids kolkend van woede. Ik schreef eens in een dagboek, naar aanleiding van een diepe boosheid die ik koesterde (achteraf vanuit een ingesleten slachtofferschap, waarvan ik echt geen idee had dat het er was): “Ik haat geld, ik haat geld nog meer dan mensen.”

Haatte ik mensen? Ja, ik haatte mensen. Dacht ik. Ik haatte verdomme van alles. Ik haatte mijn flat en mijn fiets en mijn banksaldo en mijn werk en het feit dat ik geen huisdier had en het feit dat andere mensen wel huisdieren hadden en… Serieus, ik had een ongelofelijk hekel aan zo’n beetje alles en iedereen. En ik droeg dat bij me als een trofee.

Achteraf hield ik op die manier gewoon alleen maar mensen op afstand. Blijf maar gewoon allemaal weg bij me. Ik ben namelijk eng! Duister! Boos! Blijf weg!

En zo ben ik dus helemaal niet. Het was een geweldig rookgordijn. Want ik ben, achteraf, juist hét voorbeeld van iemand die alles ziet door een roze bril. Ik zie altijd de leuke dingen. Je leest toch altijd dat mensen zich vooral de slechte dingen herinneren die er gebeurd zijn (dat heeft ermee te maken dat men vooral zou leren van slechte belevenissen)? Nou, dat heb ik dus helemaal niet. Als ik terugkijk op mijn lagere- en middelbareschooltijd, dan herinner ik me vooral alle leuke dingen. Ik weet echt wel dat ik verschrikkelijk gepest ben op school, en dat er best wat dingen waren die helemáál niet leuk waren (de jongen waar ik verliefd op was maar die op mijn hart ging staan omdat ik niet populair was, de leraar die me vertelde dat ik maar op moest houden met proberen omdat ik toch geen voldoendes zou halen voor zijn vak…), maar die dingen weet ik vooral alleen maar. Mijn echte herinneringen, de dingen waar gevoel aan vastzit, dat zijn vooral de leuke dingen.

Net zoals dat ik meestal alleen de positieve aspecten van iets zie. Was er een verandering op het werk waar iedereen negatief op reageerde, dan was ik degene in ons team die zei: “Maar kijk ook eens naar [noem een positief voorbeeld]!” Daarop werd ik met regelmaat versleten voor naïef, en als ik dan riposteerde dat diegene gewoon een pessimist was, dan kreeg ik te horen dat een optimist alleen maar een slecht geïnformeerde pessimist is. Die kreet is van Theo Maassen en hij staat prominent op een muur geschilderd in één van de parkeergarages in mijn woonplaats Tilburg – nee, niet als graffiti, maar daadwerkelijk gesubsidieerd opgeschilderd in opdracht van de beheerder van de parkeergarage. Alsof het een waarheid als een koe betreft. (Ik parkeer bij voorkeur niet in die parkeergarage omdat ik die uitspraak zo verschrikkelijk kortzichtig vind.)

Ja, ook jij mag nu zeggen dat ik naïef ben. Ik vind mezelf helemaal niet naïef. Ha.

Hoe dan ook: dat duistere, woedende van voorheen heb ik weggedaan. Ik ben namelijk een optimist, mensen. Ik heb een onwrikbaar vertrouwen in mensen, in wat we als soort kunnen bereiken, zowel op persoonlijk niveau als collectief. En dat betekent dat ik verbinding moet hebben. Dat ik andere mensen nodig heb. En, dus, dat ik niemand meer op afstand wil houden. Sterker: kom maar binnen, medemens. Ik hou van alles en ik hou van iedereen. Ik hou van de mensen die dicht bij me staan en ik hou van de klootzakken op deze aarde. Ik hou van de wereld zoals hij nu is en ik hou van wat wij als mensen kunnen maken van deze wereld. Ik hou van elke belofte die wij als mensheid intrinsiek hebben. Ik hou van alles wat wij kunnen, zowel in negatieve als in positieve zin, omdat ik ervan overtuigd ben dat we het goed gaan doen. Want dat is onze missie. Dat is onze collectieve opdracht.

Geplaatst in Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Persoonlijk | Tags: , , , | 3 reacties

Verliefdheid (een haiku)

Hij is gemaakt van

Fluweel en porselein en

Kwetsbaar rozenblad

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Milo Morris revisited

Van sommige mensen kun je geen afscheid nemen, zelfs al heb je ze zelf verzonnen.

Die avond zat Milo weer in de bar en hij dronk een glas rode wijn aan een tafeltje in een hoek vooraan in het etablissement terwijl hij de mensen observeerde. Hij had besloten dat hij twee glaasjes mocht drinken. Dit was zijn vierde.
Er kwam een jonge vrouw naar hem toe die ongevraagd in de pluchen stoel naast die van Milo ging zitten en hem speels aankeek. “Ben je niet wat jong om alcohol te drinken?”
Milo glimlachte wat hooghartig. “Ik ben ouder dan je denkt.” Dat was waarschijnlijk waar, want mensen schatten hem gewoonlijk jaren jonger in dan hij was. Wat niet wegnam dat hij hoe dan ook wel te jong was om te drinken. En ook behoorlijk veel jonger dan zij.
“Hoe oud ben je dan?”
“Het is niet netjes om mensen naar hun leeftijd te vragen.”
“Nee, het is niet netjes om vróuwen naar hun leeftijd te vragen.”
Milo keek haar een hele tijd aan voordat hij antwoordde. Op het moment dat hij zag dat ze zich ongemakkelijk begon te voelen onder zijn blik en zijn zwijgen zei hij: “Wat een seksistische gedachte.”
Ze sloeg haar ogen neer. Na even keek ze hem weer aan, maar ze wendde haar blik meteen weer naar het tafelblad toen ze zijn ogen ontmoette. “Ik val alleen op mannen die ouder zijn dan ik.”
Milo grijnsde een scheve grijns. Flirterig: “Jammer.”
“Je bent wel heel mooi.”
“Dat weet ik.”
Nu keek de vrouw hem weer recht aan. “Oh!” lachte ze. “Wat arrogant!”
Licht hoofdschuddend glimlachte Milo. “Nee hoor. Jij weet toch ook dat je mooi bent?”
Ze glimlachte ook maar zei niets terug.
Milo zette zijn glas op het tafeltje en schoof naar voren op zijn stoel. Zijn gezicht vlak bij dat van haar brengend zei hij zacht: “Wedden dat je ook best kunt vallen op mannen die jonger zijn dan jij?” En op het moment dat ze hem aankeek kuste hij haar.

Geplaatst in Milo Morris, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen