Glashelder

glashelderStiekem had ik gehoopt dat ze me tot 1 juli 2020 in dienst zouden laten blijven. Want dan was ik zo’n beetje op de dag af twintig jaar aan het werk geweest bij dit bedrijf. Maar langer dan de wettelijk vastgestelde opzegtermijn lieten ze er niet overheen gaan. Logisch natuurlijk, dus geen scheve gezichten.

In juli 2000 kwam ik er voor het eerst werken, als uitzendkracht en min of meer uit nood geboren omdat de huur nou eenmaal betaald moest worden. En omdat ik het destijds echt een geweldig mooi bedrijf vond; het maakte me helemaal niet uit in welke functie ik er zou gaan werken, ik wilde er gewoon bij zijn. Dus begon ik er aan de telefoon. Mijn toenmalige teamleider vertrouwde me ooit toe dat hij zijn hart vasthield voor ons sollicitatiegesprek, vanwege mijn CV. “Het is vast zo’n carrièrevrouwtje in een zo’n mantelpakje,” zei hij tegen de collega die samen met hem naar zijn eerste gesprek met mij kwam. Om op de roltrap naar beneden, toen hij me zag zitten aan de bar bij de receptie, samen met diezelfde collega opgelucht “Is ze dat? Yes!” te roepen (want ik bleek het tegenovergestelde van wat hij verwachtte).

Mijn uitzendcontract werd een detachering. En in maart 2002 een vaste aanstelling. En toen ging ik ook nog carrière maken binnen dat bedrijf, geloof het of niet. Van het aannemen van inkomende telefoongesprekken naar manager van één van de processen waar strenge audits op worden uitgevoerd. Daar deed ik best wel een paar jaar over natuurlijk, maar het ging ook best… vanzelf? Mag ik dat zo zeggen? Nou ja, achteraf lijkt het best wel vanzelf te zijn gegaan.

En vorig jaar kon ik dus ineens niet meer verder. Het werk was niet leuk genoeg meer, er werden dingen van me verwacht die ik niet wilde of kon leveren. Allerlei dingen gingen tegen mijn natuur in. Er werden dingen van mij gevraagd die ik niet kon verenigen met wie ik ben. En dus besloten mijn manager en ik dat het voorbij moest zijn.

Vandaag is het zover. Vandaag is de eerste dag na bijna twintig jaar bij deze werkgever. De eerste dag in mijn leven dat ik werkloos ben. Niet dat ik niet bezig ben met dingen, niet dat ik bang ben, of erg onzeker over welke kant het op moet met mij. Maar het is toch ook wel verdrietig. En niet eens omdat ik geen afscheid heb kunnen nemen op de manier waarop ik het had gewild; ik ga echt nog gewoon lekker borrelen met mijn ex-collega’s/vrienden van mijn werk, als de situatie zich weer een beetje normaliseert, dat ‘officiële’ afscheid komt er nog wel, dat is het niet. Maar een periode afsluiten is altijd heftig, op welke manier het ook gebeurt, of kan, of moet. Ik heb zo veel meegemaakt binnen de muren van het kantoor van mijn nu voormalige werkgever. Ik ben zo gegroeid als mens, ik heb zo veel kansen gehad. Ik heb er zo gelachen, en ik heb er zo gehuild. Ik heb er zo ontzettend veel mooie, lieve, leuke mensen leren kennen.

Twintig jaar, oké, negentien jaar en negen maanden, is nogal een periode. Een periode waar je volwassen in kunt worden. En volgens mij heb ik precies dat gedaan. Daarom was de tijd ook rijp geworden om te vertrekken.

En nu is het dus tijd voor iets nieuws. Waar ik ook al mee bezig ben. Om in goed Nederlands te spreken: watch this space.

Geplaatst in Bericht, Lief dagboek, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Lente

Earth as seen by HubbleHet is lente.

De meteorologische lente was er al vanaf 1 maart, de ‘echte’ begon op 20 maart, afgelopen vrijdag. De dag voor de verjaardag van mijn kater Daley. Drie dagen voordat Nederland opgelegd kreeg dat zo’n beetje alles wordt afgelast tot 1 juni – als het niet langer wordt dan dat.

Gewoonlijk is de lente ongeveer het meest hoopgevende, leuke jaargetijde dat er is: bloemen komen uit, bomen worden groen, er komen kleine eendjes en andere kleine dieren worden geboren. En dit alles is ook dit jaar weer gewoon aan de orde. Het leven begint opnieuw in de lente. De mensheid zit er alleen dit jaar een beetje anders bij. Binnen, in veel gevallen. In isolatie. Of zelfs in het ziekenhuis. Er gebeuren voor ons mensen een hoop dingen die niet al te positief zijn op het ogenblik.

Voor de natuur pakt dit alles natuurlijk wel goed uit. Ik zat vanmiddag naar de lucht te kijken en zag in een half uur slechts één vliegtuig voorbijkomen, in plaats van gewoonlijk een stuk of twintig (of meer!). Dat maakte mij onmiddellijk reuzebenieuwd naar de hoeveelheid uitstoot van allerlei schadelijke gassen die we in deze periode besparen.

Waar ik echter nog veel benieuwder naar ben, is naar hoe we de voordelen voor de natuur gaan beetpakken en omzetten in radicale acties wanneer deze corona-crisis weer (in bepaalde mate) voorbij is. Want één ding is duidelijk: terug naar de situatie zoals die was voordat we wereldwijd binnen moesten gaan zitten kunnen we niet. Het is schadelijk voor alles en iedereen, niet in de laatste plaats voor onszelf. Overproductie, massatoerisme, uitbuiting van land, dieren en onze soortgenoten. Dat alles moet op de schop. Ik kan, nee, ik wil me niet voorstellen dat we misschien over een jaar een vaccin hebben en dan denken, hopla, we gaan weer gewoon verder met het verstieren van onze leefomgeving en alles wat erbij hoort. Dat mag zonder meer niet gebeuren.

Uiteraard hoop ook ik dat we over een tijdje weer lekker naar buiten kunnen met z’n allen, dat we weer fijn uit eten kunnen en naar het terras, dat we snel weer met meer dan drie mensen tegelijk bij anderen op bezoek kunnen en dat er weer concerten georganiseerd kunnen worden. Maar dat neemt niet weg dat we een grotere taak hebben. Er is veel te leren in een crisis als deze. Niet alleen over je eigen veerkracht (laat me je vertellen dat ik mezelf echt al een paar keer ben tegengekomen in de afgelopen week), maar ook over hoe we in het leven staan. Als land. Als maatschappij. Als soort.

Laat ons alsjeblieft alle mogelijke urgente lessen uit deze periode leren en nu al actief op zoek gaan naar manieren om onze levensstijl aan te passen op een manier die ons biotoop, de aarde, ten goede komt.

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Nieuws, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Contact

Trapeze Duo

Alweer een hele tijd geleden, terwijl ik werkte aan een visiestuk voor mijn (bijna) voormalige werkgever, las (en gebruikte) ik een quote van Richard Branson van Virgin. Die quote luidde: “Ik geloof er echt in dat spullen je niet gelukkig maken. Familie, vrienden, goede gezondheid […], dat is waar het echt om gaat.” Als je het zo leest, dan zeg je, klopt helemaal. En als je voor een visiestuk op zoek bent naar interessante quotes, dan zou je deze ook gewoon mee kunnen nemen. Deed ik in ieder geval wel.

Goed. En toen kwam er, een jaar of zo later, één of ander virus, en de hele wereld werd ineens bloednerveus, en iedereen moest zich ineens zo veel mogelijk op te sluiten in haar of zijn huis.

Wat dat virus doet, en de maatregelen die wereldwijd worden getroffen om verdere verspreiding ervan in ieder geval af te remmen, raakt aan zo’n beetje alles waarvan Richard Branson zei dat hij er een goed gevoel van krijgt. Covid-19, of het Wuhanvirus, of het coronavirus, tast zoals bekend de gezondheid aan – weliswaar niet bij iedereen in dezelfde mate, maar het is een ziekteveroorzaker, daar zijn we het denk ik allemaal over eens. De gezondheid komt in het geding. En door de maatregelen die verschillende regeringen vervolgens afkondigden, zoals in Nederland bijvoorbeeld het sluiten van alle horeca en sportclubs en de opdracht aan mensen die ook maar de minste verkoudheidsverschijnselen vertonen om zich af te zonderen van de rest van de mensheid, kunnen veel mensen niet zo dicht in de buurt van hun familie en vrienden zijn en blijven als ze wel zouden willen.

Als hypersensitief mens voel ik die afstand, die over de hele wereld aan mensen opgelegd wordt, heel erg.

Niet dat ik in de afgelopen dagen niet bij familie dan wel vrienden ben geweest, maar er was toch ook twijfel. Kuch ik ’s morgens altijd een beetje als ik uit bed kom (als oefenvijftiger) of word ik verkouden? Is dit een droge hoest of is de lucht hier in huis gewoon alleen maar droog? Heb ik een aanhoudende keelpijn of verbeeld ik me dat maar? Moet ik nu bij iedereen uit de buurt blijven…?

Jarenlang heb ik mezelf gezien als een introvert. Op mijn schoolrapporten werd ik beschreven als verlegen en teruggetrokken en ik raak makkelijk overprikkeld bij evenementen waar veel mensen op af komen of waar ik me in een massa moet begeven. En introverte mensen vinden deze periode van sociale afzondering blijkbaar een zegen.

Nou… ik dus niet (blijk ik toch een nogal extravert mens te zijn!). Ik heb contacten met andere mensen nodig. En niet alleen met mensen die ik ken en die me dierbaar zijn, maar sowieso. Ik hou heel erg van mensen en ik maak mensen heel graag mee. Ik beweeg me dan ook veel in de openbare ruimte, waar ik constant in contact ben (en treed) met andere mensen.

Nu kan ik heel goed alleen zijn, maar dat is dan meestal ook omdat ik weet dat ik me op elk moment dat ik zou willen weer onder de mensen zou kunnen begeven. Wat ik dan ook met regelmaat doe. En dat laatste is nu vrijwel onmogelijk geworden, of tenminste, er is ons allemaal gevraagd in ieder geval voor de komende drie weken afstand te houden van andere mensen en ons vooral niet in groepen te bewegen.

Alleen het idee al maakt me somber. Want sociale isolatie blijkt de hel voor iemand als ik. En ik kan niet de enige zijn.

Hopelijk komen er in deze dagen van sociale isolatie heel veel mensen achter dat ze juist het contact met andere mensen nodig hebben. En ook dat dit verder strekt dan de vaste groep mensen die ze om zich heen hebben, zoals familie, vrienden, kennissen en collega’s. Contact met andere mensen is van levensbelang. Voor ons dagelijkse leven en ook voor onze soort in zijn geheel. Ik hoop erop, of misschien reken ik er ook wel min of meer op, dat we ons dit nu beter gaan realiseren.

Mensen, als we straks weer allemaal de straat op mogen, zoek dan eens wat vaker contact. Echt contact. En niet alleen met vrienden of familie, maar ook met mensen die gewoon verderop wonen in de straat. Of misschien zelfs met mensen die je helemaal niet kent. Uit wezenlijk contact komt begrip voort. Begrip dat we de laatste jaren een beetje kwijt zijn geraakt als het ging om ‘de ander’. Begrip dat we keihard nodig hebben als we onze omgeving leefbaar willen houden en om alle uitdagingen aan te gaan die we als mensheid onder ogen moeten zien.

We merken nu allemaal dat we elkaar nodig hebben. Laat dat alsjeblieft niet verwateren op het moment dat alles weer een beetje wordt zoals voordat we elkaar moesten gaan mijden om het hoofd te bieden aan een pandemie.

Geplaatst in Bericht, Lief dagboek, Nieuws, Persoonlijk | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Verandering

Earth as seen by Hubble

Oké. Laat ik het dan op deze plaats ook eens hebben over de actualiteit. Dat doe ik gewoonlijk niet zo snel, maar laten we wel wezen, een actualiteit zoals die van vandaag hebben we nog niet eerder gehad, zowel in Nederland als wereldwijd. Ten overvloede, ik bedoel de actualiteit die corona, of COVID-19, heet.

Na de persconferentie van gisteren (12 maart), waarin verregaande maatregelen werden aangekondigd om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan in Nederland, was er een uitbraak van angst en paniek die veel groter was dan zelfs ik had durven inschatten (terwijl ik er nota bene de nacht van tevoren al wel een voorspellende droom over had gehad). Zelfs nuchtere mensen vielen eraan ten prooi. Ter illustratie: een man die geïnterviewd werd door een verslaggever van NOS Nieuws, eerder vandaag. De man in kwestie stond in de rij bij de supermarkt met een winkelwagentje vol met (onder andere) toiletpapier. De verslaggever vroeg aan hem wat hij nou eigenlijk vond van al die mensen die aan het hamsteren zijn op het moment en de man antwoordde dat dit toch wel een beetje een overdreven reactie is. Waarop de verslaggever vroeg wat hij dan nu zelf aan het doen was, met zijn overvolle winkelwagentje. “Tja,” zei de man, en je zag hem bijna door de radio heen rode koontjes van gêne krijgen , “toch een de beetje massahysterie, hè.”

Die massahysterie is zo tastbaar dat niet alleen mensen die hooggevoelig zijn en/of ingeschakeld staan op het collectieve bewustzijn het kunnen voelen. De onrust nestelde zich gisteren binnen een paar uur diep in onze samenleving en deed zijn destructieve werk. Met als gevolg onder andere lege schappen in sommige supermarkten, en een overdonderende stroom aan wilde berichten op sociale media. Van weeromstuit (geweldig woord is dat overigens!) blijf ik tot zeker 31 maart van Twitter af, want daar ettert de infectie het hardst en daar moet ik mezelf echt van afsluiten.

Paniek heerst, en dat terwijl deze virusuitbraak niet alleen negatieve gevolgen hoeft te hebben. Er is een aantal dingen waar we nu met onze neus op worden gedrukt waar we heel wat mee kunnen, waar we van kunnen leren en waar we onze collectieve toekomst veel mooier mee kunnen maken. Het is ondanks alles (of misschien juist daarom) tijd om verder te kijken dan angst en paniek, en wellicht zelfs ons voordeel te doen met de ons omwille van de volksgezondheid opgelegde beperkingen van dit moment.

Twee weken geleden al liet NASA zien wat het terugbrengen van (over)productie kan opleveren; de uitstoot van schadelijke stoffen boven China verdween binnen minder dan anderhalve maand vrijwel helemaal. Ik zeg niet dat we nooit meer iets mogen maken, maar als er zo duidelijk aangetoond wordt wat het terugschroeven van productie doet voor de lucht die we allemaal inademen, dan hebben we nu een geweldige kans om er eens constructief over na te denken wat we anders kunnen gaan doen. Hetzelfde zal gelden voor de uitstoot van vliegtuigen, nu een groot deel van de luchtvaart gedwongen op zijn gat gaat. Kom op, knappe koppen van de wereld, er liggen fantastische uitdagingen en vooral mogelijkheden om onze wereld veel schoner te maken dan we tot dusverre deden! En kom op iedereen, is het echt nodig om plastic namaaktroep te kopen bij AliExpress? Moeten we echt naar Londen vliegen met een onprettig bedrijf als Ryanair; kunnen we niet lekker met de trein?

Dit is onze collectieve kans om eens na te denken over wat we eigenlijk allemaal consumeren en waarom. Dit is onze collectieve kans om een omschakeling te maken naar een economie die veel minder schadelijk is voor onze omgeving.

Daarnaast geeft deze periode ons allemaal ook de kans eens een stap achteruit te doen. Even weg van de drukke agenda en alle vergaderingen op het werk (want we moeten zo veel mogelijk thuiswerken), even niet ontsnappen aan de werkelijkheid door naar concerten en clubs en feesten te gaan (want die zijn afgelast). We kunnen dus eens in alle rust kijken naar ons leven en de invulling ervan. Waarom lopen we altijd zo hard? Waarom doen we zo ons best zo veel mogelijk dingen te doen? … wie zijn we eigenlijk? Vooral dat laatste is geen makkelijke vraag, en hij is nog moeilijker te beantwoorden, maar als deze tijd van ‘sociale onthouding’ ons één ding biedt, dan is het de kans om eens een blik te werpen op de dingen die we doen, en ook waarom. Wat houdt ons bezig? Is het allemaal nodig? En kan het anders?

We hebben nu een unieke kans, niet alleen in Nederland, maar wereldwijd, om uitgebreid te kijken naar onze werkelijkheid, of naar wat wij onze werkelijkheid hebben gemaakt, en te bedenken wat we daarvan willen behouden, wat er overbodig is en wat er anders kan. Laten we daar alsjeblieft gebruik van maken. Het is immers hard nodig.

Natuurlijk moeten we COVID-19, of corona, of hoe je het virus waar we mee te maken hebben op het moment ook noemt, niet bagatelliseren. Natuurlijk is de situatie ernstig. Maar deze tijd biedt ook fantastische mogelijkheden. De grote filosoof Johan Cruijff zei het zo mooi: “Ieder nadeel heb z’n voordeel.” Een waarheid als een koe.

Daarom ben ik niet bang. Ik ben vol hoop. We hebben de mogelijkheid de wereld mooier te maken. Daaraan kunnen we allemaal een bijdrage leveren. Laten we ervoor zorgen dat deze kans niet aan ons voorbij gaat.

Geplaatst in Bericht, Dromen, Inspiratie, Lief dagboek, Nieuws, Persoonlijk, Politiek, Random writings, Schrijfsels, Social media | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Verdrietig

far away“Ik ben altijd een beetje verdrietig,” zei ze tegen me, en ze kreeg er tranen bij in haar ogen, en ik besefte dat ze het geloofde, ze geloofde echt dat ze nooit niet verdrietig was. “Ook als ik vrolijk ben, of iets leuks doe, er is altijd een klein hoekje in mijn hart dat stiekem toch verdrietig is. Het zegt even niets, ik hoor het even niet, maar het is er wel en het gaat nooit helemaal uit.”
We spraken over van alles en nog wat, maar toen dit ter sprake kwam, wist ik even niet waar ik het gesprek hierna naartoe moest leiden. Konden we terug naar ‘favoriete film’ of ‘lievelingsliedje’? Of waren we over een grens heen gegaan en konden we niet meer praten over dingen die minder zwaar wegen dan een leegte in de ziel?
“Hoe weet je dat het er is als je het niet hoort?” vroeg ik.
Ze glimlachte half, een soort melancholieke grimas. “Omdat ik het weet,” antwoordde ze.
Ik wilde vragen of ze dit altijd een beetje verdrietig zijn dan niet gewoon zelf in de hand werkte, door gewoon altijd aan te nemen dat het er was, ook als het even zijn mond hield in haar hart, maar uiteindelijk vroeg ik niets.
Ze glimlachte weer naar me, warmer nu, echter. “Maak je geen zorgen,” zei ze. “Verdrietig zijn is niet erg. Dat weet je toch?”
Ik glimlachte ook, schudde even mijn hoofd, deed even mijn ogen dicht.
Zij schonk een nieuw glas wijn voor me in.
En daarna toostten we op alles: op leven, liefde, de zon en de maan en de sterren, en ook op verdrietig zijn.
Later die avond luisterde ik stilletjes of ik kon horen of ik verdrietig was. En daarna moest ik huilen.
Misschien is iedereen wel altijd een beetje verdrietig, ook als de zon schijnt en er alleen maar leuke dingen gebeuren. Misschien denk ik wel alleen dat er momenten zijn waarop ik niet verdrietig ben, omdat het dan ook in mij heel even zwijgt, en ben ik ook stiekem altijd een klein beetje verdrietig, al was het maar om het verdriet in het hart van een ander.

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 5 reacties

Leven na de dood

helderziende

Voor het boek ‘Je kunt het maar één keer doen. Een persoonlijke zoektocht naar sterven, het grootste taboe in ons leven’ interviewde journaliste Barbara van Beukering tientallen mensen over dood en rouw. Op die manier probeerde ze in het boek min of meer een antwoord te vinden op de vraag of de manier waarop iemand sterft van invloed is op het rouwproces van de nabestaanden. Over dit boek schreef ze voor Volkskrant Magazine van 22 februari een artikel, waarin ze sprak over de totstandkoming ervan, maar ook over verschillende ervaringen die ze opdeed tijdens het schrijven.

Ik vind het onderwerp fascinerend en las het artikel dan ook met interesse. Vele jaren geleden vroeg mijn zusje me eens waarom ik niet zo verschrikkelijk hoefde te huilen op begrafenissen en crematies als zij, en ik zei zoiets als: “De dood en ik hebben best een goede relatie met elkaar.” Zo naïef als je dat kunt zeggen, als je een jonge twintiger bent en, zoals ik destijds, nog geen flauw idee hebt van wie je überhaupt bent, laat staan van wat de dood eigenlijk betekent. Maar met de dood heb ik achteraf toch wel een bijzondere relatie. Of in ieder geval, met dat wat erop volgt.

In het artikel in Volkskrant Magazine schrijft Van Beukering melancholiek: “Alle ervaringen die je hebt meegemaakt, kennis die je hebt opgedaan, boeken die je hebt gelezen, reizen die je hebt gemaakt; het verdwijnt allemaal in het niets op het moment dat je je laatste adem hebt uitgeblazen.” Nadat ik die zin had gelezen scheurde ik de pagina uit het magazine. Hier, bedacht ik, moest ik nog eens wat over schrijven.

Vandaag, ruim een week nadat ik het artikel las, heb ik voldoende moed verzameld; vandaag is het zover.

Het is namelijk niet zo dat alles wat een mens ooit heeft meegemaakt in het luchtledige oplost wanneer zij of hij overlijdt. Pas nu durf ik dat zomaar te beweren. Jarenlang hield ik me hier stil over, maar nu ik besloten heb een aantal dingen niet meer voor me te houden, moet ik ook dit echt zeggen.

Ervaringen, kennis, boeken, reizen – je maakt het niet allemaal voor niks mee. Ik hoor het je zeggen, of in ieder geval denken, lieve lezer: o ja, daar heb je weer iemand die koste wat het kost een nut, een zin moet verbinden aan het leven om niet door te draaien. Oké, je hebt geen ongelijk. Ook ik zoek naar de zin van het leven. Maar dit staat wat mij betreft als een paal boven water: alles wat je ooit beleeft, blijft.

Een stukje van acht- of negenhonderd woorden is veel te kort om in te gaan op alle dingen die ik over dit onderwerp zou kunnen schrijven, en ik zou uiteindelijk ook wel iets willen zeggen over de zin van het leven, maar misschien moet ik daar maar een boek over schrijven. Wat ik wel in zo weinig woorden kwijt kan, en ook absoluut kwijt wíl in relatie tot dit onderwerp, is dit: er is meer, veel meer dan wat wij denken te weten dat er is. Er is veel meer leven in de dood dan wij beseffen. En er is ontegenzeglijk veel meer dan wij waarschijnlijk ooit wetenschappelijk zullen kunnen bewijzen.

Al je ervaringen, alles wat je weet, iedereen die je kent, alles wat je denkt, alles wat je ooit hebt meegemaakt in je leven, dat allemaal is nooit weg. Er zijn mensen die mij na hun dood allerlei dingen vertellen of laten weten. Soms over hoe ze zijn overleden, of over waarom ze bepaalde keuzes hebben gemaakt. Over hoe ze ‘dood zijn’ beleven. Of over dingen die belangrijk zijn voor hen. En geloof me, alles wat je ooit meemaakt in je leven is reuzebelangrijk voor wat er volgt.

Ik besef dat je met deze ontboezeming van mijn kant twee kanten op kunt. Je gelooft me, en dan is er waanzinnig veel troost in het tijdelijke afscheid tussen mensen dat de dood van een fysiek lichaam met zich meebrengt. Of je denkt dat ik knettergek ben. Voor dat laatste was ik altijd bang – ik sprak hier jarenlang niet over omdat ik heel nodig serieus genomen wilde worden door iedereen, of ik mensen nou persoonlijk ken of niet. En ik ben er nog steeds bang voor dat ik voor geschift word versleten. Dat gaat niet zomaar weg. Maar ik moet het erover hebben. Want alles wat we doen, doet ertoe. Het bord wordt niet schoongeveegd als we eenmaal overlijden. Er verdwijnt helemaal niks in het niets als we onze laatste adem hebben uitgeblazen. Overlijden doet alleen het lichaam. Wie jij bent, en daarmee alles wat je met je meedraagt, is voor altijd.

Ben daarom elke dag zo goed als je kunt zijn. Voor jezelf, voor anderen, voor alles wat leeft en heeft geleefd, voor alles wat is en was. Niet omdat je anders niet wordt toegelaten tot het hemels paradijs, of omdat je anders misschien zult branden in de hel die de godsdienst van jouw keuze heeft gereserveerd voor mensen die ‘slecht’ zijn geweest. Maar omdat alles ertoe doet. Omdat alles ertoe blijft doen, ook als je huidige lichaam klaar is met leven.

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Media, Persoonlijk, Schrijfsels | Tags: , , , , , , , , , | 2 reacties

Eerlijkheid

helderwetend

In mijn leven is me met regelmaat aangeraden maar niet 100% eerlijk te zijn over sommige dingen. Dat mensen je dat aanraden gebeurt uiteraard altijd met de beste bedoelingen. Vaak zijn mensen bang dat een ander misbruik zal maken van hun eerlijkheid. Dat anderen iets wat zij zeggen tegen hen zullen gebruiken, bijvoorbeeld. Of dat ze zich in de kaarten laten kijken door hun eerlijkheid, waardoor iemand anders ze het gras voor de voeten weg zal maaien. En het is natuurlijk hartstikke lief dat een ander jou (of: mij, in dit geval) daarvoor wil behoeden door je aan te raden maar niet al te open en eerlijk te zijn.

Heel eerlijk (pun intended): natuurlijk heb ik het ook wel eens meegemaakt dat iemand misbruik maakte van mijn eerlijkheid. Natuurlijk heb ik het wel eens meegemaakt dat het gras voor mijn voeten werd weggemaaid door iemand die ik iets had toevertrouwd in al mijn openheid. En dat was niet leuk.

Door wat mensen me aanraadden en door schade en schande ‘wijs’ geworden vroeg ik me vervolgens jarenlang af of andere mensen (en niet alleen op het werk hoor!) mij niet stiekem probeerden pootje te lichten door misbruik te maken van iets waar ik te open of te eerlijk over was geweest. En ook of ik niet te eerlijk was over wat ik dacht en voelde. Want daar werd ik immers kwetsbaar van.

Om hier beter mee om te kunnen gaan leerde ik mezelf wat minder open en eerlijk te worden over wie ik ben en wat ik wil. Maar niet volledig eerlijk zijn over mezelf, mijn emoties en wat mij drijft, blijkt een onnatuurlijke staat van zijn voor mij. Zo onnatuurlijk dat ik er doodongelukkig van werd.

Uiteindelijk kon ik niet anders meer dan mijn eerlijkheid, en daarmee dus ook mijn openheid en mijn directheid, weer op de voorgrond schuiven. Want ik hou ervan dat andere mensen eerlijk zijn, en het is volgens mij goed om je zo te gedragen als je graag zou willen dat andere mensen zich zouden gedragen tegen jou. Kort gezegd: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. (Maar dan in positieve zin, dus: doe tegen een ander zoals je zou willen dat een ander tegen jou doet.)

Ook in het recente verleden is mij weer een aantal malen aangeraden niet al te eerlijk te zijn over mijn intenties. Zo zei men mij bijvoorbeeld niet te open te zijn tegen mijn huidige werkgever over wat ik wil, want dat zou nadelig uitpakken voor mij en de manier waarop ik daar afscheid zou kunnen nemen. Mijn jurist vond bijvoorbeeld dat ik een heleboel dingen niet moest zeggen tegen mijn manager op het moment dat we gingen praten over mijn vaststellingsovereenkomst, omdat ik mijn juridische positie zou verzwakken en me in de kaarten liet kijken. Maar ik wilde gewoon eerlijk zijn. Over welke kant ik op wilde. Over mijn intenties. Ik vond de open, eerlijke relatie die ik had met mijn manager vele malen belangrijker dan mijn juridische positie. Bovendien had ik helemaal niet het gevoel dat eerlijkheid slecht zou zijn voor mij, op welk vlak dan ook. En dat bleek te kloppen. Wat tot gevolg heeft dat ik volgende maand zonder negatieve emoties en vooral met een gevoel van dankbaarheid wegga bij de werkgever waar ik bijna twintig jaar heb gezeten.

Kortgeleden is er tegen me gezegd dat ik als aanstaande ondernemer maar niet naar buiten moet treden met het feit dat ik niet alleen coach vanuit kennis en expertise, maar ook met mijn helderwetendheid – dat soort zweverigheid zou klanten af kunnen schrikken (of zelfs slecht zijn voor mijn geloofwaardigheid), dus daar moet ik het niet over hebben. Maar terwijl ik werkte aan mijn elevator pitch en het profiel dat ik wil hebben als ondernemer merkte ik dat dit bij mij schuurt. Want: dit is wie ik ben. Ik maak in mijn gesprekken met mensen nu eenmaal niet alleen gebruik van wat ik zie en hoor, maar ook van “contact met andere werelden”, zoals een vriendin het zo mooi uitdrukte. Het daar niet over hebben voelt alsof ik probeer me in een keurslijf te persen waar ik helemaal niet in pas.

Met andere woorden, ook hier wil, nee, moet ik gewoon eerlijk over zijn. Mijn helderwetendheid is iets wat mij (mede) definieert. Als dat potentiële klanten afschrikt, dan is dat maar zo. Maar het is beter voor mij als ik me nooit meer minder eerlijk voordoe dan ik ben.

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , | 3 reacties