CXXXVIII. Koffie

Piano_sMilo zat naast Rick in een filiaal van een koffieketen, op een kruk aan een bar bij het raam, van waar ze uitkeken over een niet al te drukke straat die langs de zijkant van de zaak liep. Milo met een pet diep over zijn ogen getrokken, zijn schouderlange haar in een slordige staart in zijn nek, zijn hoofd gebogen. Het was zijn eigen idee geweest om hierheen te gaan, omdat hij ineens een belachelijke drang had gehad zich onder de mensen op straat te begeven. Rick had niet geprotesteerd, maar hield hem nu wel nauwlettend in de gaten, alsof hij bang was dat Milo een paniekaanval zou kunnen krijgen of iets anders totaal onverwachts zou gaan doen waar hij vlot op zou moeten reageren.
Milo deed net of hij het niet merkte. Hij tuitte zijn lippen, voor zich uit naar buiten kijkend. Het regende zacht maar gestaag, waardoor het stil was op straat. Na een hele tijd zei hij: “Ik weet geloof ik niet zo goed wie ik ben.”
Rick fronste zijn wenkbrauwen. “Wat bedoel je?”
Milo perste zijn lippen op elkaar, zoals hij al vaker had gedaan vandaag. Het duurde een hele tijd voordat hij antwoordde: “Ik wil clean zijn, maar ik verlang constant naar drugs. Ik ben jazz aan het maken, maar ik wil ondertussen ook een rockalbum maken, en ik ben ook bezig aan iets experimenteels, met synthesizers, waarvan ik helemaal niet snap waar het vandaan komt. Ik wil alleen zijn, maar ik wil tegelijkertijd dat jullie bij me zijn; jij, en Fletch en Laura, en Jesse, en Tom. Ik ben bang voor mensen, maar ik wil ook naar buiten.” Hij haalde diep adem, snoof, keek naar het kopje met de dubbele espresso tussen zijn handen. “Ik wil iemand te gronde richten, maar dan toch weer niet.”
“En wat als dat allemaal normaal is?”
Milo boog hoofdschuddend zijn hoofd. “Weet ik niet.” Na even keek hij op naar Rick zonder zijn hoofd te heffen: “Is dat allemaal normaal?”
Rick grijnsde. Het had iets geruststellends zonder vaderlijk te zijn. “Volgens mij wel, eerlijk gezegd.” Hij zweeg even. “En dan nog. Wat is ‘normaal’?”
Milo grijnsde ook. Hij sloeg zijn ogen weer neer. Zacht: “Ik niet.”
“Milo.”
Het duurde even voordat Milo weer naar Rick opkeek.
“Iedereen twijfelt wel eens aan zichzelf. Ik ook.”
Milo lachte, kort, een beetje schamper.
“Niet doen,” zei Rick. “Je bent niet de enige die wel eens twijfelt aan zichzelf, of aan of wat hij doet wel goed is.”
Milo deed even zijn ogen dicht. “Waarom…” Hij zuchtte diep. Rick wist het antwoord op de vraag die hij wilde stellen ook niet. Toch stelde hij hem: “Waarom voel ik me altijd zo… anders?”
Rick grijnsde weer, maar Milo zag het niet omdat hij zijn ogen nog steeds neergeslagen had. “Misschien ben je gewoon wel anders,” antwoordde hij. En toen Milo hem weer aankeek: “Ik ken niemand die zo begaafd is als jij, Milo. Ik ken geen muzikanten zoals jij. Geen componisten zoals jij. Ik ben verdomd goed ingevoerd in de muziekindustrie, ik ken belachelijk veel mensen, maar ik ken niemand zoals jij.”
Milo zuchtte weer. “Ik zou best wel eens normaal willen zijn.” Hij beet op zijn onderlip, schudde even zijn hoofd. “Gewoon, zomaar iemand.”
Rick glimlachte. Deze keer zag Milo het wel. “Nee hoor,” zei hij na een tijdje. “Ik ben ervan overtuigd dat je dat helemaal niet wilt.”
Je hebt geen idee, dacht Milo. Maar hij zei niets meer. Na een tijdje glimlachte hij ook. Hij was bang dat Rick zou zien dat het niet gemeend was, maar het leek erop dat Rick hem geloofde. Zijn hoofd heffend bracht hij zijn inmiddels niet meer warme dubbele espresso naar zijn mond en hij dronk hem in één teug op. Het was bitter en hij moest zich moeite doen zijn gezicht niet te vertrekken.
Rick keek naar hem.
Milo draaide zijn hoofd weg en richtte zijn blik op de plassen buiten op straat.

Advertenties
Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

CXXXVII. Anders

vintage piano_sMet gesloten ogen wachtte Milo tot zijn manager en zijn advocaat waren gaan zitten. Hij luisterde naar de geluiden van ritselende kleding, naar hun stemmen die oppervlakkige vriendelijkheden uitwisselden, maar koffiekopjes die op het houten oppervlak van de tafel in Ricks kantoor werden gezet. Toen het stiller werd deed hij zijn ogen open. Ze keken beide naar hem.
Milo knipperde met zijn ogen, keek even naar Rick, perste zijn lippen op elkaar. Uiteindelijk zei hij: “Ik wil zijn geld niet.” Hoewel hij dacht dat wat hij zei niet zo spannend was voelde hij zijn hart overslaan. Hij was nerveus.
Stilte.
“Ik wil niet dat zijn kinderen slachtoffer worden van wat hij heeft gedaan.” Milo haalde diep adem. “Het geld dat hij mij moet betalen moet naar zijn kinderen.”
Het bleef stil. Milo liet zijn blik van Rick naar zijn advocaat glijden, en weer terug. Pas na even zag hij dat Rick zachtjes knikte.
“Oké,” zei de advocaat na even. Aan zijn toon te horen leek hij zich af te vragen waar ze zich dan de afgelopen weken zo veel moeite voor hadden gedaan.
Alsof dat niet evident was. Jonathans leven was geruïneerd. Hij was zijn baan kwijt, zijn reputatie, zijn carrière, en daarenboven ook nog zijn vrouw en zijn gezin. Want inmiddels was zij bij hem vertrokken. Alles wat Milo had gewild was wraak op degene die hem aan de wereld had verkocht, en dat was gelukt.
En nu voelde hij zich leeg, en schuldig. Dat ging niet om Jonathan – naar de hel met Jonathan. Maar wel om zijn ex en zijn kinderen. Hij had hen een toekomst ontnomen, hij had hun gezin stukgemaakt en hij pakte ook nog al het geld dat er te krijgen was. En het bleek dat hij dat niet over zijn hart kon verkrijgen.
“En het geld van de kliniek?”
Milo keek niet op. Ook dat geld wilde hij niet. “Dat moet naar de verslavingszorg.” Zoals hij eerder had besloten.
Nadat de advocaat was vertrokken met de belofte dat hij ervoor zou zorgen dat het geld dat Jonathan en de kliniek aan Milo moesten betalen terecht zou komen bij respectievelijk Jonathans ex en kinderen en een goed doel in de verslavingszorg zei Rick: “Goed gedaan.”
Milo deed alleen zijn ogen dicht. Hij hoopte dat het lege gevoel dat hij had snel plaats zou maken voor het gevoel dat hij inderdaad de juiste beslissing had genomen.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

CXXXVI. Ontlading

vintage piano_sMilo zat aan het mengpaneel van de studio en huilde. Hij huilde al een hele tijd en het leek er niet op dat hij kon ophouden. Eigenlijk wist hij niet goed waarom hij niet kon ophouden, want het was achter de rug. Hij had zijn verhaal gedaan tegen de rechter die uitspraak zou doen in zijn zaak tegen de rehabilitatiekliniek en hun ex-werknemer en inmiddels ook ex-psychiater Jonathan, en dat was de laatste keer dat hij het verhaal had hoeven vertellen; hij was ervan af. Wat nog beter was: het zat er niet in dat hij de zaak zou verliezen. De vraag was niet of Jonathan en de kliniek zouden moeten betalen, de vraag was hoeveel.
Rick had hem eerder die week gevraagd wat Milo met het geld zou doen en hij had zonder omhaal gezegd dat hij het zou schenken aan verslavingszorg. Het was niet eens bij hem opgekomen om het geld zelf te houden, om welk bedrag het ook ging. Daarna stelde Rick hem de vraag of hij erbij stil had gestaan dat hij Jonathans gezin te gronde zou richten als die veroordeeld zou worden tot de door Milo’s advocaten maximaal geëiste som, en het verraste Milo hoe weinig hem dat deed. “Zijn kinderen kunnen het niet helpen dat hij deze fout heeft gemaakt,” probeerde Rick nog, maar Milo was alleen kwaad geworden omdat Rick het woord ‘fout’ had gebruikt voor het voor geld doorvertellen van een in vertrouwelijkheid verteld persoonlijk verhaal, voor iets wat hem recht terug in de armen van nieuwe drugs had gedreven, door een kerel die er nota bene voor betaald werd om mensen van hun verslavingen af te helpen.
“Hé,” zei iemand ineens achter hem, en Milo schrok op. Met zijn handen onhandig en niet erg effectief zijn gezicht droog vegend draaide hij zich om naar degene die binnen was gekomen in de studio.
Fletcher glimlachte licht.
Milo’s opluchting was zo groot dat hij bijna opnieuw begon te huilen.
“O damn, Morris,” zei Fletcher zacht. Hij trok een stoel naast die van Milo en sloeg zijn armen om hem heen. “Kom. Het is over. We gaan weer gewoon mooie dingen maken samen. Oké?”

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 1 reactie

CXXXV. Liefde

vintage piano_sZe spraken de hele nacht. Eerst aan de telefoon, terwijl Fletcher naar Milo toe reed, en daarna in de gang, nadat Milo eerst een hele tijd had staan zwijgen in Fletchers omarming, en daarna terwijl Milo op de bank zat en Fletcher in één van de fauteuils, en daarna nadat Milo was gaan liggen op de bank, tot Milo’s ogen dicht waren gezakt en hij was ingeslapen. Wanneer dat gebeurd was wist hij niet. Hij wist niet eens of het al licht aan het worden was toen hij uiteindelijk in was geslapen. Hij wist niet eens wat ze als laatste tegen elkaar hadden gezegd. Of hij middenin een zin in slaap was gevallen. Of middenin iets wat Fletcher zei. Dat laatste vond hij nog gênanter dan het eerste, maar hij hoopte op geen van beide.
Het was licht toen Milo zijn ogen weer opendeed. Hij rook koffie. En brood. En hij hoorde stemmen. Fletcher en Laura, beide.
Mensen waar hij altijd op kon rekenen.
Hij moest huilen en deed niets om dat tegen te houden. Het duurde niet lang, maar zijn ontroering bleef, ook toen hij opstond van de bank waarop hij had liggen slapen, de deken die Fletcher over hem heen had gelegd weer op had gevouwen en naar de keuken liep, waar Laura en Fletcher zaten. Net voor de deuropening bleef hij even staan om naar ze te kijken. Fletcher zat met zijn rug naar de deur, zijn schouders leken nog breder dan gewoonlijk terwijl hij met zijn onderarmen op de keukentafel leunde, en Laura zat rechts van hem, en ze keek naar hem met zachte ogen; een zelfde soort blik als ze Milo wel eens gaf, maar toch anders. Met liefde, maar een ander soort liefde.
Milo merkte dat hij wilde dat er zo naar hem gekeken werd. Hij vroeg zich af of er ooit iemand op die manier naar hem zou kijken en hij voelde een steekje op de plaats waar zijn hart zich bevond.
Het duurde enkele ogenblikken voordat Laura Milo zag en haar glimlach was onmiddellijk voor hem. Milo glimlachte terug en liep de keuken binnen.
“Schatje,” zei Laura, terwijl ze opstond, en ze nam hem in haar armen.
Milo moest even wachten voordat hij iets kon zeggen zonder dat hij zou klinken alsof hij weer zou gaan huilen. “Wat lief dat je er bent.”
“Mijn twee favoriete mannen zijn hier,” zei ze, terwijl ze hem weer losliet, “ik zou nergens anders willen zijn.”
Milo veegde toch even langs zijn ogen, maar ze waren tot zijn verrassing droog.
“Hé,” zei Fletcher. “Lekker geslapen?”
Milo knikte bijna onzichtbaar. “Ja.” Na even voegde hij zachtjes toe: “Dank je wel.” Hij wilde Fletcher aankijken maar kon het niet. In plaats daarvan boog hij zijn hoofd.
“Geen probleem man.”
Milo voelde dat Fletcher hem een tikje tegen zijn arm gaf en hij glimlachte, in zijn richting kijkend, maar niet in zijn ogen, zelfs niet in zijn gezicht.
“Wil je koffie?” vroeg Laura.
“Lekker.” Hij haalde diep adem, ging op de stoel tegenover Fletcher zitten, sloot even zijn ogen en keek Fletcher toen toch aan, om te ontdekken dat Fletcher naar Laura keek. De blik in zijn ogen ontroerde Milo weer, hoewel hij niet wist of hij gelukkig of verdrietig werd van dat gevoel.
Hoe zou het zijn als hij zelf zo naar iemand zou kunnen kijken? Wat was ervoor nodig om hem op die manier naar iemand te kunnen laten kijken? Zou hij het ooit op kunnen brengen zich voldoende te geven om op die manier naar iemand te kunnen kijken?
De zon kwam achter een wolk uit en de stralen schenen op Milo’s rug. Hij sloot zijn ogen weer en liet de warmte zo diep mogelijk in zijn wezen dringen, hopend dat het zijn hart zou bereiken.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

CXXXIV. Hulpvraag

vintage piano_sMiddenin de nacht stuurde Milo een WhatsApp naar Fletcher. Hij had er geen idee van wat hij eigenlijk bedoelde te doen, want hij was bang voor Fletchers afwijzing. Maar hij vreesde zichzelf nog meer. Want hij was bang dat hij niet tegen zichzelf op kon vannacht. Hij was nog steeds zo woedend. Hij wilde huilen en schreeuwen, hij wilde bloed zien, zelfs al was het zijn eigen bloed. Hij wilde iets hebben wat hem zou helpen, iets wat hem sterker zou maken en hij stierf de moord voor dat gevoel.
Dus stuurde hij een WhatsApp naar Fletcher.
‘Bel me alsjeblieft.’
Hij legde de smartphone op de rand van zijn moeders piano en leunde voorover, zijn armen op de toetsen, zijn hoofd erop, en hij wachtte tot hij bericht terug zou krijgen of in slaap zou vallen. Het maakte hem niet uit welke als eerste zou komen. Als het maar sneller was dan zijn wil om zijn dealer te bellen – een drang waarvan hij elke seconde voelde dat hij dichterbij was gekomen, waarvan hij wist dat hij hem uiteindelijk niet tegen zou kunnen houden, hoe graag hij ook wilde, hoe hard hij ook vocht.
Net toen Milo dacht dat hij zijn ogen niet meer open zou kunnen krijgen van vermoeidheid en hij een soort van opluchting voelde omdat hij in slaap zou vallen voordat hij iets zou doen waar hij eeuwig spijt van zou krijgen, ging zijn telefoon. Hij hoorde zichzelf steunen, zuchten. Moest zich geweldig inspannen om toch zijn ogen te openen. Om overeind te komen om het toestel te pakken.
Zijn stem raspte. “Hallo.”
“Morris.”
“Chris.”
“Wat is er?”
“Je belt me.”
“Ja. Je vroeg of ik je wilde bellen. Dus. Wat is er?”
“Je belt me,” zei Milo weer, en hij deed zijn ogen dicht omdat hij zich ineens duizelig voelde. Hij haalde diep adem. “Je belt me,” zei hij nog eens, nu fluisterend.
“Morris. Wat is er?”
Milo zuchtte, diep, trillerig. Hij deed zijn ogen dicht, leunde met zijn hoofd op de piano. “Praat met me,” zei hij na even.
“Want?”
Milo was zo bang voor zijn verslavingen, zo bang voor zijn eigen zwakheid, zo bang voor wie hij diep van binnen dacht te zijn dat hij een paar keer adem moest halen voordat hij weer wat kon zeggen. “Zodat ik geen domme dingen ga doen,” fluisterde hij uiteindelijk.
“Wat?” Pas nu hoorde Milo dat Fletcher bezorgd klonk. “Wat is er aan de hand? Wat is er gebeurd?”
“Ik heb je nodig,” zei Milo zacht.
“Milo, wat is er gebeurd?”
Het kostte Milo geweldig veel moeite niet te gaan huilen. Het duurde enige tijd voordat hij zeker wist dat hij weer iets kon zeggen zonder dat zijn stem vervormd zou klinken.
Fletcher wachtte.
“Hij heeft me verkocht,” zei Milo uiteindelijk. Zijn stem was hees van woede. “Eén van die kolerelijers van die kliniek heeft me godverdomme verkocht.”
“Wat de…”
“Eén van die psychiaters in die verdomde klotekliniek heeft mijn verhaal verkocht!”
Milo hoorde Fletcher diep inademen. “Godverdomme.”
“En ik voel me,” ging Milo verder, en ineens struikelde hij over zijn woorden, “ik ben, ik wil alleen maar, ik wil hem kapotmaken en ik wil mezelf kapotmaken en ik ben zo bang, damn it Chris ik ben zo bang dat ik mezelf wat aandoe, dat ik drugs ga zoeken, dat ik, dat ik…”
“Ben je thuis?”
“Ja…”
“Blijf waar je bent,” onderbrak Fletcher hem.
Milo moest denken aan hoe Rick diezelfde woorden een paar dagen eerder ook tegen hem had gesproken, toen hij daar middenin de nacht alleen in die straat had gestaan na zijn confrontatie met Simon Bolt, en hij voelde zich klein en waardeloos en afhankelijk.
“Ik kom er nu aan. Blijf aan de lijn. Blijf praten. Ik kom er nu aan.”
“Ik ben zo bang Chris,” zei Milo weer. “Ik ben zo bang.”
“Ik ben onderweg,” zei Fletcher alleen. “Blijf praten. Maakt niet uit wat je zegt. Blijf tegen me praten. Ik ben er zo.”

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Quote

cyril-connolly-quote

“Het is beter voor jezelf te schrijven en geen publiek te hebben, dan voor publiek te schrijven en jezelf kwijt te zijn.”

Geplaatst in Filosofie, Inspiratie, Persoonlijk | Tags: , | Een reactie plaatsen

CXXXIII. Woede

vintage piano_sExcuses stonden erin, in de brief die Milo via zijn advocaten ontving van de rehabilitatiekliniek waar hij had verbleven. Heel erg veel excuses. Want het was geen patiënt geweest die zijn verhaal had verkocht aan de pers. Het was één van de psychiaters. De vaste begeleider van de groepssessies, Jonathan.
Milo slaagde erin de brief te lezen tot hij Jonathans naam tegenkwam. Toen begon hij te beven. En zijn ademhaling stokte. En hij hoorde zichzelf kreunen, en hij werd misselijk. Zo misselijk dat hij zich moest verontschuldigen en naar de toiletten van het advocatenkantoor rende, een hand tegen zijn mond geklemd, om net op tijd kokhalzend een wasbak te bereiken voordat hij de tegelvloer onderkotste. Buiten adem zakte hij daarna tegen de muur aan op de vloer, snikkend, met zijn handen voor zijn gezicht.
Na een hele tijd ging de deur van de toiletten open. Het was Rick die binnenkwam. Hij liep naar Milo toe en ging geruisloos naast hem op de vloer zitten. Hij zei niets, maar sloeg alleen een arm om Milo’s schouders.
Na een hele tijd slaagde Milo erin om voldoende lucht te verzamelen. “Vuile, misselijke, smerige klootzak,” fluisterde hij, snikkend tussen elk afzonderlijk woord. “Die miezerige, smerige, vieze, vuile…” Hij drukte met kracht zijn handen tegen zijn ogen, hoorde zichzelf huilen. Het geluid herinnerde hem aan hoe hij had gehuild nadat hij het krantenartikel had gelezen, hoe gewond hij zich had gevoeld, en de woede in zijn lijf was bijna ondraaglijk. “Godverdomme,” vloekte hij hartgrondig, “godverdomme, god-ver-dómme!” Pas na hele lange tijd voelde hij dat Rick troostend een hand in zijn hals legde. “Ik ben zo kwaad,” gromde hij, half fluisterend, “ik ben zo kwaad, ik ben zo kwaad…”
Rick zei nog steeds niets.
“Ik wil die klootzak zien hangen,” snikte Milo woedend.
Rick zuchtte, knikte maar bleef zwijgen.
Het duurde ontzettend lang voordat Milo kalmeerde. En nog langer voordat hij bereid was met Rick terug te gaan naar het kantoor van zijn raadsman. Maar hij was vastberaden Jonathan helemaal met de grond gelijk te maken.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen