Single

sunsetMet Valentijnsdag in het vooruitzicht komt de film How To Be Single in de bioscopen. Een film die de schijn wekt een hart onder de riem te zijn voor de ‘happy singles’ van deze wereld. Naar wat ik begrijp denken veel mensen nog steeds dat ‘happy singles’ helemaal niet happy zijn.

Ik ben single. En niet zo’n beetje: ik ben bijna 45 en heb daadwerkelijk nog niet één echt vriendje gehad. Nee, serieus. Daar moeten mensen soms aan wennen. Zo zei een tante enige jaren geleden tegen me dat “lesbisch zijn helemaal niet erg is”, en dat ik mijn eventuele vriendin best mee mocht nemen naar familiefeestjes. Ruimdenkend, lief, maar ik ben niet van het type dat haar seksualiteit verbergt.

Ooit liep ik met een vriendinnetje naar school. Het ging over het hebben van vriendjes (nou ja, over haar vriendjes, ik had er geen) en ze zei tegen me dat ze wel begreep waarom ik niet bang was voor een gebroken hart. Want ik hoefde niet bang te zijn dat een jongen verliefd op me zou worden; ik was “gewoon niet zo knap”. (Letterlijk. Ik herinner het me als gisteren.)

Natuurlijk werd ik wel verliefd, een paar keer zelfs. Maar natuurlijk op van die mannen die je eigenlijk niet wilt of kunt hebben (lafbek die niet met mij gezien durfde te worden, zelfingenomen knapperd, iemand die al bezet was, dat werk). En daarna was ik niet meer zo bezig met het hebben, of krijgen, van een partner.

Vandaag ben ik er helemaal niet meer mee bezig. Het komt niet eens bij me op dat een partner een verrijking zou kunnen zijn van mijn leven. Als ik in een café zit, scan ik nooit de ruimte op zoek naar een geschikte kandidaat. Ik heb nog nooit overwogen me in te schrijven op een datingsite. Ik heb leuke en knappe vriendjes te over, maar het komt niet bij me op om aan hen te denken als een potentiële partner.

Want, waarom eigenlijk? Alles in mijn leven is, zoals ik het zou willen hebben. Pasgeleden keek ik rond in mijn huisje en dacht, misschien is dit wel de meest gelukkige tijd van mijn leven tot nu toe.

Wat mij betreft moet een partner een toevoeging zijn aan wat er al is. Maar aan een toevoeging heb ik op het moment helemaal geen behoefte. Ik heb wat ik wil, ik doe waar ik zin in heb. Ik hoef niet expres mijn belevenissen te delen met iemand anders. Bovendien voel ik me sexier dan ooit, aantrekkelijker dan ooit, beter dan ooit.

Ik durf te wedden dat de singles in de film How To Be Single aan het einde bijna allemaal tóch voorzien zijn van een partner, linksom of rechtsom. En ik begrijp ook best dat mensen die hun leven met een ander delen denken dat je vooral (of alleen) daar gelukkig van wordt. Maar je mag het best geloven hoor, als er iemand is die beweert ‘happy single’ te zijn. Ik ben er namelijk ook één.

Geplaatst in Inspiratie, Persoonlijk, Random writings | 1 reactie

Wit

maurice-whiteDe magnolia’s achter het kantoor waar ik werk barsten uit hun knoppen, zag ik dinsdag. Het is lente. Een nieuw begin. Zoals elk jaar.

Er bloeien ook Forsythia’s (dat zijn die struiken met die gele bloempjes, weet u dat ook weer), en ik zag gisteren een kersenbloesem die op het punt staat bloemen te krijgen.

We hebben geen winter gezien in deze contreien. Ik zeg het, u zegt het, mensen in de supermarkt zeggen het tegen elkaar. Het lijkt wel of alles een beetje raar is de afgelopen tijd. Alsof dingen niet zo zijn als gewoonlijk. Niet zoals elk jaar. Wel een nieuw begin, zoals elk jaar, maar niet wanneer je het verwacht.

Dat ‘we’ mensen als David Bowie en Glenn Frey zouden verliezen is ook niet wat ‘we’ hadden verwacht. En toch gebeurt het. Nog eens.

Gistermorgen hoorde ik dat Maurice White, oprichter van de legendarische band Earth, Wind and Fire, na twintig jaar was bezweken aan de ziekte Parkinson. Op de radio draaiden ze After The Love Has Gone na dat nieuwsbericht.

Vanmiddag besefte ik dat ik al tijden geen Earth, Wind and Fire meer gedraaid had, en dat terwijl ze zulke waanzinnige muziek hebben gemaakt. Hun concert in Ahoy Rotterdam in 1999 is één van de beste concerten die ik ooit heb gezien. (Het maakte Barry White, die daarna het podium betrad, totaal overbodig. Zelfs als hij zelf niet zo slecht was geweest was de zaal waarschijnlijk leeg gelopen.) Dus besloot ik weer eens iets van hen te draaien.

Toen Fantasy uit mijn speakers rolde, kreeg ik tranen in mijn ogen. Goh, Maurice White. Alweer een legende die ons verlaten heeft. Ik neem aan dat hij op een betere plaats terecht is gekomen dan die, waar de beperkingen van zijn verschrikkelijke ziekte hem toe veroordeelden tijdens zijn leven.

Geplaatst in Muziek, Nieuws, Persoonlijk | 2 reacties

XIV. Ingerekend

pianokeys“Knul? Hé. Wakker worden.”
Milo’s ogen fladderden open maar hij kneep ze meteen weer dicht vanwege de felle zon.
“Ja, kom op. Wakker worden.”
“Wat…”
Iemand trok hem aan zijn arm.
“Hé…”
“Kom op knul, wakker worden. We gaan naar het bureau.”
“Wat?” Zijn ogen gingen weer open. Eerst zag hij alleen licht, maar na een tijdje verschenen de omtrekken van twee mannen. Politie. Eén van de twee zat gehurkt voor hem, de ander stond daar schuin achter.
“Wat heb je hier te zoeken?” vroeg de agent die voor hem gehurkt zat.
“Ik…” Milo drukte zichzelf omhoog. Zijn lijf deed pijn. Het begon weer langzaam tot hem door te dringen waar hij was: op het stenen trapje dat leidde naar de voordeur van zijn huis. Was hij hier in slaap gevallen? “Ik woon hier…” Hij kneep zijn ogen weer dicht, bracht een hand naar zijn voorhoofd.
“Waarom lig je dan op de stoep te slapen?”
Het lukte Milo overeind te gaan zitten. Hij drukte zijn handen tegen zijn kloppende slapen. “Omdat ik mijn sleutel ben verloren.”
“Onhandig.”
“Zeker.”
“Niet zo gevat, knul.”
Milo keek de man aan. Voor het eerst sinds weken ergerde het hem dat het net leek alsof hij zijn omgeving zag door een lichte mist. “Het is geen grapje.”
“Heb je een identificatiebewijs bij je?”
Milo streek met twee handen zijn rommelige haar uit zijn gezicht. Tegen beter in voelde hij aan zijn jaszakken. “Ik ben beroofd,” zei hij, zijn ogen van de agent afwendend. Het drong tot hem door wat de agent zag die naar hem keek: een ongewassen jongen, bleek, bont en blauw, diepe kringen onder zijn ogen, ingevallen wangen, opgedroogd bloed in zijn gezicht. Een zwervertje.
“Kom op,” zei de agent, alsof hij niet had gehoord wat Milo zei. Hij stond op en trok Milo aan zijn arm omhoog.
“Waar gaan we heen?” vroeg Milo, half fluisterend.
“Naar het bureau.”
“Maar ik woon hier.”
“Ja. Dat zeggen er wel meer.”
Paniek. “Nee wacht. Ik woon hier. Echt! Laat me even iemand bellen.”
“Heb je toevallig een telefoontje bij je?”
Milo zuchtte ongeduldig, met zijn handen kloppend op zijn jaszakken. “Nee. Ik ben beroofd. Zeg ik toch.”
“Ja ja.”
Milo voelde het staal van handboeien om één van zijn polsen en probeerde zich in een reflex los te rukken. Daarop stootte de agent hem met een elleboog in zijn maag. Milo klapte dubbel en hapte naar adem.
“Rustig, knul,” zei de andere agent tegen hem.
Milo hoestte en haalde gierend lucht. “Ik. Woon. Hier!”
“Je gaat gewoon gezellig mee naar het bureau. Kun je daar je moeder bellen.”
Bij het horen van het woord ‘moeder’ barstte Milo in huilen uit.

Geplaatst in Random writings, Schrijfsels | Een reactie plaatsen

XIII. Beroofd

pianokeysZijn neus bloedde. Eerst dacht Milo dat het van de coke kwam, maar toen hij er ruw met de rug van zijn hand langs veegde explodeerde er een hele Melkweg aan witte sterren voor zijn ogen van pijn. Het duurde even voordat hij niet meer bang was dat hij flauw zou vallen. Hij deed zijn ogen open en ontdekte dat hij buiten was, op straat. Hij lag op zijn rug op een trottoir. Het schemerde. Er floot een enkele vogel.
Milo slaagde erin op zijn benen te komen maar kon het niet helpen dat hij weer op zijn knieën zakte. Hij kotste tot hij het gevoel had dat hij zijn ingewanden uit zou spugen. Daarna huilde hij een hele tijd, hoewel hij geen notie had waarom. Uiteindelijk probeerde hij weer overeind te komen. Het lukte pas na een paar keer.
Op een gegeven moment stond hij ineens bij zijn eigen voordeur. Geen idee hoe hij daar was gekomen, maar hij was ongelofelijk opgelucht. Tot hij merkte dat hij zijn sleutels niet bij zich had. Andere jaszak. Broekzakken. Binnenzak. Nog eens. En nog eens.
Wel verdomme.
Hij had niets meer bij zich. Sleutels, gsm, papieren, geld – helemaal niets meer. Milo voelde hoe hij van boven tot onder begon te beven. Paniek vlamde in zijn binnenste. Hij deed zijn ogen dicht en ademde diep in. “Rustig aan,” mompelde hij tegen zichzelf, maar zijn stem klonk raar en vervormd. Toch zei hij het nog eens: “Rustig aan. Niks aan de hand. Rustig aan.” Het hielp niet. Zijn benen voelden als kauwgom en hij moest gaan zitten op de treden voor zijn voordeur. Na een tijdje merkte hij dat hij weer huilde. Milo’s handen gleden nog eens langs zijn jaszakken maar natuurlijk had hij ook zijn drugs niet meer. Verdomme. Hij was kapot.

Geplaatst in Random writings, Schrijfsels | Een reactie plaatsen

Waarde

everysecond

Elke seconde is van eindeloze waarde.

Geplaatst in Filosofie, Inspiratie, Persoonlijk | Een reactie plaatsen

XII. Vrienden

pianokeysMilo zat met zijn rug naar de muur, Jesse en Tom zaten tegenover hem aan tafel. Milo glimlachte, gelaten en sloom. “Helemaal niet vijandig, dit.”
“Waar ben je de laatste tijd mee bezig?” vroeg Jesse.
Milo schokschouderde, schudde zijn hoofd.
Tom boog zich naar hem toe. “Milo, je maakt jezelf belachelijk.”
Milo trok zijn wenkbrauwen op. “Want?”
“Je bent constant stomdronken of stoned.”
Milo knipperde met zijn ogen, maar zijn blik bleef wazig. “Dus?”
“En je muziek?”
Milo grijnsde. “Ik ben loaded, man. Ik hoef niet meer te werken. Ik hoef niks meer. Alleen nog maar lol maken.”
“En,” vroeg Tom, “heb je ‘lol’?”
Milo keek hem hooghartig aan. “Meer dan jij.”
“Doe niet zo ongelofelijk onuitstaanbaar,” beet Jesse Milo toe.
Tom schudde zijn hoofd, zijn lippen op elkaar geperst.
“Verdomme Milo,” zei Jesse. “Je bent zo jong. En knap. En talentvol!”
“Ja maar,” reageerde Milo grimmig, naar voren leunend, “dat talent hè, daar kan ik dus niks meer mee. En dan ben ik alleen nog maar jong en knap. Voilà.”
“Onzin,” snauwde Tom. “Je hebt nog steeds het talent om muziek te schrijven. En een geweldige stem.”
“Ga jij eens schrijven zonder dat je een pen kunt vasthouden dan.”
“Je zelfmedelijden maakt me ziek.”
“Ik ben realistisch.”
“Je bent een klootzak.”
Milo’s kaak trilde. Hij pakte zijn wijn en dronk het glas leeg.
“Doe nog wat yayo,” zei Tom misprijzend. “Dan kun je nog even door.”
“Ik kan ook zo nog wel even door, maar lief dat je meedenkt.”
“Milo,” probeerde Jesse het nog eens. “Hou alsjeblieft op met domme dingen doen.”
Milo richtte zijn dronken blik op Tom. “Doe ik domme dingen? Tom?” Uitdagender: “Thomas?”
Het duurde lang voordat Tom reageerde: “Ik heb geen idee wie er hier tegenover me aan tafel zit. Maar het is niet Milo Morris. Want van Milo Morris kun je alleen maar houden. En deze kerel hier is een waardeloze eikel.” Met die woorden stond hij op. “Weet je wat, zuip en snuif jezelf maar naar de verdommenis. Mij verrekt het niet meer.”
“Tom,” begon Jesse.
“Doei!” riep Milo Tom na.
Daarop viel Jesse tegen hem uit: “Wat de fuck! Stomme klerelijer!”
Milo tuitte zijn lippen. “Oeh. Indrukwekkend hoor.”
De boosheid en teleurstelling droop van Jesse’s gezicht. Toen stond hij ook op. “Hier,” zei hij, een paar bankbiljetten voor Milo op tafel gooiend. “Pak nog een wijntje. Ik hoop dat je erin stikt.”

Geplaatst in Random writings, Schrijfsels | Een reactie plaatsen

Truc(k)je

truckJett Rebel is een Nederlandse artiest met een, niet alleen naar mijn mening, waanzinnig, je zou bijna zeggen ‘on-Nederlands’, talent. Zijn optredens zijn, wat hij ook doet of speelt, altijd een geweldig feest, en of je nou man of vrouw bent, je wordt meestal stiekem een beetje verliefd op hem als je hem ziet spelen, zo veel passie en plezier spat er van hem af.

Jett Rebels platenmaatschappij vindt dat ze hem lekker zichzelf laten zijn. Dat ze hem artistiek alle mogelijke vrijheid geven, omdat zijn talent dat verdient. En daarom stonden zij Jett Rebel toe een album te maken als het album dat hij nu heeft uitgebracht; Truck.

Jett zegt zelf erg te hebben genoten van het maken van dit album. Het zij hem gegund. Maar wat dit album vooral anders maakt dan zijn vorige is dit: hij slaat de plank wel heel erg mis. Truck is halfslachtig. Er is iets aanwezig, maar het “watch me not care!” overschreeuwt het potentieel. En het ergste is: het doet geen recht aan het talent van Jett Rebel.

Zijn platenmaatschappij (of zijn manager) (of beide!) had moeten zeggen: “Alles leuk en aardig, maar dit brengen we niet uit. Het is niet af en bovendien op geen enkele manier een vooruitgang op je vorige album.” Ze hadden moeten zeggen: “Dit is hem niet. Terug naar de tekentafel. Je hoeft geen tien te scoren, maar dit, Jett, is niet eens een voldoende.”

Begrijp me niet verkeerd, ik ben niet teleurgesteld in Jett Rebel. Ik ben boos op de mensen die hem begeleiden. De mensen die hem zouden moeten beschermen tegen zichzelf en de buitenwereld. De mensen die hem beter zouden moeten maken dan hij durft te zijn. Want ze hebben hem met het op de markt brengen van Truck geweldig in de steek gelaten.

Geplaatst in Media, Muziek, Persoonlijk | 2 reacties