Wim

roosVanmiddag ordende ik mijn gedachten, met de hand schrijvend, met een vulpen, in een boek dat ik dagboek noem maar dat van alles zou kunnen zijn. Het was alweer even geleden dat ik dat deed en het was bevrijdend, zoals altijd. Het schiep duidelijkheid en gaf rust, zoals altijd. Het zorgde voor overzicht, zoals altijd.

Ik schreef over dingen die gebeurd zijn (zoals je doet in een dagboek) en wat ik daarmee kan en wil, ook zoals altijd. En voordat ik het wist, schreef ik ineens over mijn vroegere collega en mijn inmiddels overleden vriend, Wim. Het ging erover hoeveel steun ik aan hem had. Hoe goed wij elkaar aanvulden op het werk. Ik schreef letterlijk:

“Wow. Doet pijn om dat op te schrijven. Niet omdat ik een tekortkoming bij mezelf constateer, maar omdat wij zo’n mooi team vormden. Dingen die ik niet leuk vond of niet kon, die deed Wim, en andersom.”

En:

“Ik mis hem, met grote regelmaat.”

Ik zat op dat moment in een overvol lunchcafé en het kostte me geweldige moeite om niet te gaan huilen terwijl ik dat opschreef. Hij was mijn steun en toeverlaat, en ik mis hem soms enorm. Op het werk, maar ook als vriend en mede-salonfilosoof.

Het is inmiddels alweer drieënhalf jaar geleden dat ik definitief afscheid van hem nam, en vanmiddag, aan dat tafeltje in dat overvolle lunchcafé, toen ik zijn naam op had geschreven en een beetje voor me uit staarde, zei ik in gedachten tegen hem: ik heb je wijsheid nog wel eens nodig. Ik wou dat ik je nog eens kon zien.

Het stel dat aan het tafeltje naast mij zat ging weg, en we wisselden wat woorden omdat de dame haar tas bijna vergat en de heer aan mij vroeg of ik geen pijn aan mijn hand kreeg van ‘echt schrijven’, met een pen op papier dus, en we wensten elkaar prettig weekend. (Er zijn overal aardige mensen. Gewoon een kwestie van opletten. En zelf ook aardig zijn. 🙂 )

Even later ging er een nieuw paar naast me zitten, enige jaren ouder dan het stel dat er eerder zat. Ik was inmiddels weer aan het schrijven en keek even op naar hen. En geloof het of niet, de man die aan het tafeltje naast dat van mij was komen zitten was een jongere versie van Wim. Dezelfde ogen, dezelfde neus en mond, dezelfde uitstraling. Zijn gezicht bewoog op exact dezelfde manier als dat van Wim terwijl hij praatte tegen de vrouw waarmee hij was. Hij tilde op dezelfde manier zijn glas op om te drinken.

Maak ervan wat je wilt. Maar mijn magische hoofd wil er best in geloven dat Wim me hoorde. En iemand stuurde die op hem leek. Zodat ik hem inderdaad nog eens kon zien. Om me te laten weten dat hij nog altijd met me meekijkt. En een beetje helpt, af en toe.

Advertenties
Geplaatst in Bericht, Inspiratie, Lief dagboek, Persoonlijk | Tags: , , , , , | 2 reacties

CL. Besef

jazzpianoNa het laatste nummer van de setlist die hij had samengesteld stond Milo vooraan bij de rand van het podium, zijn ogen gesloten, en hij luisterde naar het applaus, naar de dingen die mensen naar hem riepen, uitingen van bewondering en liefde. Hij ademde diep in en uit tot hij zeker wist dat zijn ogen droog waren en hij ze kon openen zonder dat er tranen uit zouden komen, en hij keek de zaal in zonder wat te zien, omdat hij werd verblind door de spotlights, en glimlachte. Sterker, hij lachte zo breed dat zijn mondhoeken er bijna pijn van deden.
En ineens besefte hij het. Hij besefte ineens dat hij zich gelukkig voelde. Intens, diep, ongelofelijk, onmetelijk gelukkig. Zijn lijf vibreerde ervan. Hij kon het wel van de daken schreeuwen.
Ik ben gelukkig. Wel verdomme.
Diep inademend sloot Milo heel even zijn ogen. Hij wilde niet van het podium af. Hij kon niet terug naar de kleedkamer. Hij kon niet terug naar de plaats waar hij voor dit concert was geweest, hij kon niet terug naar dat gevoel.
Hij kon niet terug naar de cocaïne die hij nog altijd in zijn broekzak had.
Dat besef was er ineens, en het was zo duidelijk en zo hard dat hij zich verslikte in zijn adem. Hij wilde niet. Hij wilde de drugs niet. Hij wilde dit: hij wilde spelen, op een podium staan, mensen gelukkig maken met zijn muziek, zichzelf gelukkig maken met zijn muziek. Hij wilde live optreden en in de studio opnemen en dan weer live optreden en verder niets.
Nog eens heel diep ademhalend legde Milo zijn hoofd in zijn hals. En hij besloot nog een nummer te spelen. En misschien nog wel één. Hij zou gewoon verder spelen, tot hij er genoeg van had. Want dit was alles wat hij was. Geen hopeloze junk, maar een muzikant. Eén van de beste muzikanten van zijn generatie. En dat was alles wat hij wilde zijn.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Young American

liefdeHij is zo Frans.
Dat dacht ze al de hele avond, elke keer als ze naar hem keek, en dat was zo’n beetje de hele avond lang. Hij is zo verdomd Frans, hij moet wel Frans zijn. De vorm van zijn ogen, van zijn gezicht, van zijn neus. De manier waarop hij kijkt van onder zijn wimpers. Dat halflange, golvende, donkere haar. Hij is zo godverdomd Frans.
Dus toen ze voor hem stond en er eindelijk aan toe kwam om hem aan te spreken zei ze in haar beste Frans tegen hem: “Als je er genoeg van hebt Engels te praten, praat dan maar even met mij.”
Hij keek haar aan. Zijn ogen waren smaragdgroen, ze had nog nooit zulke ogen gezien. Nu hij zo dicht bij haar stond en hij alleen naar haar keek merkte ze dat hij een aan onschuld grenzende, verraderlijke seksualiteit ademde. Heel ongetemd, schijnbaar peilloos. Ze wilde haar blik afwenden maar kon het niet meer toen hij antwoordde. Met een verrassend lage stem, een beetje hees maar vooral in accentloos Frans: “Ik kom uit New York.”
Ze hakkelde. Stamelde. Ze wilde zelfverzekerd overkomen, zelfverzekerder dan ze zich voelde in ieder geval, maar ze kon niet anders dan over haar woorden struikelen. “O,” was een klank die ze uitbracht. En: “Uh.” Zo leeg. Zo onnozel. Uiteindelijk lukte het haar weer wat Franse woorden in de juiste volgorde te zetten: “Maar, je bent Frans, toch?” Nee. Waarom vroeg ze dit? Waarom zei ze überhaupt iets?
Hij glimlachte geamuseerd. Knipperde even met zijn ogen. “Non.” En daarna, in onmiskenbaar Amerikaans: “Het spijt me dat ik je teleurstel.” Hij tuitte zijn volle lippen. Zijn hele gezicht, zijn hele houding straalde uit dat hij helemaal nergens spijt van had. Misschien was hij te jong om ergens spijt van te hebben. Of misschien was hij gewoon ongelofelijk zelfverzekerd. Het enige wat ze kon, was naar hem glimlachen. Ze merkte zelf hoe schaapachtig dat eruitzag.
Erg genoeg bleef hij haar nog even aankijken met die belachelijk prachtige ogen. Uiteindelijk krulde zijn mond weer in een lichte glimlach. Hij keek even opzij, naar iemand die verderop in de ruimte stond, iemand die ongeveer even oud was als zij, en daarna weer naar haar. Zijn Amerikaanse accent leek spottend te klinken terwijl hij zei: “Mijn vader is Frans. Misschien kun je het bij hem proberen.” Hij schonk haar nog een schalkse knipoog, en verdween.

Geplaatst in Lief dagboek, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

CXLIX. Optreden

Piano_sOp het podium stonden alleen een zwarte vleugel met een pianobank ervoor en een aantal gitaren in een rek, met daarvoor een kruk. Verder niets.
Geen band.
Het had Milo niet veel tijd gekost te beslissen dat hij deze showcase alleen zou doen. Hij was verschrikkelijk in de war van wat Fletcher tegen hem had gezegd, en hij had er de energie niet voor op kunnen brengen om in gesprek te gaan met zijn band en ervoor te zorgen dat Tom en Jesse Fletcher zouden accepteren. Om niet te spreken van hoeveel moeite het hem zou kosten zelf weer een normale relatie met Fletcher te krijgen. De releaseparty was te dichtbij en hoe meer Milo erover na had gedacht, hoe meer hij alleen maar muziek wilde maken, zonder iemand, zodat hij niet zou hoeven overleggen, zijn ideeën niet over zou hoeven brengen en geen aandacht zou hoeven besteden aan hoe alles in elkaar zou passen. Dus stond hij hier alleen.
“Doe jezelf toch niet zoveel pijn,” had Rick gezegd, toen Milo hem in tranen had verteld dat hij de showcase alleen wilde doen, en Milo had teruggebeten: “Alles doet pijn, mijn leven doet altijd pijn, al sinds mijn moeder doodging, daar hoef ik zelf helemaal niks aan te doen hoor.” Hij besefte hoeveel zelfmedelijden en slachtofferschap daar vanaf droop, maar hij wilde nu even niet anders. Hij vertelde zichzelf dat hij die pijn en die medelijden voor zichzelf nu even nodig had om dit goed te doen en was aan de slag gegaan met het herschrijven van arrangementen en oefenen voor de show.
En wat wilde hij de cocaïne die hij in zijn broekzak had nu graag. Zo graag. Hij verheugde zich er zo op dat hij zich in moest houden het podium op te rennen om zijn show snel achter zich te brengen.
“Je bent,” fluisterde iemand achter hem.  Milo schudde zijn schouderlange haar naar achteren, haalde diep adem door zijn neus, zette een lichte glimlach op en stapte onder luid applaus in de spotlichten.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , | Een reactie plaatsen

CXLVIII. Steun

Piano_sRick kwam de kleedkamer binnen en het scheelde niets of Milo was in tranen uitgebarsten. Maar Rick kon natuurlijk niet weten wat er zojuist was gebeurd; hij dacht dat Milo, zoals gewoonlijk, podiumvrees had, en hij kwam direct naar hem toe om hem in zijn armen te nemen.
Het duurde heel lang voordat Milo erin slaagde geluid voort te brengen en hij piepte zachtjes: “Ik ben bang.” Dichter bij de waarheid kon hij bijna niet komen.
“Dat hoeft niet,” zei Rick geruststellend, “dat weet je toch.”
“Iemand,” begon Milo, maar zijn keel werd dichtgeknepen voordat hij verder kon gaan en hij haalde hijgend een paar maal adem. “Er was hier net iemand.”
“Wat?”
Milo week een stukje terug uit Ricks omarming. “Er was een kerel…” Hij haalde weer diep lucht, hoorde hoe zijn ademhaling piepte. “… die ik niet kende.” Het was hem een raadsel hoe hij die woorden uit zijn strot kreeg.
“Wie was het? Wat deed hij hier?”
Milo schudde hulpeloos zijn hoofd. “Weet ik niet.” Hij gebaarde naar de kaart. “Hij bracht die.” En dit was het moment. Het moment om tegen Rick te zeggen dat hij het misschien wél wist, sterker, dat hij zeker wist dat de kaart van zijn dealer was, en om hem het zakje met de coke te laten zien, te geven, en ervan af te zijn. Maar hij zei en deed verder niets. Behalve hopen dat het niet opviel dat hij was begonnen te beven.
Rick liet Milo los, was in een stap bij de make-uptafel. Hij pakte de kaart en bekeek hem, van de voor- en achterkant, van de binnenkant. Hij las de tekst. “Hoe zag die gast eruit?”
Milo keek Rick alleen aan, alsof hij de vraag niet begreep.
“Milo. Die gast die jou dit ding kwam brengen, hoe zag hij eruit?”
Weer zoveel mogelijk lucht naar binnen zuigend deed Milo zijn ogen dicht, maar hij kon zich de man niet herinneren. Zelfs zijn haarkleur was hij vergeten. “Weet ik niet meer,” zei hij uiteindelijk zachtjes, en hij voelde zich heel erg kwetsbaar. “S-sorry, ik…”
Rick legde de kaart terug op de tafel en nam Milo weer in zijn armen. “O jongen,” zei hij gedempt.
Milo leunde tegen Rick aan. De drug brandde in zijn broekzak. Het was zo heftig dat Milo bijna verwachte dat Rick het zou voelen. Maar dat gebeurde natuurlijk niet.
“Je moet zo op,” zei Rick na even. “Of heb je tijd nodig?”
Milo hoorde tot zijn spijt dat hij snikte. Hij veegde met zijn handen langs zijn ogen, maar die bleken droog.
Rick keek naar Milo’s gezicht. “Trek je dit?”
Het lukte hem nog steeds niet om goed te ademen. Milo knipperde met zijn ogen, haalde weer diep, trillerig, adem, keek Rick ook aan.
“Moeten we uitstellen?” vroeg Rick. Hij klonk hoogst bezorgd.
“Nee,” fluisterde Milo, zijn hoofd buigend, maar hij wist niet zeker wat hij eigenlijk wilde zeggen. Hij was zich er ontzettend van bewust dat hij keuzes kon maken die alles anders zouden maken, maar hij deed niets, omdat hij wist dat iedereen zou denken dat hij gewoon weer onzeker was, zoals zo vele eerdere malen, en niemand zou vermoeden dat hij een goeie twee gram yayo in zijn broekzak had zitten. Na even voelde hij Ricks armen om hem heen en liet zich stevig vastpakken, maar het lukte hem niet ook maar een beetje toe te geven aan de omarming of iets van ontspanning te voelen. Onwillig en wat bruusk maakte hij zich na enige tijd weer los uit Ricks omarming, haalde weer diep, trillend, hijgend adem.
“Kun je spelen? Milo? Kun je spelen?”
Milo keek Rick aan. Hij knipperde met zijn ogen en besloot door de zure appel heen te bijten. “Ja.”

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Zwart

Er zijn van die levensvragen die met regelmaat terugkeren. Ik heb ze ook. Soms worden ze aan me gesteld. Laatst ook weer. Iemand vroeg me: “Waarom draag je toch zo veel zwart?”

Het antwoord is heel makkelijk. Ik hou van zwarte kleren. En nee, ik ben geen verkapte goth (of een openlijke goth for that matter), ik ben niet geobsedeerd door de dood en/of begrafenissen, ik ben geen duister iemand en ik probeer geen mensen op afstand te houden door me ‘eng’ te kleden of te gedragen. Ik hou gewoon erg van zwarte kleding.

Vele jaren heb ik geprobeerd te verklaren waarom ik ervan houd om zwarte kleren aan te trekken. Omdat allerlei mensen ernaar bleven vragen. Omdat leidinggevenden (nee, niet slechts eentje!) ernaar vroegen. “Jacqueline, waarom draag je zwarte kleding? Wat probeer je te verbergen?”

Ik ging het mezelf afvragen. Want als zo veel mensen erover bezig blijven, dan is er misschien wel wat gaande. Iets wat ik nog niet aan mezelf had opgemerkt. Dus zette ik al mijn zelfreflecterende vermogens in om iets te ontdekken. Iets te verzinnen, zelfs. Er moest toch een oorzaak te vinden zijn voor mijn voorliefde voor zwarte kleding, als zo veel mensen het zo op vonden vallen?

Vervolgens gooide ik het op allerlei dingen. Een goeie schutkleur om overgewicht te verbergen. Een manier om mensen af te schrikken. Een manier om op te vallen. Of toch verkapt goth?

Maar het is simpeler. Mensen. Leidinggevenden van allerlei pluimage en van hoog tot laag in een aantal bedrijven. Ik hou van zwart. Als kleur. Als non-kleur, als je wilt. Ik smeer zwart op mijn ogen, ik heb m’n haar jarenlang zwart geverfd. En ik draag zwarte kleding. Omdat het mooi is. Stijlvol. Multi-purpose. Het kan en past altijd. Zwart is neutraal en zwart is sexy.

En als je wilt denken dat ik toch goth ben: ga je gang. Vind wat je wilt vinden. Ik ga er geen andere kleur kleren van dragen. Behalve als ik er zelf zin in heb.

Geplaatst in Bericht, Lief dagboek, Persoonlijk, Random writings | Tags: , , , , , | 1 reactie

CXLVII. Verlangen (alweer)

Piano_sEr ging van alles door Milo’s hoofd, de nare gedachten buitelden plotseling over elkaar heen; gedachten over allerlei rottige zaken die in de envelop konden zitten, van ongedierte tot drugs, of misschien een brief of een kaart waar lelijke dingen in stonden waardoor hij alle moed zou verliezen het podium op te gaan. En hoe kon dit, überhaupt? Hoe kon een volslagen vreemde nou ineens in zijn kleedkamer staan? Hoe kon het dat deze kerel niet tegen was gehouden door iemand?
Maar ondanks alles stond hij op. Deed hij een stap naar de man toe. Pakte hij de envelop aan. Terwijl hij langzaam weer ging zitten zei de man: “Veel plezier vanavond. Hoe zeggen ze dat in het theater? Break a leg?” En met een knikje: “Niet letterlijk, dan, hoop ik voor je.”
Milo produceerde een halfslachtige, flauwe glimlach.
De man wachtte niet op een reactie en verliet de kleedkamer onmiddellijk.
Zo diep mogelijk adem halend staarde Milo naar de deur die achter de man dicht was gevallen. Pas na een hele tijd lukte het hem zijn ogen los te maken en zijn blik naar de envelop in zijn handen te laten glijden.
Er leek een kaart in te zitten.
Hij draaide de envelop om en zag dat die niet eens dicht was geplakt.
Geen ongedierte, dus.
Milo snoof nerveus bij de gedachte. Hij zuchtte een paar keer zo diep mogelijk, trillerig, en opende de envelop.
Er zat een kaart in met kleurige ballonnen erop.
Hij sloeg de kaart open. Binnenin had iemand met een mooi, zwierig handschrift geschreven: ‘Succes! Op de toekomst!’ Geen afzender.
Milo tilde de kaart op om hem rechtop voor zich op de make-uptafel te zetten en pas toen zag hij het kleine envelopje met de afbeelding van een pony erop. Het gleed uit de kaart op de vloer. En Milo’s adem stokte.
Het was alsof hij kon ruiken dat het cocaïne was. Het was alsof hij het al proefde in zijn mond. Alsof hij het al voelde in zijn neus. In een flits zag hij het liggen, de kristallen netjes verdeeld in twee lijntjes, op het tafelblad voor hem, en hij dacht al heel even de eerste hit te voelen nadat hij had gesnoven. Het lukte hem veel lucht naar binnen te zuigen en hij duwde zijn stoel wat van het envelopje op de vloer af, maar hij slaagde er niet in zijn blik van het envelopje af te wenden.
Hij wilde het.
Hij wilde het zo graag.
Er ging een aantal lange ogenblikken voorbij, ogenblikken waarin Milo registreerde dat al zijn poriën begonnen te prikken, dat er transpiratievocht uit zijn nek langs zijn rug liep en dat zijn voorhoofd vochtig werd van het zweet. Hij deed zijn ogen dicht maar bleef het envelopje op de vloer voor zich zien.
Uiteindelijk klopte er weer iemand op de deur van zijn kleedkamer.
En Milo deed wat hij niet moest doen. Hij stond op, raapte het envelopje pijlsnel van de vloer en stopte het in zijn broekzak. De kaart op de make-uptafel leggend zei hij krachteloos: “Binnen.” Zijn stem was hees.
Deze keer was het wel Rick.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 3 reacties