CXXXI. Afhankelijk

Piano_sMet de kraag van zijn jasje omhoog en de sjaal die hij droeg tot over zijn neus opgetrokken beende Milo de achteruitgang van de club uit, de straat op. Hij merkte niet dat sommige mensen hem herkenden en zijn naam riepen. Een paar straten verderop voelde hij pas dat hij was gaan rennen.
Het was stil en, op een aantal lantaarnpalen die oranje licht uitstraalden na, donker; zelfs in de hem omringende huizen brandde geen licht.
Zijn handen trilden hevig en Milo duwde ze diep in zijn broekzakken. Hij liet zich met zijn rug tegen een muur vallen en deed met zijn hoofd ver gebogen zijn ogen dicht. Het duurde een hele tijd voordat hij zijn ademhaling weer onder controle had en hij niet meer het gevoel had dat hij zou kunnen huilen. Hij barstte uit elkaar van de tegenstrijdige gevoelens. Hij was zo opgelucht was dat hij Tom en Jesse had gesproken, maar zo woedend dat hun bandleider hem meedogenloos neer had geprobeerd te sabelen, en dat hem dat bijna gelukt was, en dat dat kwam doordat een mispunt waarmee hij in rehab had gezeten zijn verhaal had verkocht. Hij kneep zijn handen zo stevig in elkaar tot vuisten dat zijn nagels in zijn handpalmen sneden en hij beet met dichtgeknepen ogen op zijn lip tot die gevoelloos was geworden en bloedde.
Zijn gsm ging.
“Nee,” snauwde Milo hardop. Zijn stem echode door de lege straat. Hij haalde zijn handen uit zijn broekzakken en wreef langs zijn wangen. “Rot op.”
Het toestel ging naar voicemail, maar de beller gaf niet op en belde opnieuw. En nog eens. En nog eens.
Milo veegde weer langs zijn gezicht, maande zichzelf tot kalmte. Het lukte uiteindelijk voor een deel. Op het moment dat de beller het nog eens probeerde vond Milo dat hij wel voldoende was gekalmeerd om het gesprek aan te nemen.
Het was Rick. Natuurlijk was het Rick.
Milo verbeet zich, het toestel naar zijn oor brengend. “Hi.”
“Hé. Hoe was het?”
Omdat hij bang was dat zijn ogen zouden gaan tranen deed Milo ze weer dicht. “Goed.” Tot zijn spijt was zijn stem vervormd van emotie. “Alles is goed tussen Jesse en Tom en mij.”
“Dat is geweldig om te horen.”
“Hmm,” deed Milo alleen.
Uiteraard had Rick allang aan zijn stem gehoord dat er iets was. Hij vroeg onomwonden: “Wat is er?”
Tot Milo’s spijt snikte hij droog. Geërgerd wreef hij met zijn vrije hand in zijn ogen. “Hun bandleider is een klootzak.”
“Wat?”
Milo deed zijn ogen weer open. “Hij was blijkbaar bang dat ik Jesse en Tom weer bij hem weg kwam halen.” Hij haalde diep adem. Keek naar het einde van de straat waar hij in stond zonder echt iets te zien. “Hij begon over dat artikel van een tijdje geleden.”
Rick vloekte. “Zie je. Ik had met je mee moeten gaan.”
Milo schudde zijn hoofd. “Nee, nee, het ging wel. Het is alleen, het is pas nu…” Hij haalde een paar keer diep adem om zijn opvlammende emoties te onderdrukken. “Nu ik daar weg ben gaat het pas…” Zijn stem brak en hij maakte zijn zin niet af.
“Verdomme, jongen,” zei Rick. “Waar ben je?”
“Weet ik niet,” zei Milo zachtjes. “Ergens in de stad. Ik zoek zo een taxi en dan ga ik naar huis.”
“Weet je het zeker?”
Milo deed zijn ogen weer dicht. Nee, hij wist het niet zeker. Ergens achter in zijn hoofd was hij begonnen met bedenken of hij nog ergens valium of Xanax verstopt had in zijn huis. Of anders ergens onderweg bij een nachtwinkel zou stoppen om wodka te halen. Of om iets anders te scoren, iets harders, iets om verder mee weg te vluchten. Het was zacht, en ver weg, en op de achtergrond, maar het was er wel. “Ja hoor.”
Rick kende hem beter dan wie dan ook. “Kijk anders even op je navigatie waar je bent, dan kom ik je halen.”
“Hoeft niet.”
“Milo.” Hij zei het met een dwingende nadruk. “Luister naar me. Check even de navigatie op je gsm en vertel me waar je bent.”
Milo antwoordde niet. Hij was zo opgelucht dat Rick het er niet bij liet zitten dat hij even bang was dat zijn benen hem niet overeind zouden houden. Op het scherm van zijn smartphone schoof hij het gesprek aan de kant, hij klikte op het routeprogramma en zocht de naam van de straat waar hij was. Het gesprek terugnemend merkte hij ineens dat hij toch huilde. Omdat hij zich niet zo hulpeloos wilde voelen. Omdat hij niet wilde dat hij gered moest worden. Omdat hij niet zo afhankelijk wilde zijn, maar niet anders kon. En omdat hij diep in zijn hart zo, zo blij was dat Rick hem kwam helpen. Hij noemde de naam van de straat tegen Rick.
“En je bent alleen?” vroeg Rick voor de zekerheid.
“Ja,” snikte Milo.
“Blijf waar je bent. Ik ben er binnen een half uur. Bel me als er iets is, oké? Als je lastig wordt gevallen. Of als je onrustig wordt. Of wat dan ook. Oké?”
“Oké,” fluisterde Milo.
“Oké?” vroeg Rick, dwingender.
Milo zei harder: “Oké.”
Rick drukte de lijn weg en Milo liet zich langs de muur op de grond zakken. Met zijn knieën opgetrokken tegen zijn lichaam en zijn gsm in zijn hand wachtte hij, terwijl er af en aan verse tranen over zijn wangen liepen.

Advertenties
Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

CXXX. (Niet) goed

Piano_s“Is het weer goed?” vroeg Angie aan Tom toen ze met Aiden naar het groepje terug was gelopen.
Tom grijnsde naar haar.
Jesse zei: “Het was altijd al goed. Toch, Milo?”
Milo keek hem aan en glimlachte wat afwezig. Hij voelde dat hij allerlei emoties aan het verwerken was en bedacht dat hij misschien snel moest maken dat hij naar huis kwam, zodat hij alleen kon zijn.
“Als hij maar niet denkt dat ik nu meteen weer in zijn band stap,” zei Tom.
Het duurde even voordat Milo besefte dat die opmerking gekscherend bedoeld was en hij boog zijn hoofd, weer licht glimlachend, opgelucht dat hij niet meteen in de verdediging was gegaan. Toch zei hij: “In deze band komen jullie als muzikanten veel beter tot jullie recht dan bij mij, hoor.”
“Goed gezien, knul,” zei een stem achter hem bars en Milo draaide zich om alsof de persoon die had gesproken hem een tik tegen zijn achterhoofd had gegeven.
“W-wat?” hoorde hij zichzelf geschrokken zeggen, en hij kon zichzelf wel wat doen.
Achter hem stond de leider van de band waar Jesse en Tom deel van uitmaakten. Hij was veel groter dan Milo, misschien zelfs groter dan Fletcher. Zijn lange dreadlocks leken nog indrukwekkender dan op het podium, de bril met het zwarte montuur op zijn neus leek zo van dichtbij nog strenger. De man keek neer op Milo met zo veel dedain dat Milo zich moeite moest doen niet in elkaar te krimpen.
“Fijn dat jij ook vindt dat deze heren veel beter bij mijn band passen dan bij jou,” zei de man, terwijl hij naast Milo ging staan. Hij keek naar Tom en Jesse en grijnsde alsof hij zojuist een geweldige overwinning had mogen claimen.
Tot zijn spijt voelde Milo zich geïntimideerd. Maar iets in hem zorgde ervoor dat hij tegelijkertijd zijn rug rechtte en zijn hand uitstak. “Hi,” zei hij, en hij vond zelf dat hij behoorlijk zelfverzekerd klonk. “Ik ben Milo.”
De man schudde Milo’s uitgestoken rechterhand. Hij had een stevige, overtuigende handdruk. “Simon Bolt,” zei hij.
“Je bent denk ik de beste saxofonist die ik ooit heb gezien,” zei Milo. Vanuit zijn ooghoek zag hij Jesse en Tom een blik uitwisselen en hij concludeerde dat hij er ook daadwerkelijk in slaagde zelfverzekerd over te komen.
“Denk je,” zei Bolt, Milo niet aankijkend. Hij klonk ongelofelijk neerbuigend. “O. Waarschijnlijk ben je nog te jong om zoiets zeker te weten.” Hij liet een harde lach horen.
Milo voelde iets opvlammen in zijn binnenste en hij tuitte zijn lippen. Viel die vent hem nou aan? “Nou ja,” zei hij nonchalant, “ik bedenk ineens dat ik me ook vergist kan hebben natuurlijk. Jong als ik ben.”
Bolt keek Milo uit de hoogte aan. Hij probeerde niet eens te verbergen dat hij sneerde: “Wat weet jij nou, jochie?”
Iets opstandigs in hem won het van de intimidatie. Milo voelde het letterlijk gebeuren. Het maakte hem ineens niks meer uit hoeveel groter deze kerel was dan hij, en hoe indrukwekkend zijn kapsel en hoe streng zijn zwarte bril. Het enige waarin hij onderdeed voor deze kerel was het bespelen van een saxofoon. Kom op zeg! Milo legde langzaam zijn hoofd in zijn hals, Bolt aankijkend. Pas na een hele lange stilte vroeg hij: “Heb je enig idee wie ik ben, eigenlijk?” Hij hoorde zelf de krachtige toon die hij ineens in zijn stem had, maar voordat hij daar kracht uit kon putten vroeg Bolt, nog steeds op hem neerkijkend, met nog steeds een onmiskenbare sneer in zijn stem: “Jij bent die knul die de kleren van zijn mama aantrok om zijn papa het graf in te pesten, toch?”
Er ging een steek door Milo’s lijf alsof iemand een mes in zijn borstkas ramde. Het kostte hem geweldige moeite om te verbergen hoeveel pijn dat deed, maar hij glimlachte traag en hautain en zei: “En de beste muzikant die je ooit zult spreken, bitch.”
“Simon,” zei Jesse bezwerend tegen Bolt.
“Pardon?” vroeg Bolt aan Milo, alsof hij Jesse niet had gehoord.
Milo reageerde niet maar bleef de man aankijken, zijn ogen halfgesloten, een schuin, hooghartig lachje op zijn gezicht waarvan hij wist dat het bloedirritant was. Een lachje dat hij ook had gebruikt bij zijn vader.
“Ik ken tientallen gasten die beter zijn dan jij.”
Milo bewoog alleen zijn hoofd wat opzij, maar hij liet Bolts blik niet los. Na een hele tijd zei hij: “Noem er één.”
“Jesse,” zei Bolt onmiddellijk.
Wat een rotstreek.
Milo keek heel even naar Jesse, die zijn ogen dicht deed en zijn hoofd boog, en daarna onmiddellijk weer naar Bolt. Hij schudde langzaam zijn hoofd. “Tjonge. Wat ontzettend laag van je.”
“Hoezo? Het klopt toch?” Bolt keek naar Jesse. “Jesse?”
Milo keek ook naar Jesse, die zich zo ongemakkelijk voelde dat hij kleiner leek te worden. “Niet doen,” zei hij tegen Jesse. “Dat is het niet waard.”
“Hé,” zei Bolt hard. “Je bent z’n vader niet.”
Milo verbeet zich, liet opnieuw niets merken en schudde weer zijn hoofd. “Schei uit man.” Hij liet een minachtend geluid horen. “Je mag dan wel veel ouder zijn dan ik, maar het bereiken van de middelbare leeftijd maakt blijkbaar nog niet volwassen.”
Bolt begon iets te zeggen, maar Milo legde hem het zwijgen op door alleen zijn hand op te steken. Het was een autoritair en niet te negeren gebaar. Zelfs mensen om hen heen hielden op met praten en keken naar Milo, hoewel Milo zelf helemaal niet bemerkte hoe wilskrachtig hij eruitzag. Hij keek Bolt recht aan en zei: “Luister. Deze gasten zijn mijn beste vrienden en ik kom ze alleen maar feliciteren met hun geweldige debuut in jouw band.” De klank van zijn eigen stem verraste hem opnieuw; hij klonk als de leider die hij altijd wilde zijn. “Als jij zo onzeker bent van je eigen kwaliteiten als bandleider dat je denkt dat een vrouwenkleren dragend, ernstig overschat jongetje als ik jou je musici met tien woorden afhandig kan maken, moet je echt eens met iemand gaan praten.”
Bolt staarde hem aan. Hij zocht zichtbaar naar woorden om iets terug te zeggen.
Eigenlijk wilde Milo genieten van het moment, maar hij had even eerder besloten zich uit de voeten te maken voordat Bolt hem nog eens tot in het diepst van zijn ziel zou proberen te raken en hij zijn zelfbeheersing zou verliezen. Hij keek naar Tom en Jesse, en glimlachte veel zelfverzekerder dan hij zich voelde. “Ik hou van jullie,” zei hij. Hij meende het zo eerlijk dat hij voelde dat zijn ogen begonnen te prikken. “Tot snel.”
Tom knikte naar hem. Milo keek hem aan en de blik die hij terug kreeg was zo vol van verstandhouding dat hij Tom ter plekke had kunnen zoenen. In plaats daarvan knipoogde hij naar Jesse en hij mimede: ik hou van je. Jesse glimlachte. Daarop draaide Milo zich resoluut om en hij vertrok.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 1 reactie

Middernacht

puking heartsDus dacht ik aan hem. Nou denk ik wel vaker aan hem, en dat is allemaal geen enkel probleem. Aan hem denken is meestal fijn, onschuldig en blijft gewoonlijk zonder gevolgen.

Maar gisteravond dacht ik aan hem tot het pijn deed.

Gewoonlijk weet ik mezelf daarvoor te behoeden. Gewoonlijk hou ik op met aan hem denken voordat ik bedenk waarom hij nooit van mij kan zijn,  waarom hij dat niet zou moeten willen en waarom ik dat niet wil. Maar gisteravond dacht ik wel zo lang en intensief aan hem tot ik bedacht waarom hij niet zou moeten willen dat hij van mij zou zijn, en ik kwam niet eens toe aan bedenken waarom ik ik niet van hem wil zijn.

Ik dacht aan hem en aan zijn lippen en aan zijn ogen en ik dacht, zoals altijd wanneer ik te ver doordenk en wanneer mijn gedachten niet meer willen ophouden, waarom zijn de dingen zoals ze zijn, waarom ben ik niet wat ik wil zijn en waarom ben ik niet wat hij wil.

Terwijl: ik weet dat ik niet wil zijn wat hij wil.

Maar soms, op zo’n avond, zo tegen middernacht, doet dat er allemaal gewoon niet toe.

Geplaatst in Dromen, Lief dagboek, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , | 1 reactie

CXXIX. Excuses

vintage piano_sMilo deed even zijn ogen dicht. Hij nam zijn bril af, stopte die weg in een borstzak van zijn leren jasje en moest zichzelf vervolgens overwinnen om Tom aan te kunnen kijken. “Hi,” zei hij. Hij vond dat hij timide klonk en dat vond hij verschrikkelijk, maar aan de andere kant ook wel gepast.
“Hi,” zei Tom terug.
Milo voelde de blikken van hen alle vier op zich gevestigd en merkte dat hij begon te blozen. Weer even zijn ogen sluitend zuchtte hij diep. Hij wist niet waar hij moest beginnen. Maar Tom verloste hem.
“Eerlijk gezegd vind ik het wel stoer van je dat je hier persoonlijk bent.”
Milo glimlachte licht, zijn hoofd een beetje gebogen, zijn ogen op de vloer gericht. Hij had nog steeds niet bedacht wat hij moest zeggen en zweeg dan ook.
“Je had ook gewoon een e-mail kunnen sturen,” sneerde Aiden.
Bemoei je er niet mee, dacht Milo, en in zijn hoofd hoorde hij de snauwerige toon waarop hij dat Aiden wilde toevoegen, maar tot zijn opluchting slaagde hij erin die woorden binnen te houden. In plaats daarvan keek hij op, niet naar Aiden, maar naar Jesse, en daarna naar Tom, om zijn ogen weer neer te slaan.
Jesse verbrak de stilte tussen hen. “Waarom ben je hier?”
Milo deed zijn ogen dicht en perste zijn lippen op elkaar. Uiteindelijk slaagde hij erin wat te zeggen, en zowaar op een toon dat hij verstaanbaar was: “Ik kom mijn excuses aanbieden. Ik was egoïstisch. Voor de zoveelste keer. En dat spijt me.” Hij haalde diep adem, keek weer naar Jesse, naar Tom, terug naar Jesse. “Jullie zijn de beste vrienden die ik me kan wensen en ik had jullie nooit zo mogen behandelen. Het spijt me. Het spijt me.” En zijn hoofd schuddend: “Ik kan niet… ‘het spijt me’ is bij lange na niet genoeg. Damn, het spijt me zo.” Hij bedacht dat hij wel heel veel zijn excuses aanbood, en verdomme ook nog altijd terecht, en het waren steeds de mensen die het beste met hem voorhadden die het moesten ontgelden. Op een dag zouden ze ophouden met hem te vergeven.
Misschien was vandaag die dag.
Milo haalde weer diep adem en rechtte zijn rug. Zijn hoofd opheffend zei hij: “Jullie waren goddamn goed vanavond. Deze gasten zijn ongelofelijk bevoorrecht dat jullie met hen willen spelen.”
Jesse glimlachte naar hem en Milo’s hart veerde een beetje op.
“We worden niet zomaar weer maatjes omdat je complimenten komt uitdelen,” zei Tom.
“Natuurlijk niet,” zei Milo. Hij keek Tom aan, zuchtte weer, merkte dat zijn adem trilde. “Ik verwacht ook helemaal niks van jullie. Ik wilde alleen zeggen dat…” Hij boog toch weer zijn hoofd en moest toch weer even moed verzamelen om weer op te kijken. “… dat ik er enorm spijt van heb dat ik jullie heb weggestuurd, en dat ik wenste dat ik niet zo dom was geweest, en dat ik gek ben op jullie en dat jullie eindeloze, waanzinnige muzikanten zijn en dat ik jullie geweldig bewonder.”
Het was weer even stil tussen hen. Tot Angie zich losmaakte uit Toms arm. Ze gaf hem een kusje op zijn onderkaak en zei: “Ik ga even een wijntje halen. Ga je mee, Aiden?” Milo zag dat Aiden wilde weigeren, maar Angie pakte zijn hand al vast en trok hem mee. Ze knipoogde naar Tom, die haar een knipoog terug gaf, en schonk Milo toen een samenzweerderig glimlachje. Milo durfde de glimlach niet te beantwoorden, omdat hij bang was dat Jesse en Tom het zouden zien, en omdat hij bang was dat hij het verkeerd interpreteerde. Weer diep ademhalend, zuchtend, keek hij naar hoe Angie en Aiden wegliepen. En hij merkte dat hij zijn vrienden niet meer aan kon kijken. Milo veegde met zijn hand langs zijn ogen, legde zijn hand voor zijn mond, richtte zijn blik op de vloer tussen hen in.
“Klootzak,” zei Jesse na even. “Wat bezielde je?”
Milo schudde zijn hoofd. Hij was hierheen gekomen zonder zich te bedenken wat hij precies zou gaan zeggen, en nu wilde hij dat hij van tevoren een verhaal had uitgestippeld, zodat hij het duidelijk had kunnen vertellen. Na een hele tijd wreef hij met zijn handen langs zijn gezicht en hij zei: “Ik dacht dat jullie me niet zouden missen.” Dat was de meest tastbare, begrijpelijke samenvatting.
“Sukkel,” zei Jesse onmiddellijk. “Natuurlijk mis ik je.” Hij keek even opzij naar Tom. “Natuurlijk missen wij je.”
Milo sloot zijn ogen, perste weer zijn lippen op elkaar. Hij wilde duizend dingen zeggen, maar kon niet bedenken welke.  “Sorry,” zei hij uiteindelijk zachtjes, en hij vroeg zich af of ze hem wel konden horen over het rumoer in de kleedkamer heen. “Sorry. Soms ben ik onterecht ineens gekwetst. En mijn eerste reactie is om iedereen weg te sturen.” Hij zuchtte weer diep, schudde weer even licht zijn hoofd. “Ik ben gewoon soms heel moeilijk.”
“Dat weten we,” zei Tom. Milo keek naar hem op en zag dat hij glimlachte. “En toch zijn we bevriend met je.”
“Sorry,” murmelde Milo nog eens, zich cynisch bedenkend dat hij zijn tweede voornaam zou moeten aanpassen: Milo Sorry Morris, in plaats van Milo Steven Morris.
“Weet je wat fijn zou zijn?” vroeg Jesse. Hij wachtte tot Milo hem aankeek voordat hij verder ging. “Als je de volgende keer gewoon zegt dat er iets gebeurd is bij je. In plaats van dat je iedereen in je omgeving een opdonder geeft en dan weer door het stof moet om je excuses aan te bieden.”
Milo knikte, zijn hoofd weer buigend, maar zei niets. Hij beet op de binnenkant van zijn onderlip, balde zijn vuisten, draaide zijn hoofd weg.
Tom zag het. “Kom hier, eikel,” zei hij, zijn arm om Milo’s schouders heen leggend.
“Niet doen, niet doen,” mompelde Milo. Hij kneep zijn ogen dicht. Voelde ook Jesse’s arm om zijn rug, voelde dat Jesse hem een kus op zijn haar gaf. Milo drukte zijn handen tegen zijn gezicht en tot zijn enorme opluchting lukte het hem de huilbui die zich aandrong te onderdrukken.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Egodocument

profilepic_s“Wil je iemand goed leren kennen?” stond er boven een artikel. “Stel dan deze veertig vragen.” Al sinds jaar en dag kan ik dat soort lijstjes dan niet weerstaan – ik moet antwoorden geven op de gestelde vragen. En dan wil ik ze ook nog wereldkundig maken (even los van hoe veel of weinig mensen dit blog frequenteren).

Dus. Voor degenen die het interesseert, hier mijn antwoorden op veertig vragen. Ik ben benieuwd of je aan het einde het gevoel hebt dat je me beter hebt leren kennen…!

  1. Hoe voel je je op dit moment?
    Goed. Ik heb de laatste tijd te weinig geslapen en dat heeft zo z’n effecten. Ben ervan overtuigd dat als ik meer zou slapen, mijn antwoord op deze vraag niet ‘goed’, maar ‘uitstekend’ zou zijn.
  2. Wat is je dierbaarste bezit?
    Mijn knuffelbeertje van vroeger, Wella. Hij is heel erg versleten maar ik kan de gedachte dat ik hem niet meer zou hebben niet verdragen. Hetzelfde geldt overigens ook voor mijn speeldoosje van vroeger.
  3. Welk talent zou je graag willen hebben?
    Ik zou graag waanzinnig kunnen zingen.
  4. Aan welke eigenschappen heb je een hekel?
    Ik geloof niet dat ik aan eigenschappen een hekel heb. Wel aan overtuigingen, maar dat is de vraag niet.
  5. Welke karaktertrek zou je willen hebben?
    Meer doorzettingsvermogen misschien. Ik ben verder wel tevreden met de karaktertrekken die ik al heb, eigenlijk.
  6. Wat vind je de meest overgewaardeerde deugd?
    Voorzichtigheid. Het is soms verstandig om voorzichtig te zijn, maar het werkt ook remmend.
  7. En wat de meest ondergewaardeerde?
    Liefde. Niet liefde tussen partners, maar liefde voor alles en iedereen. Het wordt vaak gezien als zwakheid of naïviteit, en dat is je reinste onzin. Liefde is kracht.
  8. Welke fout kun je het makkelijkst vergeven?
    Elke.
  9. Wat zou je aan jezelf willen veranderen?
    Oppervlakkig als het is, het gaat om een uiterlijkheid: ik zou graag een mooi slank figuur willen hebben. O en jonger zijn is ook wel een puntje. Je beseft pas hoe mooi en jong je was als je ouder wordt.
  10. Ben je een spiritueel mens?
    Zonder twijfel.
  11. Zie je jezelf als introvert of als extravert?
    Extravert. Ik wil eigenlijk altijd en overal gezien en gehoord worden. Dat heb ik lang niet beseft trouwens. Ik dacht altijd dat ik introvert was. Maar helaas. Ik ben heel gevoelig, maar dat maakt mensen nog niet introvert, zo blijkt.
  12. Wanneer heb je voor het laatst gehuild en waarom?
    Net nog, omdat ik me voorstelde wat het met me zou doen als ik Wella weg zou gooien.
  13. Wanneer heb je voor het laatst gelachen en waarom?
    Eerder vanavond. Om Daley, mijn kater. Hij hoeft niet eens iets echt grappigs te doen om grappig te zijn. Sterker, hij sloeg zijn klauw in mijn broek toen ik langs de bank liep en sprong me daarna vanaf de leuning met zijn acht kilo vol in mijn knieholte, om vervolgens voor me uit te sprinten en bij zijn etensbakje te gaan zitten wachten tot hij brokjes van me kreeg. En serieus, dat is grappig. Nee echt.
  14. Wie van je ouders staat het dichtst bij je, en waarom?
    Mijn moeder. Want we voelen heel veel dingen op dezelfde manier en we hechten op dezelfde manier emotie en waarde aan dingen. Maar mijn ouders staan eerlijk gezegd alle twee heel dicht bij me. Ik doe mijn vader tekort als ik zou zeggen dat hij níet dicht bij me staat.
  15. Wat was de fijnste tijd in je leven?
    Ik heb in alle periodes in mijn leven fijne tijden gehad. Maar misschien is het einde van het examenjaar van de mavo wel het mooiste geweest. Ik herinner me van die tijd alleen maar zon, vrije tijd en een immens gevoel van vrijheid.
  16. Wat was de lastigste tijd in je leven?
    Mijn depressie. Die door sommigen ook burn-out wordt genoemd. En door sommigen bore-out. Maar het was een depressie hoor, geloof me. Daar ben ik beter van geworden, als mens. Nu ik het zo opschrijf was trouwens de depressie zelf niet het meest lastig; de tijd die er naartoe leidde was het meest lastig. Omdat ik merkte dat er wat misging, maar ik kon er mijn vinger niet achter krijgen. En ik probeerde heel erg hard mijn omgeving niet te laten merken dat er wat broeide. Het was heel eenzaam en alles deed ontzettend zeer. Alles was verschrikkelijk moeilijk. Alles.
  17. Wat is een wijdverbreid misverstand over jou?
    Dat ik niet bang ben om alleen te blijven. Ik ben heel tevreden nu, maar ik ben er wel een beetje bang voor dat ik op mijn sterfbed moet zeggen, het enige wat ik nooit heb gehad is een grote liefde die in mij ook zijn grote liefde zag. Verdomme, dat opschrijven maakt me idioot verdrietig. Volgende!
  18. Doe je nu wat je altijd hebt willen doen in je leven?
    Voor een groot deel. Ik schrijf veel, en dat heb ik altijd al willen doen in mijn leven. En ik heb heel veel vrijheid, dat heb ik ook altijd gewild. Het liefst zou ik alleen maar schrijven en vrij zijn, dat heb ik nog niet bereikt. Nóg niet.
  19. Wat is voor jou belangrijk in een relatie?
    Respect.
  20. Waarvan heb je spijt?
    Dat ik dik ben geworden.
  21. Wat is jouw grootste prestatie?
    Erachter komen wie ik ben. Daar ben ik nog steeds mee bezig, en als het goed is blijf ik dat nog wel even doen. Maar het is echt het allergrootste wat ik ooit heb bereikt. Zouden meer mensen moeten doen.
  22. Wat is je levensmotto?
    Take your pleasure seriously.” Ja, dat kun je opvatten als hedonisme. Maar los van dat ik niets heb tegen hedonisme: het betekent voor mij dat je alles wat je leuk vindt om te doen, ook serieus moet doen. En dat je echt geniet van de dingen die je doet omdat je ze leuk vindt. Ook dat zouden meer mensen moeten doen.
  23. Wat is je belangrijkste karaktertrek?
    Onafhankelijkheid.
  24. Wat is je favoriete eigenschap in een man?
    Gevoeligheid.
  25. Wat is je favoriete eigenschap in een vrouw?
    Moed.
  26. Welke eigenschap waardeer je bij je vrienden?
    Dat ze zichzelf zijn. Dat is trouwens sowieso iets wat ik erg waardeer in mensen.
  27. Wat is je belangrijkste tekortkoming?
    Ik ben nogal verslavingsgevoelig en kan soms geen nee zeggen tegen mezelf, zelfs als ik weet dat ik iets niet zou moeten doen.
  28. Wat is je favoriete bezigheid?
    Schrijven.
  29. Wat is je idee van geluk?
    Vrij zijn om te doen wat je wilt, zonder dat tijd of geld daar een rol in spelen. Waarmee ik niet bedoel dat ik een onsterfelijke miljardair zou willen zijn.
  30. Wat zou het ergste zijn wat je kan overkomen?
    Dat ik mijn ouders en mijn zusje kwijtraak. Zonder andere mensen in mijn leven tekort te willen doen: de mensen in het gezin waar ik uit kom zijn de belangrijkste mensen in mijn leven.
  31. Wie zou je willen zijn, behalve jezelf?
    Niemand. Je kunt je wel voorstellen hoe het zou zijn om iemand anders te zijn, maar iedereen heeft zijn uitdagingen en tekortkomingen. Ik wil er volgens mij helemaal niet achter komen wat de uitdagingen zijn van de mensen aan wie ik dacht toen ik deze vraag las; ik heb over het algemeen al meer dan genoeg aan mijn eigen uitdagingen.
  32. Waar zou je het liefst willen wonen?
    In deze omgeving, in of om Tilburg. Ik ben gek op deze stad. Maar ik zou wel vrijstaand willen wonen, zodat ik geen last heb van buren. En buren geen last hebben van mij. En misschien wel meer in de buurt van bos of iets dergelijks.
  33. Hoe zou jouw ideale reis eruit zien?
    Ik hou niet van reizen. Ik word nerveus van reizen en hoe leuk iets ook is, na maximaal een dag of vijf wil ik terug naar huis.
  34. Wat is je favoriete kleur?
    Roze. En paars. En alle schakeringen die daarmee te maken hebben.
  35. Wat is je favoriete vogel?
    Het zal een soort uil zijn, denk ik. Omdat ze ’s nachts leven en iets mythisch hebben. Maar dan geen al te grote uil. Een kerkuil. Die zijn mooi getekend en lijken heel sereen. Uilen zijn een beetje de katten onder de vogels. Op het luie af kalm en rustig, maar ondertussen ook koelbloedige jagers.
  36. Wat is je favoriete boek en waarom?
    De Harry Potter-boeken. Ik heb wel wat met tovenarij en fantasiewerelden. Maar ik weet het niet zeker; 1984 van George Orwell vind ik ook fantastisch en dat is één van de meest naargeestige boeken ooit. En ik las heel vroeger, toen ik nog een heel jonge tiener was, een boek over het racepaard Man o’ War, dat ik zo mooi vond dat ik moest huilen toen ik het uit had omdat ik het zo erg vond dat het verhaal af was gelopen. Dat herinner ik me heel levendig. En ook het gevoel dat het boek bij me opriep herinner ik me heel goed. Misschien is dat stiekem wel mijn favoriete boek.
  37. Wat is je favoriete film?
    Daar kan ik onmogelijk antwoord op geven. Er zijn zo veel geweldige films. O wacht. Misschien toch. No Country For Old Men. Aan het einde van die film zei ik tegen mijn zus, volgens mij is dit de beste film die ik ooit heb gezien. Die dan dus maar.
  38. Wat is je favoriete gedicht?
    Ik denk Holland van E.J. Potgieter. De eerste strofe wakkert alles in mij aan dat met liefde te maken heeft voor het land waar ik ben geboren. “Graauw is uw hemel en stormig uw strand, / Naakt zijn uw duinen en effen uw velden, / U schiep natuur met een stiefmoeders hand, – / Toch heb ik innig u lief, o mijn Land!” Er schuilt een patriot in mij, o ja.
  39. Wie is je favoriete held uit een boek of film?
    Tony Stark/Iron Man. Want hij is briljant en onafhankelijk en moedig. En onweerstaanbaar. En ernstig gebrekkig.
  40. Wie is je grootste held in het echte leven?
    Mijn vader. En hoe ouder ik word, hoe meer van de eigenschappen die ik in hem bewonder ik zelf ook blijk te hebben. Ik ben echt een product van mijn beide ouders. En daar ben ik trots op.
Geplaatst in Inspiratie, Lief dagboek, Persoonlijk | Tags: , | Een reactie plaatsen

Stil

Eigenlijk wist ik het al een beetje. Omdat je ineens stil was. Lang stil was. En vanmorgen bleek het waar. En ik ben een schrijver, zoals je weet, voor alles een schrijver, maar ik heb nu dus geen passende woorden om te schrijven.

Ik hield van je vanaf de eerste minuut dat we elkaar leerden kennen en dat ben ik altijd blijven doen. En dat zal ik altijd blijven doen. Wat ontzettend jammer dat we elkaar niet meer lijfelijk hebben gezien. En dat je niet meer meeleest met wat ik opschrijf.

Over het woord ‘overlijden’ bestaat de uitleg dat het betekent dat het lijden over is. Dat is niet de herkomst; het betekent ‘overgaan (naar een ander leven/een andere wereld)’. Maar het is hoe dan ook een troost om te weten dat jouw lijden over is.

Ik zal snel eens kijken of we een lijntje op kunnen zetten tussen daar en hier. Tot gauw, lieve Nick.

far away

Geplaatst in Lief dagboek, Persoonlijk, Schrijfsels | Tags: , | 2 reacties

CXXVIII. Moed

vintage piano_sBoven, op een zijbalkon waar verder niemand was, zat Milo. Hij had zijn zonnebril met blauwe, ronde glazen iets naar beneden geschoven op zijn neus en keek over de glazen heen naar de achtkoppige band op het podium. Ze speelden bebop en Milo merkte dat hij af en toe onwillekeurig zijn hoofd schudde omdat hij wat hij hoorde verschrikkelijk briljant vond. En dan niet alleen de saxofonist met geweldige dreadlocks en een grote, strenge bril die de band aanvoerde. Maar ook, of misschien wel vooral, wat zijn ex-bandleden Tom en Jesse presteerden.
Dit, allemaal, was precies waarom hij vroeger jazzpianist had willen worden. De energie, de akkoordprogressies, de onverwachte wendingen, de schijnbaar achteloze improvisaties waar constant ruimte voor werd gemaakt en ruimte voor werd genomen. De band was pas twee maanden samen, wist hij, maar door de manier waarop de muzikanten op elkaar ingespeeld waren zou je kunnen denken dat ze al jaren in deze samenstelling speelden. En daar waren Jesse en Tom, als ritmesectie en dus als de ruggengraat van de band, samen verantwoordelijk voor.
Milo schoof de zonnebril hoger op zijn neus en zuchtte diep. Misschien was het wel goed dat hij Jesse en Tom bij zich weg had gejaagd. Voor hen. Als muzikanten. Want voor dit soort muziek hadden ze in zijn band natuurlijk nooit de ruimte gekregen.
Na de show daalde hij de trappen af naar de begane grond en hij liep naar de zijkant van het podium, waar een veiligheidsman die voldeed aan alle clichés mensen tegenhield die naar de backstage area wilden. Milo wurmde zich tussen de mensen door, zijn hoofd gebogen, en liet de man een pasje zien dat Rick voor hem geregeld had. De bewaker zei niets, knikte alleen en deed een stapje opzij, zodat Milo langs hem heen kon lopen.
Iemand van een platenmaatschappij foeterde achter Milo’s rug tegen de beveiligingsman dat hij ‘een heel erg belangrijke speler’ was in ‘de industrie’, en klaagde dat Milo, die hij ‘die knul’ noemde en blijkbaar niet had herkend, er wel door mocht, en hij niet. In het voorbijgaan glimlachte Milo licht in de richting van de man, een glimlach die veranderde in een grijns toen hij zag dat de man ineens bedacht wie hij was.
Bij een deur vroeg hij naar de kleedkamer van de band en iemand ging hem voor, een gang door, en nog eentje, tot ze bij weer een deur kwamen die open stond en toegang gaf tot een grote, met wit neonlicht verlichte ruimte. In het midden stond een enorme ronde tafel met allerlei flessen drank erop en een paar volle asbakken, en op stoelen en banken in de ruimte zaten allerlei mensen die niet in de band speelden; vrienden, kennissen, een enkele groupie. Er stond muziek aan die niet te herkennen was, maar vooral zorgde voor vulling van de ruimte met geluid rondom de gesprekken die werden gevoerd. Het was rokerig, druk, warm en ondanks de keiharde verlichting was de sfeer gezellig.
Milo keek rond in de ruimte en zag Aiden, Jesse’s vriend, als eerste, en daarna Jesse, Tom en Angie, Toms vriendin. Ze stonden met zijn vieren bij elkaar en praatten en lachten. Even twijfelde hij. Hij had gehoopt dat Aiden en Angie er niet zouden zijn en het maakte hem onzeker dat zij erbij zouden zijn als hij ging zeggen wat hij wilde zeggen. Want hij kwam om zijn excuses aan te bieden. Natuurlijk. Hij haalde diep adem, en nog eens, en liep toen op hen af.
Tom was de eerste die hem zag. Hij richtte zijn hoofd wat op en keek naar Milo’s zonnebril terwijl hij hen naderde. Op het moment dat Milo dicht genoeg bij was om hem te kunnen horen zei hij: “Well well well. Milo fucking Morris.”

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 1 reactie