Minimumloon

In een column in Volkskrant Magazine van afgelopen zaterdag schreef Julien Althuisius over dat sommige mensen heel hard roepen dat het best makkelijk is om zo rond je 35e al te gaan rentenieren. Het ging om een beweging die zichzelf Fire noemt, wat staat voor Financial Independence, Retire Early. Het punt van die beweging: als je zuinig aan doet, kun je supervroeg stoppen met werken. Hoera! Waanzinnig!

Je voelt hem al: Julien en ik worden opstandig van dergelijke beweringen. Want zuinig aan doen en dan lekker centjes overhouden om voor je 40e te gaan rentenieren is echt voor zo goed als niemand weggelegd. Als je, zoals een voorbeeld dat Althuisius in zijn column aanhaalt, twee keer modaal verdient maar toch constant rood staat, dan is er inderdaad veel, wat zeg ik, héél veel winst te behalen. Dan moet je gewoon minder uit eten, niet elke dag meer nieuwe dingen kopen voor je huis, wat minder borrelen, wat abonnementen opzeggen van bladen die je toch nooit inkijkt en geen cocaïne meer laten bezorgen aan de voordeur.

De meeste mensen hebben die ruimte helaas niet. Gisteren ontving ik een mail van een vacaturesite (sinds mijn vertrek bij mijn werkgever heb ik me weer bij een aantal van die sites aangemeld) met als kop: “Ben je op zoek naar werk in deze moeilijke tijden?” Nu ben ik mezelf aan het profileren als zelfstandig ondernemer (verderkijker, auteur, coach), maar oké, mijn interesse is gewekt, kom maar op. Wat er echter aangeboden werd is abominabel.

Het uurloon dat vermeld werd in de vacature is, schrik niet, € 10,- bruto. Noem me verwend, maar ik kan er met mijn verstand niet bij dat dit acceptabel genoemd wordt, ongeacht het gevraagde opleidingsniveau. Mocht ik solliciteren en deze baan krijgen, dan verdien ik met een volledige werkweek van 40 uur niet eens voldoende om mijn vaste maandlasten te betalen. In het kort: dan komt er hier in huis geen eten meer op tafel.

Ik kan echt niet de enige zijn die met een dergelijk salaris de eindjes echt nooit aan elkaar kan knopen. Het is volgens mij gewoon schandalig dat er mensen zijn die zich kapot werken en het dan moeten doen met een dergelijk karige vergoeding.

En dan zijn er dus mensen die zeggen dat je met een beetje besparen links en rechts best ruim voor je pensioenleeftijd kunt gaan rentenieren. Ja, die mensen zullen er best wel zijn. Maar voor het overgrote deel van de bevolking is dit absoluut niet weggelegd. Die werken zich het schompes voor nog geen € 1.500,- in de maand en moeten sparen om zelfs ook maar een winterjas te kunnen kopen.

Het Europees Parlement adviseerde enige tijd geleden alle landen van de Europese Unie het minimumloon te verhogen naar 60% van het doorsnee inkomen. Het niveau van het minimumloon in Nederland is nu slechts 43%. Dat is tragisch weinig. En weet dat er zo’n 2 miljoen mensen werken voor een vergelijkbaar bedrag. Die mensen komen amper rond. Evenals AOW’ers en uitkeringsgerechtigden overigens, want wat zij krijgen is gekoppeld aan dit minimum.

Tijd om ervoor te zorgen dat er een fatsoenlijk minimumloon komt. De FNV zet zich hier keihard voor in. Zij willen een minimumloon van € 14,-. Dat is niet meer dan fair. Mee eens? Teken dan de brandbrief op voor14.nl.

Geplaatst in Inspiratie, Lief dagboek, Media, Nieuws, Persoonlijk, Politiek | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Nieuwe blog: Zekerheid

Eens iets anders: een link naar een blog op mijn eigen site, Jackles.com.

“Nee, ik heb last van iets waar het gros van de mensen last van heeft: ik wil zekerheid. En als we dingen nu eenmaal niet rechtstreeks kunnen beïnvloeden, dan maken we een schijnzekerheid voor onszelf; door alles te willen weten en snappen.”

Lees meer:

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Nieuws, Persoonlijk, Psychologie | Tags: , , , , , | 1 reactie

01. Luca

Het Frans is een prachttaal. Reconfinement. Mooi woord hoor. Maar je zult ermee te maken hebben. Zoals ik, hier in Parijs.
Vanaf vandaag, 30 oktober, mag iedereen maximaal één uurtje naar buiten.
Ik vraag me af wat de overheid denkt hiermee te bereiken. Zojuist zag ik op internet dat er twee dagen rellen waren geweest in Belgrado voordat de regering besloot de opsluiting van de burgers maar weer op te heffen. Je zou bijna hopen dat de Fransen, die immers opstanden en revoluties in hun bloed hebben, er een voorbeeld aan nemen.
Om eerlijk te zijn heb ik er geen idee van wat de implicaties zijn als we er wel of niet voor kiezen om iedereen maar weer thuis te laten zitten. Het enige wat ik weet is dat ik het de vorige keer, net voor de zomer, bijna niet uit te houden vond. En dan zeg ik het voorzichtig. Ik ben immers acteur, tot een paar maanden geleden stond ik bijna elke avond op het podium in New York en overdag meestal voor een camera op mijn filmopleiding aan NYU. Ik hou van publiek, ik hou ervan gezien te worden. Misschien gaat het niet eens te ver als ik zeg dat ik gezien móet worden, dat het een absolute eerste levensbehoefte van mij is om gezien te worden. Met dat in gedachten kun je je er denk ik wel een voorstelling van maken wat het met mijn hoofd doet als ik in mijn eentje opgesloten zit op mijn tweekamerflat in Montmartre.
Toen we gisterenmorgen samen in mijn bed wakker werden zei Céline tegen me dat ze gewoon blij is dat ze geld heeft om eten te kopen en dat ze een dak boven haar hoofd heeft, want zo veel mensen zijn er zo veel slechter aan toe. Ik zei dat je op die manier alles wel kapot kunt redeneren, maar dat soort dingen moet ik blijkbaar niet zeggen. Seks kon ik toen in ieder geval wel vergeten. In plaats van tot diep in de middag te vrijen, wat ik van plan was geweest, wilde zij ineens opstaan en koffie halen en weet-ik-wat. Winkelen. Winkelen, in hemelsnaam. “Toch niet nu,” zei ik tegen haar, en zij zei: “Natuurlijk wel nu, wie weet wanneer het weer kan!”
We gingen met ruzie uit elkaar, in één of ander veel te duur warenhuis. En nu zit ik hier in mijn eentje. Vorige week prees ik me nog gelukkig dat ik in Parijs was, nu wenste ik dat ik in New York was. Hoewel je natuurlijk ook niet weet hoe de situatie zich daar de komende dagen gaat ontwikkelen.
Ik kan wel huilen. Ga ik ook doen. Er is toch niemand die het ziet.

Geplaatst in Luca, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 2 reacties

Eerste zinnen

Zojuist, en dan bedoel ik echt zojuist zojuist, een half uur geleden of zo, ben ik begonnen met een nieuw verhaal. Heel actueel, ook nog, en dat is voor het eerst, want ik heb echt nog nooit fictie geschreven die heel letterlijk en herkenbaar in het heden speelde. Maar het huidige heden is moeilijk te omzeilen. Dus bedacht ik vanmiddag, toen ik door het sprookjesbos in de Efteling liep, dat het maar moest.

Afijn, ik bedacht dat ik de eerste zinnen hier deel. Kun je een beetje proeven. Zoals je hete soep van het puntje van een lepel proeft, maar een heel erg klein beetje en zo weinig dat je eigenlijk niet eens duidelijk een smaak kunt herkennen.

Waarom ik deze zinnen hier opschrijf? Omdat ik opgelucht ben. Niet meer en niet minder. Ik ben gewoon hartstikke opgelucht dat ik eindelijk, eindelijk, EINDELIJK weer eens fictie schrijf. Want columns zijn leuk, en je mening geven ook, maar ik ben geboren voor het schrijven van fictie.

Hoe dan ook. Het hele kleine beetje hete soep van de punt van de lepel, dan maar.

Het is 16 oktober 2020, iets van twintig over acht in de avond en het is afgeladen in Indiana Café aan Place Denfert-Rochereau. Ik zit aan een tafeltje met vijf anderen, twee mannen en drie vrouwen, we proosten met net gebrachte, grote, ijskoude glazen goudkleurig bier, iemand zegt: “Op de avondklok!” en daar wordt om gelachen alsof het de leukste grap van het jaar is. 
Het is een klotejaar. Iedereen weet dat het een klotejaar is. En vanaf vannacht, nul uur nul, moet iedereen hier in Parijs om negen uur ’s avonds binnen zitten. Tot zes uur in de ochtend, dan mogen we weer naar buiten. 
Wat ben ik blij dat ik geen hond heb die ik voor het slapengaan nog even moet uitlaten. Wat had ik moeten doen, hem laten pissen op het balkon? Doe me een plezier. 
Doe me een plezier, Marcon. 
Doe me een plezier, COVID-19.

Geplaatst in Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Weg met het duister!

“Je bent zo duister,” zei een jongen die mij probeerde te versieren ooit tegen me. Waarschijnlijk bedoelde hij het als compliment; ik nam het in ieder geval wel zo op. Wat hield ik ontzettend van het feit dat ik duister werd gevonden. Mysterieus, donker, licht ontvlambaar, onderhuids kolkend van woede. Ik schreef eens in een dagboek, naar aanleiding van een diepe boosheid die ik koesterde (achteraf vanuit een ingesleten slachtofferschap, waarvan ik echt geen idee had dat het er was): “Ik haat geld, ik haat geld nog meer dan mensen.”

Haatte ik mensen? Ja, ik haatte mensen. Dacht ik. Ik haatte verdomme van alles. Ik haatte mijn flat en mijn fiets en mijn banksaldo en mijn werk en het feit dat ik geen huisdier had en het feit dat andere mensen wel huisdieren hadden en… Serieus, ik had een ongelofelijk hekel aan zo’n beetje alles en iedereen. En ik droeg dat bij me als een trofee.

Achteraf hield ik op die manier gewoon alleen maar mensen op afstand. Blijf maar gewoon allemaal weg bij me. Ik ben namelijk eng! Duister! Boos! Blijf weg!

En zo ben ik dus helemaal niet. Het was een geweldig rookgordijn. Want ik ben, achteraf, juist hét voorbeeld van iemand die alles ziet door een roze bril. Ik zie altijd de leuke dingen. Je leest toch altijd dat mensen zich vooral de slechte dingen herinneren die er gebeurd zijn (dat heeft ermee te maken dat men vooral zou leren van slechte belevenissen)? Nou, dat heb ik dus helemaal niet. Als ik terugkijk op mijn lagere- en middelbareschooltijd, dan herinner ik me vooral alle leuke dingen. Ik weet echt wel dat ik verschrikkelijk gepest ben op school, en dat er best wat dingen waren die helemáál niet leuk waren (de jongen waar ik verliefd op was maar die op mijn hart ging staan omdat ik niet populair was, de leraar die me vertelde dat ik maar op moest houden met proberen omdat ik toch geen voldoendes zou halen voor zijn vak…), maar die dingen weet ik vooral alleen maar. Mijn echte herinneringen, de dingen waar gevoel aan vastzit, dat zijn vooral de leuke dingen.

Net zoals dat ik meestal alleen de positieve aspecten van iets zie. Was er een verandering op het werk waar iedereen negatief op reageerde, dan was ik degene in ons team die zei: “Maar kijk ook eens naar [noem een positief voorbeeld]!” Daarop werd ik met regelmaat versleten voor naïef, en als ik dan riposteerde dat diegene gewoon een pessimist was, dan kreeg ik te horen dat een optimist alleen maar een slecht geïnformeerde pessimist is. Die kreet is van Theo Maassen en hij staat prominent op een muur geschilderd in één van de parkeergarages in mijn woonplaats Tilburg – nee, niet als graffiti, maar daadwerkelijk gesubsidieerd opgeschilderd in opdracht van de beheerder van de parkeergarage. Alsof het een waarheid als een koe betreft. (Ik parkeer bij voorkeur niet in die parkeergarage omdat ik die uitspraak zo verschrikkelijk kortzichtig vind.)

Ja, ook jij mag nu zeggen dat ik naïef ben. Ik vind mezelf helemaal niet naïef. Ha.

Hoe dan ook: dat duistere, woedende van voorheen heb ik weggedaan. Ik ben namelijk een optimist, mensen. Ik heb een onwrikbaar vertrouwen in mensen, in wat we als soort kunnen bereiken, zowel op persoonlijk niveau als collectief. En dat betekent dat ik verbinding moet hebben. Dat ik andere mensen nodig heb. En, dus, dat ik niemand meer op afstand wil houden. Sterker: kom maar binnen, medemens. Ik hou van alles en ik hou van iedereen. Ik hou van de mensen die dicht bij me staan en ik hou van de klootzakken op deze aarde. Ik hou van de wereld zoals hij nu is en ik hou van wat wij als mensen kunnen maken van deze wereld. Ik hou van elke belofte die wij als mensheid intrinsiek hebben. Ik hou van alles wat wij kunnen, zowel in negatieve als in positieve zin, omdat ik ervan overtuigd ben dat we het goed gaan doen. Want dat is onze missie. Dat is onze collectieve opdracht.

Geplaatst in Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Persoonlijk | Tags: , , , | 3 reacties

Verliefdheid (een haiku)

Hij is gemaakt van

Fluweel en porselein en

Kwetsbaar rozenblad

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Milo Morris revisited

Van sommige mensen kun je geen afscheid nemen, zelfs al heb je ze zelf verzonnen.

Die avond zat Milo weer in de bar en hij dronk een glas rode wijn aan een tafeltje in een hoek vooraan in het etablissement terwijl hij de mensen observeerde. Hij had besloten dat hij twee glaasjes mocht drinken. Dit was zijn vierde.
Er kwam een jonge vrouw naar hem toe die ongevraagd in de pluchen stoel naast die van Milo ging zitten en hem speels aankeek. “Ben je niet wat jong om alcohol te drinken?”
Milo glimlachte wat hooghartig. “Ik ben ouder dan je denkt.” Dat was waarschijnlijk waar, want mensen schatten hem gewoonlijk jaren jonger in dan hij was. Wat niet wegnam dat hij hoe dan ook wel te jong was om te drinken. En ook behoorlijk veel jonger dan zij.
“Hoe oud ben je dan?”
“Het is niet netjes om mensen naar hun leeftijd te vragen.”
“Nee, het is niet netjes om vróuwen naar hun leeftijd te vragen.”
Milo keek haar een hele tijd aan voordat hij antwoordde. Op het moment dat hij zag dat ze zich ongemakkelijk begon te voelen onder zijn blik en zijn zwijgen zei hij: “Wat een seksistische gedachte.”
Ze sloeg haar ogen neer. Na even keek ze hem weer aan, maar ze wendde haar blik meteen weer naar het tafelblad toen ze zijn ogen ontmoette. “Ik val alleen op mannen die ouder zijn dan ik.”
Milo grijnsde een scheve grijns. Flirterig: “Jammer.”
“Je bent wel heel mooi.”
“Dat weet ik.”
Nu keek de vrouw hem weer recht aan. “Oh!” lachte ze. “Wat arrogant!”
Licht hoofdschuddend glimlachte Milo. “Nee hoor. Jij weet toch ook dat je mooi bent?”
Ze glimlachte ook maar zei niets terug.
Milo zette zijn glas op het tafeltje en schoof naar voren op zijn stoel. Zijn gezicht vlak bij dat van haar brengend zei hij zacht: “Wedden dat je ook best kunt vallen op mannen die jonger zijn dan jij?” En op het moment dat ze hem aankeek kuste hij haar.

Geplaatst in Milo Morris, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Zingeving, deel II

Keuringskantoor bij Sanquin Tilburg

Een paar weken geleden schreef ik een (nogal lange) blogpost over zingeving. Waar het op neerkwam was dit: veel mensen vragen zich af of ze wel werk doen dat iets toevoegt aan de maatschappij, of wat ze doen wel zinvol is. Ik schreef dat het uiteindelijk aan iedereen persoonlijk is om ervoor te zorgen dat je het gevoel hebt dat je iets zinvols bijdraagt.

COVID-19 is nog altijd onder ons, wat betekent dat een deel van wat wij ‘normaal’ noemen nog steeds niet tot de mogelijkheden behoort. Nu was voor mij mijn werk bij de grootste particuliere schadeverzekeraar van Nederland ‘normaal’, en dat werk heb ik sinds 1 april achter me gelaten. Een eigen bedrijf opstarten, dat was waar ik per 1 april mee aan de slag zou gaan. Mede vanwege mijn eigen gevoel van persoonlijk iets substantieels bij willen dragen aan de samenleving!

Nou, je kunt je voorstellen hoe dat sindsdien is gegaan. Soort van niet, zeg maar. Want veel kantoren zijn nog steeds gesloten, mensen zijn hun baan kwijt of houden de hand op de knip in afwachting van eventuele financiële tegenslag, en zonder bedrijven en mensen waar ik mijn diensten als spreker, (aankomend) bedrijfspsycholoog en coach kwijt kan is er, kort gezegd, niets. Nou, kom er maar in met je zingeving dan.

De afgelopen weken schreef ik, dacht ik na, ging ik wandelen om te bezinnen, dronk ik koffie, sprak ik met mensen, vroeg ik om advies en om de visie van anderen. Allemaal belangrijk, natuurlijk, maar het feit dat ik nog altijd iets zinvols wil doen en mijn gevoel dat ik dat op deze manier niet doe, dat blijft ondertussen hetzelfde.

Maar zingeving, schreef ik vorige keer, vind je op veel plaatsen, niet alleen in het werk dat je doet. Vanmorgen voelde ik me hartstikke zinvol en nuttig en maatschappelijk relevant. Vandaar dat ik dit blogje typ.

Vanmorgen was ik bij Sanquin, de bloedbank, in Tilburg. Daar heb ik heel ontspannen gezellig gepraat met een aantal medewerkers, een fijne grote cappuccino gedronken, iets van een half uur languit onderuit in een stoel gezeten, gelezen en zijdelings een beetje televisie gekeken. En tijdens dat alles bijna een liter bloedplasma afgestaan. (Hoe dat gaat? Zie dit filmpje!) Met dat plasma worden medicijnen gemaakt (zo wordt bijvoorbeeld onderzocht of COVID-19 ermee kan worden bestreden). Of mensen die het nodig hebben, zoals kankerpatiënten, worden er rechtstreeks mee geholpen.

Plasma geven kost me geen enkele moeite, er wordt alleen van me verwacht dat ik me ontspan en een half uur tot drie kwartier blijf liggen. Verder doe ik helemaal niets. Maar het voelt zo ontzettend goed. Ik overdrijf niet. Zo. Ontzettend. Goed. Want het is zinvol. Het voegt iets toe. Het helpt andere mensen.

En dat bedoelde ik in mijn vorige blog over zingeving. Je hoeft je voldoening niet alleen te zoeken in het werk dat je doet. Daarbuiten kan het ook. Soms op manieren die helemaal geen moeite kosten, maar je toch een geweldig gevoel van maatschappelijke betekenis kunnen geven.

Geplaatst in Filosofie, Inspiratie, Persoonlijk, Psychologie, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Propositie

Heb je je wel eens afgevraagd hoe vaak een mens aan het wankelen kan worden gebracht? Vast niet, maar het antwoord op de vraag hoe vaak je denkt dat een mens aan het wankelen kan worden gebracht, is vast zoiets als “oneindig vaak”. Behalve wanneer iemand op een waanzinnige manier zeker is van zichzelf en wat zij of hij hier op aarde komt doen. Want van die mensen verwachten we over het algemeen dat ze niet wankelen. Dat ze keihard rechtstreeks op hun doel af gaan. En dat doel natuurlijk ook halen.

Als je dat denkt: het spijt me dat ik je teleur moet stellen.

Ik ben, en ik overdrijf niet als ik het zeg, best wel op een waanzinnige manier zeker van wat ik hier op aarde moet doen. Ik kan me voorstellen dat je dit nogal megalomaan in de oren klinkt, maar dat zij dan maar zo. Al vele jaren heb ik heel diep in me het gevoel dat ik echt iets kom doen hier. Iets wat te maken heeft met de onzekerheid van mensen over wie ze zijn en wat ze willen, en de mechanismen waardoor ze aan het twijfelen worden gebracht over hun wensen en verlangens. En iets wat te maken heeft met magie (waarmee ik niet bedoel dat mensen naar mij toe kunnen komen voor het maken van voodoopoppetjes of toverspreuken voor het verdwijnen van problemen of het aantrekken van een nieuwe liefde. Met magie bedoel ik: het richten van energie. Meer daarover een volgende keer).

Je zou dus denken, als er iemand niet makkelijk aan het wankelen kan worden gebracht… Nou, helaas. Ik wankelde vandaag. Alweer. Voor de zoveelste keer de afgelopen weken, maanden.

Vanmiddag zat ik ijverig te schrijven aan een boek over omgaan met negatieve klantsignalen (ook wel: klachten) dat ik graag wil uitgeven, maar ik liep vast in mijn eigen woorden en besloot er even uit te stappen. Nu had ik moeten gaan wandelen natuurlijk, of in ieder geval een rondje moeten maken in de gelegenheid waar ik zat te werken (de LocHal in Tilburg, oprecht één van de meest inspirerende plekken die ik ken), maar dat deed ik niet. Ik ging op internet zoek naar een spreker die ik ken, las een stukje dat hij had geschreven en besloot dat te delen op mijn LinkedIn. En op LinkedIn gebeurde het.

Iemand stuurde mij een bericht waarin ze me vroeg of ik nog suggesties had voor haar netwerk. Maar de mail begon met een andere vraag. Namelijk: “Wat is je propositie vanuit je eigen bedrijf?”

Acht woorden. En ik wankelde.

Wat ís mijn propositie? Wat breng ik? Wat beloof ik? Wat is dé reden waarom een klant nú moet kiezen voor mij als coach/counselor, spreker, inspirator, ten opzichte van alle concurrentie en alternatieven?

Mijn antwoord was: ik heb geen idee.

Vervolgens keek ik verder op mijn LinkedIn, naar de stukjes die ik daarop post en vooral: naar de reacties die ik krijg. Wat blijkt? Ik krijg vrijwel géén reacties. Nog geen duimpje. Helemaal niets. En toen sloeg de twijfel pas echt toe. Betekenen de dingen die ik schrijf en vind wel iets? Vindt iemand er überhaupt wat van? (Blijkbaar niet. Mijn stukjes worden ook niet gedeeld. Ik schrijf, met andere woorden, bijna alleen maar voor mezelf.) Voeg ik iets toe? Wat dan? Wat heb ik te bieden?

Wat de hel is mijn propositie?

Als volgende bedacht ik me dat ik dan toch maar weer moet gaan solliciteren en ergens voor een baas moet gaan werken. Dan heb ik tenminste een vast inkomen, een bepaalde zekerheid. Maar kom, daarvoor was ik dus juist niet weggegaan bij mijn laatste werkgever. Ik wilde vrijheid, de vrijheid om te doen wat ik denk dat ik moet doen in de wereld. En volgens mij heb ik ook echt hartstikke veel te bieden. Als individuele en als teamcoach. Als inspirator. Als schrijver. Als spreker. Ik beweer niet voor niets dat ik expert ben in mensen, want ik bén het. Er zijn weinig menselijke kwesties waar ik geen touw aan vast kan knopen. Alleen: niemand weet het. Want er hangt geen propositie aan vast.

Op zoek dan maar. Weer. Naar de propositie vanuit mijn bedrijf, deze keer. Zo hou ik mezelf wel bezig. Hopelijk hebben andere mensen er binnenkort ook echt wat aan.

Geplaatst in Bericht, Lief dagboek, Persoonlijk, Schrijfsels, Social media | Tags: , , , , , , , , | 2 reacties

Terugkijken

Zojuist kreeg ik een e-mail waarover ik meteen iets wilde zeggen, en omdat er hier niemand tegenover me zit om tegenaan te emmeren, besloot ik maar een stukje te schrijven. De bewuste e-mail begon met: “Beste zus-en-zo, hopelijk ben je de coronacrisis goed doorgekomen.” Waarom ik daar iets over moet zeggen? Omdat die hele crisis nog lang niet ten einde is. 

Nee, ik heb het niet over de ernst van het COVID-19-virus, en over de verspreiding ervan, en over de juistheid van allerlei cijfers waarmee we op dagelijkse basis worden geconfronteerd. Ik heb het over de crisis waarin we ons momenteel bevinden. Want die is geenszins over. Ben ik de crisis goed doorgekomen? Weet ik veel, ik zit er middenin! 

Hoe komen organisaties erbij om mails te versturen waarin ze zeggen te hopen dat je de crisis goed door bent gekomen? Hoe komen nieuwsdiensten erbij om te beginnen over conclusies voor wat betreft wat het opduiken van COVID-19 ons wel of niet heeft gebracht? We zijn helemaal nog niet in de positie om terug te kijken op COVID-19 en de crisis (of zelfs: crises: op de arbeidsmarkt, bij bedrijven en organisaties, in verschillende branches, om niet te spreken van de psychologische problemen die zich bij veel mensen nog moeten openbaren) die daardoor wereldwijd is ontstaan.

Om terug te kunnen kijken moet je een ander perspectief hebben dan dat van degene die het allemaal meemaakt. Je kunt geen landkaart tekenen op het moment dat je nog middenin het bos op een kruising staat. Je hebt geen overzicht als je alleen maar om je heen kunt kijken vanaf de plaats waar je bent. Je kunt de hele zin niet lezen als je maar één woord kunt zien. 

Het moment om erover na te denken of je ‘de coronacrisis’ goed bent doorgekomen doet zich pas voor als je weet hoe het af is gelopen. Als we alles weten over de uitwerking van alle maatregelen die er in de hele wereld zijn getroffen en er geen bijzondere maatregelen meer nodig zijn of worden getroffen. Als we objectief terug kunnen kijken op een afgesloten periode. Op het moment dat we niet meer kijken vanuit het perspectief van degene die nog middenin het verhaal zit, maar vanuit het perspectief van degene die weet hoe het eindigt. En dat moment is nog ver weg.

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Media, Persoonlijk, Psychologie, Schrijfsels | Tags: , , , , , , , | 8 reacties