(Mannen zoals) Thierry Baudet

baudetLieve mensen, ik moet iets kwijt over Thierry Baudet. Niet zomaar ineens, hoor. Thierry Baudet heeft al een tijdje mijn aandacht. Want op het oog lijkt hij best een lekker ding (vind ik althans), terwijl er zo iets zwarts op de loer ligt onder zijn oppervlakkige dandyisme. Dat soort tegenstellingen trekt me aan.

Zoals u waarschijnlijk wel weet is Thierry Baudet de voorman van politieke partij Forum voor Democratie. Die Fortuynistische club die met twee zetels in de Tweede Kamer is gekomen na de laatste verkiezingen. Maar ik wil het niet hebben over Baudets politieke standpunten, daar kun je genoeg over lezen op verschillende media. Ik wil het hebben over dat zwarte stukje – over de man die Thierry Baudet blijkbaar is.

Mannen moeten zich “een brute, mannelijke natuur aanmeten”, volgens meneer Baudet. “De realiteit is dat vrouwen […] helemaal niet willen dat je hun ‘nee’, hun weerstand respecteert: de realiteit is dat vrouwen overrompeld, overheerst, ja: overmand willen worden.” Ja, dat heeft hij gezegd. Nalezen? Het staat hier.

“Dit is het type man waarvoor ik altijd bang ben,” zei Asha ten Broeke in haar column in de Volkskrant van afgelopen vrijdag. Daar kan ik me alles bij voorstellen. Dit is het soort man waar heel veel vrouwen bang voor zijn. Maar ik ben één van de vrouwen die dat gevoel niet deelt. Thierry Baudet is niet het type man waar ik bang voor ben. Thierry Baudet is het type man dat ervoor heeft gezorgd dat ik neerkijk op heel veel mannen.

Toen ik jong en superblond met regelmaat het vroegere Hard Rock Café aan de Korte Leidsedwarsstraat in Amsterdam bezocht, had ik het elke avond druk met dit soort kerels. Van die kerels die vinden dat ze een vrouw koste wat het kost moeten ‘overmannen’, al zegt ze honderd keer dat ze hen niet wil.

Sommige mannen dachten dat ze me gewoon dronken moesten voeren, zodat ik geen weerstand meer zou kunnen bieden. Maar die kwamen van de koude kermis thuis, want ik kon toen al beter tegen alcohol dan de meesten. Geef je geld maar uit aan bier of wijn of dure cocktails – nee is nee. De groeten.

Sommige mannen dachten dat ze dan maar gewoon drammerig hun hand onder mijn rokje moesten stoppen; dan kon ik niet meer weigeren. Maar die kregen een welgemeend knietje terug. Een enkeling dacht dat dan maar gewoon keihard beginnen met flink tongzoenen me wel op andere gedachten zou brengen, maar die kroop bloedend het café uit omdat ik harder beet dan hij zich kon opdringen.

Tientallen kwam ik er tegen, door de jaren heen. Mannen die geen respect op kunnen brengen voor een levend wezen van de andere sekse dat zegt dat ze van hun avances niet gediend is. Die zeggen dat ze wel anders zal piepen als ze eenmaal hard door hen is genomen. Die zeggen dat ze haar dan wel zullen pakken als ze straks alleen het café verlaat. Die maar door het etablissement gaan schreeuwen dat ze een hoer is als ze hen voor de zoveelste keer toevoegt dat ze hen niet wil, en dat ze gewoon weg moeten gaan.

Mannen zoals Thierry Baudet.

Het enige wat ik voor dat soort mannen op kon brengen was minachting. Ik daagde ze uit tot ze zulke blauwe ballen hadden dat ze niet meer konden lopen of staan (ja, ongelovigen die mijn profile pic er nog eens op naslaan, die ‘macht’ had ik ja), maar ze kregen helemaal niks van me. Zal je verdomme leren, met je ‘als een vrouw nee zegt, bedoelt ze eigenlijk ja’.

Op Twitter zei ik pasgeleden: “Ja, ik objectificeer Thierry Baudet. Omdat ik niet anders kan.” Want dit soort mannen zou aan den lijve moeten ondervinden wat het is om te worden gezien als een zielloos object, een ding dat gepakt moet worden en waar bezit van moet worden genomen en dat gewoon alleen maar mooi moet zijn en bewondering moet hebben voor zijn brute, misogynistische gedrag en zijn aanranding moet ontvangen als een geschenk uit de hemel.

P.S. Voor die mannen die zo mannelijk zijn geweest om dit stuk uit te lezen en nu vinden dat ik niet alle mannen over één kam moet scheren: sta dan ook eens op tegen die eikels die denken dat ze vrouwen kunnen en moeten overheersen. Zeg er wat van. En laat ze zien wat respect tegenover een vrouw betekent. Laat zo’n meid niet alleen staan als je ziet dat ze tegen haar zin lastig wordt gevallen. Wees een échte vent.

P.S. II Papa, jij bent zo’n echte vent. Nou weet je waarom ik een paar jaar geleden tegen je zei dat ik nog steeds op zoek ben naar een man zoals jij. Dikke kus.

Geplaatst in Lief dagboek, Persoonlijk, Politiek, Schrijfsels, Social media | Tags: , , , | 1 reactie

LXXVIII. Toch

Piano_sNa de show zaten ze onmiddellijk in de bus, zoals Rick hen die morgen had opgedragen. Milo had een deken om zich heen geslagen, maar hij had het toch zo koud dat hij zijn kaken op elkaar moest klemmen om te voorkomen dat zijn tanden zouden klapperen. Rillend dook hij in elkaar op de bank in de bus waar hij zich op had laten vallen. Iedereen liet hem tot zijn opluchting met rust.
Toen ze bij het hotel aan kwamen sliep Milo bijna. Hoewel Rick hem voorzichtig aanraakte schrok hij.
“Kom, we gaan naar binnen,” zei Rick zachtjes.
Milo hapte naar adem, knikte. Deze keer liet hij zich wel overeind helpen. Zonder op te kijken liep hij beschermd onder Ricks arm de lobby van het hotel binnen.
In de lift zag hij zichzelf in een spiegel en hij schrok van hoe bleek hij was, en hoe doorzichtig grauw de huid om zijn ogen. Hij deed zijn ogen dicht om zichzelf niet meer aan te hoeven kijken.
Op Milo’s hotelkamer vroeg Rick: “Wil je naar de afterparty?”
Milo zat op de rand van zijn bed en hij keek verrast op. “Hè?”
“Of je naar de afterparty wilt.” Rick keek naar hem.
Milo was verbluft. Waar kwam die vraag ineens vandaan? Vond Rick dat hij hem toch voor de vorm moest meevragen? Hoopte hij soms dat Milo uit zichzelf nee zou zeggen? Dacht hij soms dat het veilig was Milo deze vraag te stellen?
Om de dooie dood niet.
Milo had zich die morgen zo buitengesloten gevoeld dat het nu nog resoneerde in zijn lijf. Hij voelde zich ondanks alles nog altijd opstandig. Rick zou zich elke seconde dat Milo in de bar was bezig moeten houden met de vraag of iemand hem drugs of alcohol zou geven; Ricks afterparty was definitief geruïneerd als Milo meeging.
Dan had je het maar niet moeten vragen.
Milo knipperde met zijn ogen, stond op, wankelde even en liep toen naar de badkamer. Zichzelf toch weer aankijkend in de spiegel zei hij: “Ja. Graag.” En toen Rick stil bleef: “Is leuk, toch?” Hij kon zijn eigen sarcasme bijna proeven.
“Zeker weten?” vroeg Rick vanuit de slaapkamer.
“Uh-huh,” deed Milo.
Rick zei niets terug.
Milo haalde schone kleren uit zijn al ingepakte koffer. Teruglopend naar de badkamer om te douchen keek hij heel even naar Rick en hij grijnsde bij het zien van de mengeling van verbijstering en ontmoediging op diens gezicht. “Cool,” zei hij met een knipoog. Rick zweeg nog steeds.
Gedoucht, weer aangekleed en met verse make-up op zijn gezicht stapte Milo een kwartier later de slaapkamer weer binnen. Hij voelde zich bijna goed.
Rick keek naar hem en probeerde zijn bezorgdheid met een glimlach te maskeren.
“Moet jij je nog omkleden?” vroeg Milo. Hij merkte dat hij hees was.
“Nee,” zei Rick. “Ik ben maar de manager. Het gaat om jou.”
En jij wilde mij daar niet hebben, weet je nog? Milo zei het niet.
Samen liepen ze naar de lift. Milo’s bandleden stonden al te wachten.
Fletcher keek naar Milo, naar Rick en weer naar Milo, maar hij zei niets.
“Ga je toch mee?” vroeg Jesse. Hij probeerde luchtig te klinken, maar in Milo’s oren klonk hij vooral bezorgd.
“Heel even,” zei Milo, zijn blik ontwijkend.
De liftdeuren gingen open en ze stapten in.
Milo keek weer naar zichzelf in de spiegel. Hij zag nog steeds bleek, maar het zwarte oogpotlood accentueerde zijn blauwe irissen en leidde op die manier in ieder geval af van de kringen onder zijn ogen. Hij haalde diep adem, hief zijn hoofd en rechtte zijn schouders.
Een uurtje. Anderhalf misschien. Zo lang kon hij wel faken.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Extreem

stemmenEr was een politieke partij die gisteravond zo goed als geen journalisten toeliet op hun ‘feestje’ als afsluiting van de Tweede Kamerverkiezingen. Een partij waarvan sommige mensen zeggen dat ze er een ‘vieze smaak van in hun mond krijgen’. Een partij van, vinden sommigen, extremisten.

Maar er stemden nou eenmaal mensen op die partij, al dan niet geholpen door de recente gebeurtenissen tussen Nederland en Turkije. En dat bleken zo veel mensen te zijn dat deze partij nu in de Tweede Kamer zit. Niet dat ze in de regering zullen komen, maar ze zitten er wel.

Wat mensen tegenstaat aan deze partij, is dat ze met regelmaat extreme uitspraken doen over religie en cultuur. Sterker, door sommige mensen wordt deze partij gezien als een bedreiging voor de Nederlandse samenleving.

Bovenstaande is typisch genoeg van toepassing op niet één, maar op twee partijen die gisteren tijdens de verkiezingen voldoende kiezers vergaarden om in de Tweede Kamer te komen. De ene partij kwam op drie zetels, de andere op twintig. Maar DENK en de PVV verschillen in wezen helemaal niet zo veel van elkaar. Een opvallende constatering toch. Dat juist twee clubs die lijnrecht tegenover elkaar willen staan, eigenlijk hetzelfde handelen en zelfs op dezelfde manier denken.

Het is vooral typisch dat de drie zeteltjes van DENK bijna evenveel, zo niet meer, verontwaardiging oproepen als de vette twintig van de PVV. Waar zit hem dat in? Zijn we gewend geraakt aan het extremisme van Wilders en zijn kornuiten? Of komt het er toch door dat extremisme minder erg lijkt als het zich afspeelt op een vlak waarin je jezelf ondanks alles herkent?

Vooral die laatste gedachte vind ik alarmerend. Er is heel erg veel te doen in Nederland. Het populisme heeft helemaal niet verloren gisteravond. Het is maar wat we onszelf wijsmaken.

Geplaatst in Filosofie, Media, Nieuws, Persoonlijk, Politiek, Schrijfsels | Tags: , , , | 1 reactie

Deradicaliseren

Afbeelding Bureau DiscriminatiezakenRadicalisering is een probleem. Dat hoor je toch vaak? Als iemand ‘radicaliseert’, dan wordt hij extremer in bepaalde opvattingen, idealiseert hij die opvattingen en sluit hij iedereen uit die een andere mening toegedaan is. Radicalisering is het extremer worden van bepaalde opvattingen. En als iemand maar voldoende geradicaliseerd is, dan is daar geen gesprek op argumenten meer mee te voeren. De opvattingen van de geradicaliseerde zijn in zijn ogen de enige juiste. Zoiets toch?

Geef toe, blanke Nederlander, jij dacht bij het lezen van bovenstaande aan de islam. Toch? Maar ik werd vanmorgen gewezen op een andere radicalisering: de radicalisering van de blanke Nederlander. Die zich, met de verkiezingen voor de Tweede Kamer in zicht, steeds duidelijker aftekent.

We hebben het de laatste tijd erg vaak over dat ‘de Nederlandse waarden en normen worden bedreigd’. Bij die waarden en normen worden door ‘Henk en Ingrid’ vaak onder meer de volgende zaken gerekend: Zwarte Piet, met je 65e met pensioen en goedkope, bereikbare zorg voor iedereen. Herkenbaar hè? Oké. Wel, Nederland: op onder meer die punten is een deel van onze bevolking behoorlijk geradicaliseerd. En wel op zo’n manier dat argumenten er niet meer toe doen, en dat er een zondebok wordt gezocht in iedereen die een andere mening is toegedaan.

Vervolgens wordt er gezocht naar dingen die onze zondebok anders wil dan wijzelf, en die worden uitvergroot. Wil een Nederlandse moslim geen kerstboom opzetten, omdat kerstmis hem niets doet? Dan probeert die moslim ‘ons’ dus onze feestdag af te pakken, en dus is de hele moslimpopulatie fout. Vindt een Nederlander met een donkere huidskleur Zwarte Piet niet leuk (omdat zij/hij ermee wordt gepest, en in het bijzonder in de Sinterklaastijd aangesproken wordt met Zwarte Piet, liefst met Surinaams accent), dan probeert die persoon ‘ons’ dus ons kinderfeest af te nemen, en dus hoort zij/hij in het verdomhoekje. (Samen met alle mensen trouwens die vinden dat er naar de Nederlander geluisterd moet worden die Zwarte Piet ter discussie stelt.)

Ik ben in het afgelopen weekend racist, nazi en smeerlap genoemd, alleen omdat ik zocht naar de nuance in de discussie over of de Nederlandse overheid over de schreef ging door Turkse diplomaten niet toe te laten tot Nederland, dan wel hun eigen ambassade, en ze onder begeleiding buiten de landsgrenzen te brengen. Let wel: door zowel Turkse Nederlanders als blanke Nederlanders. En ik nam op dat moment nog niet eens een standpunt in, ik vroeg alleen naar onder andere beweegredenen om een democratisch land fascistisch te noemen, en naar onder meer een verklaring waarom Nederlandse nieuwsbronnen pro-Israëlisch worden genoemd en wat dit te doen heeft met de discussie of de Nederlandse regering het recht heeft diplomaten van een ‘bevriende’ natie te weigeren.

Natuurlijk had ik het kunnen weten, na al maanden van vaak zonder resultaat zoeken naar verbinding in discussies met (onder andere, maar niet uitsluitend) voorstanders van Zwarte Piet en (onder andere, maar niet uitsluitend) aanhangers van Recep Tayyip Erdoğan. Met geradicaliseerde mensen is het moeilijk spreken over de nuance. Die bestaat namelijk voor geradicaliseerden niet meer. Ze zitten vast in hun denkbeelden.

Maar het gaat dus niet alleen om moslims, lieve mensen. Het gaat ook, en misschien wel vooral, over geradicaliseerde Nederlanders. Die hun land ‘terug willen veroveren’ (samen met de PVV van meneer Wilders), terwijl helemaal niet duidelijk is wie het land dan overgenomen zou hebben en of er wel een vijand is. Die rare conclusies gaan trekken, zoals dat mannen en vrouwen hier in Nederland al duizenden jaren gelijkwaardig zijn (CDA’s Sybrand Buma), terwijl vrouwen pas sinds 1957 (ja, pas 60 jaar geleden!) ‘handelingsbekwaam’ worden geacht volgens de Nederlandse wet. Die vinden dat mensen “terug moeten naar hun eigen land”, terwijl dat eigen land gewoon Nederland is. Die elke Turk en elke Marokkaan over één kam scheren, terwijl de stille meerderheid hier geaard is, in dit land, en helemaal nergens anders naartoe wil.

Als we spreken over deradicaliseren, dan denk ik dat we het moeten hebben over het deradicaliseren van alle mensen. Het is toch van de dolle dat we vaak geen gesprek meer kunnen voeren zonder naar elkaar te schreeuwen, en dat we zelden meer luisteren naar wat een ander te zeggen heeft? Iedereen heeft gelijk, net zoals jij. Het is de invalshoek die verschilt. Maar dat hoeft toch niet te betekenen dat we elkaar moeten haten en uitschelden? Laten we in gesprek blijven. Iedereen wil uiteindelijk hetzelfde. We zijn allemaal mensen. Samen komen we er echt wel uit.

Geplaatst in Media, Nieuws, Persoonlijk, Politiek | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Uitnodiging

huisjeboompjebeestjeWelja. Ben goddamn uitgenodigd op de housewarmingparty van de vriend die samen ging wonen met zijn vriendin vorige maand (zie mijn post Valentijn). Gek genoeg: ik wist in eerste instantie helemaal niet hoe ik moest reageren. Ik stond vanmorgen in mijn woonkamer met mijn smartphone in mijn hand naar die WhatsApp te kijken en had geen idee of ik moest zeggen ‘ja leuk!’, of dat ik een smoes moest verzinnen  om niet te gaan.

Best wel een complicerende factor in deze is dit: ik was ooit verschrikkelijk verliefd op deze vriend. Sterker, ik kon nog wel eens verliefd op hem worden als we gewoon gezellig samen gingen lunchen op een zaterdagmiddag en lunch uitliep op een speciaalbier van de tap (of drie, of vier).

Ondertussen heb ik ook nog reden om mezelf een achterdochtig wicht te vinden. Afgelopen weekend sprak ik lang en uitgebreid met een vriendin, tegen wie ik  uit de doeken deed dat ik twijfelde of ik ooit nog wat van hem zou horen nu hij een stad verderop samenwoont met de vrouw van zijn dromen. En die vriendin is zijn zus. Die ik er nu van verdenk dat ze het hier weer met hem over heeft gehad, en dat hij zich vervolgens verplicht voelde om mij goddamn uit te nodigen voor die housewarming.

Knoop in mijn maag. Oké dan.

Ondertussen reageerde ik op de WhatsApp. “Ja leuk!”

Geplaatst in Lief dagboek, Persoonlijk | Tags: , , , , | 3 reacties

LXXVII. Dubbel

pianokeysNadat hij het nummer van zijn vader had gespeeld moest Milo verschrikkelijk huilen. Zo erg dat hij niet op kon houden. Hij hoorde niet wat de zaal deed, hij hoorde het niet eens dat Jesse in zijn oor zei dat hij op moest staan. Hij merkte alleen dat hij overeind werd getrokken en hij liep snikkend mee van het podium af.
Milo voelde zich verlaten en hulpeloos. Hij wist niet meer wat hij met zichzelf aan moest. Hij wist niet meer of hij moest proberen van zijn vader te houden of hem te haten. Of hij terecht een hekel aan zijn vader had gehad of niet. Of hij iets anders had kunnen of moeten doen zodat zijn hele leven er anders uit had gezien.
Hij wilde dat iemand hem zou slaan, dat iemand hem fysiek pijn zou doen, zodat hij weer bij zinnen zou komen of bewusteloos zou raken, het was hem om het even welke van de twee, zodat zijn hoofd op zou houden te functioneren.
Het duurde minutenlang voordat hij kalmeerde.
Iemand hield hem een beker water voor. Milo pakte hem met trillende handen en nam een slok. Zijn ogen sluitend zei hij: “Sorry, sorry allemaal.” Zijn stem leek in de verste verte niet op de stem waarmee hij eerder nog had gezongen. Hij wist dat hij terug moest naar het podium, dat mensen dat van hem verwachtten, en hij deed zich grote moeite zijn emoties weg te drukken zodat ze hem niet meer zouden verlammen, zodat hij weer terug kon naar de plaats waar hij thuishoorde. Hij haalde diep adem, een paar keer, rechtte zijn rug en deed zijn ogen weer open. Hij zag gezichten, de meeste zag hij niet helder maar de gezichten van zijn bandleden wel. Ze waren verward, bezorgd.
Jesse’s wangen waren nat. Zijn ogen rood.
Milo wenste dat hij dat niet had gezien.
“Kom op,” zei Rick doortastend. “We moeten verder.”
Zijn ogen heel even sluitend zuchtte Milo diep. Hij voelde dat iemand hem bij zijn arm pakte en stond op, verrast dat het lukte. “Ik moet een oogpotlood,” zei hij tegen niemand in het bijzonder.
“Je ziet er prima uit.”
“Bullshit,” viel Milo uit tegen Rick. “Geef me verdomme een oogpotlood!”
“Je handen trillen te erg,” zei Tom dichtbij hem. “Je steekt jezelf nog een oog uit.”
Milo keek naar hem opzij. “Ik heb het nodig,” zei hij, en hij vond dat hij smekend klonk en haatte zichzelf daarom.
“Wel verdomme,” foeterde Rick.
“Hier,” zei een onbekende vrouw tegen hem. Milo keek naar haar. Ze hield hem een oogpotlood en een klein make-upspiegeltje voor.
Hij glimlachte, voelde dat het echt was, voelde zich opgelucht dat hij iets kon voelen wat eerlijk en oprecht was en niet verduisterd werd door zijn diepe gevoelens van verwarring en boosheid en verdriet en verlangen naar drugs. “Thanks,” zei hij, de spullen aannemend. Tot zijn eigen verwondering trilden zijn handen niet heel erg terwijl hij met het potlood een zwarte rand langs zijn wimpers trok. Toen hij keek naar het resultaat was hij zelfs heel even een beetje tevreden. Hij gaf de make-upspullen terug aan de vrouw en drukte een zoen op haar wang. “Dank je wel.”
De vrouw kleurde dieprood tot achter haar oren.
En Milo creëerde weer afstand. Zo snel mogelijk, zo veel mogelijk. Tussen zijn gevoel en degene die het podium weer op zou gaan. Tussen hemzelf en degene die smachtte naar een snuif cocaïne om terug te durven naar de zaal, naar zijn publiek. Op het moment dat de afstand zo groot was dat hij zich iemand anders voelde liep Milo vastberaden naar het trapje dat naar het podium leidde. “Komen jullie?” vroeg hij in de richting van zijn band, zonder om te kijken. Hij pakte de gitaar aan die hem werd aangereikt door een roadie en zette een intro in van een nummer dat niets met de setlist te maken had terwijl hij het podium weer op liep.
Milo’s bandleden haastten zich achter hem aan het podium op terwijl Milo de gitaar liet uitgalmen, wachtend tot iedereen weer op zijn plek was. Toen telde hij af naar het volgende nummer. En de rest van de show was hij niet minder dan briljant.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Politicus

stemmenAl zo vaak opnieuw begonnen aan het lezen van dit document. De eerste zinnen al zo vaak voorbij zien komen. Al zo vaak de draad kwijtgeraakt en weer van voren af aan begonnen met lezen. Zo vaak. Zo vaak.

Ik ben met andere dingen bezig in mijn hoofd. Niet met de woorden en zinnen die ik zou moeten lezen, de woorden en zinnen die hier voor me op het beeldscherm van mijn laptop staan. Ik ben bezig met de vragen die mensen me gaan stellen. Vragen die ik niet verwacht. Vragen die erop gericht zijn om mij onderuit te halen. Vragen waarvan ik nu nog niet eens kan bedenken dat ze bestaan.

Natuurlijk heb ik hier zelf om gevraagd. Natuurlijk heb ik mezelf naar voren geschoven. Ik wist van tevoren dat iedereen aan me zou trekken, en dat anderen zouden gaan duwen. En toch.

Ik moet deze stukken lezen, ik moet weten wat er staat, ik moet hierop kunnen reageren. Ik moet iets zinnigs kunnen zeggen over wat hier staat, zelfs als ik hier middenin de nacht voor wakker word gemaakt. Ik moet het allemaal weten. Maar het lukt vanmorgen niet. Ik kan me niet concentreren.

Ik zeg tegen mensen dat ik niet bijhoud wat mensen van mij vinden, en wat ze van mijn partij vinden, maar hallo, natuurlijk doe ik dat wel. En nu de eindstreep steeds dichterbij komt wil ik ook winnen. Verdomme. Ik moet winnen, zelfs. Ik weet niet wat ik ga doen als ik niet win, straks.

Ik zou willen dat ik iedereen kon laten zien dat ik gelijk heb, dat ik iedereen kon laten zien waarom ik gelijk heb. Waarom begrijpen sommige mensen me niet? Waarom haten sommige mensen me zo?

Opnieuw naar het document. En nog eens opnieuw beginnen.

Nog maar een paar dagen.

Geplaatst in Media, Nieuws, Politiek, Schrijfsels | Tags: , , | 8 reacties