Alle levende wezens

Hoeveel mensen herinneren zich de South Park-episode met de Sea People? Er gebeurt natuurlijk van alles, maar uiteindelijk hebben de jongens een aquarium met daarin piepkleine mensachtige waterwezentjes, zogenaamde Sea People. Die huisjes bouwen en een maatschappijtje beginnen, terwijl de jongens ernaar staan te kijken alsof ze god zelf zijn.

Op een gegeven moment krijgen de Sea People door wie hen in het aquarium heeft gestopt en wie er, dus, volgens hen verantwoordelijk is voor hun schepping: Eric Cartman. Omdat ze hem zo dankbaar zijn, bouwen ze een standbeeld voor hem. Cartman dolblij natuurlijk, want hij wordt aanbeden als de autoriteit die hij zichzelf altijd toedicht (maar nooit krijgt van zijn vrienden).

Dan is er een groepje Sea People dat aan de andere kant van het aquarium ook een standbeeld bouwt. En wel het standbeeld Tweek, van één van de andere jongens. Want zij zijn ervan overtuigd dat híj hun schepper is. Vervolgens vallen de beide groepen Sea People elkaar aan, met terroristische aanslagen, om de andere club te overtuigen van hun gelijk dan wel het ongelijk van de ander. Uiteindelijk vernietigen ze elkaar met nucleaire wapens.

Earth as seen by HubbleAan die aflevering van South Park moest ik denken toen ik naar een foto zat te kijken die ruimtetelescoop Hubble nam van onze aarde. Vanmorgen las ik in de krant dat ondanks dat niemand er meer aandacht voor heeft, we dichter bij een nucleair conflict zijn dan aan het begin van de jaren ’80. Blijkbaar hebben we allemaal helemaal niks opgestoken van de afgelopen zeventig jaar en denken sommigen op deze wereld nog steeds aan Mutual Assured Destruction. En anderen aan kleinschaligere inzet van nucleaire wapens, om verdere escalatie te voorkomen. (Alsof de andere partij, na jouw inzet van kernwapens op kleine schaal, gelaten zal zeggen: “O ja, oke, dan dammen we wel in!”)

Het verbaast me nog altijd dat we ons niet meer één voelen als we foto’s zien als deze. Deze planeet is alles wat we hebben, mensen. Hij is van alle levende wezens die erop rondlopen. Het zou handig zijn als we ons daarnaar gaan gedragen. Hoe lang duurt het voordat we beseffen dat we niet verder kunnen zonder elkaar?

Geplaatst in Filosofie, Inspiratie, Nieuws, Persoonlijk, Politiek, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

XXIX. Dynamiek

vintage piano_sFletcher zat in de live room van de studio en speelde. Hij speelde met waanzinnige timing en een ongelofelijk gemak. Milo zat achterovergeleund in een grote, leren bureaustoel naast de technicus en luisterde. Pas toen Fletcher in de microfoon vroeg of hij nog een take wilde, deed Milo zijn ogen open. “Eentje nog,” zei hij, zijn ogen gericht op het soundboard.
“Vanaf waar?”
Milo sloot even zijn ogen. Hoorde het nummer in zijn hoofd. “Doe maar vanaf het refrein.”
“Ook het refrein? Of daarna pas?”
“Daarna pas.”
“Oké.”
“Wacht. Misschien moeten we het gitaarstuk een keer live meespelen. Voor de dynamiek.”
“Oké,” zei Fletcher weer. En na een korte stilte: “Kom je?”
Nu keek Milo wel op naar hem. “W-wat?” Zijn stem klonk ineens heel anders dan eerder. Als van een verrast kind. Onschuldig. Jong.
Fletcher maakte een hoofdbeweging. “Je speelt toch gitaar, of niet?”
“Jawel, maar,” begon Milo.
“Kom op dan.”
Laten we Jesse even bellen. Die is zo hier.
De woorden kwamen niet over zijn lippen. In plaats daarvan ging Milo de live room binnen.
Fletcher keek hem aan en Milo sloeg zijn ogen neer. Hij voelde dat hij rode wangen kreeg. “Ik heb het eerlijk gezegd niet zo vaak,” begon hij, maar hij maakte de zin niet af, om meteen weer een andere zin te beginnen: “Volgens mij kunnen we niet,” maar ook die zin maakte hij niet af. Milo pakte zijn witte Les Paul, die elke dag klaar stond en waar hij nog geen noot op had gespeeld sinds ze de studio in waren gegaan. “Ik denk dat ik, eh. Is deze, eh,” hij keek naar de mensen aan de andere kant van het glas. Maar voordat er iemand had kunnen reageren speelde hij twee akkoorden om zelf te horen of het geluid goed was. Hij draaide wat aan de stemknoppen, speelde weer een noot, draaide nog wat, sloeg alle snaren aan. Zijn ogen sluitend boog hij de vingers van zijn linkerhand.
“Vanaf na het refrein?” vroeg de technicus.
Milo beet op zijn lip. Pas na even: “Eh, nee.” Hij keek naar Fletcher en een seconde lang vroeg hij zich af waarom deze geweldige muzikant op hem zat te wachten. Waarom iedereen op hem wachtte. Waarom iedereen deed wat hij wilde. “Nee, eh,” hij wilde dat hij minder onzeker klonk, verdomme, “vanaf het begin.” Hij zag Fletcher vanuit zijn ooghoek knikken.
De technicus startte de tape.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , | Een reactie plaatsen

XXVIII. Beslissing

vintage piano_sEr waren ongelofelijk veel stukken geschreven voor alleen de linkerhand op piano. Milo was van plan ze allemaal te leren.
De chirurg die zijn vingers opnieuw had gebroken en gezet, had het er beter vanaf gebracht dan hij zelf had verwacht. Het had waanzinnig veel pijn gedaan, en het had inmiddels ook weer een hoop tijd gekost. Maar Milo kon hij zijn linkerhand weer gebruiken. Helemaal. En de vingers van zijn rechterhand bewogen allemaal weer. Als hij niet te gecompliceerde stukken uitzocht, kon Milo zelfs met beide handen piano spelen.
Natuurlijk zouden ze nooit meer echt gaaf worden, zijn handen. Maar als hij blik er overheen liet glijden, kon het zomaar lijken alsof er nooit iets gebeurd was.
Vandaag had hij geschreven, vanaf het moment dat hij uit bed kwam toen de zon nog niet eens op was tot nu het weer donker werd. Heel erg veel. Kleine stukjes en hele nummers. Van alles en nog wat. Zijn hoofd deed er pijn van en zijn vingers voelden stijf. Maar hij voelde zich lichter, opgelucht, en zelfs, als hij door zijn wimpers keek, een beetje gelukkig. Het was een gevoel dat hij was vergeten. Het leek iets nieuws. Iets spannends. Iets onbekends.
Milo keek naar zijn handen, die op zijn dijen rustten, en onderdrukte de neiging om alweer te gaan huilen. Het duurde een hele tijd voordat hij zeker wist dat hij daarin slaagde.
Het was tijd om weer muziek op te gaan nemen. Deze keer niet in zijn eentje, maar daadwerkelijk met een band. Fletcher op piano, Jesse op bas, Tom op drums. Rick zou moeten zorgen voor andere sessiemuzikanten; een saxofonist bijvoorbeeld. Een goeie gitarist. Achtergrondzangeressen misschien.
En zelf zou hij spelen. Keyboards. Gitaar. Misschien. Als hij kon. Als hij het durfde.
Milo Morris zou zowaar nieuwe muziek opnemen.

Geplaatst in Random writings, Schrijfsels, Milo Morris | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Muze

liefdeVoor jou schreef ik dit
en voor jou schreef ik dat
en andere dingen schreef ik over jou
of vanwege jou
Inspiratie is een ongrijpbaar ding
Net zoals jij voor mij

Geplaatst in Gedichten, Random writings, Inspiratie | Tags: , | Een reactie plaatsen

XXVII. Verleden

Piano_sMilo stond midden in Ricks kantoor. Met zijn blik gericht op zijn voor de tweede keer binnen een jaar in verband gehulde handen zuchtte hij. “Er is zo veel wat ik niet heb verteld.”
Rick zei niets. Jesse, Tom en Fletcher zeiden niets.
“Moeten jullie alles weten?” Milo draaide zijn rug naar zijn manager en zijn band toe. Zacht, meer tegen zichzelf dan tegen de anderen: “Dacht het niet.”
Fletcher zei als eerste iets. “Heb je Rick niks verteld over jezelf?”
Milo draaide zich weer om. “Wat heeft hij daarmee te maken?”
“Alles,” zei Fletcher. “Hij tekende jou en daarmee had hij elk recht om alles over je te weten.”
Milo wendde zijn blik af.
“Ik bedoel dit niet lullig,” zei Fletcher. Hij klonk zo zelfverzekerd dat Milo hem wilde slaan. “Ik bedoel alleen dat Rick jou beter tegen jezelf in bescherming had kunnen nemen tegen jezelf als hij meer over je achtergrond had geweten.”
“Of niet,” sneerde Milo.
“Of niet,” herhaalde Fletcher met een sarcastische ondertoon.
Milo liep naar de deur van het kantoor, draaide zich om, liep terug naar het midden van de ruimte. “Ik hoef hier niet te zijn. Snap je?”
“Donder dan op,” zei Fletcher.
De boosheid die in hem oplaaide maakte Milo misselijk. Hij beende naar de deur, naar het raam, terug naar de deur. Plofte uiteindelijk trillend van woede in een stoel tegenover Fletcher.
Na even vroeg Fletcher koel: “Waarom ben je nog niet weg?”
Milo reageerde niet.
“Je hoeft me niet te mogen,” zei Fletcher.
Milo snoof. “No prob.”
“Prima. Doe het voor jezelf.”
“Ik haat mezelf.” Stilte. “Ik snap niet waarom iedereen me zo leuk vindt.”
Rick antwoordde: “Omdat je zo talentvol bent.”
“Nietwaar.” Milo knipperde met zijn ogen. “Iedereen wil met me neuken. Dat heeft geen fuck met mijn zogenaamde talent te maken.”
“Rick wil niet met je neuken,” snauwde Fletcher, “en ik ook niet. En Tom niet, godverdomme, en Jesse ook niet. Iedereen die ik ken in jouw omgeving wil ervoor zorgen dat het weer goed gaat met je. Iedereen wil je weer zien lachen.”
Daarop begon Milo te huilen.

Geplaatst in Random writings, Schrijfsels, Milo Morris | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Socia(a)l

angry-man-laptopEigenlijk had de titel boven dit stukje moeten zijn: Waarom sommige mensen ontzettende rotzakken zijn op social media. Dat was me te lang. En misschien ook wat te hard. Maar die vlag dekt wel de lading. Want: waarom zijn sommige mensen eigenlijk ontzettende rotzakken op social media?

Nee, het ligt er niet aan dat mensen zich schriftelijk wat minder goed uit kunnen drukken dan wanneer ze met iemand staan te praten. Afgaande op sommige commentaren die ik weleens tegen kom op social media kunnen mensen zich prima uitdrukken op schrift. En zelfs mensen die zich gewoonlijk niet zo scherp uitlaten over welke kwestie dan ook blijken op social media in ongenuanceerde schreeuwlelijken te kunnen veranderen.

Aankijken
Je hoeft op Facebook en dergelijke platformen niemand aan te kijken terwijl je je mening geeft. Als je tegenover iemand in de kroeg staat die een mening verkondigt waar je het niet mee eens bent, dan sta je, wel, tegenover diegene in de kroeg. En dan zeg je niet zo gauw dingen als: “Opdonderen met je kleinzielige betoog, laffe xenofoob.” En je gaat mensen helemaal niet vertellen dat je ze op gaat knopen aan de hoogste boom, of gaat proberen ze voor een vuurpeloton te brengen, de volgende keer dat je ze tegen komt.

Sociale context
Dat je dat ten overstaan van de verkondiger van de mening niet doet, ligt er niet aan dat je op je gezicht geslagen kunt worden. De meeste mensen slaan een ander namelijk niet zo vlot op het gezicht. Het ligt eraan dat er sociale context is. Iemand staat tegenover je. Je hoort een stem, ziet de ogen. Neemt de lichaamstaal waar. En aangezien we sociale wezens zijn, gaan we dan (een uitzondering daargelaten) geen lelijke of beledigende dingen zeggen. Sterker, vaak voeren we dan het gesprek. En komen we erachter dat iemands mening daadwerkelijk ergens op slaat. Ook al ben je het er niet mee eens. Roep dan nog maar eens dat iemand een ‘blinde godsdienstwaanzinnige’ is.

Sociale consequentie
Waarom dan wel op social media? Wel, dat vakje op Facebook of Twitter waar je het commentaar op een ander in kwijt kunt is alleen maar dat: een vakje. Het heeft geen gezichtsuitdrukking en laat geen emotie zien wanneer je er letters in begint te typen. En daarom vergeten mensen er soms bij stil te staan dat er wel een mens zit aan de ontvangende kant; een mens die wel emotie en gevoel heeft, anders dan dat commentaarvakje. Op social media praten mensen tegen twee dimensies, waar niemand onwillekeurig kan laten zien dat hij gekwetst is door wat je zegt. Als je op social media iets zegt, kun je niet geraakt worden door wat je woorden losmaken. De sociale consequentie van wat je roept, is afwezig.

Even stilstaan bij de ander
Natuurlijk zeg ik niet dat mensen ermee op moeten houden hun mening te geven op social media. Maar probeer er de volgende keer gewoon eens bij stil te staan, voordat je iemand een ‘slechte moeder’ of een ‘junkie’ vindt. Bedenkt dat die ander ook gewoon maar zijn best doet. Dat iedereen zich maar staande probeert te houden. En dat je iemand heel erg kunt kwetsen door spijkerhard te oordelen over iets waar je het fijne niet van weet.

[Beeld: newscurry.co]

Geplaatst in Inspiratie, Nieuws, Social media | Tags: , , , , | 3 reacties

Prinsgezind

princeHet rare was dat ik de afgelopen dagen ineens heel veel bezig was met zijn muziek, na een hele tijd waarin ik geen plaat van hem had aangezet. De laatste week voelde luisteren naar zijn muziek ineens urgent. Woensdag haalde ik nog het album Sign ‘O’ The Times naar beneden. En vervolgens al zijn albums maar. Als je één keer begint met luisteren naar Prince, dan is het einde zoek.

Gisteravond zat ik in de auto, op weg naar Antwerpen, voor een behoorlijk intiem concert van Jett Rebel. Hij speelt wel eens een nummertje van één van ‘de groten der aarde’. Zo heeft hij me al een plezier gedaan met een aantal obscure nummers van Elvis en met een zestal composities van de Beatles. Elke keer dat ik hem live zie, hoop ik stiekem dat hij, alleen gezeten aan de piano, de B-kant van 1999 van Prince zal spelen, How Come You Don’t Call Me Anymore.

Een bericht op de radio zorgde ervoor dat ik van schrik en emotie de auto stil moest zetten op de dichtstbijzijnde parkeerplaats. Terwijl de auto’s voorbijraasden op de E19 liet ik tot me doordringen wat er gebeurd was. Prince is dood.

Middenin zijn show kwam Jett Rebel in zijn eentje het podium op, hij ging achter de piano zitten en speelde drie nummers van Prince. Little Red Corvette, I Wanna Be Your Lover en, ja hoor, How Come You Don’t Call Me Anymore. In een donker hoekje van de zaal huilde ik dikke tranen.

De dag erna, en ik zit aan mijn laptop. Doe de afwas. Loop even naar buiten. Maar laat de radio even uit. Alles gaat gewoon verder. Zoals toen ook met Michael Jackson. En met David Bowie. En Freddie Mercury. Wat een superband hebben ze zeg, daar aan de andere kant.

Geplaatst in Muziek, Nieuws, Persoonlijk | Tags: , , , , , | 4 reacties