Jehovah

faithOp woensdag werk ik thuis. Ik zit achterin de kamer aan de eettafel aan mijn laptopje met mijn telefoon naast me en doe, tja, hetzelfde als wat ik op kantoor zou doen, maar dan thuis. Behalve dat ik ander uitzicht heb. Op de vijver voor mijn huis. De flats in de verte. En ik kan mijn kat aaien als ik er zin in heb. En mijn kat kan naar mij toe komen voor een aai, als hij wil.

Soms komen er twee lieve dames van Jehovah’s Getuigen langs. Meestal rond drie uur. Omdat ze weten dat ik thuis aan het werk ben. Ze overhandigen me persoonlijk hun Wachttoren en vragen of ik de bijbel nog wel lees. Of, de laatste tijd, wat ik als laatste in de bijbel heb gelezen, want inmiddels weten ze dat ik een aantal bijbels in huis heb, waaronder een Statenbijbel van enige honderden jaren oud.

[Ben ik zo gelovig? Ha. De vraag moet zijn: wat is gelovig? Want ik geloof, net zoals iedereen. Geloof is een fundamenteel onderdeel van mens-zijn. Als een mens niet ergens in gelooft, dan is hij geen mens. Iedereen gelooft wel iets. De bijbel, alle mogelijke goden in allerlei pantheons, de natuur, geesten, ‘iets’. Geloof is overal en altijd bij ons mensen. Zo bezien ben ik dus gelovig.]

De dames van de Jehova weten ook dat ik niet geloof in hun god, of in hun uitleg van de bijbel. Dat is een reden dat ze terug blijven komen; ze denken dat er iets te halen valt, dat dit zieltje te winnen is. (Ze hebben overigens nogal een hoge dunk van zichzelf, want als het goed is bezitten ze enige mensenkennis (ze komen immers bij mensen van allerlei pluimage aan de deur) en zouden dus moeten kunnen zien dat mijn zieltje zich niet makkelijk gewonnen geeft.)

Een tijd geleden zaten ze bij mij binnen, op de bank, aan een kopje koffie, terwijl ze me zalvend uitlegden dat het mensen echt de ogen opent als ze naar een bijeenkomst komen in één van de Koninkrijkszalen. Ondertussen probeerden ze te negeren dat er beeldjes van tovenaars en bosgeesten in mijn woonkamer staan, en dat ze echt wel was opgevallen dat er in hun ogen superheidense boeken in mijn kast staan (over mystiek en hekserij).

Ik weet dat veel mensen er trots op zijn als ze erin slagen Jehovah’s Getuigen met grove kreten enig ontzag in te boezemen en dat veel van ons ‘ongelovigen’ graag een mooi verhaal ophangen over hoe ze letterlijk een voet tussen de deur weg hebben geschopt of de deur zo hard dichtgooiden dat de betreffende Getuige er een bloedneus aan overhield. Maar dat vind ik vaak nogal sneu. En ook een beetje zielig voor die Getuigen. Ja, ze komen je overhalen te geloven in hun interpretatie van god en de bijbel. Ja, ze zijn volhardend en heel erg overtuigd van hun verhaal. Maar ze blazen zichzelf in ieder geval niet op met een bomgordel op de zaterdagmiddagmarkt in de stad.

Geplaatst in Filosofie, Lief dagboek, Persoonlijk | Tags: , , | 4 reacties

Nyx

Herinneringen ophalen doe je meestal na een vaste tijdsspanne. Een jaar, of vijf jaar, of zoiets. Raar genoeg niet na, zeg, drie jaar. Alsof één en vijf belangrijk zijn, en drie niet echt. Maar ik denk al een hele tijd aan dezelfde periode drie jaar geleden. Het begon in december en het duurt nog steeds voort. Niet eens bewust, hoor. Een aantal herinneringen komt gewoon steeds ineens naar boven, of ik klik op een willekeurig mapje op mijn laptop en dan blijkt het per ongeluk een mapje met foto’s uit precies die periode te zijn.

De periode dat ik mijn Nyx liet inslapen.

Nyx was mijn katje. In 2006, ongeveer een half jaar nadat ik in mijn huisje aan de vijver was getrokken, bezocht ik het plaatselijke asiel en een week of wat later ging ik haar ophalen. Op een vrijdag de 13e, een zwarte kat. Ze had geen staart meer en ze zat al heel lang in het asiel. En toen ik haar op kwam halen hoefden we ons niet eens moeite te doen om haar te vinden of mee te krijgen – ze kwam onmiddellijk naar me toe toen ze mijn stem hoorde en stapte zonder aarzelen in de reismand die ik mee had. (Dat was overigens de enige keer dat ze vrijwillig in dat mandje ging!)

Ze ging mee naar huis en dezelfde avond lag ze al tegen me aan te slapen op de bank. Ze gedroeg zich vanaf het allereerste moment dat ze bij mij thuis was alsof ze er altijd had gewoond. Uiteindelijk woonde ze zeven jaar bij mij.

Nyx was vaak ziek. Ik deed in die tijd nog wat met Foursquare (kent iemand dat nog?) en ik was ‘mayor’ bij de dierenarts. Maar die periode van drie jaar geleden was het anders. Want toen hielp het niet meer, naar de dierenarts gaan.

Op een morgen sprong ze, zoals altijd, naast me op bed en ik zag onmiddellijk dat alles niet goed was. Nog geen twee uur later sliep ze in op mijn schoot, in een mooie, zonnige kamer in de praktijk van de dierenarts waar ze in behandeling was.

Vandaag is het precies drie jaar geleden dat ik het urntje met haar as ging ophalen bij het dierencrematorium. Ja, ik dacht eerder ook altijd dat het flauwekul was. Je dier laten cremeren. De urn ophalen en de as verstrooien of, de goden verhoede, de urn op een speciaal plekje in je woonkamer zetten. Maar precies dat laatste deed ik dus. Een speciaal plaatsje in mijn woonkamer, waar ook een foto van haar staat, en waar drie gedroogde roosjes liggen van het boeket dat op tafel stond toen ik haar liet inslapen.

Intussen woont er alweer bijna drie jaar een nieuw beestje bij me. Mijn knappe, superlieve kater Daley. Maar ik mis Nyxje nog steeds. Dat gaat denk ik gewoon nooit meer helemaal over.

P.S. Tijdens dat ik dit stukje typte kwam Daley bij me knuffelen. Veel intenser dan hij ooit heeft gedaan.Katten snappen mensen, hoor. Echt wel.

Geplaatst in Lief dagboek, Persoonlijk, Random writings | Tags: , , | 2 reacties

LXX. ’s Morgens

pianokeysOm half zes de volgende morgen klopte Milo op de deur van Fletchers kamer in het hotel, verderop in de gang. Natuurlijk deed Fletcher niet open. Fletcher sliep. Zoals iedereen deed. Zoals Milo zelf ook zou moeten doen.
Maar Milo had vijf gram coke in één van zijn broekzakken en hij bestierf het zowat van spijt en schuldgevoel en zelfhaat.
Hij wilde dat Fletcher hem ervan langs zou geven. Hij wilde een klap van Fletcher die zo hard was dat hij dagen sterretjes zou zien. Hij wilde op zijn falie krijgen zoals hij nog nooit op zijn falie had gehad. Hij haatte zichzelf erom dat hij drugs had gekocht. Hij hoopte dat Fletcher hem zo ongenadig zou slaan dat hij zijn neus en jukbeenderen zou breken. Hij haatte zichzelf zo verschrikkelijk.
“Chris,” snikte Milo zachtjes. Hij klopte nog eens aan de deur. “Alsjeblieft.” Hij liet zich langs de deur naar beneden glijden tot hij op de vloer zat en maakte zich klein, zijn knieën opgetrokken, zijn armen er omheen. Omdat hij niet wist wat hij anders moest doen huilde hij alleen maar. Een hele tijd.
Toen ging de deur van Fletchers kamer open.
“Morris?”
Milo had de moed niet om op te kijken.
“Wat de hel, Morris,” zei Fletcher, naast hem hurkend.
Milo moest een hele tijd naar adem happen voordat hij iets kon uitbrengen. “Je moet me slaan,” fluisterde hij snikkend. “Heel hard. Alsjeblieft.”
“Want? Wat is er?”
Milo zweeg.
Fletcher pakte zijn gezicht en dwong hem om hem aan te kijken. “Wat is er?” herhaalde hij zijn vraag, Milo diep in zijn ogen kijkend.
“Ik heb coke,” snikte Milo na een lange stilte krachteloos.
Fletcher zei een hele tijd niets terug. Uiteindelijk sjorde hij Milo overeind. Nadat hij Milo op de bank in de kamer had gezet zei hij koel: “Je bent niet high.”
Milo schudde zijn hoofd, als een klein kind dat zijn ouders er stellig van wil overtuigen dat hij echt niet stout is geweest. Hij hield zijn hoofd gebogen, wreef nerveus zijn handen in elkaar.
“Heb je het bij je?”
Nu knikte Milo, op dezelfde manier als waarop hij zijn hoofd had geschud; te hevig, te graag willen overtuigen.
Met een diepe zucht liet Fletcher zich op het voeteneinde van het bed vallen, tegenover de bank waar Milo op zat. Hij was een tijd stil en zei toen hard: “Geef op.”
Milo was niet gestopt met huilen, maar begon nu weer luid te snikken. “Sorry,” zei hij tussen de snikken door, haast onverstaanbaar, “sorry, sorry…” Met trillende handen haalde hij het zakje met de drug uit zijn broekzak.
Fletcher deed niets.
“Toe nou,” smeekte Milo, de coke tussen de duim en wijsvinger van zijn hand uitstrekkend naar Fletcher. De tranen stroomden onophoudelijk langs zijn wangen. “Toe nou. Chris. Alsjeblieft.”
Fletcher keek hem lange tijd aan voordat hij hem uit zijn lijden verloste en het zakje van hem aanpakte. Uiteindelijk vroeg hij: “Hoe?”
“Ik heb mijn dealer gebeld,” snikte Milo ademloos.
Fletcher sloot even zijn ogen. “En toen?”
“Een contactpersoon bracht het hierheen.”
“En waarom heb je niet gesnoven?”
Het duurde heel lang voordat Milo antwoordde. Uiteindelijk piepte hij haast onhoorbaar: “Weet ik niet. Weet ik niet. Ik wil het zo graag.”
Fletcher zei niets terug. Hij stond weer op en liep naar de badkamer, waar hij een kraan opendraaide.
Milo voelde zich radeloos en onpeilbaar eenzaam. Hij wilde zo graag ophouden met janken maar hij kon het niet. Hulpeloos wachtte hij tot Fletcher terugkwam.
“Oké,” zei Fletcher, weer plaatsnemend op het voeteneinde van het bed tegenover Milo. “En wat doen we nu?”
Milo veegde ruw met zijn handen langs zijn gezicht. Fluisterend: “Ik kan niet meer, Chris.”
“Moeten we de show morgen afzeggen?”
Na alweer een lange stilte: “Nee.”
Fletcher zei niets.
“Je moet me helpen,” piepte Milo. En toen Fletcher nog steeds niets zei: “Ik wil die show doen, en dan naar rehab. Dat is alles. Help me alsjeblieft.”
“Wil je echt naar rehab?”
Milo snikte, veegde weer langs zijn wangen en in zijn ogen. Haast onhoorbaar: “Ja.”
“Volgens mij moet je nu eerst slapen,” zei Fletcher.
Milo zei niets terug.
Fletcher stond op en trok Milo overeind. Even later merkte Milo dat hij op een bed lag, maar hij had er geen idee van hoe veel later en hij wist ook niet waar hij dan was. Bang dat hij weer alleen gelaten zou worden op zijn eigen kamer beefde hij. “Ik wil niet naar,” begon hij slap.
“Ik blijf bij je,” zei Fletcher. Hij klonk alsof hij een angstig dier gerust wilde stellen. “Probeer maar te slapen.”
“Ik kan niet,” zei Milo.
“Sst. Probeer nou maar te slapen.”

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 1 reactie

Verlangen

sehnsuchtAls ik nou eens was wat ik niet was. Als ik eens was wat ik zou willen zijn. Als ik eens was wat jij nodig had. Als ik zou kunnen zijn wat ik wilde dat ik was, als ik eens was wat ik zou zijn als ik was wat jij nodig had, hemel, o alle hemels bij elkaar, mijn god, alle goden, als ik nou eens was wat ik niet was, als ik eens was wat ik zou moeten zijn om te zijn wat jij nodig had.

Ik zag je en ik dacht, ik ben te oud en te ervaren en te doorleefd en te ver verwijderd en waarom ben ik niet wat je nodig hebt, waarom ben ik niet wat jij wilt, waarom ben ik niet wat je nodig hebt. Waarom ben ik nooit geweest, waarom kan ik nooit meer zijn wat jij nodig hebt.

Ik zag je en ik wilde je en ik wilde je zoals niemand anders je wilde, ik wilde je omdat je bent wat ik nodig heb vandaag, op dit moment, omdat ik doorgegroeid ben omdat dat is wat tijd doet en goden, alle goden, ik heb je nodig zoals jij nu bent en waarom kan dat niet zo zijn als het is.

Waarom liggen werelden uit elkaar, zelfs als ze op elkaar lijken, zelfs als ze op elkaar rijmen, zelfs als ze resoneren, waarom zijn dingen soms zoals ze zijn, waarom is tijd wat het is, waarom zijn dingen alleen maar zoals ze zijn.

Geplaatst in Filosofie, Inspiratie, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 4 reacties

Verdommenis

trumpDe aanstaande president van de Verenigde Staten is een ordinaire pestkop. En een niet heel intelligente pestkop. Nou zijn pestkoppen over het algemeen niet al te intelligent, anders hoefden ze andere mensen niet te pesten. Maar om de mensen die mij hebben gepest op school gerust te stellen: jullie waren in ieder geval niet zo stumperig als Donald Trump.

Bij de Golden Globe Awards afgelopen nacht brandde Meryl Streep de aanstaande president af zonder zijn naam ook maar te noemen. Haar speech was, in tegenstelling tot bijvoorbeeld die van Tom Hiddleston (strekking “bedankt voor de award voor The Night Manager, mensen in Zuid Soedan kijken ook naar mijn serie en die vinden mij ook hartstikke goed”), ijzersterk en niet te negeren.

Mevrouw Streep gaf aan dat Hollywood een zootje mensen is dat van over de hele wereld bij elkaar is geveegd, en dat je verdomd weinig overhoudt wanneer je alle buitenlanders eruit schopt. En ze liet ook fijntjes weten dat het een ontzettende rotstreek is wanneer je een gehandicapte imiteert om hem belachelijk te maken.

Bam. Die zat, twee keer, keihard. Dat vond meneer Trump blijkbaar overigens ook, want hij pakte onmiddellijk zijn Twitteraccount erbij en maakte Meryl Streep uit voor één van de meest overschatte actrices in Hollywood, daarbij opmerkend dat ze hem alleen maar aanviel omdat ze zuur is omdat Hillary Clinton de verkiezingen niet heeft gewonnen. (Natuurlijk, Donald! Want zij is net zo oppervlakkig als jij!)

Gewoonlijk oordeel ik liever niet over mensen tot ik ze zelf heb mogen meemaken. Maar voor de aanstaande president van de VS maak ik een uitzondering.

Over elf dagen is een redelijk geslaagde zakenman, die vooral blufpoker speelt en heel hard zijn best doet om mensen die hij niet leuk vindt in een slecht daglicht te zetten, president van de Verenigde Staten van Amerika. Geen grap. Geen reality-TV. Nee, in het echt. Laten we hopen dat hij geen verschrikkelijk domme fouten maakt. En dat we over vier jaar gewoon hard lachend afscheid nemen van die ellendeling, en verder kunnen met ons leven zonder bang te hoeven zijn dat de man met het grootste arsenaal aan nucleaire wapens jeuk krijgt aan zijn wijsvinger en ons per ongeluk allemaal naar de verdommenis jaagt.

Geplaatst in Media, Nieuws, Persoonlijk, Politiek, Social media | Tags: , , | 5 reacties

LXIX. Afgebrand

pianokeysOp het internet stond die nacht meteen al een review van het concert, maar het was van iemand die ook de soundcheck had gezien. De schrijver hield niet op over de solo die Milo had gegeven, bestempelde hem als ‘de nieuwe’ Hendrix, Prince, Jimmy Page, en wat andere gitaristen waarmee Milo helemaal niet vergeleken wilde worden. Hij smeekte Milo in het artikel een album te maken met de intensiteit van die ene solo, en het voelde als een geweldig compliment, maar hoe meer Milo erover nadacht, hoe meer hij het gewicht van die smeekbede voelde – totdat hij het gevoel kreeg dat zijn rug zou breken en hij zich stilletjes terugtrok in de slaapcabine van de bus. Tegen beter weten in tastten zijn handen onder het kussen en de matras, hopend dat iemand een klein beetje cocaïne over het hoofd had gezien, en hij kon wel janken toen hij natuurlijk niets vond.
Bij het hotel in de laatste plaats waar ze op zouden treden stapte Milo als laatste uit de bus, een capuchon ver over zijn hoofd getrokken en zijn hoofd diep gebogen. Hoewel het midden in de nacht was, stonden er een klein aantal fans en een fotograaf bij het hotel. Milo deed net of hij niemand zag of hoorde en haastte zich naar binnen. Pas daar merkte hij hoe hij beefde en dat hij paniekerig ademhaalde.
“Gaat het?” vroeg Jesse, naar hem toe komend.
Milo antwoordde niet. Hij had geen idee wat er aan de hand was, behalve dat hij zich ineens doodsbang voelde. Bang om kapot te gaan. Bang om het te begeven. Bang om te gaan slapen en bang om wakker te worden. Bang voor alles en voor iedereen. Op het moment dat Jesse hem aanraakte, zakte hij door zijn knieën op de vloer van de lobby.
“Wat is er?” vroeg iemand.
Milo drukte snikkend zijn trillende handen hard tegen zijn ogen.

In zijn hotelkamer stond Milo voor het raam en hij keek uit over de lichtjes van de stad. Hij had geen idee hoe lang hij hier al stond. Op het moment dat Rick hem zijn kamersleutel had gegeven was hij bijna weer door zijn benen gezakt van paniek. Hij had hem, en de jongens van zijn band, willen vragen, willen smeken hem niet alleen te laten, maar de woorden kwamen zijn keel niet uit en in plaats daarvan had hij alleen maar weer gehuild, waar hij waanzinnig van baalde en waar hij zo, zo graag mee op wilde houden.
Hier, alleen in een gigantische kamer bovenin het hotel, met adembenemend uitzicht over de stad, kwam hij een beetje tot rust. De afstand tussen hem en de rest van de wereld leek enorm vanaf hier, in het donker en in de stilte van zijn kamer. Die afstand kalmeerde hem.
De telefoon op het nachtkastje riep hem maar hij kon de verleiding tot dusverre weerstaan. In zijn hoofd vervloekte hij Rick, dat die er geen rekening mee had gehouden dat Milo alleen laten met een open link naar de buitenwereld gevaarlijk was.
Hij vervloekte Rick sowieso.
Rick had hem bewust naar die soundcheck gebracht. Hij wist dat Milo er geen zin in had, en hij wist ook dat Milo er een show van zou maken als hij er eenmaal was, al was het alleen maar om aan Rick te laten zien dat hij zich niet liet kisten. Milo was er honderd procent zeker van dat Rick iemand had geregeld om die recensie op het internet te schrijven. Met welke bedoeling? Milo laten zien hoe geweldig hij werd gevonden? Hem overhalen snel te beginnen aan de opnamen van een nieuw album?
Milo voelde dat zijn ogen weer traanden en veegde ruw over zijn wangen met zijn mouw. Hij voelde zich verraden en alleen. Dat laatste was niet per se erg, dat eerste wel. Zijn ogen gleden naar de telefoon op het nachtkastje. Zijn ogen sluitend drukte hij zijn nagels in zijn handpalmen. Nee. Nee, nee, nee.
Hij kon maar één kant op. Morgen die laatste show spelen, overmorgen zijn therapeut opzoeken en terug naar rehab. Dat was alles. Nieuwe muziek? Schrijven? Opnemen? Allemaal niet aan de orde. Hij wist niet wanneer hij weer uit die kliniek zou komen, hij durfde er niet eens aan te denken of hij ooit niet meer afhankelijk zou zijn van drugs of alcohol, laat staan dat hij nieuwe muziek zou kunnen schrijven en maken. Op dit moment was hij zelfs bang dat hij nooit meer niet doodmoe zou zijn.
Want dat was hij. Doodmoe. Afgebrand.
Wat zou een beetje cocaïne geweldig fijn helpen.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Eigen

Bij de dingetjes die mensen op hun sociale media posten voor het nieuwe jaar, trof ik tussen de beste wensen en enkele goede voornemens ook de volgende kreet een aantal malen aan: “Aan iedereen die mij niet mag… in 2017 gaat er niets veranderen!” Op het eerste gezicht is dit best grappig (even afhankelijk van je gevoel voor humor).

Earth as seen by HubbleOp het tweede gezicht, dat wil in mijn geval zeggen, de tweede keer dat ik die kreet op mijn tijdlijn tegen kwam, deze keer met een zich bescheurende smiley erbij, dacht ik: waarom zou je tegen de mensen die je toch niet mogen zeggen dat er niets verandert? Waarom zou je eigenlijk überhaupt aandacht geven aan mensen die je niet mogen?

Of misschien moet ik nog wel een andere vraag stellen: waarom is het belangrijk aan de mensen die jou wél mogen (want daar bestaat de groep mensen die jouw tijdlijn lezen over het algemeen uit) te laten weten dat je de mensen die jou niet mogen vertelt dat je niet gaat veranderen?

“Ik vaar mijn eigen koers, en daar ben ik trots op. Ik trek me niets aan van mijn omgeving, ik ben mezelf en ik ga niet veranderen, helemaal niet voor mensen die mij toch niet mogen. Hier, vrienden en kennissen, jullie mogen het weten, sterker, jullie moeten het weten, let even op, ik zet het in vetgedrukte woorden op mijn Facebook, met een dikke smiley erbij die uitdrukt dat ik alles en iedereen in zijn gezicht uitlach want wat ben ik toch eigen!”

Zou het dat zijn? Dat mensen heel erg hard tegen hun omgeving willen roepen dat ze waanzinnig authentiek zijn? Maar, lieve mensen, als je authentiek bent, dan hoef je dat helemaal niet van de daken te schreeuwen. Je hoeft het alleen maar te zijn. Dan vinden mensen dat sowieso wel.

In plaats van gewoon maar kreten van iemand (die je helemaal niet kent) te reproduceren op de social media-site van je keuze, kun je ook in je dagelijkse doen en laten jezelf zijn. Dat is volgens mij trouwens sowieso veel belangrijker. Woorden zijn maar woorden. In de dingen die je in het echte leven doet en zegt, laat je echt zien hoe eigen je bent. En daarnaast besteed je dan ook gewoon lekker geen aandacht aan de mensen die jou niet mogen. Want die mogen je toch niet. Of je nou van gedrag verandert of niet.

Geplaatst in Filosofie, Inspiratie, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels, Social media | Tags: , , , , , , | 3 reacties