Zweefteef

De laatste tijd denk ik veel na. Dat is niet zo vreemd; ik denk altijd veel na. Een vriend vroeg een tijdje geleden of het niet vermoeiend is zo veel na te denken, maar gewoonlijk merk ik het niet zo. Dus dat ik me er bewust van ben dat ik nadenk, dat is opvallend. Waar ik dan de laatste tijd denk ik veel over nadenk? Wel, over mijn onderneming en waar die voor staat. Waar ík voor sta.

Pic van Ksenia Yakovleva op Unsplash

Ik noem mezelf ‘personal & business coach’, en tot dusverre vond ik wel dat dat klopte. Immers, als je op mijn site kijkt, dan zie je een kopje ‘persoonlijke dienstverlening’ en een kopje ‘zakelijke dienstverlening’, met daaronder verschillende manieren waarop je door mij gecoacht kunt worden, dan wel dat ik trainingen klachten behandelen en klachtenmanagement aanbied, evenals trainingen om je personeel beter te laten luisteren naar je klanten. En ik heb een boek geschreven over hoe je je medewerkers tevreden maakt en houdt. Heel instrumenteel allemaal.

Maar ik loop eigenlijk helemaal niet warm voor ‘instrumenteel’. Niet verrassend dus dat het verkopen van mijn coaching en trainingen heel erg voelt als keihard (vervelend!) werken, en ook niet verrassend derhalve dat ik veel nadenk over waar mijn onderneming en ik voor staan. Want ik ben op zoek naar iets anders. Iets totaal anders – want totaal niet instrumenteel.

Alweer bijna tien jaar geleden, tijdens één of ander traject bij mijn toenmalige werkgever, schreef ik op wat ik eigenlijk wilde. De exacte woorden waren (ik heb het bewaard dus ik kan letterlijk quoten): “Magie weer ‘gewoon’ & beschikbaar maken; Mensen verbinden met zichzelf/elkaar/het universum.”

Ik heb allerlei dingen gedaan in mijn leven tot nu toen, aan opleidingen en cursussen en van alles ben ik wijzer geworden. Ik ben een coach en een trainer en een toegepast psycholoog. Dat kan ik ook allemaal goed. Maar het is niet mijn missie. Mijn missie is wat ik iets van tien jaar geleden al opschreef: het normaal en gangbaar maken van wat in deze tijd wordt gezien als zweverig, het geaccepteerd maken van dingen die niet grijpbaar zijn maar wel keihard bestaan (maar waar mensen niet op durven te vertrouwen omdat de wetenschap ze niet kan bewijzen).

Typisch genoeg begon ik juist vanwege mijn missie een zelfstandige onderneming – omdat ik mijn missie in ‘gewoon’ werk, op een kantoor, in een functie als manager van iets, niet goed kwijt kan. Omdat ik op zoek wilde gaan naar een bij mij passende aanpak om invulling te geven aan mijn missie en op die manier anderen te verbinden met hun gevoel, intuïtie en eigen innerlijke wijsheid. Zodat mensen meer begrip krijgen voor zichzelf, maar ook voor anderen. Zodat mensen meer verbondenheid voelen – iets wat keihard nodig is in deze tijd. Om daar vervolgens met diezelfde zelfstandige onderneming… helemaal niets mee te doen.

En daar denk ik de laatste tijd veel over na. Allereerst over of ik nou gehoor moet geven aan mijn missie, maar het antwoord op die vraag is simpel: ja. Het speelt niet voor niks al zo lang voor mij. Bovendien werd het me van de week, tijdens een coachgesprek dat ik zelf had, hartstikke duidelijk dat ik het als een roeping voel om het zweverige aards te maken, het ongrijpbare meer grijpbaar (of in ieder geval voelbaar) en zelfs: het paranormale normaal.

De vraag is nu hóé ik dat ga doen. Daar gaat nog een hoop denkwerk in zitten. En vooral een hoop ‘voelwerk’, natuurlijk.

Een begin is er in ieder geval: deze blog. En ook dit: lieve mensen, als jullie tips of ideeën hebben voor me, of als jullie iets willen delen, en ook als jullie vragen hebben of meer willen weten: mijn mailbox staat open. Het adres is universe@jackles.com.

Veel liefs. Of zoals je misschien meer verwacht van een (net uit de toverketel gekropen) ‘zweefteef’: namasté. 😉

Geplaatst in Filosofie, Inspiratie, Persoonlijk | Tags: , , , , | 2 reacties

Afgewezen

Gisteren werd ik afgewezen voor een klus. Nou is afwijzing iets waar iedereen mee te maken heeft, maar laat me je meteen vertellen dat ik het altijd moeilijk heb gehad met afwijzing. Afwijzing en ik zijn geen dikke vrienden, onze relatie is ingewikkeld. Afwijzing, wat op dagelijkse basis plaatsvindt in alle levens van alle mensen op deze wereld, is iets wat ik me altijd persoonlijk heb aangetrokken.

Hoewel afwijzing meestal een kwestie is van wat de ander denkt te zien in of aan jou wat niet matcht met haar- of hemzelf, is het denk ik eigenlijk ook logisch dat het persoonlijk voelt. Al was het alleen maar omdat je om zult moeten gaan met de consequentie van die afwijzing, zoals dat jouw idee niet wordt uitgevoerd, je een gebroken hart oploopt omdat iemand geen relatie met je wil, of, in dit geval voor mij, dat je een project niet af kunt ronden en je ook het geld dat eraan verbonden is niet krijgt.

Een afwijzing is ook niet iets wat je zomaar aan de kant moet schuiven alsof het niet gebeurd is. Een afwijzing moet verwerkt worden. Dus deed ik gisteren niet één, maar een stuk of vier, vijf stappen achteruit, dronk ik een dubbele espresso in de zon, belde ik een uur met mijn vader en ging ik op bezoek bij mijn beste vriend. En ik deelde mijn teleurstelling met mijn zus en zwager en een vriendin die mij in eerste instantie bij de betreffende organisatie had aangeraden.

Uiteindelijk voelde het allemaal beter.

Die avond kwam ik op Instagram een story tegen met een wijze tekst over afwijzing. Er stond zoiets als dat afwijzing nooit aan jou ligt, maar altijd aan (de perceptie van) de ander. Van dat soort quotes blijken er legio te zijn trouwens: toen ik zojuist op internet ging zoeken kwam ik de meest cringeworthy quotes aller tijden tegen over dat je afwijzing niet te persoonlijk op moet nemen. Een kern van waarheid zit er natuurlijk wel in: op het moment dat ik werd gewezen voor die klus, wees die organisatie in wezen alleen een situatie af die voor hen niet werkt.

Maar ik keek van een afstandje weer terug op mijn afwijzing van die morgen en concludeerde: zo voelde het niet. Toelichting.

Vorige week sprak ik de dames in kwestie iets van een half uur en wat ze na die korte tijd over mij te melden hadden was dat ik te aanwezig en te overheersend ben, dat ik te weinig gevoel aan de dag legde, geen diepgang had, weinig interesse leek te hebben in de organisatie en te weinig voor hun vakgebied specifieke ervaring mee zou nemen. Ik weet het, dat is allemaal buitenkant en heeft weinig te maken met de persoon die ik echt ben. Sterker, ik kreeg van een vriendin terug dat zij mij helemaal niet herkent in wat de dames in deze organisatie over mij hadden gezegd.

Het belangrijkste punt bleek: “Het klikte al niet vanaf het moment dat je binnenkwam.” En daar kan ik niets, maar dan ook niets op afdingen. Dit is ook meteen het punt waar ik persoonlijk het minst aan kan doen en waar ik me dus persoonlijk ook het minst van aan zou moeten trekken.

De grap is, dit is precies waarom ik een moeilijke relatie heb met afwijzing: ik wil gewoon altijd aardig gevonden worden. Daar heb ik jarenlang uit en te na met een therapeut over gesproken en inmiddels kan ik daar beter mee omgaan, maar als ik word afgewezen op dingen die ik van de buitenkant nou eenmaal ben (aanwezig, lawaaierig, groot, praatgraag, aanrakerig, om er een paar te noemen), of het feit dat “het niet klikt”, dan vind ik dat altijd, al-tijd verschrikkelijk. En een stemmetje in mij zegt vervolgens: “Zie je wel, je bent niet leuk genoeg.” Wat tot gevolg heeft dat ik me als persoonlijkheid en als mens minderwaardig voel na een afwijzing.

Nee, daar kunnen de dames in kwestie en de betreffende organisatie niks aan doen natuurlijk. En als het niet klikt, dan klikt het niet. Dan moet je ook niet willen samenwerken, dat besef ik ook wel, want het drama dat daaruit kan komen is veel pijnlijker dan welke afwijzing van tevoren dan ook. Maar dat is rationeel. Ergens diep in mij zit een klein meisje dat gewoon leuk gevonden wil worden. En een afwijzing, op welk vlak dan ook, voelt voor haar als een persoonlijke aanval. En dan is het mijn taak om haar te troosten. En haar elke keer weer op het hart te drukken dat het gewoon niet werkte, en dat dat niet aan haar ligt. Zij is nou eenmaal wie ze is, en dat is goed, ook wanneer andere mensen daar niet mee om kunnen of willen gaan.

Geplaatst in Lief dagboek, Persoonlijk | 1 reactie

Stilstaan

Photo by Joy Stamp on Unsplash

Hoe het met jou zit weet ik niet, maar ik word moe van het weer van de laatste dagen. Het stormt, het regent. Ik slaap er slecht van en ik voel me overdag minder energiek dan ik zou willen. Maar juist omdat ik me minder energiek en prettig voel, heb ik de neiging om heel hard aan dingen te gaan trekken.

Zo begon ik vanmorgen met heel hard willen werken aan een project, en ik was ook al een heel eind op weg toen ik besloot eens terug te kijken naar wat ik het afgelopen uur had opgeschreven. Om tot de ontdekking te komen dat ik alles wat ik had opgeschreven helemaal niks vond. In de prullenbak ermee dus.

In de keuken stond ik even later te wachten op mijn dubbele espresso (ik maak meestal dubbele espresso’s voor mezelf als ik vind dat ik even rustig aan moet doen) en te kijken naar de regendruppels op het raam – zo’n moment waarop alles even stilstaat en ik niet vooruit, maar zijwaarts denk. Waarop ik blijf staan en om me heen kijk ik plaats van dat ik keihard naar voren ren.

Nee, er volgde geen moment van grootse lichtheid en ook geen besef dat hemel en aarde deed schokken. Wel was er even niets. En dat niets voelde hartstikke goed.

Vervolgens ging ik weer aan mijn laptop zitten en het eerste wat ik deed was het project dichtklikken waaraan ik was gaan werken. Even niet. Even zitten. Even voelen. En toen drong het tot me door dat ik moe ben. Van de stormen die elkaar maar op blijven volgen, van de lage luchtdruk (ik weet niet of andere mensen hier ook last van hebben, maar ik in ieder geval wel), van slecht slapen, van te laat naar bed en te vroeg op. En ik kan wel aan dingen blijven trekken en duwen als ik moe ben, maar dat werkt voor geen meter want er komt helemaal niets leuks, goeds of constructiefs uit mijn handen.

Daarop besloot ik deze blog te schrijven. Hij is misschien niet heel goed of heel inspirerend of heel spiritueel, maar er is wel iets wat ik je mee wil geven voor vandaag, voor de komende tijd, of voor momenten waarop je moe bent en even helemaal niet vooruitkomt. En dat is dit:

Het is niet erg.

Je kunt niet constant ‘aan staan’. Je kunt niet alleen maar vooruit. Het kan niet allemaal alleen maar sneller, hoger en beter. Sterker: even iets langzamer, minder en bedachtzamer is vaak prettig en vooral nodig. Het is goed om dat te beseffen.

Dus sta ik nu even stil en ik kijk om me heen. Naar wat er is. Naar wat ik voel. Naar de dingen die naast me zijn in plaats van naar de dingen die ik wil en nastreef. Omdat ik dat nodig heb. Vooral wanneer het regent en stormt zoals nu.

Geplaatst in Filosofie, Inspiratie, Persoonlijk | Tags: , | 1 reactie

Sterker… of vreemder?


What doesn’t kill you, makes you stronger
.

Die kreet kennen we allemaal wel, toch? Het wil zeggen dat je sterker wordt van tegenslagen, dat je wijzer wordt van de erge dingen die je meemaakt, dat je beter wordt van tegenwind in je leven. Ik snap ook best dat mensen dat zeggen, want als het even niet lekker gaat, als je je rot voelt om welke reden dan ook, dan is het hartstikke fijn om te geloven dat je er uiteindelijk beter uit gaat komen.

Zoals sommigen van jullie inmiddels weten, overleed mijn moeder afgelopen oktober. Het was het ergste wat ik me voor kon stellen, zo erg dat ik van tevoren geen idee had hoe ik verder zou moeten in mijn leven als zij er niet meer zou zijn. Nou ja, we zijn ruim drie maanden verder en ik ben er nog. En ik doe nog dingen.

It didn’t kill me. Maar of ik er sterker van ben geworden, dat ik één van mijn lieve ouders moest verliezen? Daar twijfel ik aan, hoor. Ik ga door, en soms is het leven ook gewoon weer leuk en kan ik weer lachen tot ik buikpijn heb. Maar ik heb echt wel een krasje opgelopen. Of meer een litteken, ik denk dat je het dat wel mag noemen. Ik ben gevallen en ik heb mijn knieën en mijn handen opengehaald en de sporen daarvan blijven zichtbaar.

Is dat erg? Nee. Het is volgens mij logisch dat je een lichte beschadiging overhoudt van de niet leuke of erge dingen die je overkomen. Maar om ook even heel realistisch te zijn: it didn’t make me stronger, either. Anders, misschien. Maar niet sterker.

Hoewel het troostrijk kan zijn te geloven dat je alleen maar sterker wordt van de dingen waar je niet dood van gaat, is het denk ik niet waar. Het is ook niet realistisch om dat te denken. In een eerdere blog, jaren geleden, schreef ik ooit dat het belachelijk is om tegen iemand die net zijn benen is kwijtgeraakt te zeggen dat datgene waar hij niet dood aan gaat hem sterker maakt; je benen kwijt zijn maakt je niet zonder meer sterker. Niet lichamelijk en ook niet geestelijk.

Als op welke manier dan ook de bodem onder je bestaan wordt weggeslagen, kan het best zijn dat je daar lichamelijk of geestelijk (of beide) nooit helemaal overheen komt. Hoeft ook niet. Het is niet pas weer allemaal oké wanneer je boven jezelf uitstijgt nadat je ten val bent gekomen. Waarom vinden we überhaupt dat het pas ‘goed’ gaat met iemand wanneer die tot steeds grotere hoogten stijgt? Is gewoon doen wat je kunt niet voldoende om een goed mens te zijn?

Pic van Heath Ledger als The Joker in The Dark Knight afkomstig van IMDB

What doens’t kill you, doesn’t kill you. Dat je er niet beter van bent geworden betekent niet dat het geen zin heeft gehad, of dat er nog wat moet gebeuren om het beter te maken. Het verlies van mijn moeder kán simpelweg niet gecompenseerd worden. Accepteren dat dat is wat het is, is misschien wel het enige maar ook het beste wat ik kan doen.

In de film The Dark Knight van Christopher Nolan zegt de Joker in de openingsscène tegen de directeur van de bank die hij aan het beroven is: “I believe whatever doesn’t kill you simply makes you… stranger.” Volgens mij is dat juister dan de originele uitspraak. Nou klinkt “waar je niet dood aan gaat, maakt je gewoon vreemder” wat omineus, dat geef ik toe. Maar niet leuke, onprettige, erge dingen die ieder mens overkomen maken je dan wel niet per definitie sterker, ze veranderen je altijd. Bovendien hoort pijn en verlies bij het leven. Het gaat er niet om dat je daar sterker van wordt, maar dat je de wijsheid vindt om te accepteren wat er is en toch verder te gaan.

Geplaatst in Filosofie, Inspiratie | Tags: , , , | 1 reactie

Daley geeft geen pootjes

“Mag hij een snoepje?” vroeg de vriendin die ik op bezoek had. Daley, mijn grote, zeer aanwezige, rode kater, was een moment eerder pontificaal voor haar gaan zitten, maar wel met zijn rug naar haar toe en met zijn gezicht naar het bakje snoepjes toe dat onder de salontafel staat. Zijn manier om te zeggen: “Geef een snoepje of vijf. Nu.”

Natuurlijk mocht Daley een snoepje, dus het bakje met snoepjes ging open en vriendin pakte er eentje. Ze hield het even voor Daleys neus, hield daarop haar andere hand voor hem op en zei: “Eerst een pootje.”

Geef zelf een pootje, ja

Dievas Daley van Toppie (ja, zo heet ie echt!)

Mooi dat Daley dat niet zag zitten. Pootje geven? Echt niet. Hij keek naar de hand van mijn vriendin en daarna naar haar gezicht. Zijn blik zei: geef zelf een pootje, ja.

Vriendin liet zich niet uit het veld slaan en probeerde het nog eens. “Geef pootje.” En dringender: “Geef póótje!”

Maar als Daley iets niet doet, dan is het zich laten commanderen. En dat hoeft hij dan ook helemaal niet van mij. Daley is een kat, en hij is eigenwijs, bij vlagen op het arrogante af zoals een kat dat kan zijn en hij is vooral heel erg zichzelf. Commando’s zoals ‘pootje geven’? Daar heeft hij absoluut geen boodschap aan.

Ik heb Daley opgevoed vanaf de dag dat hij door zijn moeder uit het nest werd verstoten en dat heb ik vooral gedaan met mijn overtuiging dat vrijheid, in alle mogelijke vormen, belangrijk is. Niemand zou moeten hoeven opzitten en pootjes geven. Dus Daley hoeft dat ook niet van mij. Dat heeft hij nooit hoeven doen omdat ik het zelf ook niet wil of doe.

Daley moet helemaal niks

Vooropgesteld: je haalt natuurlijk geen kat in huis als je een dier wilt dat je af kunt richten en dat precies doet wat jij wilt. Precies om die reden heb ik een kat: omdat ik het leuk vind als mijn huisbeest gewoon zijn eigen gang gaat. Binnen een bepaald speelveld, dat wel: niet krabben aan de meubels en je behoefte doen op de kattenbak. Maar verder moet Daley van mij helemaal niks. Hij hoeft niet te komen als ik hem roep. Hij hoeft niet in zijn mand (of doos, of Happy House) als hij dat niet wil. Hij hoeft niet mee naar boven als ik naar bed ga, hij hoeft niet te kroelen en hij hoeft niet op schoot. Hij is een eigenwijze kat en dat respecteer ik.

Gevolg is dat Daley inderdaad zelf uitmaakt of hij komt, achter me aan loopt als ik de kamer verlaat of op het voeteneinde van mijn bed komt slapen ’s nachts. Maar al die dingen doet hij dus wel. Hij komt niet op schoot liggen, want dat vindt hij ongemakkelijk, maar hij is wel altijd in mijn buurt en hij komt met regelmaat een kopje geven of even aaien. En als hij in de tuin is en ik roep hem naar binnen, dan komt hij onmiddellijk. Daley weet wat hij absoluut niet mag, maar hij weet ook dat ik verder niks van hem vraag of verlang en juist daarom is hij graag bij me.

Respect + vrijheid = loyaliteit

Even heel erg extrapolerend naar het ‘echte’ leven: zo werkt het ook met vrienden, of met personeel binnen een organisatie. Mensen die gerespecteerd worden voor wie ze zijn, zijn loyale mensen. Als je medewerkers vertelt wat het speelveld en de regels zijn en ze daarbinnen alle vrijheid geeft om te doen wat ze denken dat juist is, zijn ze tevredener en blijven ze vaak langer bij je werken dan mensen die elke dag specifieke, begrensde opdrachten krijgen. En privé werkt het in principe ook zo: als je vrienden van jou en bij jou zichzelf mogen zijn, ontvang je dat respect meestal onverminderd terug.

Het gedrag van een ander veranderen, of het nou een vriend, je relatie, je personeel of een huisbeest betreft, lukt meestal niet of het gaat gepaard met een bepaalde vorm van onderwerping waarbij respect vooral afhankelijk is van een machtspositie. Maar laat je iemand respectvol zichzelf zijn, dan geef je ook ruimte om de ander te laten bloeien. En om uit zichzelf te kiezen jou ook met respect te behandelen.

Een kanttekening moet ik overigens wel plaatsen: Daley weet dat ik over het eten ga… misschien is hij daarom ook wel heel lief en soms zelfs meegaand tegen me. 🙂

Geplaatst in Inspiratie, Persoonlijk, Psychologie | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Spiritueel narcisme

Toen ik besloot een blog te typen over spiritualiteit merkte ik dat ik diep van binnen een enorme aversie heb tegen dat woord. Dat vond ik interessant, want ik wil tegen mezelf nog wel eens zeggen dat ik een spiritueel mens ben. Ik vroeg me af wat me stoort aan het woord zelf, en of ik eigenlijk zelf wel weet wat spiritualiteit is.

Aangezien ik erg hou van woorden haalde ik de Van Dale erbij, en daar staat:

spi·ri·tu·eel (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)
1 de geest, het niet-stoffelijke betreffend
(van personen) openstaand voor alles wat met religie en metafysica te maken heeft

Pic door petr sidorov op Unsplash

Over het algemeen blijkt ‘spiritualiteit’ een ongrijpbaar iets voor de meeste mensen – zie onder andere het feit dat het woord ‘zweverig’ nogal eens wordt gebruikt in dezelfde context. Wanneer het gaat over spiritualiteit, dan denken mensen meestal aan meditatie, mindfulness, yoga, helende kristallen en de aanname dat er “meer is tussen hemel en aarde”.

Zweverig en niet heel positief

Met die dingen heb ik overigens geen enkel probleem. Zelf heb ik ook her en der wat stenen en kristallen in mijn huis staan en ik wil ook nog wel eens een meditatief moment voor mezelf nemen. En in mijn coaching speelt spiritualiteit een grote rol, want spiritualiteit staat volgens mij vooral voor hoe je in het leven staat en je persoonlijke, innerlijke ervaring van dingen. Misschien vinden sommige mensen spiritualiteit een zweverig begrip omdat het tegen religie aanschurkt en daar kan ik me best wat bij voorstellen. Voor mij betekent spiritualiteit de geestelijke kant van het leven, in de betekenis van het vinden van jezelf en waar je echt voor warmloopt.

Nou ben ik daarin niet enig: in Nederland lopen duizenden coaches rond die hun werk doen vanuit dit principe. Het blijkt echter dat die coaches (en ikzelf dus ook, al zeg ik niet hardop dat ik coach vanuit spiritualiteit) niet altijd in een heel positief licht worden gezien. Sterker, er bestaat een behoorlijk negatief beeld van coaches en coachcollectieven die hun diensten proberen te verkopen met uitspraken als “word de beste versie van jezelf”, “vind je purpose” en “ga in je kracht staan”. Terwijl dit wel dingen zijn die ertoe doen. Vind ik zelf ook.

Maar wat heb ik zelf tegen spiritualiteit dan?

En toch blijk ook ik dus een aversie te hebben tegen het woord ‘spiritualiteit’ en mensen die zichzelf betitelen als spiritueel. Zoals gezegd merkte ik dat toen ik aan deze blog begon. Wat is er dan aan de hand? Ik ging met een schrijfblokje op de bank zitten en begon in het wilde weg te pennen. En ik kwam zowaar tot een conclusie. Die ik natuurlijk graag met je deel, want waar denk je dat ik dit stuk voor typ. 🙂

Dingen die samenhangen met spiritualiteit, zoals yoga en meditatie, zouden uiteindelijk moeten leiden tot innerlijke groei. Maar wat ik vaak bemerk bij mensen die bezig zijn met hun eigen spirituele ontwikkeling, is dat ze denken de wijsheid in pacht te hebben en zich boven anderen verheven voelen. Dat is het tegenovergestelde van wat spirituele ontwikkeling zou moeten doen of zijn; het doel daarvan is juist je meer verbonden te voelen, je nederiger op te kunnen stellen en meer compassie op te brengen voor anderen door je meer in contact te brengen met het hier en nu.

Wat veel mensen die van zichzelf zeggen dat ze spiritueel ontwaakt zijn beweren is dat ze alleen maar leven vanuit liefde en positiviteit, en dat is natuurlijk geweldig; ik zou willen dat iedereen haar of zijn leven leidde met liefde als uitgangspunt. Maar raar genoeg vind je deze motto’s juist heel vaak terug in social media-profielen van mensen (coaches, trainers, healers) die vervolgens in hun berichten juist heel polariserend uit de hoek komen. Juist die mensen die propageren alleen maar te bestaan uit liefde en begrip blijken buitenproportioneel vaak neer te kijken op mensen die niet dezelfde mening hebben als zij.

“Ik ben beter dan jij!”

En misschien is het dat wel wat ik voel als ik het wil hebben over spiritualiteit maar merk dat ik dat woord bijna niet over mijn lippen krijg, helemaal niet als het over mezelf gaat. Dat onder een vernislaag met de titel ‘spiritualiteit’ vaak spiritueel narcisme schuilgaat. Mensen gebruiken hun spiritualiteit in veel gevallen juist niet om te doen waar spiritualiteit voor staat (verbinden met jezelf en anderen, het uitdragen van liefde en compassie), maar om aan anderen te laten zien hoe ver zij wel niet zijn gekomen in het leven.

Het is heel erg van deze tijd om te zeggen dat je je spiritueel ontwikkeld hebt, maar helaas ook om daarbij aan andere mensen te laten merken dat zij in vergelijking met jou nog een hele weg te gaan hebben. Mensen gaan allerlei cursussen en trainingen aan om zichzelf naar een spiritueel hoger plan te tillen, maar laten anderen vervolgens met alle liefde en compassie achter in het stof. Zelf maakt ik het ook mee dat een vriendin die met behulp van een aantal spirituele trainingen enorme sprongen maakte in haar persoonlijke ontwikkeling vond dat ze anderen in haar omgeving was ontgroeid. Die personen moesten wijken uit haar leven. Ik was er één van (en ik kan niet zeggen dat dat pijnloos was).

Misschien steekt die hele spiritualiteit bij sommige mensen me daarom wel zo. Dat veel mensen die zichzelf spiritueel ontwaakt voelen zich vervolgens ook beter voelen dan hun omgeving; dat blijkt dat ze zich misschien proberen spiritueel te ontwikkelen en daar ook voor een bepaald deel wel in slagen, maar vooral succesvol blijken te zijn in het met spirituele technieken versterken van hun egoïsme. Precies daarom noem ik mezelf juist niet ‘spiritueel’. Terwijl ik zo spiritueel ben als de pest. Ik weet alleen nog niet hoe ik dat moet zeggen zonder nuchtere mensen (waaronder ikzelf) tegen me in het harnas te jagen.

Geplaatst in Filosofie, Psychologie | Tags: | 1 reactie

Strijdbaar tot het einde

“Probeer er het beste uit te halen,” schreef Luuk in een WhatsApp-bericht, een week of twee geleden. Hij had net te horen gekregen dat de tumor die achter op zijn tong zat niet meer te behandelen was en flink groeide. Op mijn vraag wat hij bedoelde met ‘het beste eruit halen’ antwoordde hij: “Geen idee. Wat het beste voelt.” Ik wist dat ik niet door hoefde te vragen. Een duidelijker antwoord dan dat zat er niet in.

Luuk praatte sowieso moeilijk, al zo lang als ik hem ken. Wat hij wel deed was vechten. Altijd, overal, tegen iedereen. Tegen het geloof van zijn vader, tegen leraren op school, tegen wat de maatschappij van hem verwachtte, tegen leidinggevenden en collega’s met een andere mening. Tegen vrienden, tot die hem uit frustratie of ongeduld in de steek lieten. Tegen lichamelijke ongemakken: een pijnlijke schouder, zijn nek, zijn rug. Tegen het verdriet van verlies. Tegen de nieuwe hartklep die hij kreeg. Tegen zijn lijf dat hem stukje bij beetje in de steek begon te laten doordat de kanker eerst zijn tong en daarna zijn keel opvrat. En tegen zichzelf, in zijn hoofd, tegen de spoken van dingen die hij wilde vergeten. Luuk wilde niet toegeven aan overgeven of opgeven. Hij was altijd aan het knokken. En als er geen dingen waren om tegen te knokken, dan zocht hij ze wel.

De laatste keer dat ik hem zag, was hij boos en bang en in paniek. De verpleging had hem niet op tijd zijn medicatie gegeven en hij was net verhuisd van het ziekenhuis naar de hospice en hij was ongelofelijk in de war. Hij wilde alleen maar weg, weg, weg. Op het moment dat ik binnenkwam keek hij verwilderd in mijn richting. Ik zei dat ik het was, noemde zijn bijnaam voor mij, en hij schudde in totale verwarring zijn hoofd en schreef op het schrijfblok dat hij gebruikte: “Ik dacht dat ik in Japan was?”

“Ze snappen het niet,” schreef hij later die middag, vlak voordat hij in een door de alsnog toegediende medicijnen veroorzaakte sluimer wegzakte. Op dat moment bedoelde hij de verpleging in de hospice, maar achteraf vat die ene zin samen waar Luuk zijn hele leven tegen vocht: hij voelde zich altijd, overal en door alles en iedereen onbegrepen.

Hij vertrouwde mij omdat ik dat snapte.

Nadat hij had gehoord dat de artsen hem nog maar een paar dagen te leven gaven schreef hij in een WhatsApp: “Blijf tot op het eind strijdbaar.” Die belofte hield hij. Dat zijn lijf het fysiek helemaal (en dan bedoel ik gewoon letterlijk helemaal) opgaf was niet voldoende om hem te laten vertrekken. Zoals altijd knokte hij tot het allerbitterste einde.

Eerder vannacht zat ik hier, aan mijn eetkamertafel, en ik voelde dat ik aangeraakt werd. Kort maar duidelijk en een beetje onbeholpen, zoals zijn knuffels ook altijd waren. “Ik ga,” zei hij. En dat deed hij, eindelijk. Maar alleen omdat er absoluut niets meer over was gebleven om mee verder te strijden.

Geplaatst in Persoonlijk | Tags: , , , | 5 reacties

Het ligt niet aan de vrouwen

Volgens Nederlandse mediamagnaat John de Mol zouden vrouwen die zich seksueel geïntimideerd voelen eerder aan de bel moeten trekken. Dat zei hij in het YouTube-programma BOOS. De dag erna volgde een paginagrote advertentie in een aantal kranten namens alle vrouwen die werken voor zijn bedrijf Talpa met de tekst: “Beste John, het ligt niet aan de vrouwen.” En dat is gewoon waar.

Bron: Adformatie.nl

Erg genoeg kun je het meneer De Mol niet eens helemaal kwalijk nemen dat hij vindt dat de vrouwen zich moeten wapenen in plaats van dat de mannen zichzelf eindelijk eens een keertje achter de oren zouden moeten krabben en hun poten thuis zouden moeten houden. Ja, dat zeg ik echt.

Niet dat het goed is dat het de algemene consensus is dat vrouwen eerder hun mond open zouden moeten doen als ze het gevoel hebben tegen hun zin seksueel te worden benaderd of zelfs betast. Natuurlijk niet. Maar het zit zo verschrikkelijk diep in onze maatschappij ingebakken dat mannen zich aan vrouwen kunnen en mogen vergrijpen zonder noemenswaardige gevolgen dat mannen (en ook veel vrouwen) zijn gaan denken, zelfs geloven, dat je als slachtoffer iets moet doen in plaats van dat de daders moeten worden aangepakt. Dat heeft een aantal oorzaken. Ik haal er twee aan.

Vrouwen worden vaak nog steeds niet voor vol aangezien

De eerste is dat vrouwen in onze maatschappij tot niet heel lang geleden werden gezien als tweederangsburgers. Voorbeeld: toen in 1849 rechtstreekse verkiezingen werden ingevoerd, waren alleen mannen die belasting betaalden kiesgerechtigd. Pas in 1920 mochten ook vrouwen naar de stembus.

Vrouwen worden nog steeds niet competent geacht grote bedrijven of politieke partijen te leiden. Doen ze dat wel, dan zijn het kenaus of manwijven, of, daar komt ie, dan hebben ze zich naar de top geneukt. Vrouwen kunnen, volgens de over het algemeen geldende opinie, niks bereiken met hun verstandelijke vermogens; de enige manier waarop vrouwen hogerop kunnen komen, zegt men nog steeds, is door sexy te zijn, fijn te kunnen pijpen en toegeeflijk te zijn als een man daartoe verzoekt.

Ja, ga je gang, vertel me maar dat ik het bij het verkeerde einde heb. Maar weet dit: ik heb zelf ook jarenlang een baas gehad die me met regelmaat bij zich riep om vooral in mijn decolleté te kunnen kijken, me te voorzien van allerlei vunzige complimentjes en toenadering te zoeken in seksuele zin. Ik werkte 2 jaar bij die tent en al die tijd bood hij me andere of betere functies aan in ruil voor seks. (Als je het wilt weten: nee, dat is nooit gebeurd. Maar ook: ik heb nooit gemeld dat meneer over de schreef ging, en dat gebeurde vrijwel altijd als ik alleen met hem was. Hij heeft me onder andere meermaals in mijn billen geknepen, zijn gezicht tussen mijn borsten geduwd en geprobeerd zijn tong in mijn mond te wurmen. Uiteindelijk nam ik zelf ontslag.)

Het is normaler je te moeten verdedigen dan om gewoon gerespecteerd te worden

De tweede is dat wij met z’n allen zijn gaan vinden dat mensen zichzelf moeten verdedigen in plaats van dat we het als normaal gedrag zien dat niemand rottigheid uithaalt. We vinden dat je je huis maar heel goed moet beveiligen als je niet wilt dat iemand je waardevolle spullen komt stelen. En dat je gewoon maar heel voorzichtig moet zijn online als je niet wilt dat bedrijven als Meta en Microsoft met je gegevens aan de haal gaan. En dus ook dat je als vrouw maar geen kort rokje of hoge hakken aan moet trekken als je niet lastig wilt worden gevallen, en dat je zelf aan de bel moet trekken als iemand zich aan je vergrijpt.

Het komt nooit meer bij ons op dat het absurd is dat mensen de spullen van anderen jatten als ze er de kans voor krijgen, of dat het schandalig is dat grote mediabedrijven elke kans aangrijpen mensen commercieel uit te buiten. Of dat het belachelijk is dat veel mannen hun lul niet in hun broek kunnen houden als ze een vrouw zien.

Niet hetzelfde, wel gelijk

Met andere woorden: ja, John de Mol, inderdaad, het ligt niet aan de vrouwen. Maar ook, rest van de samenleving: we zullen samen een verandering door moeten. We moeten er samen voor zorgen dat mannen zich niet meer verheven voelen boven vrouwen en dat vrouwen evenveel verstandelijke, intellectuele en leidinggevende vermogens worden toegedicht als mannen.

Vrouwen en mannen zijn niet hetzelfde, maar wel gelijk. Het is belangrijk dat we dat laatste eindelijk eer aan gaan doen. Mannen, en vooral mannen met een machtspositie: breng eindelijk eens het broodnodige respect op voor vrouwen. Het respect om je klauwen thuis te houden. Het respect om vrouwen voor vol aan te zien.

Probeer anders dit eens: de volgende keer dat jij, man, iets oneerbaars wilt doen bij een vrouw, bedenk dan eens hoe jij het zou vinden als een andere man hetzelfde bij jou deed. Dickpic sturen? Billen aanraken? Zeggen dat ze een mond heeft die vast lekker kan pijpen, of zaadvragende ogen? Stel je voor dat een man dat gedrag aan jou laat zien. En als je nu denkt “natuurlijk ben ik daar niet van gediend, ik ben geen homo”, dan moet je jezelf ook nog even de vraag stellen of je echt wel zo respectvol bent naar homoseksuele mannen als je altijd zegt te zijn. Want over die issue hebben we het nog niet eens gehad.

Geplaatst in Bericht, Inspiratie, Lief dagboek, Media, Nieuws, Persoonlijk, Psychologie, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , , , , | 5 reacties

Hoe het was

Zojuist dacht ik aan hoe het was. Dat ik op een dag waarop ik met mijn beste vriend had afgesproken al ’s morgens uitkeek naar wat we ’s avonds zouden gaan doen. Lekker uit eten en naar de bioscoop. Of een avondje jazz luisteren in een lokale concertzaal. Samen filosoferen tot laat, terwijl ik een glas wijn of speciaalbier dronk, en hij zoals altijd chocomel.

Vanavond heb ik met mijn beste vriend afgesproken. Dat we niet uit eten of naar de bioscoop of een concert kunnen, is duidelijk – restaurants, bioscopen en cultuurgelegenheden zijn dicht op last van de Nederlandse regering die al bijna twee jaar te vroeg of te laat streng of niet streng genoeg maatregelen aan- en afkondigt. Maar ook gewoon op de bank zitten filosoferen kan niet meer.

Mijn beste vriend heeft kanker. Naar de hersenen uitgezaaide longkanker. Wat zo’n beetje altijd een doodsvonnis betekent, in de meeste gevallen binnen een paar maanden na constatering. Wonder boven wonder is hij er bijna twee jaar na de diagnose nog steeds, maar je moet niet vragen hoe.

Sinds iets van een jaar gaat hij alleen maar achteruit, op allerlei manieren. Hij houdt zelf ondertussen vol dat het op een dag weer wat beter zal gaan, dat hij zich over een tijdje weer zo goed voelt dat hij weer op de motor kan stappen en naar mij toe kan komen, dat hij meegaat naar een vanwege COVID-19 inmiddels twee keer doorgeschoven concert dat nu in maart plaats zou moeten vinden, dat hij over een tijdje, wanneer de horeca weer zijn gang mag gaan, weer met me uit eten gaat. Maar dat is een utopie. Het wordt niet beter. Het wordt slechter, en slechter, en slechter.

En zojuist dacht ik aan hoe het was. Aan de knappe jongen die hij was, aan dat vrouwen om mij heen altijd aan me vroegen of wij iets hadden en zo nee, of zij dan eens met hem uit mochten. Aan zijn scherpe geest, aan zijn Rotterdamse spijkerharde humor. Aan alles wat nooit meer terugkomt. En aan hoe moeilijk het is, ondanks dat hij allang niet meer lijkt op de kerel waar ik ruim twintig jaar geleden mee bevriend raakte, om hem te laten gaan; sinds de diagnose stukje bij beetje, en over een tijdje helemaal.

Geplaatst in Lief dagboek, Persoonlijk | Tags: , , | 3 reacties

2021

Zo op de laatste morgen van 2021 vond ik dat ik een stukje moest schrijven, ter afsluiting, of als een soort van samenvatting misschien. Maar het afgelopen jaar laat zich niet samenvatten, tenminste, mijn jaar niet, of in ieder geval niet door mij zelf.

Een paar weken geleden zei een vriend tegen me dat “dat klotejaar” 2021 maar snel afgelopen moest zijn, dat we het maar snel achter ons moesten laten. Ik beaamde dat. Maar natuurlijk kan dat niet. Want iedereen weet dat het afstrepen van een arbitraire datum in de tijd er niet voor zorgt dat alles wat daarvoor is gebeurd weg is, zachter klinkt of minder pijnlijk wordt. En ik zou zeggen: dat is ook maar goed. Bepaalde dingen wil je nooit meer vergeten. Bepaalde dingen moeten voor de rest van je leven bij je blijven.

2021 is wel een jaar, een jaartal, dat mij voor altijd bij zal blijven. Ik ben vast niet de enige die er in 2021 herinneringen bij heeft gekregen die zich nooit meer uit laten wissen.

Gisteren zag ik dat iemand ergens had geschreven: “Het afgelopen jaar leefde ik mijn mooiste leven en mijn vreselijkste leven, allebei in één jaar.” Wellicht is dat de samenvatting wel: de mooiste en de vreselijkste dingen, allemaal in dit afgelopen jaar.

Misschien is het ook wel zo dat de mooiste en de vreselijkste dingen bij elkaar horen. Het licht bestaat immers ook alleen maar vanwege het donker, rustgevende stilte is er alleen bij gratie van oorverdovend lawaai. Je haalt alleen hoge pieken als je ook door diepe dalen durft te gaan.

Ergens in oktober schreef ik op mijn Twitter: “Het leven is een prachtig en verschrikkelijk ding.” Die woorden vatten het afgelopen jaar denk ik net zo mooi samen als dat iemand vond dat ze haar mooiste en vreselijkste leven leefde in één jaar. 2021 was prachtig, en het was verschrikkelijk. Er waren heerlijke dingen, geweldige dagen, lichtheid en vrolijkheid, en er waren ontzettende gebeurtenissen, zware dagen, verdriet en pijn. Alles wat er in een leven hoort, zat in de afgelopen 365 dagen. Licht en gelukkig, pijnlijk of niet, hopelijk volgen er in 2022 nog eens 365 van dat soort dagen.

Fijne jaarwisseling, allemaal. Dat 2022 jullie nog meer, veel meer, moge brengen van alles wat belangrijk is.

Geplaatst in Bericht, Lief dagboek, Persoonlijk, Schrijfsels | Tags: , , , | 1 reactie