CXXIII. Morgen

pianokeysMilo zat op het voeteneinde van het bed in zijn slaapkamer in kleermakerszit naar buiten te kijken door het raam met de zwarte gietijzeren spijlen toen Fletcher binnenkwam. Milo onderdrukte de drang naar hem om te kijken. In plaats daarvan deed hij net of hij niet had gehoord dat de deur openging, volgde hij met zijn ogen een fietser die langskwam, en keek hij naar een vogel die takje voor takje omhoog vloog in de struik die van naast de voordeur langs de muur naar de dakgoot klom.
“Goedemorgen,” zei Fletcher, en nu keek Milo toch over zijn schouder naar hem. Omdat Milo verder geen reactie gaf vroeg Fletcher: “Heb je een beetje kunnen slapen?”
Milo keek hem een tijdje aan, perste daarna zijn lippen op elkaar en schudde licht zijn hoofd, zijn ogen neerslaand. Hij was een paar keer weggedreven in een soort droomstaat, maar echt geslapen had hij voor zijn gevoel niet. Van de dromen herinnerde hij zich overigens alleen dat hij er steeds in op de vlucht was.
“Luister,” zei Fletcher na even, nadat Milo weer naar buiten was gaan kijken. “Ik heb Rick gebeld. Hij komt straks. Hier,” het klonk alsof hij een stapeltje T-shirts of handdoeken op de stoel naast de deur gooide, “zijn je kleren. Schoon en droog. Alleen je jack en je schoenen zijn nog nat.”
Milo keek weer om. Zijn kleren waren netjes gevouwen; jeans, shirt, hoodie, shorts en sokken. Hij keek naar Fletchers gezicht.
“Ik weet dat je niet met Rick wilt praten,” zei Fletcher. “Maar dat is dan jammer voor je.”
Milo zuchtte diep, sloeg zijn ogen weer neer. “Ik wil best met Rick praten.”
Vanuit zijn ooghoek zag hij Fletcher zijn hoofd schudden. “Als het te laat is, ja,” zei hij. “Je wilt altijd best met mensen praten als het te laat is.”
Spot on. Omdat hij merkte dat hij op het punt stond te gaan huilen draaide Milo zijn gezicht weer naar het raam. Gelukkig lukte het hem zich te beheersen. Hij zweeg, keek naar buiten zonder echt wat te zien.
Het was een hele tijd stil tussen hen. Uiteindelijk zei Fletcher: “Kleed je je aan? Er is koffie of thee beneden. Tot zo.” Hij liet de deur op een kier staan en Milo luisterde hoe hij de trap af liep. Het duurde en hele tijd voordat hij de moed kon opbrengen zich te bewegen, en nog langer tot hij zich ertoe kon brengen zich aan te kleden.

Advertenties
Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Valentijnsdag

pexels-photo-256711.jpegAls ze wilde, had ze alles. Of in ieder geval het meeste. Of in ieder geval veel. Maar goed, dat was voorheen. Voorheen kon ze veel krijgen van wat ze wilde.

Als ze vele jaren geleden ging stappen, had ze aan elke vinger in ieder geval één man. Ze kon kiezen. Altijd. Elk weekend. Elke avond. Sommige jongens lagen in haar bed. Maar veel, veel minder dan iedereen altijd dacht.

Meestal was ze gewoon alleen. Meestal was ze gewoon met zichzelf. En met een jongen die in haar hoofd leefde. Nou ja, vooral in haar hoofd. Aan de andere kant van de wereld, of in een film, maar altijd en vooral in haar hoofd.

Steeds een ander. Steeds dezelfde. Steeds zo dichtbij dat ze hem kon proeven en zo ver weg dat ze hem nooit zou kunnen aanraken.

Als ze dichtbij waren wilde ze hen niet. Als ze dichtbij waren, dan waren ze echt. De meesten voor heel even. Een enkeling plakkerig, kleverig. Soms mooi, meestal onopvallend. Soms lief, meestal alleen maar geil. Soms met bloemen, kaarten, parfum. Drank, omdat ze dachten dat ze dan makkelijker te krijgen zou zijn.

Ze was nooit te krijgen.

Ze wilde altijd iemand anders.

En dus heeft ze niets. Niets anders, in ieder geval, dan een droomjongen. Zoals altijd. Hij hoeft het niet te zijn. Hij kan iedereen zijn. Op elk moment. Hijzelf, een ander. Iemand zoals hij. Maar in ieder geval niet hier. En niet tastbaar. En niet in staat haar te verlaten.

Geplaatst in Bericht, Lief dagboek, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 4 reacties

CXXII. Haven

pianokeysMet zijn ogen dicht lag Milo een half uurtje later op te warmen in een bad vol gloeiend heet water in de badkamer van Laura’s huis. Hij bibberde soms nog steeds en bleef maar naar adem happen, maar hij was kalmer dan eerder en tot zijn verbazing voelde hij zich slaperig zonder dat hij zijn pillen had genomen. Laura en Fletcher stonden net buiten de deur van de badkamer en hij hoorde ze praten met elkaar. Niet dat hij expres wilde horen wat ze zeiden, want hij verwachtte niet dat hij er in het gesprek heel positief vanaf kwam. Maar sommige dingen verstond hij toch.
“Morgen bel ik Rick.”
“Misschien wil Milo dat wel helemaal niet.”
“Dat interesseert me geen donder.” Even stilte. “Bovendien heeft Rick het me gevraagd om contact met hem op te nemen als ik iets van Milo zou horen.”
“Wat zijn het voor pillen?”
“Kalmerings- en slaaptabletten, zover ik kon zien.”
Laura zuchtte. “Moet hij nou weer naar rehab?”
“Ik vraag me af of dat überhaupt nut heeft.”
Milo hapte onwillekeurig naar lucht en hij kneep even zijn ogen stevig dicht. Nee, dacht hij. Daar zitten mensen die me verkopen aan de pers. Ik ga nooit meer in rehab. Hij slikte en snoof zichzelf nog liever naar de klote. Milo liet zich wat dieper in het warme water zakken, met zijn mond onder het oppervlak, zodat hij moest ademen door zijn neus. Het had de uitwerking die hij had gehoopt; zijn ademhaling werd rustiger.
Bijna onmiddellijk was Laura bij hem en ze tilde zijn gezicht aan zijn kin boven water. “Milo?” vroeg ze bezorgd. “Gaat het?”
Milo opende loom zijn ogen en hij keek naar haar, maar hij antwoordde niet.
Ze trok hem wat verder overeind en hij werkte mee om haar gerust te stellen, maar kon niet voorkomen dat hij weer steunde en naar adem moest happen. Milo deed zijn ogen weer dicht, leunde met zijn hoofd achterover tegen de handdoek die over de rand van het bad hing. Daarna was het een hele tijd stil om hem heen.
Zijn lijf was helemaal warm toen Laura bij hem terugkwam. Ze hielp hem opstaan, wat nu makkelijker ging dan eerder in de gang, en ze wreef hem droog met een grote, zachte handdoek. Daarna hielp ze hem een T-shirt en een joggingbroek aan te trekken. Beide waren hem te groot.
In een slaapkamer aan de andere kant van de overloop brandde licht. Ze gingen er naar binnen. Laura stopte hem in het eenpersoonslogeerbed dat er stond en gaf hem een kus op zijn voorhoofd voordat ze de kamer weer verliet. De lakens roken even fris als de handdoek waarmee ze hem had afgedroogd. Toen Milo zijn ogen dicht deed merkte hij dat ze pijn deden.
“Morris,” hoorde hij Fletcher na even zeggen en hij keek de kant op waar de stem vandaan kwam. Fletcher stond in de deuropening. Milo zag alleen zijn silhouet. Groot, sterk. Brede schouders. Hij kon het niet helpen dat hij wenste dat hij meer was zoals Fletcher. En minder Milo Morris.
“Hier,” Fletcher wees naar de muur achter het hoofdeinde van het bed waar Milo in lag. Hij wachtte tot Milo ook die kant op keek. Er bleek een deur te zijn. “Is een badkamer. Kun je gebruik van maken als je moet pissen of kotsen. Oké?”
Milo knipperde met zijn ogen, sloeg ze neer. “Oké.”
“Luister goed, Morris.” Fletcher wachtte weer even, tot hij zeker wist dat hij Milo’s aandacht had. “Ik doe deze deur,” hij klopte met zijn vlakke hand tegen de slaapkamerdeur, “op slot. Ja?”
“Oké,” zei Milo weer, haast onhoorbaar.
Fletcher maakte een gebaar in de richting van het venster dat zich boven het voeteneinde van het bed bevond waar Milo in lag. “Toeval of niet, er zitten al jaren spijlen voor dat raam.”
Milo haalde diep adem maar zei nu niets.
“Dat betekent dat je niet weg kunt. Je gaat deze kamer niet uit. Ook niet als je je straks ineens bedenkt. Of als je je pillen wilt gaan zoeken. Je gaat nergens heen. Je kunt janken en je kunt je ongelukkig voelen en je kunt zelfs schreeuwen, maar je blijft in deze kamer tot ik je eruit laat. Oké?”
Tot zijn spijt hoorde Milo zichzelf snikken.
Fletcher leek aan te nemen dat zijn woorden hun bestemming hadden bereikt, want hij vroeg niet nog eens om bevestiging en begon de deur te sluiten. Bij het laatste kiertje hield hij toch nog even stil. “O Morris?”
Milo haalde weer diep adem. Fluisterde: “Ja.”
“Haal het verdomme niet in je hersens om te gaan schreeuwen. Ik sla je fucking bewusteloos als je dat doet.” Met die woorden sloot hij de deur.
Met ingehouden adem luisterde Milo naar hoe Fletcher de sleutel in de deur omdraaide. Toen huilde hij. Zo stil mogelijk. Tot het kussen waar hij zijn gezicht in duwde zo nat was dat hij niet meer zeker wist of hij huilde of niet.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

CXXI. Hulp (3)

pianokeys“Als dit druggerelateerd is maak ik hem af.” Dat waren de eerste woorden die Milo Fletcher hoorde zeggen toen hij weer bijkwam, liggend op zijn rug in de gang van Laura’s huis. Hij beefde hevig van de kou. Omdat hij zijn ogen dichtkneep en een kreunend geluid maakte zei Laura: “Hij komt bij, Chris.”
Milo probeerde zijn ogen open te doen, maar kwam niet veel verder dan het fladderen van zijn wimpers.
“Milo?” vroeg Fletcher dringend.
“H-help me,” fluisterde Milo. Hij vroeg zich af of hij verstaanbaar was geweest, want zijn kaken klapperden tegen elkaar en zijn ijskoude lippen leken wel stijf bevroren.
“Wat is er aan de hand?” vroeg Fletcher. Hij klonk streng.
Maar het lukte Milo niet om te antwoorden. Hij bibberde en sidderde en klappertandde en probeerde zichzelf klein te maken door zich in een bal op te rollen.
Fletcher trok hem overeind, zodat hij rechtop tegen de muur van de gang kwam te zitten. Milo hoorde zijn jas soppende geluiden maken terwijl Fletcher hem vastgreep, zo nat was hij. Water liep uit zijn halflange haar door zijn wenkbrauwen in zijn ogen, zijn haar plakte aan zijn wangen en kaken. “Wat is er aan de hand?” vroeg Fletcher nog eens. En toen Milo niet antwoordde: “Je bent ons een verklaring schuldig verdomme, weet je hoe laat het is?”
“Christian,” zei Laura zacht.
Eindelijk slaagde Milo erin zijn ogen een stukje te openen. Hij hijgde, steunde. Met een enorme krachtsinspanning stopte hij zijn handen in de zakken van zijn jack. Zijn vingers vonden de potjes met pillen, maar hij kon ze niet pakken, laat staan vasthouden. In plaats daarvan gleden zijn handen weer uit zijn zakken, en de potjes rolden er achteraan, allemaal, uit zijn jaszakken, uit zijn handen, over de hardhouten vloer van de gang.
“Fuck,” fluisterde Fletcher. “Fuck.”
Milo’s ogen gleden weer dicht. Hij snikte.
“O, Milo,” zei Laura. Ze pakte zijn hand.
“H-h-het s-spijt me z-zo,” hakkelde Milo zachtjes. Door zijn wimpers keek hij naar hoe Fletcher één van de potjes pakte, door het doorzichtige plastic de pillen bestudeerde, en hoe hij daarna hetzelfde deed met de andere potjes. Hij voelde zich wanhopig en bang. “H-help me a-a-alsjeblieft.”
Pas na een hele lange tijd zei Fletcher iets terug. “Hoe lang al?”
“E-een w-w-week. E-e-een m-maand.” Of twee maanden? Of langer? Hij had geen idee.
Fletcher vloekte opnieuw, nog altijd zacht maar wel met nadruk. “Fuck. Fuck, Morris.” Hij klonk ingehouden, Milo kon de woede in zijn stem horen.
Na even fluisterde Milo zachtjes, bijna onhoorbaar: “Ik weet het.”
“Je moet gewoon even je bek houden,” snauwde Fletcher tegen hem.
“Christian, alsjeblieft,” suste Laura hem.
“Eerst heeft,” begon Fletcher. Hij haalde snuivend adem om zijn beheersing te vinden. Iets kalmer, maar ingehouden klinkend, begon hij opnieuw: “Eerst heeft hij ons niet meer nodig en vervolgens verraadt hij iedereen die om hem geeft door weer aan van die troep te beginnen.”
“Sorry,” fluisterde Milo, maar hij had het woord nog niet uitgesproken of Fletcher sloeg hem met de rug zijn van zijn hand in zijn gezicht.
“Hou je bek!”
Milo bracht zijn trillende handen naar zijn gezicht en steunde zachtjes. Hij voelde Laura’s arm om zijn schouders, voelde dat ze hem een kus op zijn slaap gaf. Zijn hart kromp ineen. Hij verdiende haar liefde niet. Hij verdiende wat Fletcher hem gaf: boosheid, en een klap op zijn donder.
“We gaan even douchen,” zei Laura zacht en rustig, “goed? Kun je weer warm worden. En dan kijken we daarna wel wat we moeten doen.”
Milo zei niets. Hij wist niet zeker of hij zou kunnen staan of lopen, maar toen Laura hem na even overeind hielp bleek het te lukken. Milo deed zijn ogen weer open en de wereld om hem heen was wazig en omfloerst. Zijn hoofd bonkte en hij voelde een vaag zeuren in zijn ingewanden. Laura pakte hem bij zijn hand en deed een stap bij hem vandaan, en Milo wilde ‘wacht even’ zeggen, om zichzelf wat meer tijd te gunnen zijn evenwicht te controleren, maar hij zei niets omdat Fletcher hem had opgedragen zijn mond te houden en hij steunde weer, haast onhoorbaar.
Op dat moment nam Fletcher hem in zijn armen. Warm. Liefdevol. Troostend. “Godverdomme, klootzak,” zei hij zacht in Milo’s oor. Het kostte Milo alle kracht die hij op kon brengen niet weer te gaan huilen.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 2 reacties

CXX. Hulp (2)

pianokeysDe straten waren leeg en het regende zo hard dat het water op sommige plaatsen kniehoog opspatte. Milo had het koud tot op zijn botten. Hij bibberde zo hard van de kou dat hij bijna niet overeind kon blijven lopen. De regen stroomde over zijn gezicht en daar was hij blij om, want op deze manier kon hij niet met zekerheid zeggen of hij huilde of niet. Terwijl, hij wist best dat hij huilde, de hele tijd al, want zijn ogen voelden opgezwollen aan en ze brandden onophoudelijk. En hij hoorde zichzelf af en toe jammeren. Gelukkig waagde niemand zich verder de straat op met dit verschrikkelijke rotweer, zodat ook niemand hem hardop kon horen janken.
Milo voelde zich diep ellendig. Voor de zoveelste keer in zijn leven. Voor de zoveelste keer in de afgelopen jaren. Hij wist dat hij weer een verslaving had opgezocht om voor zichzelf te verbergen dat hij vond dat hij fouten had gemaakt en dat hij zich onzeker voelde, hij had inmiddels zo veel therapie gehad dat hij herkende wat er gebeurde, maar hij bleek elke keer niet tegen zichzelf bestand en hij haatte zichzelf daarom.
Hij haatte zichzelf omdat hij zijn vrienden bij zich had weggejaagd. Hij haatte zichzelf omdat hij zo arrogant was geweest te denken dat hij zijn jazz-lp kon maken zonder de meesterlijke arrangementen die Fletcher in elkaar kon draaien, en zonder de mentale steun van Laura, Tom en Jesse. Hij haatte zichzelf omdat hij gewoonweg andere drugs uit had gezocht om verslaafd aan te raken. Hij haatte zichzelf omdat hij Rick opnieuw buiten had gesloten, terwijl hij dat diep vanbinnen helemaal niet had willen doen, maar zijn lelijke kant won het opnieuw van zijn goede. Hij had het hardop moeten zeggen, moeten schreeuwen: Rick, alsjeblieft, laat me niet alleen! Maar hij had het alleen gedacht, en misschien wel gehoopt dat Rick over telepathische gaven beschikte, of helderziend was of iets dergelijks, dat hij op zou vangen dat Milo hem nodig had, wetend dat Rick alles had geprobeerd wat hij kon en dat hij opgaf omdat Milo zich niet liet verslaan, hopend dat Milo uiteindelijk toch bij hem terecht zou komen.
Als het te laat was.
Als het te laat was, dan kwam hij altijd terecht bij Rick.
Na uren in de regen waren zijn kleren bijna te zwaar om te dragen en hij voelde zijn benen en armen niet meer van de kou. Hij sleepte zich naar de voordeur waar hij al een paar keer langs was gelopen, twijfelend, vertwijfeld, niet wetend of hij aan moest bellen of terug naar huis moest gaan. Maar omdat hij wist dat hij helemaal verloren zou zijn als hij terug naar huis ging liep hij steeds terug, en weer weg omdat hij niet durfde, en weer terug. Al uren.
Milo leunde met zijn hele lijf tegen de muur naast de deur. Zachtjes kreunend sloot hij zijn ogen terwijl hij aanbelde.
Het bleef een hele tijd stil.
Het was middenin de nacht. Laura sliep. Hij moest haar laten slapen. Wat deed hij hier? Wie was hij om haar wakker te maken? Wat dacht hij wel niet?
Milo merkte dat er weer tranen langs zijn gezicht liepen maar hij deed zich geen moeite ze weg te vegen. Hij haalde een paar keer diep adem, leunde met zijn voorhoofd tegen de deur en besloot na een hele tijd dat hij niet opnieuw aan zou bellen, maar weg zou gaan, wat er dan ook met hem zou gebeuren.
Op dat moment deed Fletcher open.
Milo wilde echt niet instorten, maar zijn opluchting, zijn radeloosheid en zijn angst waren zo groot dat hij flauwviel.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

CXIX. Hulp

pianokeysMilo zag pas dat Rick op hem zat te wachten toen deze opstond van de bovenste trede van het trapje naar zijn voordeur, en hij draaide zich onmiddellijk van hem af om weer te maken dat hij weg kwam, maar Rick greep hem zo hard bij zijn rechterarm dat hij geen kant op kon en uiteindelijk zelfs zachtjes kermde. “Auw, Rick, je doet me pijn.”
Rick liet hem niet los.
Milo boog zijn hoofd, zodat Rick niet in zijn gezicht kon kijken, waarop Rick met zijn vrije hand de capuchon van zijn hoofd trok. Milo kneep zijn ogen dicht alsof hij ineens in een felle lamp keek en hij kreunde. “Rick…”
“Nee. Luister. Ik wacht al een paar uur op je en ik ga niet weg als ik geen antwoorden van je krijg.”
Milo deed een halfslachtige poging zijn arm los te trekken, maar Rick greep hem alleen maar steviger vast en hij vertrok zijn gezicht en kreunde weer. “Rick, het doet pijn, je doet me pijn.”
“Ik laat je niet weglopen.”
“Ik loop niet weg,” piepte Milo.
Rick keek hem lang aan. “Beloof het me.”
“Ik beloof het je.” Milo keek ook naar Rick maar kon hem niet aan blijven kijken. Zijn ogen neerslaand zei hij zacht: “Ik beloof je dat ik niet wegloop.”
Rick aarzelde. Het duurde even voordat hij zijn greep op Milo’s arm wat verminderde. Uiteindelijk liet hij hem helemaal los.
Met gefronste wenkbrauwen legde Milo zijn linkerhand om zijn bovenarm, op de plaats waar Rick hem net nog vast had, en hij zuchtte diep. Hij keek Rick nog steeds niet aan.
“Laten we naar binnen gaan,” zei Rick.
Milo schudde licht zijn hoofd. “Nee.”
Rick haalde diep adem. “Oké,” zei hij na even. “Wat is er aan de hand?”
Milo deed zijn ogen dicht.
“Milo?” vroeg Rick, nadat hij een tijdje had afgewacht.
“Niks,” zei Milo snel, weer hoofdschuddend, “er is niks.”
“Zeker weten?”
Milo bleef zijn hoofd schudden.
“Word je lastiggevallen?”
“Nee.” Milo haalde diep adem en keek Rick uiteindelijk toch aan. “Nee. Alles is in orde.” Hij vroeg zich af hoe vaak hij dat nog kon zeggen voordat Rick hem ronduit zou uitmaken voor leugenaar.
“Daar geloof ik niks van.”
Milo reageerde niet.
“Waarom was je niet in de studio vandaag?”
Wanhopig zocht Milo naar een emotie. Hij wilde gaan huilen, omdat hij wist dat Rick dan minder streng tegen hem zou zijn. En omdat zijn tranen al het andere zouden verhullen.
“Milo,” zei Rick, en hij legde zijn handen op Milo’s schouders. “Alsjeblieft.” En toen Milo met gefronste wenkbrauwen bleef zwijgen vroeg hij zacht: “Is het moeilijk om de nummers van je vader te spelen?”
Wat Rick zei raakte Milo met een klap tussen zijn ogen, maar niet alleen omdat Rick gelijk had. Inderdaad, hij vond het moeilijk om de nummers van zijn vader een uitvoering te geven waar zijn beide ouders trots op zouden zijn geweest, en het viel hem zwaar om dat in zijn eentje te doen. Maar wat hem vooral raakte was dat Rick zo vertrouwd was, en zo ontzettend lief voor hem terwijl hij alweer een verslaving had waarover hij niet met Rick sprak, wetend dat Rick hem altijd zou helpen zonder hem te veroordelen. En ineens was die emotie er, die emotie waar hij zojuist nog naar zocht. Behalve dat hij nu ineens had bedacht dat hij helemaal niet wilde huilen. Maar dat zorgde er alleen maar voor dat het nog meer moeite kostte te proberen niet te gaan huilen.
Rick keek naar hoe Milo zijn ogen dichtkneep, zijn handen er tegenaan drukte. “Jongen toch,” zei hij troostend en hij nam Milo in beschermend in zijn armen.
Het besef dat Rick hem om een onjuiste reden probeerde te troosten maakte dat Milo zich nog miserabeler ging voelen dan hij al deed. Hij wist dat hij Rick weer weg zou sturen zonder hem te vertellen wat er speelde, en zijn lijf deed zeer van spijt en woede.
“Wil je echt niet even naar binnen gaan?” vroeg Rick na een tijdje.
Milo schudde zijn hoofd. “Ik wil slapen,” fluisterde hij.
Rick leek te weifelen.
Met een diepe zucht probeerde Milo zich los te maken uit Ricks veilige omarming, maar hij moest zich erbij neerleggen dat Rick hem bleef vasthouden. “Ik moet echt slapen,” zei hij, zonder Rick aan te kijken. Toen hij voelde dat hij er eindelijk in slaagde afstand te nemen van zijn gevoelens zocht hij toch Ricks ogen. “Laat me maar even. Oké?”
Rick weifelde weer, nu zag Milo het. Hij onderzocht Milo’s gezicht maar kon tot zijn zichtbare spijt niets ontdekken waar hij op in kon haken om hem over te halen hem in zijn huis te laten of hem mee te nemen naar dat van hemzelf. Het duurde een eeuwigheid voordat Rick Milo met een diepe zucht losliet. “Oké,” zei hij, en hij klonk verslagen. “Maar beloof me dat je me morgen belt. Ja?”
Milo knikte. “Doe ik.” Hij meende het.
Rick keek hem nog een aantal oneindige ogenblikken aan. “Oké,” zei hij toen nog eens. “Oké. Dan spreek ik je morgen.”
Milo knikte alleen.
“Welterusten.”
Laat me niet alleen, dacht Milo. Laat me nou niet alleen! Maar hij zei niets meer en keek alleen naar hoe Rick bij hem wegliep, het trapje af, de straat uit. Op het moment dat Rick om de hoek was verdwenen ging hij op de bovenste trede van het trapje bij de voordeur zitten. Een mistroostig, teneergeslagen gevoel maakte zich van hem meester. Milo merkte pas na een hele lange tijd dat het regende, maar hij bleef zitten. De regen werd harder en na een tijdje voelde Milo dat zijn kleren doorweekt raakten. Maar in plaats van naar binnen te gaan stond hij op en begon hij te lopen.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Veilig

Piano_sHet regent buiten en de verwarming tikt af en toe en verder is het stil, op de stem na die ik hoor zingen in mijn hoofd. Het liedje is maar een jaar jonger dan ik, en bijna twintig jaar ouder dan degene die ik het hoor zingen.

Stereo aan.

Luisteren naar het origineel.

Maar ik hoor hem er doorheen. Zijn aanslagen op de piano. Zijn stem.

Vijftien dagen in een nieuw jaar en ik had me niet met zoveel woorden voorgenomen om niet verliefd te zijn op een verschijning in mijn geest, maar nu hij er weer zit, daar in mijn hoofd, ergens waar ik niet bij hem kan om hem weg te jagen, en ik steeds aan hem moet denken wou ik dat ik tegen mezelf had gezegd dat ik niet verliefd moest zijn. Worden. Blijven.

Opnieuw: stilte. Het is opgehouden met regenen.

Ooit beweerde ik dat je alleen verliefd wordt op dingen zonder ziel, op dingen die niet echt zijn. Maar o, natuurlijk heeft hij een ziel. Natuurlijk is hij echt. Alleen niet bij mij. Bij mij is hij geluid en kleur en al die gevoelens, al die verdomde gevoelens, maar hij is er zelf niet. Hij is niet echt. Hij is alleen daar, op die plaats in mijn hoofd waar ik niet bij kan, en waar hij lekker kan blijven zitten en lekker kan musiceren, alleen voor mij.

Iets wat ik creëer, uiteindelijk. Iets wat dichtbij is, en toch nooit echt. Veilig. Voor mij. En voor hem.

Geplaatst in Dromen, Lief dagboek, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , | 1 reactie