Verliefdheid (een haiku)

Hij is gemaakt van

Fluweel en porselein en

Kwetsbaar rozenblad

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Milo Morris revisited

Van sommige mensen kun je geen afscheid nemen, zelfs al heb je ze zelf verzonnen.

Die avond zat Milo weer in de bar en hij dronk een glas rode wijn aan een tafeltje in een hoek vooraan in het etablissement terwijl hij de mensen observeerde. Hij had besloten dat hij twee glaasjes mocht drinken. Dit was zijn vierde.
Er kwam een jonge vrouw naar hem toe die ongevraagd in de pluchen stoel naast die van Milo ging zitten en hem speels aankeek. “Ben je niet wat jong om alcohol te drinken?”
Milo glimlachte wat hooghartig. “Ik ben ouder dan je denkt.” Dat was waarschijnlijk waar, want mensen schatten hem gewoonlijk jaren jonger in dan hij was. Wat niet wegnam dat hij hoe dan ook wel te jong was om te drinken. En ook behoorlijk veel jonger dan zij.
“Hoe oud ben je dan?”
“Het is niet netjes om mensen naar hun leeftijd te vragen.”
“Nee, het is niet netjes om vróuwen naar hun leeftijd te vragen.”
Milo keek haar een hele tijd aan voordat hij antwoordde. Op het moment dat hij zag dat ze zich ongemakkelijk begon te voelen onder zijn blik en zijn zwijgen zei hij: “Wat een seksistische gedachte.”
Ze sloeg haar ogen neer. Na even keek ze hem weer aan, maar ze wendde haar blik meteen weer naar het tafelblad toen ze zijn ogen ontmoette. “Ik val alleen op mannen die ouder zijn dan ik.”
Milo grijnsde een scheve grijns. Flirterig: “Jammer.”
“Je bent wel heel mooi.”
“Dat weet ik.”
Nu keek de vrouw hem weer recht aan. “Oh!” lachte ze. “Wat arrogant!”
Licht hoofdschuddend glimlachte Milo. “Nee hoor. Jij weet toch ook dat je mooi bent?”
Ze glimlachte ook maar zei niets terug.
Milo zette zijn glas op het tafeltje en schoof naar voren op zijn stoel. Zijn gezicht vlak bij dat van haar brengend zei hij zacht: “Wedden dat je ook best kunt vallen op mannen die jonger zijn dan jij?” En op het moment dat ze hem aankeek kuste hij haar.

Geplaatst in Milo Morris, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Zingeving, deel II

Keuringskantoor bij Sanquin Tilburg

Een paar weken geleden schreef ik een (nogal lange) blogpost over zingeving. Waar het op neerkwam was dit: veel mensen vragen zich af of ze wel werk doen dat iets toevoegt aan de maatschappij, of wat ze doen wel zinvol is. Ik schreef dat het uiteindelijk aan iedereen persoonlijk is om ervoor te zorgen dat je het gevoel hebt dat je iets zinvols bijdraagt.

COVID-19 is nog altijd onder ons, wat betekent dat een deel van wat wij ‘normaal’ noemen nog steeds niet tot de mogelijkheden behoort. Nu was voor mij mijn werk bij de grootste particuliere schadeverzekeraar van Nederland ‘normaal’, en dat werk heb ik sinds 1 april achter me gelaten. Een eigen bedrijf opstarten, dat was waar ik per 1 april mee aan de slag zou gaan. Mede vanwege mijn eigen gevoel van persoonlijk iets substantieels bij willen dragen aan de samenleving!

Nou, je kunt je voorstellen hoe dat sindsdien is gegaan. Soort van niet, zeg maar. Want veel kantoren zijn nog steeds gesloten, mensen zijn hun baan kwijt of houden de hand op de knip in afwachting van eventuele financiële tegenslag, en zonder bedrijven en mensen waar ik mijn diensten als spreker, (aankomend) bedrijfspsycholoog en coach kwijt kan is er, kort gezegd, niets. Nou, kom er maar in met je zingeving dan.

De afgelopen weken schreef ik, dacht ik na, ging ik wandelen om te bezinnen, dronk ik koffie, sprak ik met mensen, vroeg ik om advies en om de visie van anderen. Allemaal belangrijk, natuurlijk, maar het feit dat ik nog altijd iets zinvols wil doen en mijn gevoel dat ik dat op deze manier niet doe, dat blijft ondertussen hetzelfde.

Maar zingeving, schreef ik vorige keer, vind je op veel plaatsen, niet alleen in het werk dat je doet. Vanmorgen voelde ik me hartstikke zinvol en nuttig en maatschappelijk relevant. Vandaar dat ik dit blogje typ.

Vanmorgen was ik bij Sanquin, de bloedbank, in Tilburg. Daar heb ik heel ontspannen gezellig gepraat met een aantal medewerkers, een fijne grote cappuccino gedronken, iets van een half uur languit onderuit in een stoel gezeten, gelezen en zijdelings een beetje televisie gekeken. En tijdens dat alles bijna een liter bloedplasma afgestaan. (Hoe dat gaat? Zie dit filmpje!) Met dat plasma worden medicijnen gemaakt (zo wordt bijvoorbeeld onderzocht of COVID-19 ermee kan worden bestreden). Of mensen die het nodig hebben, zoals kankerpatiënten, worden er rechtstreeks mee geholpen.

Plasma geven kost me geen enkele moeite, er wordt alleen van me verwacht dat ik me ontspan en een half uur tot drie kwartier blijf liggen. Verder doe ik helemaal niets. Maar het voelt zo ontzettend goed. Ik overdrijf niet. Zo. Ontzettend. Goed. Want het is zinvol. Het voegt iets toe. Het helpt andere mensen.

En dat bedoelde ik in mijn vorige blog over zingeving. Je hoeft je voldoening niet alleen te zoeken in het werk dat je doet. Daarbuiten kan het ook. Soms op manieren die helemaal geen moeite kosten, maar je toch een geweldig gevoel van maatschappelijke betekenis kunnen geven.

Geplaatst in Filosofie, Inspiratie, Persoonlijk, Psychologie, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Propositie

Heb je je wel eens afgevraagd hoe vaak een mens aan het wankelen kan worden gebracht? Vast niet, maar het antwoord op de vraag hoe vaak je denkt dat een mens aan het wankelen kan worden gebracht, is vast zoiets als “oneindig vaak”. Behalve wanneer iemand op een waanzinnige manier zeker is van zichzelf en wat zij of hij hier op aarde komt doen. Want van die mensen verwachten we over het algemeen dat ze niet wankelen. Dat ze keihard rechtstreeks op hun doel af gaan. En dat doel natuurlijk ook halen.

Als je dat denkt: het spijt me dat ik je teleur moet stellen.

Ik ben, en ik overdrijf niet als ik het zeg, best wel op een waanzinnige manier zeker van wat ik hier op aarde moet doen. Ik kan me voorstellen dat je dit nogal megalomaan in de oren klinkt, maar dat zij dan maar zo. Al vele jaren heb ik heel diep in me het gevoel dat ik echt iets kom doen hier. Iets wat te maken heeft met de onzekerheid van mensen over wie ze zijn en wat ze willen, en de mechanismen waardoor ze aan het twijfelen worden gebracht over hun wensen en verlangens. En iets wat te maken heeft met magie (waarmee ik niet bedoel dat mensen naar mij toe kunnen komen voor het maken van voodoopoppetjes of toverspreuken voor het verdwijnen van problemen of het aantrekken van een nieuwe liefde. Met magie bedoel ik: het richten van energie. Meer daarover een volgende keer).

Je zou dus denken, als er iemand niet makkelijk aan het wankelen kan worden gebracht… Nou, helaas. Ik wankelde vandaag. Alweer. Voor de zoveelste keer de afgelopen weken, maanden.

Vanmiddag zat ik ijverig te schrijven aan een boek over omgaan met negatieve klantsignalen (ook wel: klachten) dat ik graag wil uitgeven, maar ik liep vast in mijn eigen woorden en besloot er even uit te stappen. Nu had ik moeten gaan wandelen natuurlijk, of in ieder geval een rondje moeten maken in de gelegenheid waar ik zat te werken (de LocHal in Tilburg, oprecht één van de meest inspirerende plekken die ik ken), maar dat deed ik niet. Ik ging op internet zoek naar een spreker die ik ken, las een stukje dat hij had geschreven en besloot dat te delen op mijn LinkedIn. En op LinkedIn gebeurde het.

Iemand stuurde mij een bericht waarin ze me vroeg of ik nog suggesties had voor haar netwerk. Maar de mail begon met een andere vraag. Namelijk: “Wat is je propositie vanuit je eigen bedrijf?”

Acht woorden. En ik wankelde.

Wat ís mijn propositie? Wat breng ik? Wat beloof ik? Wat is dé reden waarom een klant nú moet kiezen voor mij als coach/counselor, spreker, inspirator, ten opzichte van alle concurrentie en alternatieven?

Mijn antwoord was: ik heb geen idee.

Vervolgens keek ik verder op mijn LinkedIn, naar de stukjes die ik daarop post en vooral: naar de reacties die ik krijg. Wat blijkt? Ik krijg vrijwel géén reacties. Nog geen duimpje. Helemaal niets. En toen sloeg de twijfel pas echt toe. Betekenen de dingen die ik schrijf en vind wel iets? Vindt iemand er überhaupt wat van? (Blijkbaar niet. Mijn stukjes worden ook niet gedeeld. Ik schrijf, met andere woorden, bijna alleen maar voor mezelf.) Voeg ik iets toe? Wat dan? Wat heb ik te bieden?

Wat de hel is mijn propositie?

Als volgende bedacht ik me dat ik dan toch maar weer moet gaan solliciteren en ergens voor een baas moet gaan werken. Dan heb ik tenminste een vast inkomen, een bepaalde zekerheid. Maar kom, daarvoor was ik dus juist niet weggegaan bij mijn laatste werkgever. Ik wilde vrijheid, de vrijheid om te doen wat ik denk dat ik moet doen in de wereld. En volgens mij heb ik ook echt hartstikke veel te bieden. Als individuele en als teamcoach. Als inspirator. Als schrijver. Als spreker. Ik beweer niet voor niets dat ik expert ben in mensen, want ik bén het. Er zijn weinig menselijke kwesties waar ik geen touw aan vast kan knopen. Alleen: niemand weet het. Want er hangt geen propositie aan vast.

Op zoek dan maar. Weer. Naar de propositie vanuit mijn bedrijf, deze keer. Zo hou ik mezelf wel bezig. Hopelijk hebben andere mensen er binnenkort ook echt wat aan.

Geplaatst in Bericht, Lief dagboek, Persoonlijk, Schrijfsels, Social media | Tags: , , , , , , , , | 2 reacties

Terugkijken

Zojuist kreeg ik een e-mail waarover ik meteen iets wilde zeggen, en omdat er hier niemand tegenover me zit om tegenaan te emmeren, besloot ik maar een stukje te schrijven. De bewuste e-mail begon met: “Beste zus-en-zo, hopelijk ben je de coronacrisis goed doorgekomen.” Waarom ik daar iets over moet zeggen? Omdat die hele crisis nog lang niet ten einde is. 

Nee, ik heb het niet over de ernst van het COVID-19-virus, en over de verspreiding ervan, en over de juistheid van allerlei cijfers waarmee we op dagelijkse basis worden geconfronteerd. Ik heb het over de crisis waarin we ons momenteel bevinden. Want die is geenszins over. Ben ik de crisis goed doorgekomen? Weet ik veel, ik zit er middenin! 

Hoe komen organisaties erbij om mails te versturen waarin ze zeggen te hopen dat je de crisis goed door bent gekomen? Hoe komen nieuwsdiensten erbij om te beginnen over conclusies voor wat betreft wat het opduiken van COVID-19 ons wel of niet heeft gebracht? We zijn helemaal nog niet in de positie om terug te kijken op COVID-19 en de crisis (of zelfs: crises: op de arbeidsmarkt, bij bedrijven en organisaties, in verschillende branches, om niet te spreken van de psychologische problemen die zich bij veel mensen nog moeten openbaren) die daardoor wereldwijd is ontstaan.

Om terug te kunnen kijken moet je een ander perspectief hebben dan dat van degene die het allemaal meemaakt. Je kunt geen landkaart tekenen op het moment dat je nog middenin het bos op een kruising staat. Je hebt geen overzicht als je alleen maar om je heen kunt kijken vanaf de plaats waar je bent. Je kunt de hele zin niet lezen als je maar één woord kunt zien. 

Het moment om erover na te denken of je ‘de coronacrisis’ goed bent doorgekomen doet zich pas voor als je weet hoe het af is gelopen. Als we alles weten over de uitwerking van alle maatregelen die er in de hele wereld zijn getroffen en er geen bijzondere maatregelen meer nodig zijn of worden getroffen. Als we objectief terug kunnen kijken op een afgesloten periode. Op het moment dat we niet meer kijken vanuit het perspectief van degene die nog middenin het verhaal zit, maar vanuit het perspectief van degene die weet hoe het eindigt. En dat moment is nog ver weg.

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Media, Persoonlijk, Psychologie, Schrijfsels | Tags: , , , , , , , | 8 reacties

(De enige echte) Waarheid

Wij mensen hebben over het algemeen de overweldigende neiging om emotie en diepe gevoelens buiten de deur te houden. Emotie en gevoelens zijn maar lastig, we komen ze liever niet tegen, we doen er liever luchtig over en stappen er zo vlot mogelijk overheen. Je verdrietig, angstig, onzeker of kwetsbaar voelen – we doen het liever allemaal niet. We rationaliseren onze emoties zodat we ze makkelijker aan de kant kunnen schuiven. En zo lang onze realiteit stevig en echt is, kan dat ook wel zonder dat er grote gevolgen zijn. Gewoonlijk is er geen vuiltje aan de lucht. Emoties en gevoelens, die verdoven we gewoon. Simpel. Door drinken, eten, drugs. Door concerten, festivals, dansfeesten. Door onze levens stampvol te stoppen met allerlei dingen. Mogelijkheden te over.

Helaas leven we in een onzekere wereld. Dat was natuurlijk altijd al zo, maar de afwezigheid van grote rampen zorgde ervoor dat we de schijn een hele tijd goed konden ophouden. Bij gebrek aan honger, oorlog, overstromingen en andere rampen (die anderen overigens wel allemaal overkomen, maar dat is altijd alleen maar op het nieuws, in andere landen, aan de andere kant van de wereld, en dat raakt ons dus niet echt) waren we gewoonweg vergeten dat we zomaar overvallen kunnen worden door iets wat we helemaal niet hebben zien aankomen. En zo konden we, terwijl we onze emoties in bedwang hielden door ze op allerlei manieren te verdoven, heel lang geloven dat onze realiteit stevig en echt was.

En toen kwam er een virus, en dat virus werd een pandemie, en er kwamen maatregelen zoals we die allemaal nog nooit hebben meegemaakt. De wereld ging op slot. En onze stevige, echte realiteit werd als een kleedje onder onze voeten uit getrokken zodat we massaal onderuitgingen. Plotseling waren we nergens meer zeker van.

En daar zaten we dan. Met onze gevoelens en onze emoties. Ineens was er geen ontkomen meer aan dat mensen zich verdrietig, angstig, onzeker en kwetsbaar voelden. Niet alleen omdat er tot onze immense verbazing (en schok) zomaar iets was gebeurd waar we zelf geen vat op hadden, maar vooral doordat zo’n beetje alle manieren waarmee we gewoonlijk onze emoties verdoven wegvielen. Geen etentjes meer, niet meer naar de kroeg, geen uitzinnige dansfeesten, geen concerten meer om je hart eruit te schreeuwen tegen de keiharde muziek in. Niets. Stilte.

Die omschakeling konden we niet allemaal zomaar maken.

Omdat we nu eenmaal gewend zijn onze emoties te verdoven, zochten we een andere manier dan drank, drugs en feesten. Brené Brown, onderzoekshoogleraar maatschappelijk werk aan de University of Houston, sprak daar tijdens haar optreden bij TEDxHouston in 2013 ook over. “We make uncertain things certain,” zegt ze over hoe we volgens haar onze emoties proberen af te stompen en onze kwetsbaarheid verborgen proberen te houden als we niet toegeven (of: toe kunnen geven) aan verslavingen en andere uitspattingen. We nemen de dingen die onzeker zijn, en we maken ze wel zeker. We pakken datgene waar we onzeker over zijn, en we zoeken net zo lang naar oorzaken en betekenissen tot we een sluitend verhaal hebben. En dat verhaal verdedigen we met alles wat we hebben: “Ik heb gelijk, jij niet.”

Eerder schreef ik op deze plaats al eens over de onverzettelijkheid waarmee mensen hun waarheden verkondigen op sociale media. Dat kwam ik in de afgelopen dagen weer op volle sterkte tegen, vooral op Facebook, waar ik een advertentie achter had durven laten voor counseling voor mensen die op één of andere manier psychisch in de knoop zitten door COVID-19. Let wel: nergens zei ik iets over de ernst van COVID-19 als virus of ziekte, over je wel of niet houden aan maatregelen tegen verspreiding en het wel of niet werken daarvan of over wie er ‘gelijk’ heeft over het virus, de berichtgeving daaromtrent dan wel de noodzaak van maatregelen en dergelijke. Het enige wat ik deed, was zeggen dat mensen die bang zijn, of in de war, door alles wat er gebeurt, zich kunnen melden bij mij als ze daarover willen praten met een professional.

Vervolgens kreeg ik behoorlijk wat vuil over me uitgestrooid. En dan druk ik me heel, heel voorzichtig uit. Ik kreeg verschillende filmpjes op YouTube om m’n oren zodat ik “wakker zou worden”, ik was “weer één van die idioten die een slaatje wil slaan uit een leugen”, ik ben een “schaap”. Iemand zou het me “nog één keer uitleggen” zodat ik daarna weer zou kunnen “gaan breien”. Ik ben sneu. Ik hou mezelf en anderen voor de gek. Ik ben een “druiloor die zelf professionele hulp nodig heeft”.

Netjes gezegd en in het kort: ik kreeg een groot aantal meldingen van mensen die mij hoe dan ook hun waarheid moesten vertellen. De enige echte waarheid. Zij hebben gelijk, anderen niet.

Of het nu om COVID-19 gaat, of één of andere politieke issue, over ‘links’ of ‘rechts’: wat iemand daarover zegt is op het moment niet (langer) een mogelijkheid of een mening, maar een vaststaande zekerheid die met hand en tand verdedigd dient te worden. En alleen de eigen waarheid is de enige echte waarheid.

“Hoe banger we zijn, hoe kwetsbaarder we zijn, hoe banger we zijn,” zegt Brené Brown in de toespraak die ik hiervoor al aanhaalde. Er is geen onderlinge conversatie meer wanneer we tegen een eventueel gebrek aan overeenkomst aan lopen. Het enige wat er gebeurt wanneer we het op het moment niet met elkaar eens zijn, is dat we naar een ander wijzen. Vooral een ander met een andere mening. Zij hebben het gedaan. Nee, het is hun schuld. Jij hebt het fout, ik heb gelijk, hou je bek.

Volgens Brown wordt in psychologisch onderzoek het geven van schuld aan een ander gezien als “een manier om pijn en ongemak te ontladen”. En ja, er is op het moment veel pijn en ongemak. Zonder feesten, uitgaansmogelijkheden, sportevenementen, concerten en andere uitlaatkleppen blijkt het elkaar met gepolariseerde standpunten de tent uit schreeuwen op diverse sociale media helaas onze enige overgebleven manier om onze emoties, gevoelens en kwetsbaarheid toch nog min of meer te verbergen, op afstand te houden en te verdoven.

[Wil jij het gesprek aangaan over jouw emoties? Of weet je gewoonweg niet hoe je bij je emoties moet komen, dan wel hoe je ze moet uiten, maar zou je dat wel willen? Neem dan contact met me op voor een vrijblijvende kennismaking: 06 27 29 51 15 of hallo@jackles.com.]

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Persoonlijk, Politiek, Psychologie, Social media | Tags: , , , , , , | 6 reacties

Probleemoplossing

Wij mensen kunnen niet meer zo goed omgaan met problemen. En dat is helemaal niet zo handig in een wereld als de onze. Zowel de grote (klimaatverandering, pandemieën, de groter wordende scheuring tussen arm en rijk) als de kleine (luidruchtige buren, sleutels kwijt, Cv-ketel kapot) als de onvermijdelijke (het voortschrijden van tijd, sterfelijkheid) problemen waar we mee te maken hebben zijn dingen geworden die onmiddellijk moeten verdwijnen.

Dus roepen mensen dat we niet meer mogen reizen met het vliegtuig, want uitstoot van koolstofdioxide (CO2) en dus bijdrage aan de klimaatverandering, en gaan we met onze rechtsbijstandverzekeringen achter onze lastige buren aan in de hoop dat hen de mond zal worden gesnoerd. De Cv-ketel mag gewoon niet stuk gaan, want dat betekent paniek. Mobiele telefoon/televisie/laptop/magnetron kaduuk? We kopen onmiddellijk een nieuwe (zelfs zonder na te gaan of deze gemaakt kan worden).

Wat doen we met het feit dat iedereen op een dag sterft? Juist ja: we zwijgen er maar liever over, en ondertussen zoeken we als dwazen naar allerlei middelen om levens langer en langer en langer te maken, in de hoop dat we ooit iets vinden waardoor we onsterfelijk worden. Sterven mag niet bestaan, het is één van die problemen waar we niet meer mee om kunnen gaan, één van die problemen die moet worden geëlimineerd.

De enige manier die wij op het moment lijken te kennen om onze problemen, groot of klein, het hoofd te bieden, is ze onmiddellijk uitbannen. Ze bij de wortel pakken, uit de grond rukken en verbranden als het even kan. Ze terugdringen achter een dikke deur, die dichtgooien en de sleutel weggooien in de hoop dat ze het daglicht nooit meer zien. Een probleem, groot, klein of zelfs onvermijdelijk, moet weg, wég.

Het probleem (opzettelijke woordspeling!) daarmee is dat we vergeten zijn hoe we ergens mee om moeten gaan. Soms moet je ergens mee leren leven, of moet je een oplossing zoeken die wellicht niet het probleem verhelpt, maar er wel voor zorgt dat je met het probleem kunt leven op één of andere manier. Maar hoe dat moet, dat weten we schijnbaar niet meer. Hoogleraar Filosofie van de geneeskunde aan het Erasmus MC Maartje Schermer zei daarover in een interview in De Volkskrant van 29 maart van dit jaar: “We verlangen naar duidelijkheid waar die niet of nauwelijks valt te geven.” Ze refereerde primair aan de crisis rondom COVID-19, maar wees met haar woorden tegelijkertijd op hoe mensen proberen kwetsbaarheden uit hun leven te bannen: “Er is in mijn ogen sprake van een soort collectief perfectionisme.”

Dus moet de tuin bestraat worden, want dan hoeven we geen onkruid meer te wieden. En daarom moet iedereen thuisblijven, want dat kan een ziekte zich niet verspreiden. Maar we verliezen bij het koppig proberen uit te bannen van allerlei ongemakken wel uit het oog wat de consequenties van ons rigoureuze gedrag zijn.

De bestrating van zo’n beetje elke vierkante meter tuin in Nederland, bijvoorbeeld, leidt ertoe dat we bij een flinke regenbui onmiddellijk wateroverlast hebben, omdat het regenwater niet de grond in kan maar via regenpijpen en putten naar riolen wordt geleid, die de toevoer vervolgens niet aan kunnen waardoor putdeksels uit het wegdek springen en straten onderlopen (of het afvalwater zelfs omhoogkomt in toiletten en inpandige afvoeren).

Coronavirus
Bron: National Geographic

De hele wereld komt tot stilstand (alles wordt afgelast of gaat dicht en iedereen wordt gesommeerd thuis te blijven) omdat er een onbekende ziekte is die om zich heen grijpt. Wellicht wordt de verspreiding dan wel (even) een halt toegeroepen, maar mensen verliezen hun banen, hele branches worden weggevaagd (kunst en cultuur voorop) en psychische problemen steken overal ineens keihard de kop op. Sommige mensen overlijden dan misschien niet aan de gevolgen van het virus, maar wel van eenzaamheid. Je kunt je afvragen of het dan wel de juiste benadering is om nieuw virus zoals COVID-19 onmiddellijk te willen uitbannen (nog los van de vraag of het überhaupt kan of gaat lukken).

Milieuactivisten roepen om het hardst dat alle vliegtuigen aan de grond moeten blijven, zodat ze geen CO2 meer kunnen uithoesten (bij volledige verbranding van 132.500 liter kerosine (ongeveer 100.000 kilogram) ontstaat circa 300.000 kilogram CO2). Maar hoe moeten we dat voor ons zien, in de wereld die we hebben gecreëerd? Het is onmogelijk om nooit meer een vliegtuig de lucht in te sturen. Toch zijn er veel mensen die zeggen dat het niet anders kan. Het probleem (in deze: uitstoot door verbranding van kerosine) moet zo snel mogelijk de wereld uit.

Maar problemen horen nu eenmaal bij het leven. Er zullen altijd dingen zijn waar we niet gelukkig mee zijn, er is wel eens regen op het moment dat je zon wilt, en soms worden er veel mensen ziek en hebben we geen vaccin. Maar om nou binnen te blijven tot het stopt met regenen of tot er niemand meer ziek is?

Een betere manier om een probleem het hoofd te bieden is: ermee omgaan. Dus niet (bijvoorbeeld): er is een heftig probleem met ons wereldklimaat dus we mogen nooit meer met het vliegtuig, maar: zoeken naar een manier om er anders mee om te gaan. Kan de brandstof schoner, kunnen vliegtuigmotoren zuiniger, zijn er andere manieren om de uitstoot terug te dringen?

Wij mensen zijn hartstikke innovatief en vindingrijk. Het wordt langzaam tijd dat we die vindingrijkheid toepassen om tot werkbare oplossingen te komen, in plaats van uitdagingen zo snel mogelijk uit de weg te willen ruimen (met als gevolg, bijvoorbeeld, dat de hele wereld op zijn gat belandt wanneer er een pandemie de kop opsteekt). We hebben die enorme hersenen niet voor niets. Laten we ze gebruiken voor het vinden van de allerbeste manieren om allerlei problemen het hoofd te bieden, in plaats van problemen, die toch een normaal onderdeel van het leven zijn, gewoon maar uit te willen roeien.

[Wil jij (beter) leren omgaan met tegenslagen, problemen, uitdagingen of teleurstellingen? Neem dan contact met me op voor een vrijblijvende kennismaking! Telefoon: 06 27 29 51 15, e-mail: hallo@jackles.com.]

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Nieuws, Psychologie | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

Zingeving

De laatste tijd gaan veel artikelen, columns en stukjes die worden getikt door gewone mensen met een mening (zoals ik) erover dat veel mensen zich afvragen of zij wel recht doen aan hun bestaan. Dat wordt volgens een aantal van de schrijvers veroorzaakt door de huidige, zich nog altijd ontwikkelende, crisis (die veroorzaakt is door de reactie van de mensheid op het virus met de naam COVID-19).

Maar volgens mij vragen mensen zich over het algemeen wel vaker en ook al langer af wat hun bestaan bijdraagt aan de maatschappij en de mensheid. Oftewel, of ze goede mensen zijn, en meer spiritueel, wat de zin van het leven is. Die vragen stelden heel veel mensen zichzelf al. Het lijkt er alleen op dat de stilte op allerlei andere vlakken in onze maatschappij de vraag ineens hoorbaar heeft gemaakt. En alle vragen die ermee samenhangen.

Wie ben ik? Wat doe ik hier? Wat moet ik doen? Doe ik iets wat ertoe doet?

Als je het lijstje met cruciale beroepen dat de Rijksoverheid in maart publiceerde naloopt, denk ik dat er maar een klein percentage van onze beroepsbevolking haar of zijn baan daarop terugvindt. Lang niet iedereen is werkzaam in de zorg, bij de politie, in de voedselverwerking, de schoonmaak of de postbezorging. De meeste mensen zitten het grootste gedeelte van de werkdag aan een computer, al dan niet met een telefoon erbij, of in allerlei eindeloze vergaderingen. Best veel mensen maken een hoop PowerPointpresentaties en Excelsheets om aan andere mensen te geven zodat daar weer over vergaderd kan worden. En bij sommigen knaagt dat een beetje. Niet alleen sinds COVID-19 de kop opstak, maar eigenlijk dus al veel langer. “Is mijn werk betekenisvol?”

Het blijkt dat zelfs Harvard Business Review al onderzoek deed naar of mensen het belangrijk vinden dat ze betekenisvol werk doen. Het antwoord was: ja. De meeste mensen willen heel graag werk doen dat er maatschappelijk toe doet. Negen van de tien mensen zouden volgens dat onderzoek zelfs salaris in willen leveren, in ruil voor werk dat meer impact heeft op de maatschappij.

Overigens is dit wel een relatief recente ontwikkeling. Pakweg vijftig jaar geleden vonden de meeste mensen het helemaal niet zo interessant of ze wel werk deden dat maatschappelijk belangrijk was en/of iets toevoegde aan de levens van andere mensen. Wouter Bakker, commercieel directeur van GoodUp en purpose expert, zegt in een artikel in De Volkskrant van 27 mei dat dit komt doordat het werk in de afgelopen vijftig jaar veel meer een belangrijk deel van het leven is geworden. Je verdient niet alleen geld om in je levensonderhoud te voorzien, nee, je werk is een onderdeel van wie je bent. Er is een steeds vagere grens tussen werk en privé. Een grens die voor veel mensen nog vager is geworden in de laatste maanden, doordat ze hun werk min of meer gedwongen uitvoerden vanaf thuis, vanuit hun privésituatie, eventueel zelfs vermengd met zorg voor en onderwijs van de kinderen.

Piramide van Maslow

Wanneer hij spreekt over werk en de behoeften van mensen, verwijst Bakker naar de piramide van Maslow. Die piramide begint met de basisbehoeften, onderaan, en bovenin die piramide vind je zelfontplooiing. Dat is waar veel werknemers zich in deze tijd mee bezighouden. Bakker: “Als je [bij zelfontplooiing] bent, maar merkt dat je je niet gelukkig voelt, dan start de zoektocht naar meer betekenis.”

Mensen zijn in toenemende mate op zoek naar hoe ze de dingen waar ze goed in zijn en waar ze gelukkig van worden kunnen inzetten zodat het ook een behoefte binnen de maatschappij bevredigt. Dat gevoel kan ver te zoeken zijn wanneer je (bijvoorbeeld) maandelijks rapportages op moet leveren over de groeicijfers van jouw afdeling bij een fabriek die verschillende soorten en maten blikjes maakt voor diverse afnemers die daar hun eigen producten in stoppen.

Om weer het gevoel te krijgen dat je zinvol werk doet, ook wanneer je geen zorg- of politiemedewerker bent, kan het onder andere belangrijk zijn je af te vragen wat het bedrijf waar je werkt bijdraagt aan de maatschappij. Waarvoor bestaat de organisatie waar jij voor werkt? Daarna volgt de vraag wat jij daaraan bijdraagt, met als belangrijkste punt: doet dit er voor mij toe? Vind ik dit echt belangrijk? Haal ik hier voldoening uit?

Volgens Wouter Bakker krijg je pas echt voldoening wanneer je iets doet waarbij je het verschil maakt, door gebruik te maken van jouw unieke talenten en vaardigheden. De vraag is hoe je dat kunt doen, wanneer je in een callcenter de telefoonprotocollen moet volgen en je aan bepaalde gesprekstijden moet houden.

Het is makkelijk om te zeggen dat bedrijven hun medewerkers meer ruimte moeten geven om zelf iets te veranderen aan hun werkzaamheden, zodat ze zich nuttiger gaan voelen. Maar van de bijna 90% van alle bedrijven die een missie heeft waarin staat dat men iets bij wil dragen aan de maatschappij, blijkt nog geen 20% daar echt iets mee te doen. Laat staan dat de medewerkers de ruimte krijgen om beslissingen te nemen waardoor zij zelf het gevoel krijgen maatschappelijk iets te kunnen betekenen.

Nee, natuurlijk is het niet iedereen gegeven om dan maar de baan aan de wilgen te hangen en alleen nog maar dingen te gaan doen die je zelf sociaal-maatschappelijk belangrijk vindt. Maar om dan maar ontevreden in een baan te blijven zitten waarvan je vindt dat hij te weinig bijdraagt aan de wereld is ook weer zowat. Er zijn altijd dingen die je kunt doen. Als het dan niet in je huidige baan is, dan is het wellicht iets wat je naast je werk kunt doen. Uiteindelijk is het toch echt aan jouzelf om meer zingeving toe te voegen aan jouw leven.

[Ben jij op zoek naar meer zingeving, in je leven, je werk of beide, maar weet je niet zo goed waar te beginnen? Daar kunnen we samen achter komen! Neem contact met me op voor een vrijblijvende kennismaking: telefoon: 06 27 29 51 15, e-mail: hallo@jackles.com.]

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Nieuws, Psychologie | Tags: , , , , , , , , | 2 reacties

Wonderlijk

Waarom vinden we onszelf niet gewoon wonderlijk?

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Psychologie | Tags: , , , , , | 4 reacties

Afstand houden

Eerder vandaag klaagde ik op Twitter. Nou klaagt zo’n beetje de halve wereld op Twitter, Twitter is een beetje de Klaagmuur van het internet geworden, dus zo verwonderlijk of bijzonder is klagen op Twitter niet. Maar goed, ik klaagde op Twitter, en wel over de bezoekers van de Efteling, deze zaterdagmiddag. Want wat iedereen ook doet of denkt op het moment, er is een wereldwijde pandemie en om infecties te voorkomen gelden er bepaalde, nieuwe, gedragsregels. Zoals dat mensen onderling anderhalve meter afstand moeten houden. En dat gebeurde bar weinig in de Efteling.

Dus ik schreef: OK dat was het meest waardeloze bezoek aan de @Efteling ooit… Er wordt geen, ik herhaal, géén afstand gehouden door mensen, niet op de wandelpaden & niet in wachtrijen. Heel moreel superieur allemaal.

Foto: Brabants Dagblad, © Nico Snels

Maar natuurlijk ging ik later nadenken over wat ik had gezegd. Want waarom houden de mensen eigenlijk steeds minder afstand? Je kunt zeggen dat de meeste mensen gewoon enorme egoïsten zijn, maar volgens mij is dat niet waar. De meeste mensen willen het goed doen. En toch gebeurt dat in dit geval niet overal.

Een reden daarvoor las ik in een artikel in het NRC. Afstand houden volgens de regels die het RIVM voorschrijft, is in wezen als diëten of stoppen met roken: de discipline verslapt op een gegeven moment. Uit ervaring weet ik dat dit vaak zo gaat. Een dieet of stoppen met roken gaat meestal een tijdje hartstikke super, maar na verloop van tijd komt daar bij veel mensen de klad in. Dat kun je geen egoïsme noemen; het gaat er gewoon om dat het moeilijk is om gedrag vol te houden dat je niet gewend bent.

Daarnaast zijn mensen in de afgelopen weken een stuk minder angstig geworden voor COVID-19. Wat logisch is, want de intensive care-units van onze ziekenhuizen liepen langzaam maar zeker weer leeg en het aantal patiënten dat met COVID-19 in het ziekenhuis werd opgenomen ging ook flink omlaag. Je ziet steeds minder noodgevallen en je hoort steeds minder urgente verhalen. Volgens het RIVM is het percentage van de Nederlandse bevolking voor wie het virus ‘heel dichtbij voelt’ sinds 1 mei met ruim de helft geslonken (van 51% naar 25%). Maar angst is volgens Frenk van Harreveld, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, een belangrijke voorspeller van de bereidheid je aan de regels te houden. Een afname van angst is dus ook een afname van diezelfde bereidheid.

Ik kan me dus wel ergeren aan de bezoekers van de Efteling en hun blijkbare onvermogen de afstand in acht te nemen die het RIVM ons voorschrijft, maar dat mensen zich steeds minder lijken aan te trekken van die regel is dus ook wel logisch en verklaarbaar. Voor nieuw gedrag moeten mensen zich moeite doen. Van Harreveld zegt dat we die moeite weliswaar enige tijd op kunnen brengen, maar: “Het volhouden van dat soort gedrag is ook een soort spier, die raakt vermoeid.”

Daarbij komt ook nog dat er veel tijd overheen gaat voordat nieuw aangeleerd gedrag ‘normaal’ wordt, en dat veel mensen toch in hun achterhoofd hebben dat anderhalve meter afstand houden niet normaal hoeft te worden (want over een tijdje willen we toch ook weer terug naar ons ‘oude normaal’).

Tel al deze dingen bij elkaar op, en anderhalve meter afstand houden wordt na een tijd voor de meeste mensen gewoon moeilijk. Ja, ik klaagde op Twitter, en vanuit mijn perspectief was dat wellicht ook hartstikke terecht. Maar als je gaat kijken naar waarom mensen dingen wel of niet doen, blijft er niet veel over om echt boos over te zijn. Al hoop ik wel dat mensen snel weer gaan proberen afstand te houden – hoe beter we ons hieraan houden, hoe sneller we de ‘anderhalvemetersamenleving’ het ‘oude abnormaal’ kunnen gaan noemen.

[Wil jij meer te weten komen over waarom jij dingen doet of blijft doen die je eigenlijk anders zou willen? Neem dan contact met me op voor een vrijblijvende kennismaking! Telefoon: 06 27 29 51 15, e-mail: hallo@jackles.com.]

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Persoonlijk, Psychologie, Random writings, Schrijfsels, Vrije tijd | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen