LV. Afwijken

Piano_sAlleen op het podium, aan de piano, nadat hij het liedje van zijn vader had gespeeld, liepen de tranen over Milo’s wangen. Het publiek juichte hem minutenlang uitzinnig toe. Hij droogde zijn wangen met de handdoek die naast de piano lag maar het was voor niets.
“Sorry jongens,” zei hij in de microfoon.
Het publiek juichte nog harder.
Milo veegde in zijn ogen, haalde diep adem, maakte zijn wangen weer droog. Na een hele tijd slaagde hij er tot zijn opluchting ook echt in te stoppen met huilen. Met gesloten ogen schudde hij zijn hoofd. Zich naar de microfoon toe buigend zei hij nog eens: “Sorry jongens.” Hij keek de zaal in en glimlachte – de eerste echte glimlach van de dag. “Pff.” Gegil uit de zaal. “Dank je, het gaat weer.” Meer gegil.
“Hé, luister. Gewoonlijk komt de band nu terug en spelen we in één keer door tot het einde van de show.” Hij wachtte even terwijl zijn fans reageerden met gejuich. “Maar ik wil eigenlijk nog een liedje spelen voor jullie. Wat vinden jullie?”
Luid gejuich, applaus.
“Een liedje van de band van mijn ouders.”
Meer gejuich.
Milo sloeg een majeurakkoord aan. “Jullie kennen het vast niet.” Hij hoorde dat sommige mensen, helemaal vooraan, riepen dat ze het wel kenden en hij wierp een blik naar beneden, hoewel hij de gezichten niet kon zien. “Leugenaars.” Hij lachte, hoorde zijn eigen lach terug via de speakers en hield ineens een heel klein beetje van zichzelf. “Jullie weten niet eens wat ik ga spelen. Sterker, ik weet nog niet wat ik ga spelen…”
Tegenover hem, aan de zijkant van het podium, stonden de leden van zijn band klaar om terug te komen naar hun instrumenten. Milo zag hun verwarring. Niet alleen omdat hij afweek van de setlist die ze al weken speelden, maar ook omdat hij zo veel natuurlijker klonk, en zo veel echter, dan hij de rest van de dag was geweest.
“Wacht even,” zei Milo. Hij sloeg wat noten aan en kwam uiteindelijk bij een akkoord dat hem beviel. “Ik denk dat ik het weet.” Hij draaide zich op zijn kruk helemaal naar het publiek toe. “Weten jullie eigenlijk hoe de band van mijn ouders heette?” Hij hoorde het goede antwoord vaker dan hij had verwacht. “Wat kennen jullie mij goed zeg…”
Gelach uit de zaal.
Milo draaide zich terug naar de piano en zette het nummer in.

Geplaatst in Random writings, Schrijfsels, Milo Morris | Tags: , , | Een reactie plaatsen

LIV. Bestelling

pianokeysDe deur naar buiten stond op een kier. Aan de muur ernaast hing een stencil, waarop met dikke letters werd gevraagd of de lezer eraan dacht een backstagepas mee te nemen. Milo wist dat hij de pas niet bij zich had maar besloot er verder niet bij stil te staan.
Hij was nog maar net buiten, tussen de trucks waarin de apparatuur voor de tour werd vervoerd en de bussen van de roadies, of hij moest weer overgeven. Hij braakte water en gal uit tot hij dacht dat hij flauw zou vallen en wankelde daarna slap naar een plaats waar hij achter een vrachtwagen verscholen tegen een fijnmazig hek aan kon leunen.
Milo deed zijn ogen dicht en probeerde zichzelf tot de orde te roepen. Hij vertelde zichzelf dat hij niet hoefde te doen wat hij van plan was te doen, maar het maakte geen verschil. Het was onmogelijk dat hij vanavond zo het podium op zou gaan. Hij had geen keuze.
Met trillende handen haalde hij uiteindelijk zijn gsm uit zijn broekzak. Voordat hij het nummer koos dat hij wilde, haalde hij een paar maal diep adem. Hij merkte dat hij over zijn hele lijf beefde terwijl hij luisterde naar hoe het nummer overging.
“Hi superster.”
Alsof er nooit wat gebeurd was.
Milo haalde weer diep adem, merkte dat hij bijna geen lucht naar binnen kreeg. “Hé.”
“Wat heb je nodig?”
Hij werd duizelig en deed zijn ogen dicht. “Vijf gram,” fluisterde hij.
“Wanneer?”
“Een uur geleden.”
“Ik stuur iemand. Waar vindt hij je?”
“Laat hem me appen als hij op de parkeerplaats achter de venue is.”
“Alright.”
Milo drukte de lijn weg. Hij had zelden zo’n grote hekel aan zichzelf gehad als op dit moment. Zijn ogen sluitend leunde hij met zijn hoofd tegen het hek en wachtte.

Geplaatst in Random writings, Schrijfsels, Milo Morris | Tags: , , | 1 reactie

LIII. Ervoor

pianokeys“Milo. Wakker worden.” Iemand tikte hem zachtjes tegen zijn schouder. “Kom.”
Milo deed zijn ogen een stukje open. Het licht deed pijn aan zijn ogen en zijn hoofd klopte vervaarlijk. Hij kreunde, deed zijn ogen weer dicht. “Hoe laat is het?” Zijn stem klonk rasperig en hees.
“Wauw, je strot.”
Milo zuchtte. Fluisterend: “Spaar me.”
“Nog een paar uur tot de show. Je moet echt wat aan je stem doen.”
Milo opende weer zijn ogen, nu iets verder. Degene die hem wakker had gemaakt was Jesse. Hij zat gehurkt naast Milo. De kleedkamer was verder leeg.
Jesse bestudeerde een hele tijd Milo’s gezicht en zei uiteindelijk: “Denk je dat het gaat lukken straks?”
Zoals hij zich voelde? Nee. Nooit. Milo antwoordde niet.
Jesse wachtte even en zei toen zacht: “We kunnen cancelen, Milo.”
“Nee.” Milo deed zijn ogen weer dicht, wreef met zijn handen over zijn gezicht, draaide zich op zijn rug en deed zijn ogen weer open. Ze traanden. Hij veegde het vocht weg. “Nee. Ik kan moeilijk vijfduizend man teleurstellen omdat ik een avondje doorgezakt ben.”
Jesse glimlachte licht.
Milo zag het vanuit zijn ooghoek en deed zich moeite ook te glimlachen. “Ik ga mijn best doen.” Hij had geen idee hoe.
“Kan ik wat voor je doen?”
Milo knipperde met zijn ogen. “Nee joh.” Met moeite kwam hij overeind.
Jesse haalde een flesje water uit de koelkast die in de kleedkamer stond. “Hier,” zei hij, Milo het flesje aanreikend terwijl hij naast hem op de bank ging zitten waar Milo op had liggen slapen.
Milo pakte het flesje aan. Hij draaide tevergeefs aan de dop, keek toe hoe Jesse het weer uit zijn handen pakte en het voor hem opendraaide. Milo steunde gefrustreerd, sloeg zijn ogen neer, pakte het geopende flesje aan van Jesse en nam een slok, terwijl hij net deed of hij niet merkte dat Jesse hem langdurig bestudeerde.
“Weet je het zeker?” vroeg Jesse uiteindelijk zacht.
Milo knikte, maar keek Jesse niet aan. “Ik zorg ervoor.” Hij nam nog een slok water, schraapte zijn keel. Zijn stem klonk iets beter: “Laat me maar even.”

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

LII. Vallen

pianokeysOndanks zijn zonnebril was het naar Milo’s mening veel te licht in Ricks kantoor, waar de band zich verzamelde om naar het volgende optreden te rijden. Tien minuten te laat slenterde hij binnen met een slepende tred, zijn hoofd gebogen, en hij wist onmiddellijk alle blikken op zich. Milo wist dat hij eruitzag alsof hij een geweldige kater had, en hij had ook een geweldige kater en hij wilde ook dat iedereen het aan hem kon zien.
“Alles goed?” vroeg Rick, terwijl Milo zich in een stoel aan de vergadertafel liet vallen en met gefronste wenkbrauwen een hand naar zijn voorhoofd bracht.
“Ja hoor,” antwoordde Milo. Het was de eerste keer dat hij zijn stembanden gebruikte vandaag en hij klonk rafelig en donker.
“Holy shit,” hoorde hij Tom zeggen.
Milo richtte zijn hoofd een stukje op en keek in zijn richting. “Maak je niet druk. Ik doe gedurende de dag wat stemoefeningen en vanavond is alles weer oké.”
“Katertje?” vroeg Fletcher.
“En hoe,” antwoordde Milo zo ontspannen mogelijk
Het bleef lang stil aan tafel.
Milo keek van achter zijn spiegelende zonnebril naar zijn manager en de leden van zijn band. Ze waren niet eens boos, zag hij. Ze waren vooral bezorgd. Allemaal. Het duurde een hele tijd voordat Milo besloot iets te zeggen. Hij haalde diep adem. “Gin. En,” hij legde nadruk op het woord, “coke.”
Niemand reageerde.
Jesse kon zijn bezorgdheid niet verbergen. Rick schudde haast onzichtbaar zijn hoofd, een hand voor zijn mond. Tom keek met zijn hoofd in zijn hals naar het plafond. Fletcher was de enige die naar Milo’s gezicht keek, naar de glazen van zijn zonnebril, alsof hij er midden doorheen kon kijken, recht in Milo’s ogen.
Uiteindelijk zei Milo: “Ik beloof jullie dat het eenmalig was.”
“Beloof je dat?” Het cynisme droop van Fletchers stem.
“Ja.” Milo draaide zijn hoofd naar hem toe.
“Kun je dat ook zeggen terwijl je me aankijkt zonder die stomme bril?”
Milo glimlachte traag. Hij deed zijn ogen dicht. “Probeer me maar te vertrouwen.” Hij besefte dat hij vooral tegen zichzelf sprak. Dat hij zichzelf probeerde te overtuigen. Hij voelde zich klein.
Rick zuchtte diep. Na alweer een lange stilte zei hij: “Oké. We zullen het ermee moeten doen.”
Milo deed zijn ogen weer open.
Rick maakte een wijds armgebaar in de richting van de deur. “Kom op,” zei hij. De jongens stonden op. Toen Milo ook opstond zei Rick tegen hem: “Wacht. Ik moet jou even spreken.” En tegen de jongens van de band: “Doe de deur even dicht. Dank je.”
Milo overlegde met zichzelf of hij weer zou gaan zitten, maar besloot dat hij moest blijven staan. Hij hief zijn gezicht op naar Rick.
“Doe je bril af.”
Milo snoof.
“Milo.”
Met een diepe zucht legde Milo de zonnebril op tafel.
“Kijk me aan.”
Milo’s ogen gingen omhoog.
Rick zei niets. Hij keek Milo alleen aan.
Na wat een eeuwigheid leek wendde Milo zijn ogen af en hij fluisterde: “Sorry. Ik moest het doen.”
“Waarom?” Het was gewoon een vraag, Rick klonk niet beschuldigend, zoals Milo had verwacht.
“Ik kon niet anders.”
Even stilte. “En nu?”
Milo keek Rick weer aan. “En nu niks.” Hij merkte dat hij zichzelf niet geloofde en een moedeloos gevoel maakte zich van hem meester.
“Kan ik je ergens mee helpen?”
Tot zijn spijt begonnen Milo’s ogen te tranen. Hij wilde niet praten terwijl hij huilde en boog zwijgend zijn hoofd. Daarop nam Rick hem in zijn armen.
“Ik geloof je,” zei hij zacht. “Maar blijf alsjeblieft met me praten.”
Milo knikte. Hij leunde tegen Rick aan en huilde, lang en uitputtend.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

LI. Afsprong

pianokeysIn een club waar een band op een waanzinnig volume punkrock stond te spelen zat Milo op een balkon dat gereserveerd was voor vips. Op de tafel voor hem stonden een leeg glas en een bijna lege fles gin. Maar de coke zorgde ervoor dat hij zich niet dronken voelde.
Naast hem zat een geweldig mooi meisje met een poppengezicht en spierwit haar. Ze zoende hem zacht in zijn nek en af en toe op zijn mond. Soms kuste Milo haar terug, maar hij liet haar vooral haar best doen. Hij wist dat ze hoopte dat hij haar mee naar huis zou nemen, maar hij wist ook dat hij het niet zou doen. Wel gleden zijn vingers af en toe uitdagend tussen haar benen, zodat hij haar kon horen hijgen en kreunen in zijn oor. Misschien zou hij haar doen op het toilet.
Met een schuin oog kijkend naar de band op het podium snoof Milo een laatste beetje cocaïne van de achterkant van zijn hand. Hij liet het meisje de resten van zijn hand likken en kuste haar terug toen ze haar lippen weer tegen de zijne drukte.
Hij voelde zich onoverwinnelijk.
Ergens in de verte besefte hij dat hij de volgende avond weer ergens op het podium zou staan met zijn band, en dat ze nog een vijftal shows zouden doen om de tour af te maken. En ook dat iedereen dacht dat hij thuis lag te slapen. Dat iedereen heel erg bezorgd was om hem, en fucking terecht, en dat hij tegen iedereen had gezegd, jongens, echt, laat me maar even alleen, ik ga heus niet helemaal stuk.
Behalve dat hij vanavond dus echt helemaal stuk ging.
Hij had nog nooit zo veel coke gesnoven op één avond. Hij had zelden zoveel gedronken als vanavond.
Ja, misschien had iemand wel gezien dat hij hier zat, samen met die knappe meid. Misschien fotografeerde iemand hen wel terwijl hij haar half-geïnteresseerd zoende, of als hij zijn hand in haar slipje liet glijden om haar uit te dagen. Misschien stond hij morgen wel weer in één of andere krant, of in alle kranten tegelijk, en als het niet morgen was, dan misschien wel de dag erna. Maar het interesseerde hem op dit moment geen donder. Fuck alles en iedereen.
Whatever.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 1 reactie

L. Jazz

pianokeysEen paar uur later zaten Milo’s manager en vrienden in zijn woonkamer. Iedereen praatte met elkaar. De sfeer was raar genoeg gemoedelijk. Als na een begrafenis van een geliefd familielid dat een rijk en lang leven had geleid. Milo zat aan de piano achterin de kamer en speelde Blues For The Left Hand Only van Phineas Newborn, langzaam en dromerig. Net toen hij had besloten welk liedje hij als volgende zou spelen, trok Rick een stoel naar de vleugel toe om naast hem te komen zitten.
“Ik wil een jazzalbum maken,” zei Milo, naar de toetsen van de piano kijkend terwijl hij de laatste noten van het nummer aansloeg. Vanuit zijn ooghoek zag hij Rick glimlachen.
“Dat lijkt me wel wat voor jou.”
Na de laatste noot liet Milo zijn hand op de toetsen liggen. Hij zei niets.
“Ik wil je zo snel mogelijk op televisie brengen.”
Milo knipperde met zijn ogen, sloeg ze neer.
“In een show waar je een interview kunt geven.”
Milo reageerde niet.
Het was even stil tussen hen. Milo sloeg wat noten aan op de piano. “Ik kan niet praten over mijn ouders zonder dat ik moet huilen,” zei hij uiteindelijk zacht. Hij voelde dat zijn ogen vochtig werden en vervloekte zichzelf. “Ik zou niet weten hoe ik zo’n interview moet doen. Niet als ik geloofwaardig moet blijven.”
“Volgens mij ben je altijd geloofwaardig.”
Milo schudde haast onzichtbaar zijn hoofd. Hij sloeg de eerste noten aan van Nearness Of You, over de vleugel heen kijkend naar waar Fletcher zat. Fletcher keek zijn kant uit en glimlachte een scheef glimlachje.
Het duurde even voordat Rick weer wat zei. “Wil je de rest van de tour ook cancelen?”
Milo zuchtte weer diep. Uiteindelijk schudde hij bijna onzichtbaar zijn hoofd. “Nee. Ik speel wel.” De tour was toch zo goed als voorbij. Veel kon er nu niet meer fout gaan. Hij hoopte er maar op dat zijn fans wisten hoe ze zo’n roddelblad moesten interpreteren. En hij wilde er niet bij stilstaan of hij het zelf wel op zou kunnen brengen te spelen.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Empathie

“Ik weet precies hoe je je voelt!”
Nietwaar. Je hebt er geen idee van hoe ik me voel. Het enige waar jij je een voorstelling van kunt maken, is van hoe jij je misschien zou voelen in deze situatie. Maar ‘precies’ zoals ik me voel? Nee.

Iedereen is een optelsom van allerlei dingen, die iedereen ook nog eens op haar of zijn geheel eigen manier meemaakt, interpreteert en zich eigen maakt. Niemand, maar dan ook niemand, voelt zich wanneer dan ook ‘precies’ zoals een ander – simpelweg omdat het niet kan. Iedereen heeft ongeveer dezelfde bouwsteentjes tot zijn beschikking in het leven, dat is waar, maar iedereen gebruikt ze anders. En bij sommigen zijn sommige steentjes kleiner of groter dan bij een ander.

Niemand voelt zich ooit precies zoals iemand anders. Simpel. Zeg het dan ook niet meer.

“Het kan altijd erger!”
Weet ik. En toch is dit nu even het allerergste wat er ooit had kunnen gebeuren. Ga je degene die zich rot voelt vertellen dat zij of hij daar geen recht op heeft? Moet je dankbaar zijn dat alleen maar het dak van het huis is afgewaaid en dat de vier muren nog staan? Wie ben jij om uit te maken wat iemand anders erg vindt? Wie ben jij om uit te maken wat erger is?

Iemand die net is ergs is overkomen, heeft geen perspectief nodig. Perspectief is beledigend. Helemaal als iets vers is en onnoemelijk veel zeer doet. Als jij aankomt met je perspectief, suggereer je dat je ‘precies weet hoe diegene zich voel’. En dat doe je niet. Ga weg met je ‘het kan altijd erger’.

“What doesn’t kill you makes you stronger!”
Onzin. What doesn’t kill you, doesn’t kill you. Dat is het enige. Het is belachelijk om tegen iemand die net zijn beide benen kwijt is geraakt, maar dat heeft overleefd, te zeggen dat datgene waar hij niet dood aan gaat hem sterker maakt. Je benen kwijt zijn maakt je niet sterker.

Wat zeg je? Moet iemand dan maar geestelijk sterker leren zijn? Misschien kan die persoon dat wel niet. Omdat de bodem onder zijn bestaan is weggeslagen. Wie ben jij om te vinden dat iemand ergens sterker van wordt? Je weet nooit ‘precies’ hoe iemand zich voelt, weet je nog? De kans zit erin dat je zelfs met je grootste voorstellingsvermogen niet eens in de buurt komt van wat iemand ooit zou kunnen voelen

“Het wordt tijd dat je het achter je laat.”
Waarom? Zit er een ‘tenminste houdbaar tot’-datum op iemands gevoelens? Mijn kat overleed alweer bijna drie jaar geleden. Mag ik dat niet meer erg vinden? Hoezo niet?

Was jij sneller door je rouwperiode heen dan ik? Fijn voor je. Maar maakt jou dat een beter mens? Ben je vergeten dat de bouwsteentjes die jij hebt misschien van vorm en grootte verschillen van die van mij?

We bouwen niet allemaal hetzelfde paleis. Want dat kan niet, als we allemaal verschillende vormen steentjes hebben. We doen wat we kunnen. Jij. En ik.

einstein

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie