CXLV. Jaloezie

vintage piano_s“Holy shit.” Dat was wat Fletcher na een heel lange stilte terugzei. En nog eens: “Holy shit. Morris. Holy shit.”
Milo probeerde met alle macht zijn ademhaling onder controle te krijgen. Hij had er geen idee van waarom hij ineens had gezegd wat hij had gezegd. Het was een gedachte die hij niet eens bewust had gehad. Toch? Hij veegde met zijn nog altijd trillende handen langs zijn wangen en ogen, maar ze werden niet droog. Zijn neus ophalend keek hij op naar Fletcher, die zijn hoofd bleek te schudden.
“Je moet even heel eerlijk tegen me zijn,” zei Fletcher, op het moment dat hun ogen elkaar ontmoetten.
“Ik ben eerlijk…” begon Milo, maar Fletcher onderbrak hem.
“Stil. Luister. Je moet even heel eerlijk tegen me zijn Morris. Ben je verliefd op haar?”
Dat klonk Milo zo idioot in de oren dat hij zijn hoofd oprichtte en Fletcher met wijd open ogen aankeek. Er rolden nog altijd tranen langs zijn wangen. “Wat?”
“Ben je verliefd op Laura?”
“Nee!”
“Wat is het dan verdomme met jullie?”
Milo maakte een nietszeggend gebaar met zijn handen, veegde weer langs zijn natte wangen. “Ze is mijn beste vriendin en ik heb haar nodig!”
“Sta ik dat in de weg dan?”
“Nee…” Wat hij had gezegd was ook niet rationeel, dat besefte Milo ook wel. Maar het moest wel echt zijn, anders was het niet zomaar uit zijn mond gevallen. Of wel? Hij schudde opnieuw zijn hoofd, nu met meer nadruk, en vertrok zijn gezicht even van pijn. “Ik hou gewoon van haar, ze…”
“Luister,” zei Fletcher weer, dwingend, zich voorover over de tafel heen buigend. “Zij doet ook al zo vaag als het over jou gaat. ‘Ik hou gewoon van hem’. Ze noemde je haar fucking soulmate, verdomme. Wat moet ik daarvan maken?”
“Weet ik niet,” piepte Milo. Dit ging een heel andere kant uit dan hij had bedacht in zijn toch al niet al te heldere staat. Hij bracht weer zijn handen naar zijn gezicht. Zijn jukbeen en zijn slapen klopten vervaarlijk. Niet boos zijn, dacht hij. En hij snikte vervolgens hardop: “Niet boos zijn.”
Na enkele urenlange minuten haalde Fletcher hoorbaar adem. De lucht uitblazend alsof hij een flinke vlam uitblies ging hij weer rechtop in zijn stoel zitten. Na enige tijd haalde hij met een zucht zijn beide handen door zijn blonde haar. “Oké,” zei hij uiteindelijk.
Het klonk niet geruststellend, of alsof Fletcher echt begreep wat er speelde. Dat kon Milo hem niet kwalijk nemen; hij begreep het zelf niet eens goed. Hij haalde weer diep adem, merkte dat het nu beter ging dan eerder. Voor de zekerheid zei hij zacht: “Ik ben niet verliefd op haar.”
Fletcher knikte weer langzaam, het leek haast onbewust. Na even keek hij Milo weer aan. “Oké,” zei hij nog eens.
“Ik ben nooit verliefd op haar geweest.” Geloof me.
Het was weer een hele tijd stil in de keuken. Toen wendde Fletcher zijn blik af, met een lichte, wat spottende glimlach om zijn mond. Maar de spot bleek voor hemzelf, en niet voor Milo. “Luister.” Fletcher zuchtte diep, en nog eens, alsof hij moed moest verzamelen. Pas na een lange stilte ging hij verder. En wat hij zei drong in eerste instantie absoluut niet tot Milo door: “Morris. Ik ben jaloers op je.”
Pas na enige seconden leek het erop dat Milo’s hersenen hadden verwerkt wat Fletcher had gezegd, en nog leek het alsof hij naar een film keek waarin hij zelf een rol speelde, maar niet echt aanwezig was. Hij voelde dat hij licht werd in zijn hoofd, maar nu wist hij zeker dat het niet was van vermoeidheid. “W-wat bedoel je?”
Fletcher deed even zijn ogen dicht en keek Milo daarna zo direct en open aan dat Milo er bijna van achteruitweek. “Ik ben jaloers op je.” Hij knikte haast onzichtbaar, zijn blik niet afwendend. “Op je talent als songwriter, op je muzikaliteit, op je virtuoze gitaarspel, op je stem. Op dat poppengezichtje van je. Op je uitstraling. En, last but not least, op je relatie met mijn vriendin.”
Milo zocht steun aan de tafel om niet van zijn stoel te vallen, zo duizelig was hij ineens. Christian Fletcher zei dat hij jaloers op hem was. En wel om allerlei redenen dat hij zelf jaloers was op Fletcher. Milo bracht een hand naar zijn gezicht en sloot zijn ogen. Hij hoorde zichzelf hortend en stotend ademhalen. Na enige tijd zei hij: “Maar dat kan helemaal niet.” Zijn stem klonk als die van een kind dat aan zijn ouders uit moet leggen dat hij de lessen op school niet kon volgen.
“Je moet echt weer even gaan liggen,” zei Fletcher.
“Hm,” deed Milo haast onhoorbaar. Hij merkte dat hij niet meer kon nadenken. En dat hij geweldige hoofdpijn had. En er was een raar gevoel in zijn maag, iets was uitgelegd kon worden als verliefdheid, en hij wilde dat het ophield. “Ja.”

Advertenties
Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 1 reactie

CXLIV. Claimgedrag

Piano_s“Je moet in mijn band blijven.”
Het liep tegen de middag. Milo had zowel Rick als Laura horen weggaan en bedacht dat hij nu met Fletcher moest gaan praten – als hij het nu niet deed kwam het er misschien niet meer van. Dus stond hij nu, alleen gekleed in de joggingbroek waarin hij op de bank in de woonkamer onder de deken lag, onvast in de opening van de keukendeur geleund en hij knipperde traag met zijn ogen tegen de duizeligheid.
Fletcher keek op naar Milo met een blik die het midden hield tussen verrast en bezorgd. “Wat doe jij uit bed?”
Milo deed net of hij hem niet had gehoord. “Je moet in mijn band blijven,” herhaalde hij, wankel naar de keukentafel toe lopend. Hij trok een stoel naar achteren en ging erop zitten.
Fletcher zei niets terug.
“Ik heb je nodig,” zei Milo. Hij keek naar het tafelblad, naar zijn handen, die hij er net op had gelegd en die zich in elkaar verstrengelden. “Alsjeblieft Chris.”
Na een hele tijd knikte Fletcher langzaam. “Oké. Maar leg het nog eens even uit. Waarom speel ik niet in het jazzgedeelte van jouw set?”
Milo deed zijn ogen dicht. Hij voelde zich draaierig en slap, maar weet het eraan dat hij slaperig was. “Ik ben begonnen met Tom en Jesse, in een jazzclub,” zei hij, zijn blik weer op zijn handen op de tafel richtend. “Het leek me gewoon gepast om jazz te spelen met hen.”
Fletcher reageerde niet.
Maar dat was het niet alleen, had Milo bedacht terwijl hij de halve nacht wakker had gelegen op de bank in zijn eigen woonkamer. Hij had Fletcher op zijn plaats willen wijzen. Hij had Fletcher willen laten merken dat hij de baas was in zijn eigen band. Zijn muziek was van hem. De muziek van zijn vader was van hem. Zijn band was van hem. Hij moest een grens trekken. Milo had Fletcher willen laten merken dat hij zelf de dienst nog steeds uitmaakte in zijn leven en dat was verschrikkelijk verkeerd geland.
Logisch.
De stilte tussen hen duurde zo lang dat Milo zich gedwongen voelde iets te zeggen, maar hij had geen echte tekst of volzinnen, dus hij zei: “En ik, ik ben, ik was…”
Fletcher bleef uitdagend wachten.
Milo zuchtte, merkte dat zijn voorhoofd klam werd. Hij deed zijn ogen weer dicht en zei toen: “En ik wilde je laten merken dat ik niet, dat ik niet… Dat ik beslis over wat we doen. Dat het mijn band is.”
Erg genoeg bleef Fletcher stil. Toen Milo naar hem keek bleek hij hem nog steeds met een neutrale, afwachtende blik aan te kijken.
Ineens liepen er tranen uit Milo’s ogen en hij had geen idee waarom. Hij boog zijn hoofd en probeerde diep adem te halen, maar dat lukte niet goed. Na een hele tijd zei hij zachtjes: “En je hebt Laura van me afgepakt.”
Die woorden bleven in de lucht hangen als rook die van een zojuist afgevuurd pistool af walmde. Milo hoorde zichzelf scherp inademen. Wát had hij zojuist gezegd? Wat de fuck had hij zojuist gezegd? Hij keek naar zijn handen, die trilden, en hij beet op zijn onderlip, en na even merkte hij dat hij zijn hoofd schudde. Uit ongeloof.
Wat in godsnaam had hij zojuist gezegd?

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

CXLIII. Nacht (II)

vintage piano_sBinnen een half uur ging de deurbel. Milo haalde opgelucht adem en hield zich slapende terwijl hij zijn oren spitste. De keukendeur ging open en één van de twee liep de gang in. Het was Fletcher, want Milo hoorde hem zeggen: “Milo kennende heeft hij Rick gebeld.”
“Als je niet zo had staan schreeuwen had hij nu geslapen,” zei Laura gedempt.
De voordeur ging open.
“Ben je gestoord?” was het eerste wat Rick zei op het moment dat hij Fletcher zag.
“Ik ben een klootzak,” zei Fletcher. “Dat zei ik zelf al, en allerlei mensen doen al de hele avond hun best om dat te bevestigen.”
“Schei uit, Christian.” Laura.
De voordeur ging weer dicht en Rick vroeg: “Waar is Milo?”
“Op de bank in de woonkamer,” antwoordde Fletcher.
Even stilte.
“Hij slaapt eindelijk volgens mij.” Laura’s stem klonk van schuin achter Milo, in de deuropening van de woonkamer.
Het was weer even stil. Na enkele ogenblikken voelde Milo dat iemand zijn haar uit zijn gezicht streek en hij hoorde Ricks fluistering, vlak naast hem: “Jullie gaan me heel vlot uitleggen wat hier aan de hand is.”
“In de keuken,” zei Laura. “Laat hem nou even slapen.”

“Milo, wakker worden.”
Milo deed zijn ogen open en merkte dat zijn linkeroog zo gezwollen was dat het half dicht bleef zitten. Hij kreunde zachtjes.
“Hé. Kijk eens naar me.” Het was Fletcher.
Milo draaide zijn hoofd wat, zodat hij beter kon kijken met zijn rechteroog, en grimaste even.
Fletcher maakte een vredesteken met zijn hand. “Hoeveel vingers steek ik op?”
“Vier,” zei Milo.
“Wat?”
Milo liet zijn ogen dicht glijden. “Grapje. Twee.”
“Niet leuk.”
Vertel mij wat niet leuk is, dacht Milo. “Was er iemand aan de deur?”
Fletcher was even stil. “Heb jij Rick niet gebeld?”
Milo overwoog of het geloofwaardig was als hij zou ontkennen en besloot dat het beter was Fletchers vraag gewoon niet te beantwoorden, in de hoop dat Fletcher het zou laten gaan: “Rick?”
“Je weet toch wel wie Rick is?” Fletcher klonk licht bezorgd.
Gelukt. “Ja,” Milo deed zijn ogen weer een stukje open en keek Fletcher aan om hem gerust te stellen. “Natuurlijk.”
Fletcher glimlachte licht naar hem. “Hoe voel je je?”
“Oké.”
“Oké,” zei Fletcher na even. Hij stond op. “Probeer nog maar even te slapen.”
Milo deed zijn ogen weer dicht. Hij telde vier seconden af in zijn hoofd, de tijd die hij dacht dat Fletcher ervoor nodig zou hebben om bij de deur van de woonkamer te zijn, en zei toen: “Ik wilde je niet buitensluiten of zo. Echt niet.”
Met gesloten ogen luisterde hij, en hij hoorde Fletcher diep adem halen. Na alweer een dramatische stilte voegde hij toe: “Ik wil niet dat jullie ruzie maken.”
Fletcher reageerde niet.
Niet veel later hoorde Milo de keukendeur open en dicht gaan. Hij zuchtte. Fluisterde na een tijdje zachtjes: “Verdomme man.” Maar vreemd genoeg lukte het hem wel vrijwel onmiddellijk in te slapen.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

CXLII. Nacht

vintage piano_sNa onderzoek mocht Milo naar huis, met de aantekening dat er die nacht iemand bij hem moest blijven om hem om de twee uur te wekken, omdat hij inderdaad een lichte hersenschudding had. Na een dag of wat rust kon hij wel weer ‘gewoon aan het werk’, had de arts gezegd. Het kleine scheurtje in zijn jukbeen zou vanzelf weer helen. De arts had hem daar pijnstillers voor willen voorschrijven, maar Milo zei dat hij dat niet wilde en wel gewoon paracetamol zou nemen.
Fletcher had na het bezoek aan het ziekenhuis onmiddellijk gezegd dat hij bij Milo zou blijven, en Jesse had er vervolgens op gestaan dat Laura er dan ook zou moeten zijn. Milo had willen zeggen dat hij dan liever alleen was. In plaats daarvan lag hij nu op de bank in zijn woonkamer met een coldpack op zijn gezicht, om ervoor te zorgen dat de zwelling rond zijn oog snel zou slinken en de bloeduitstorting die er zat niet groter zou worden, en hij luisterde naar hoe Fletcher en Laura ruzie maakten in de keuken en wenste dat hij zijn mond open had gedaan. Dan had hij nu waarschijnlijk in het ziekenhuis gelegen, maar dat was beter dan mensen die hij liefhad horen kiften.
Over hem.
Hij had geprobeerd te slapen, maar dat lukte niet want hij bleef maar luisteren naar Laura en Fletchers stemmen en hij bleef maar proberen te verstaan wat ze zeiden. Nu lag hij al enige tijd op zijn rechterzij voor zich uit te staren. Hij voelde zich verloren.
Milo deed zijn ogen dicht en tastte over de leuning van de bank naar zijn mobiele toestel. Het licht van het beeldscherm deed pijn aan zijn hoofd en zijn ogen begonnen er erger van te tranen. Zijn opluchting was groot toen hij Ricks nummer had gevonden en op het belicoontje had getikt, omdat hij niet meer tegen het licht van het schermpje aan hoefde te kijken en met zijn ogen dicht het toestel aan zijn oor kon houden. De lijn ging maar één keer over.
“Milo. Weet je hoe laat het is?” Rick klonk niet alsof Milo hem wakker had gemaakt.
Milo haalde diep en hoorbaar adem. “Nee,” antwoorde hij.
“Half twee.” En met nadruk: “In de nacht.”
“Sorry.” En na een tijdje, omdat Rick zweeg: “Ik heb een hersenschudding.”
“Wat? Wat is er gebeurd?”
“Maar een lichte,” zei Milo snel, maar hij had er spijt van dat hij met die mededeling was begonnen.
“Jullie waren toch bezig met de arrangementen voor de showcase?”
Milo bevochtigde zijn lippen met zijn tong. “Fletch en ik kregen ruzie.”
“En wat? Heeft ie je bewusteloos geslagen?”
Ja. Maar Milo zei het niet, of in ieder geval alleen in gedachten. “Ik viel en heb m’n hoofd gestoten.” Bij de gedachte aan dat Fletcher hem had geslagen terwijl hij deze keer niets verkeerd had gedaan vertrok hij even zijn gezicht, alsof hij weer een tik kreeg.
“Waar ben je?”
“Thuis. Ik heb er…”
“Is er iemand bij je?”
“Laura en Fletcher.”
“Oké.”
Milo luisterde even naar of hij nog geluiden hoorde uit de keuken en zei, op het moment dat hij Laura’s stem weer hoorde: “Ze maken ruzie.”
Rick was even stil. Toen zei hij: “Dat is niet goed.” En onmiddellijk daar achteraan: “Ik kom naar jullie toe.”

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 2 reacties

CXLI. Confrontatie

vintage piano_s

Fletcher was beledigd, en Milo wist heel goed wat het probleem was: hij had Fletcher voor het concert rondom de albumrelease uit de band gelaten voor alle nummers die hij wilde spelen van het jazzalbum. Hij had de nummers zo opnieuw gearrangeerd dat hij ze kon spelen met Tom en Jesse, zoals ze jaren geleden op het podium stonden in kleine jazzclubs, voordat Rick ooit in beeld kwam, voordat het er ook maar op leek dat Milo ooit een grote ster zou worden. Het voelde logisch.
“Zullen we er even doorheen lopen?” vroeg Milo ontspannen, Fletcher nauwlettend in de gaten houdend. Hij hoorde instemmende geluiden, zag dat Fletcher niet meedeed en begon te vertellen waarom hij deze nummers had uitgekozen, en wat hij wilde met de volgorde en wat hij er aan aantekeningen bij had gezet voor de arrangementen. Daarna beantwoordde hij de vragen die zijn bandleden hadden bij zijn keuzes en ze spraken uitvoerig over de cover van een vergeten hitparadenummer uit de jaren zestig dat hij aan de setlist had toegevoegd. En hij speelde het nummer dat nog niemand kende voor hen, op gitaar, zacht, voorzichtig zingend omdat hij er zelf nog aan moest wennen.
Pas toen Milo eigenlijk niet meer verwachtte dat Fletcher nog een opmerking zou maken, zei die ineens: “Je weet dat ik de beste pianist ben die je kent, toch?”
Milo keek naar hem. Hij zag Jesse en Tom ook naar hem kijken.
“Wat krijgen we nou?” vroeg Tom.
“Ja,” beantwoordde Milo Fletchers vraag.
“Waarom speel ik dan maar een halve set?”
Milo vertrok onwillekeurig zijn mondhoek. Uitdagend: “Omdat ik dat wil.”
Fletcher ademde diep in. Hij leek zich nog groter te maken dan hij al was. “O. Aha.” Hij glimlachte gemaakt en een beetje vals. “Dus ik ben goed genoeg om je handje vast te houden als je zit te huilen in de studio omdat je het niet ingespeeld krijgt, maar als puntje bij paaltje komt mag ik niet meedoen.”
Milo had kunnen weten dat Fletcher het zo op zou nemen, en toch voelde wat Fletcher zei als een tik in zijn gezicht die hij niet had verwacht. Hij was verrast en ook wel een beetje teleurgesteld. Mede omdat iets in hem al tegen hem begon te zeggen dat hij Fletcher gewoon de piano moest laten spelen. Hoe erg zou dat immers zijn?
Laat hem nou spelen, dan heb je minder gezeik met hem.
Maar in plaats daarvan zei Milo: “Het voelt gewoon natuurlijk om jazz te spelen met mijn oude jazzcombo. En zover ik me herinner zat jij daar niet in.” Hij hoorde hoe scherp hij klonk en vroeg zich diep vanbinnen af waarom hij zo scherp deed ineens. Waarom dit zo iets groots voor hem was. Waarom hij het zo groot maakte.
“Je hebt die fucking arrangementen herschreven zodat je het met drie instrumenten af kon,” zei Fletcher. “Je hebt me er expres uit geschreven.”
Zo was het niet bedoeld. “Helemaal niet,” zei Milo. “Het ging erom dat het back to basic is, dat het de muziek is die ik maakte met Tom en Jesse en dat ik dat deze keer alleen met hen doe.”
“Hm,” deed Fletcher. “Nou,” hij legde het papier dat hij in zijn hand hield waar de setlist en Milo’s aantekeningen op stonden op de rand van de piano die middenin de oefenruimte stond, “Tja, misschien kun je de rest dan ook wel zonder mij.” Hij keek Milo aan en liep langzaam langs hem heen.
Milo voelde dat er iets opvlamde in zijn binnenste. “Wat nou!” riep hij tegen Fletcher, hem bij zijn arm grijpend.
Fletcher maakte een plotselinge, wilde, agressieve beweging met zijn arm om Milo van zich af te schudden. Daarbij raakte hij Milo hard in zijn gezicht. Onbedoeld, maar zo stevig dat Milo viel. Milo’s hoofd raakte iets hards en hij schreeuwde van pijn.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 1 reactie

Onbelangrijk

far awayIn een heel erg grijs verleden heb ik ooit een keer te horen gekregen dat ik niet belangrijk was. Het zal vast zijn gebeurd in de periode dat ik best erg gepest werd op school. Weet ik niet meer. Ik weet wel dat ik jaren en jarenlang rond het gelopen met het idee dat mijn mening er niet toe deed. Alle andere mensen hadden iets te zeggen; ik was maar een toeschouwer.

Inmiddels zijn we veel verder. Enige tientallen jaren verder. Enige tientallen jaren waarin ik veel heb opgestoken van het leven, waarin ik veel heb geleerd over mezelf en over andere mensen. Waarin ik veel meer te weten ben gekomen over hoe dingen tot stand komen, over hoe mensen met elkaar omgaan, en vooral over hoe ik reageer op dingen en waarom dat zo is. Waarin ik beter heb leren inschatten hoe ik ben en hoe zich dat verhoudt tot hoe ik me gedraag.

Meestal betekent dit, dat ik me best zeker voel over mezelf. Dat ik best weet welke bijdrage ik kan leveren en waarom dat zo is. Meestal sta ik wel mijn mannetje (of: vrouwtje), of weet ik in ieder geval waar ik sta, en dat is gewoonlijk niet helemaal onderaan de voedselketen van de mensen die een mening of visie mogen hebben.

En toch lukt het me soms niet om op die wat meer doordachte, ‘wijzere’ manier te reageren. Soms ben ik zomaar ineens gekwetst, zonder dat er echt een reden voor is. Soms blijkt dat er toch nog een blauwe plek zit op die ene plaats, dat ene plekje waar iemand me tientallen jaren geleden een schop gaf door me te verstaan te geven dat mijn mening niet belangrijk was.

Vanmorgen zei ik tijdens een gesprek ineens zoiets als: “Doe maar, dat ik er niet bij ben is toch niet belangrijk.” En daar schrok ik van. Want blijkbaar, ondanks alles wat ik in de afgelopen tientallen jaren heb opgestoken, voel ik me toch nog wel eens alsof ik er niet bij hoor. Alsof ik heel klein ben. En heel onbelangrijk. Met een mening die er niet toe doet. En dat doet best wel even zeer.

Geplaatst in Lief dagboek, Persoonlijk | Tags: , , , | 4 reacties

CXL. Nieuw

vintage piano_s“Ik raad het je af,” zei Rick, niet voor het eerst in het gesprek.
Milo maakte een onduidelijke beweging met zijn hoofd, zuchtte. Het klonk ongeduldig. Ongeduldiger dan hij wilde klinken, maar hij kon het niet echt helpen, want hij wilde dit en hij had er best een beetje de pest over in dat iedereen het een slecht idee vond.

“Het zijn zulke verschillende albums,” zei Fletcher.
Milo beet hem toe: “Hou je erbuiten.” Tot zijn verwondering zei Fletcher niets terug.
“Christian heeft wel gelijk,” zei Rick, en Milo hief zijn handen.
“Sinds wanneer neemt Christian mijn beslissingen?”
Rick zag eruit alsof hij daarop wat terug wilde zeggen, hij opende zijn mond en haalde diep adem maar perste vervolgens alleen zijn lippen op elkaar, hoorbaar uitademend door zijn neus in een soort van snuif. Verongelijkt, misschien wel.
Het maakte Milo hoe dan ook niet uit hoe het bedoeld was. Hij wilde twee albums precies tegelijk uitbrengen, op dezelfde dag, op hetzelfde moment, want hij vond het nodig, en logisch. Want beide albums waren even belangrijk voor hem, beide waren ze een even groot deel van hem. Het ene stond voor zijn verleden, waarmee hij eindelijk, zij het met horten en stoten, min of meer af leerde rekenen; het andere voor wie hij nu was, of misschien wel, wie hij graag wilde zijn, degene waar hij naartoe werkte.
Ze moesten samen uitkomen. Milo kon niet anders.
Rick haalde weer diep adem. Pas na een hele tijd verbrak hij de stilte: “Voor welk album wil je een releaseparty?”
Milo keek Rick lang aan, langer dan hij comfortabel vond, maar hij was op zoek naar wat Rick echt wilde zeggen. Toen hij niets vond sloeg hij zijn ogen neer. “Voor beide.” Hij zag in zijn ooghoek hoe Fletcher verder overeind ging zitten, alsof hij zich klaarmaakte zich weer in het gesprek tussen Milo en zijn manager te mengen, en hij hoorde dat Rick weer scherp inademde. Milo was hen beide voor met iets zeggen: “Tegelijk.”
“Samen?”
“Het is ook één release.” Milo keek weer op naar Rick. “Toch.”
“Oké,” zei Rick. Er was twijfel in zijn stem.
“Luister het is niet zo dat ik hier niet over heb nagedacht of zo.” Milo hoorde dat hij wat geagiteerd klonk maar besloot dat het wel goed was. Rick deed net of hij zojuist had voorgesteld eerst een flink drankgelag aan te leggen voordat hij het podium op zou gaan om een paar nummers van zijn nieuwe album te spelen, terwijl hij alleen maar rock met jazz wilde mixen. Dat kon toch geen probleem zijn? Hij hoorde het al in zijn hoofd. Hij wist al wat hij wilde spelen van de beide platen, wie van zijn band er op welk moment met hem op het podium moesten staan, welke cover van welke artiest hij zou spelen om iedereen een plezier te doen die het te lang geleden vond dat hij ooit een cover had gespeeld, en dat hij een nummer zou spelen dat niet op de jazz-lp terecht was gekomen, gewoon omdat het niet op het album paste maar wat hij wel ontzettend mooi vond.
Rick knikte licht, haast onzichtbaar. Hij schreef iets op een blocnote.
Het was een tijd stil. Milo keek naar zijn bandleden, die allemaal niet naar hem keken. Behalve Tom. Toen hun ogen elkaar troffen grijsde hij en hij vroeg geamuseerd: “Je hebt al een setlist hè?” Samenzweerderig trok hij zijn wenkbrauwen op en Milo glimlachte terug.
“We moeten een paar dagen vet aan de bak,” zei Milo, van Tom naar Jesse naar Fletcher kijkend.
Fletcher zag er het meest uit alsof hij twijfelde.
Milo besloot dat hij dat voor lief zou nemen. Het was zijn muziek, het waren zijn albums, het was zijn band. Hij maakte uit wat er zou gebeuren.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen