LXIV. Geloof

pianokeysDe jongens waren de bus uit gegaan om te lunchen in de stad waar ze waren, de buschauffeur had zich teruggetrokken in de bus van de crew die naast die van de band geparkeerd stond bij de concertzaal. Milo zat aan een tafeltje voorin de bus en keek naar Rick, die buiten het hek van de venue schuin de straat overstak naar de Starbucks die daar zat. Toen keek hij rond in de bus. Zou zijn gsm hier ergens liggen? Hij overlegde met zichzelf of hij snel in het bagageruim zou duiken om te kijken of Fletcher, zoals hij had gezegd, inderdaad alle coke en kalmeringspillen uit zijn koffer had gehaald vanmorgen. Maar in plaats daarvan legde Milo zijn gezicht in zijn handen en hij begon weer te huilen. Gelukkig was het alweer over toen Rick terug kwam.
“Hier,” zei hij, een beker voor Milo neerzettend. “Dubbele espresso. En,” hij legde een zak tussen hen op de tafel, “muffins. Als je wat wilt eten.”
Milo keek ernaar, en daarna naar Ricks gezicht terwijl die weer tegenover hem plaatsnam en zijn eigen koffiebeker openmaakte. Na een hele tijd zei hij: “Sorry, Rick.”
Een paar seconden reageerde Rick niet. Toen knikte hij langzaam en hij keek Milo aan. “Ik had je beter moeten beschermen. Tegen jezelf.”
Milo maakte een snuivend geluid. “Hoe dan.”
Rick antwoordde niet.
Milo nipte van zijn koffie.
“Ik had je niet alleen moeten laten.”
Zachtjes schudde Milo zijn hoofd. Hij sloeg zijn ogen neer. “Fletcher heeft gelijk, weet je.”
“Ik weiger te geloven dat ik je op zou moeten geven omdat je een drugsverslaafde leugenaar zou zijn,” zei Rick.
Ze zwegen een hele tijd.
Milo was degene die weer begon te praten. Met een diepe zucht vroeg hij: “Waarom bescherm jij me?”
“Omdat ik in je geloof.”
Milo snoof.
“Doe niet zo neerbuigend over jezelf. Ik geloof in je, en de jongens ook. En je fans ook. Hoeveel mensen zijn ervoor nodig om je in te laten zien dat je het waard bent?”
Milo boog zijn hoofd en keek naar hoe zijn tranen op het tafelblad drupten. Hij wist het antwoord wel. Er was er maar eentje voor nodig. Hijzelf. Precies degene die een hekel aan hem had.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

LXIII. Luisteren

pianokeys“En nu?” Jesse.
“Als we stil staan kammen we eerst zijn bagage uit.” Fletcher.
“Fletch, kom op.” Rick.
“Als jullie het niet doen, doe ik het alleen.”
“Ik had beter moeten kijken. Ik wist dat er wat mis was.”
“Geef jezelf de schuld niet. We hadden niet weg moeten gaan toen hij eergistermorgen zo naar de klote mijn kantoor binnen liep.” Even stilte. “Ik had hem linea recta naar die kliniek terug moeten brengen.”
“Dat had hij geweigerd.”
Weer stilte.
“Hoorde je wat hij zei?”
“Wanneer?”
“Toen hij op de grond lag.”
“Niet doen?”
“Niet doen, pap.”
“Zei hij dat?”
“Ja.”
“Holy shit.”
Er werd een blikje opengetrokken. En nog eentje.
“Hij is echt helemaal kapot.”
“Na die vrouw in de Meet & Greet.”
“Ik had geen idee dat hij daar zo mee zat.”
“Man.” Fletcher. “Ik wist niet eens dat zijn pa zelfmoord had gepleegd. Daar wilde jij het niet met mij over hebben, weet je nog? Als hij het wil, vertelt hij het zelf wel.” Een snuif. “Yeah, right.”
Weer even stilte.
“Christus, ik wou dat ik wist hoe ik hem kon helpen.”
“Hij is een junkie, je kunt hem niet helpen.”
“Fletcher, verdomme man.”
“Ik weet dat je gek op hem bent alsof hij je zoon is Rick, maar je moet ook realistisch zijn. Als hij wordt geraakt, door wat dan ook, dan grijpt hij naar drugs. Dat zal hij altijd blijven doen.”
“Daar geloof ik niet in.”
“Eens een junk, altijd een junk.”
“Hé,” Tom, “als jij het allemaal zo goed weet, waarom ben je dan met Milo gaan werken?”
Geen antwoord. Uiteindelijk, Fletcher weer: “Hij is gewoon zo verdomd goed. Als muzikant, als componist.” En na een hele lange stilte, zachter: “Ik heb een belachelijke zwak voor hem, oké.”
“Laten we hem dan vooral niet bij het oud vuil dumpen nu hij het moeilijk heeft. Maar hem proberen te helpen.” Tom.
“Ik wist niet dat hij… Jezus ik wou dat ik beter op had gelet.”
“Kappen nou Jesse.” Even stilte. “Weet één van jullie of hij zijn therapeut nog ziet?”
“Volgens mij wel.”
“Staat haar nummer niet in zijn telefoon?”
“Ik ga niet in zijn privézaken rommelen.”
“Dat zul je toch moeten doen, meneer de manager, als je het nummer van zijn dealer wilt wissen.”
“Ik kan je ook hier uit de bus flikkeren, Christopher.”
“Doe maar. Wie speelt er dan keys morgen?”
“Wie weet spelen we helemaal niet morgen.”
“Kom op jongens, even niet oké?” Jesse.
“Slaapt hij?”
“Vast niet.” Rick.
“Dan ligt ie mee te luisteren.”
“Tja. Dat is dan maar zo.”
“Dan weet hij ook dat we niet tegen hem zijn.”
Weet je,” Fletcher, “dat maakt iemand die zo in de knoop zit als Morris geen zak uit. Die hoort alleen maar wat zijn kop bevestigd wil hebben.”
“Meneer de psycholoog.” Tom.
En bijna tegelijkertijd, Jesse: “Meneer de deskundige.”
“Hé, hé.” Rick.
Weer een lange stilte.
Toen, Fletcher: “Luister, ik wil hem ook helpen, hoor.”
Geen reacties.
“En morgen?”
“We kijken wel.”

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Mercury

freddieHet is alweer vijfentwintig jaar geleden, dat ik ’s morgens wakker werd met het nieuws dat mijn eerste echte idool dood was. Hij was toen net zo oud als ik nu.

Het was maandag 25 november. Ik ging die morgen naar college, en alles leek normaal en ik weet nog hoe raar ik dat vond. Freddie is dood, dacht ik, en iedereen doet net of er niks gebeurd is!

Ergens in de ochtend hadden we twee uur Toneel/Drama (ja, ik deed een coole opleiding), waarin we de opdracht kregen in groepjes wat uit te beelden uit de actualiteit. Twee van mijn medestudenten pakten een bankje, waar ze op gingen zitten. Ze omarmden elkaar en huilden.

Het was stil in het lokaal. Het leek wel of niemand wist wat hij hiermee moest. Uiteindelijk vroeg onze dramadocente: “Wat beeldden jullie uit?”

Eén van mijn twee medestudenten keek alsof ze net had gevraagd of de aarde rond was. “Freddie is dood!” zei hij.

Daarna kon ik de hele dag niet meer ophouden met huilen.

Geplaatst in Lief dagboek | Tags: , , , , | 5 reacties

LXII. Niets

pianokeysMilo staarde met nietsziende ogen uit het raam van de bus. Hij hoorde dat er iemand naar hem toe kwam en beet op zijn lip.
“Geef me je jas eens.” Het was Fletcher.
Milo keek naar hem op. Hij begon de jas van zijn schouders te schudden, maar dat leek Fletcher te lang te duren; hij greep het kledingstuk en trok het van Milo af.
Milo keek met op elkaar geperste lippen hoe Fletcher de zakken afzocht, een zakje van twee gram cocaïne tevoorschijn haalde en in zijn eigen broekzak stopte, alle naden naliep, de mouwen en schouders extra controleerde. Toen hij klaar was gooide hij de jas naast Milo op de stoel.
“Sta op.”
Milo deed wat hem gevraagd werd. Hij wankelde op zijn benen en trilde als een rietje terwijl Fletcher hem fouilleerde. Alle naden van zijn kleding, alle zakken. Er verdween nog een klein zakje in Fletchers broekzak.
“Laarzen uit.”
“D-daar zit niks,” stamelde Milo.
“Laarzen. Uit.”
Snikkend zonk Milo terug in de stoel. Hij trok zijn laarzen uit en legde ze op zijn jas op de zitting naast hem.
Fletcher inspecteerde ze van boven tot onder en gaf ze terug aan Milo toen bleek dat hij er inderdaad geen drugs in verborgen had.
Milo trok zijn laarzen weer aan, en zijn jas. Bibberend kroop hij weer weg in de stoel.
“Heb je downers?”
Met een diepe zucht deed Milo zijn ogen dicht. Na even zei hij: “Ik heb Xanax nodig om te slapen.”
“Bullshit. Waar heb je ze?”
Hij snikte weer. Fluisterend: “In mijn toilettas.”
Fletcher zei niets terug. Hij liep terug naar achteren. Nu hoorde Milo wel wat hij zei: “Haal zijn slaapplek leeg.”
“Alles?” vroeg Tom.
“Helemaal.”
Even zeiden de jongens niets, maar Milo hoorde het geruis van lakens, dekens en kussens die uit één van de slaapplaatsen in de tourbus werden gehaald.
“Alleen in je toilettas,” zei Fletcher op een gegeven moment hard. Milo hoorde hoe hij naar hem toe beende door het gangpad van de bus en hij kneep zijn ogen dicht. “Alleen in je toilettas,” herhaalde Fletcher dichtbij Milo. “Hè?” Hij gaf Milo een duw tegen zijn schouder. “En dit dan?”
Milo hoorde het ritselen van een plastic zakje.
“Godverdomme!” vloekte Fletcher hard.
“Fletch,” zei Rick kalm. “Kom op.”
“Hij liegt,” brieste Fletcher. “Hij liegt gewoon verder!”
Milo beet op zijn lip en kroop diep weg in zijn jas, alsof hij erin wilde verdwijnen.
“Fletch,” zei Rick nog eens.
Milo luisterde naar hoe alle beddengoed uit zijn slaapplaats binnenstebuiten werd gekeerd. Hoe de niet gebruikte slaapplaatsen waar tassen, laptops, instrumenten, cadeautjes van fans en andere spullen in lagen, leeg werden gehaald en alle spullen werden onderzocht. Hoe Tom, Jesse en Rick op zachte toon dingen tegen elkaar zeiden die hij niet kon verstaan.
Na een hele tijd kwam er weer iemand naast hem zitten. Het was Rick.
“Ben je wakker?”
Milo knikte haast onzichtbaar, maar keek niet naar zijn manager.
“Geef me je gsm.”
Nu deed Milo zijn ogen open en hij draaide zijn hoofd naar Rick toe. “W-wat?”
“Je gsm,” zei Rick, zacht en geduldig. “Geef op.”
Onwillekeurig snikte Milo. Hij kwam een stukje overeind en haalde zijn smartphone uit zijn broekzak. Rick pakte het toestel van hem aan en drukte het scherm aan.
“Pincode?”
Verslagen deed Milo zijn ogen weer dicht. Fluisterde de vier nummers. Door zijn wimpers keek hij naar hoe Rick het toestel ontgrendelde en wat applicaties opende. Na even zette Rick de telefoon uit en hij liet het apparaat in zijn binnenzak glijden. Milo deed zijn ogen weer dicht en klemde zijn lippen weer op elkaar.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

LXI. Klein

pianokeysMilo probeerde diep adem te halen maar merkte dat het niet lukte. Hij hijgde alsof hij hard had gerend. Tussendoor hoorde hij iemand zacht kreunen, en het duurde even voordat hij besefte dat hij het zelf was. In de verte hoorde hij Ricks stem. En op dat moment raakte de realiteit hem ineens. Als een moker.
Hij had het vertrouwen van iedereen beschaamd. En Fletcher had gedaan wat ze allemaal hadden willen doen; hem een pak slaag gegeven daarvoor.
Milo ging overeind zitten. Verrassend genoeg lukte het. Hij keek om zich heen en zag alleen Tom, Fletcher, Jesse en Rick. Milo bracht zijn handen naar zijn pijnlijke, tollende hoofd en steunde.
“Blijf nou liggen, klootzak,” zei Tom, die naast hem op de vloer zat.
Milo merkte dat hij alweer beefde over zijn hele lichaam. Of nog steeds. Hij verzamelde lucht en zei zachtjes: “Sorry. Sorry. Sorry.”
Het leek alsof niemand het hoorde.
“Ik bel je morgen,” zei Rick, die de hele tijd in zijn gsm had staan praten, maar die Milo nu pas kon verstaan.
Milo keek naar hem op. “Rick,” zei hij onvast. Er brandde iets in zijn binnenste. Iets anders dan eerder. Paniek. Angst. “Rick.”
Rick keek hem aan maar reageerde niet.
“Rick,” probeerde Milo nog eens. Maar Rick negeerde hem.
“Ik had niet mogen slaan,” hoorde Milo Fletcher zeggen.
Rick legde vriendschappelijk even een hand op diens schouder. Het gebaar zorgde voor een steek door Milo’s hart die zo veel pijn deed dat hij zijn gezicht vertrok. “We hebben het er later wel over.”
“Kolere,” mompelde Fletcher, zich omdraaiend. Hij liep naar de andere kant van de kleedkamer, en weer terug. “Godskolere.”
“Chris,” fluisterde Milo, maar ook Fletcher negeerde hem.
Iemand legde een jas om Milo’s schouders. Het was Jesse. Milo keek naar hem op. Hij merkte niet eens dat er tranen over zijn wangen liepen terwijl hij zei: “Het spijt me, het spijt me zo.”
“Kom op,” zei Jesse alleen. Hij hielp Milo opstaan.
Er was niemand bij de tourbus.
Toen Milo in een stoel tegen het raam aan was gezakt ging Jesse naast hem zitten. “Verdomme man. Wat maak je ons nou?”
Milo sloot zijn ogen en maakte zich klein in de stoel.
“Waarom doe je dit nou?”
“Weet ik niet,” piepte Milo. Hij snikte.
“Verdomme man,” zei Jesse weer, maar hij klonk minder boos en meer bezorgd. “Dit flik je me nooit meer, hoor.”

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

LX. Betrapt

pianokeysHet lukte Milo de dag door te komen zonder nog eens te moeten braken en ook zonder dat iemand merkte dat hij een paar keer een klein beetje cocaïne tot zich nam. Op het podium die avond ging alles als vanzelf; alles klopte. Hij slaagde er zelfs in tussen de bedrijven door een klein beetje steun naar binnen te snuiven, wat erin resulteerde dat hij aan het einde van het concert nog steeds high was. Stuiterend kwam hij van het podium af.
In de grote kleedkamer backstage bood iemand hem een glas champagne aan. Milo dacht niet na en nam het glas aan.
“Thanks,” zei hij.
Maar nog voordat hij het woord uit had gesproken griste Fletcher hem het glas weer uit zijn handen.
Er laaide iets brandends op in Milo’s ingewanden. Hij keek Fletcher recht aan. Zijn blik was vijandig.
Net zo vijandig als die van Fletcher.
Hij ziet het, zei een stemmetje achterin Milo’s hoofd. Hij ziet het, hij ziet het! Hij heeft je betrapt!
Een hele tijd zei Fletcher niets. En toen ineens, hard: “Allemaal oprotten.”
Iedereen in de ruimte werd stil.
“Allemaal. Oprotten,” herhaalde Fletcher met nadruk, zijn blik niet losmakend van die van Milo.
“Wat de fuck,” zei Milo, toen de deur dicht was gevallen en alleen zijn bandleden en zijn manager nog in de kleedkamer waren. Hij klonk zelfverzekerd maar voelde zich in het nauw gedreven.
Fletcher haalde een paar maal lucht, alsof hij moed verzamelde voor wat hij ging zeggen. Maar op het moment dat hij zijn mond open deed drong het tot Milo door dat hij juist probeerde zijn woede in toom te houden. “Je bent high.”
Het duurde even voordat Milo reageerde. Zijn hersenen zonden geen bruikbare signalen uit. “Huh,” zei hij alleen maar, met een luchtigheid die gemakkelijk door kon gaan voor arrogantie, terwijl zijn mond zich krulde in een uitdagend lachje. Op hetzelfde moment zag hij dat hij een fout had gemaakt door zo te reageren. Maar hij was te laat met zich schrap zetten.
Fletcher sloeg hem zo hard dat Milo viel en over de vloer schoof tot hij de muur raakte.
Milo kromp instinctief in elkaar, zijn armen beschermend voor zijn gezicht. Hij voelde hoe Fletcher hem aan zijn shirt overeind hees.
Milo kneep zijn ogen dicht. Hij hoorde dat zijn bandleden tegen elkaar schreeuwden, werd losgelaten en zakte terug op de vloer. Trillend bracht hij zijn armen weer naar zijn gezicht. Hij hoorde alleen het suizen in zijn oren en zijn eigen ademhaling, hortend en stotend.
Een stem zei: “Niet doen.”
Zijn eigen stem. Hij wist niet zeker of hij hardop had gepraat.
Milo maakte zich zo klein mogelijk. Nog eens: “Niet doen. Niet doen, pap.”

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

LIX. Ontbijtje

pianokeysZijn band en manager zaten samen aan een ronde tafel in het restaurant van het hotel. Toen Milo de enige vrije stoel aan de tafel naar achteren trok en ging zitten viel het gesprek stil. Milo voelde zich verschrikkelijk ongemakkelijk. Hij haalde diep adem, sloot zijn ogen en zei niets.
“Gaat het?” vroeg Fletcher als eerste.
Milo wilde knikken, maar merkte tot zijn schrik dat hij zijn hoofd schudde. Hij deed zijn ogen open en keek naar het lege, schone ontbijtbordje dat voor hem op tafel stond.
Iemand van de bediening vroeg hem of hij koffie wilde, of thee.
“Heb je een dubbele espresso voor me?” vroeg Milo, halfslachtig over zijn schouder naar het meisje kijkend.
“Natuurlijk meneer. Wilt u toast?”
Milo schudde zijn hoofd. “Nee, dank je. Alleen espresso alsjeblieft.”
Het duurde weer een tijd voordat iemand aan tafel wat zei. Deze keer was het Jesse. “Weet je zeker dat je niets wilt eten?”
Milo knikte, zonder Jesse aan te kijken. “Ik ben een beetje misselijk.”
“Nog steeds?” vroeg Tom, op een toon die ook als gekscherend uitgelegd kon worden. Maar toen Milo naar zijn gezicht keek stond het ernstig. Snel sloeg hij zijn ogen weer neer.
“Ja.”
Weer stilte.
Het meisje van de bediening kwam terug en zette de bestelde dubbele espresso voor Milo op tafel. Milo keek naar haar op en glimlachte. “Dank je.” Het meisje glimlachte terug, stralend, flirtend. Hij wist zeker dat ze hem had herkend. Had hij ook iets met haar gedaan die nacht? Hij herinnerde het zich niet.
Rick verbrak de stilte die daarna weer viel. “Mannen. Mag ik even onder vier ogen met Milo praten?”
Milo sloot zijn ogen. Hij luisterde naar hoe zijn bandleden en vrienden opstonden en hen alleen lieten. Hoorde dat Rick op de stoel naast hem aanschoof. Wachtte tot Rick iets zou zeggen.
“Milo.”
Hij deed zijn ogen open. Keek naar de espresso voor hem op tafel.
“Milo, kijk me aan.”
Milo perste zijn lippen op elkaar, maar keek niet naar Rick. Na een hele tijd zei hij zachtjes: “Ik voel me gewoon echt niet zo goed, Rick.”
“Ik maak me zorgen.”
“Hoeft niet.”
Rick snoof een kort lachje. “Dat zei je al eens tegen me.”
Milo glimlachte en keek toch opzij naar Rick, heel even.
“We gaan zo weer op weg. Trek je dat?”
Milo haalde weer diep adem en knikte uiteindelijk. “Ja.” Bij de gedachte aan een reisje in de bus naar de volgende stad werd hij alweer misselijk.
“Vertel het me alsjeblieft als ik wat voor je kan doen.” Rick klonk bezorgd. Milo voelde hoe zich een prop in zijn keel vormde. “Goed?”
“Ja.” Hij kon tot zijn spijt er niets aan doen dat zijn stem weigerde en hij niet meer voortbracht dan een fluistering.
“Oké,” zei Rick. Hij stond op. “Drink rustig je koffie op. Over een half uur verzamelen we in de lobby.” Voordat hij wegliep drukte hij een kus op Milo’s kruin.
Milo voelde zijn hart breken, maar hij hield zich groot.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , | Een reactie plaatsen