… dat je er zin in hebt

De zin van het leven is dat je er zin in hebt.

Toen ik die uitspraak een paar jaar geleden tegenkwam vond ik hem leeg en nietszeggend. Zo leeg en nietszeggend dat ik er een blog over schreef. Daarin schreef ik dat “de zin van het leven is dat je er zin in hebt” weliswaar geweldig diep en goed doordacht lijkt, maar dat het onzin is omdat het helemaal niets zegt. “Ik neem aan,” schreef ik, “dat het erom gaat dat je dus zin hebt in het leven. Maar wat is het leven? Is dat het bestaan op zich? Of zijn dat de dingen die je doet? Is het leven het geheel aan waarden en normen die je toepast? Of is het dit allemaal? En zo ja, waar heb je dan precies zin in, als je zin hebt in het leven?”

‘Er zin in hebben’ impliceert dat je een bewustzijn hebt dat ergens kan vaststellen dat er iets is om zin in te hebben. En dan niet dat je honger hebt en dus zin hebt in een hapje te eten, maar dat er belevenissen zijn waar je aan deel wilt nemen. Maar wat is dan de zin van het leven voor levensvormen met minder bewustzijn en/of denkvermogen dan de homo sapiens? En wat gebeurt er als je er geen zin meer in hebt? Is het dan een goed idee om er maar meteen de stekker uit te trekken? Betekent dat het einde? Of geldt in dat geval ‘als je er geen zin in hebt, dan máák je maar zin’?

Voldoende om over te filosoferen, derhalve. En waarschijnlijk was dat ook de bedoeling van degene die deze quote in het leven riep. Want dat was Alexander Smit, een Nederlandse spiritueel leraar en yogadocent. Na een spirituele reis naar India (dat is schijnbaar dé plek waar je naartoe moet als je spiritueel gewekt wilt worden) kwam hij terug met een andere naam: Sri Parabrahmadatta Maharaj, en met de opdracht om de tijdens zijn lessen onder Sri Nisargadatta Maharaj opgedane inzichten door te geven.

Op zoek naar de bron van die uitspraak die ik als nietszeggend en leeg had gelabeld kwam ik tot de ontdekking dat degene die de uitspraak had gebezigd, evenals zijn spiritueel leraar, zich juist bezighield met vragen waar ik ook mee bezig ben. Wat is bewustzijn? Wat is het ‘zelf’?

Nisargadatta bleek weinig op te hebben met goden, rituelen en verhalen over reïncarnatie, wat bijzonder is voor iemand die ‘spiritueel leraar’ wordt genoemd. Zonder goden, rituelen en wedergeboorte blijft er niet zo veel ‘zweverigs’ over. Hoe spiritueel is dat? Kun je dat nog wel spiritueel noemen?

Het antwoord is: ja. En daar kom ik heel graag bij je op terug. Stay tuned.

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Persoonlijk, Psychologie, Schrijfsels | Tags: , , , , , | 8 reacties

Zijn wij ons brein? (Spoiler: nee)

Met een kennis had ik een gesprek over wat men noemt ‘de vrije wil’. Hij kaartte het boek Wij Zijn Ons Brein van Dick Schwaab aan en stelde daarbij de vraag die Schwaab ook in zijn boek al aanroert: bestaat vrije wil eigenlijk wel, of is wat wij vrije wil noemen gewoon een opeenvolging van processen in de hersenen? Hij zei: “Als ik naar de keuken loop voor een kopje koffie, omdat ik daar zin in heb, en ik ga dat kopje koffie buiten in de zon opdrinken, omdat dat prettig is, is dat dan omdat ik dat echt zelf wilde, want het is lekker en prettig? Of hebben mijn hersenen ooit geleerd, door affirmaties en meningen van anderen, dat een kopje koffie lekker is en in de zon zitten prettig, en dat dit dus een combinatie is die leuk moet zijn?”

Dat is een goeie vraag. Maar terwijl ik naar de keuken liep om koffie te zetten en een antwoord te verzinnen, kwam er een andere vraag in me op.

Hoe belangrijk is ‘de vrije wil’?

Onmiddellijk draaide ik me om naar de kennis. “Volgens mij,” zei ik, “is vrije wil helemaal het punt niet.”

Dat moest ik natuurlijk toelichten. En dat doe ik hier ook graag. Maar het gaat nogal ver, mensen, dus bijt even door, of stop nu met lezen. 😊

Wanneer we spreken over vrije wil, dan hebben we het in veel gevallen, in een diepere context, over wat de zin van het leven is. Want als er een zin is van het leven (anders dan “de zin van het leven is dat je er zin in hebt”), dan moeten we daar naartoe bewegen. Daar moeten we beslissingen voor kunnen nemen. Want alleen dan zijn we zelf verantwoordelijk voor of we iets bijdragen aan de zin van het leven.

Andere mensen helpen, wereldvrede bereiken, lief zijn voor elkaar, van elke dag een feestje maken; kies maar iets als ‘zin van het leven’, maar uiteindelijk moet je er zelf iets voor doen om dat te bereiken, en als je iets doet, dan moet daar toch vrije wil aan te pas komen? Want als alles wat we doen een automatisch proces is, dan heeft het allemaal geen nut.

Maar ik denk eerlijk gezegd dat de Zin van Het Leven iets totaal anders is dan wij (kunnen) verzinnen. De zin van het leven is het terugvinden van puurheid, en die puurheid, die zit al in ons: dat is onze Ziel*. En die ís al. Die hoeft niets, die wil niet vooruit, kijkt niet terug. De ziel heeft geen verleden en geen toekomst, de ziel beweegt niet, de ziel is eeuwig en altijd. In de ziel is alles. Alle momenten van ooit, van het verleden en van wat er nog moet komen, zijn daar al. De ziel is heel en puur.

Wij krijgen een lichaam waar een ziel in zit en leren vervolgens allerlei dingen. We leren dat we moeten eten en drinken om te overleven, we leren lezen en schrijven, maar we leren ook wat gewenst is en wat niet, wat andere mensen van ons tolereren, wat we moeten doen om een reactie te krijgen die we leuk vinden. Daardoor gaan we dingen doen (om aardig te worden gevonden, om ons niet te hoeven schamen, om succesvol te worden gevonden) in plaats van dat we gewoon ‘zijn’. Op die manier verwijderen wij ons lichaam van onze ziel. En de zin van het leven is om dat lichaam, met dat brein, weer in lijn te brengen met de puurheid en de eeuwigheid van de ziel.

De ziel kan niets anders dan heel, compleet, puur en eeuwig zijn. Het lichaam en ego zijn veranderlijk. Als we ziel en lichaam weer samen willen brengen, betekent dit dat we niet anders kunnen dan het lichaam terugbrengen naar de ziel, want de ziel gaat nergens heen. Vergelijk het maar met wanneer je naar een vakantiebestemming gaat: jij zult er fysiek heen moeten, want de vakantiebestemming is er gewoon en zal niet naar jou toe komen.

Als de ziel eeuwig is, en de zin van het leven is om als stoffelijke mens weer aansluiting te vinden bij die eeuwigheid, dan doet het er niet toe of we zelf beslissingen nemen, dan wel automatisch uitvoeren wat we onszelf hebben aangeleerd. Dan is het enige wat ertoe doet dat we ontdekken waaróm we bepaalde dingen wel of niet doen, zeggen of leuk vinden.

De dingen die we wel of niet doen, zeggen of leuk vinden zijn lagen die Het Leven om De Ziel heen heeft geslagen, door middel van de hersenen in ons stoffelijke lichaam. Het doel is om dat weer af te pellen, die lagen als het ware als kleren weer uit te doen, tot we terug zijn bij ons pure zelf. En dat kan zowel met een vrije wil met een automatisch opererend brein (dat die lagen om de ziel heen immers zelf ook heeft aangebracht).

Wij zijn ons brein? Nee. Wij zijn ons lichaam, inclusief ons brein, en onze Ziel. En het is onze taak om die samen te brengen. Ons brein is het apparaat waar onze coderingen in op liggen geslagen (onze ‘log’, zeg maar), en het apparaat dat ervoor dient om onze coderingen te ontdekken zodat we de malware (gedragingen die we ons hebben aangeleerd, zoals je onzichtbaar maken omdat je op school werd gepest) kunnen verwijderen, zodat we dichter bij de puurheid komen die onze kern is.

* Eigenlijk is er geen woord voor wat ik bedoel, maar aangezien ik iets duidelijk wil maken zal ik er een woord aan moeten geven. In het vocabulaire dat tot onze beschikking staat komt het woord ‘ziel’ het dichtst bij.

Geplaatst in Filosofie, Inspiratie, Persoonlijk, Psychologie | Tags: , , , , , | 4 reacties

You can’t always get what you want

Vele jaren geleden zat ik in een café in Amsterdam te smachten naar een jongen. Hij was barman in datzelfde café en hij was alles wat ik wilde in mijn leven. Ik wilde zo graag dat hij met mij zou zoenen dat het me niet uitmaakte dat hij ook met andere meisjes zoende; ik was verschrikkelijk blind verliefd op hem. Met de vriendinnen die bij mij aan een tafeltje zaten had ik het over hem en ik zei onomwonden: “Ik wil hem gewoon.”

Bijna op hetzelfde moment startte de DJ van het café een nieuwe plaat in. En wel You Can’t Always Get What You Want van de Rolling Stones.

Toeval? Natuurlijk joh.

Maar natuurlijk kreeg ik die jongen niet. En dat is maar goed ook, want hij was hij een rotzak en een oplichter, zoals zo veel jongens die weten dat ze aantrekkelijk zijn.

Afgelopen zondagavond zat ik thuis te mokken. Niet alleen omdat ik alweer om negen uur thuis was vanwege de op het moment in Nederland geldende avondklok, maar vooral omdat ik vind dat het niet goed wil vlotten met mijn praktijk als coach, schrijver en spreker. Nou weet ik niet hoe het met jou zit, maar ik praat hardop tegen mezelf als er verder niemand bij is; wellicht is dat een tic van alleenwonenden, ik zou het niet weten, maar ik doe het in ieder geval wel. Afijn, ik zat dus hardop tegen mezelf te mokken en ik zei op een gegeven moment hardop: “Ik wil gewoon nu vet geld verdienen, oké?”

Er stond iets aan op televisie waarvan op dat moment de titelrol begon te lopen en onder die titelrol begon muziek te spelen (zoals onder elke titelrol muziek zit). Het nummer werd uitgevoerd door Ituana in een versie die niet in de verste verte op de blues van de Rolling Stones leek, maar het was wel hun nummer: You Can’t Always Get What You Want.

Toeval, uiteraard.

De volgende morgen stond ik op, ik gaf Daley de Poez zijn brokjes en kleedde me aan, nog steeds een beetje in de stemming van de avond ervoor, en terug in de woonkamer zette ik zoals elke dag de radio aan. Er begon net een nieuw nummer. Ja, één keer raden. De Rolling Stones met You Can’t Always Get What You Want. Nu moest ik er daadwerkelijk om lachen. Kom op zeg. Maar terwijl ik het nummer mee liep te zingen tijdens het zetten van een kop koffie drongen de woorden van het refrein pas echt tot me door:

We zijn altijd heel erg gericht op wat we willen, en een stuk minder op wat we echt nodig hebben. En daarom valt het ons ook altijd op dat we niet krijgen wat we willen: we winnen de Staatsloterij niet, we krijgen geen dure auto in onze schoot geworpen, we worden niet zomaar in het wild op straat ontdekt als fotomodel (tenminste, de meeste mensen niet). Je krijgt nou eenmaal niet altijd wat je wilt. Maar niet omdat het leven oneerlijk is: je krijgt niet wat je wilt omdat je het niet nodig hebt. Want wat je nodig hebt, dat krijg je bijna altijd. Omdat we daar niet op letten, valt het ons nooit op. Maar het is wel zo. Daar kun je blind op vertrouwen. Het is aan jou om het te zien, en ermee te doen wat voor jou belangrijk is.

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Muziek, Persoonlijk, Psychologie, Schrijfsels | Tags: , , , , | 3 reacties

Intuïtie

Gistermorgen was ik (online) bij een inspirerende bijeenkomst van de Compassieclub van psycholoog, trainer en mijn vriendin Elisabeth van Heiningen. In die bijeenkomsten hebben we het over aardig zijn voor jezelf en zacht zijn voor je eigen gevoelens. Ja, ja, vind daar maar wat van, met je kritische verstand (je noemt het waarschijnlijk meestal ‘gezond verstand’).

Juist daarover ging het dus ook: over kritisch verstand. Want dat zit iedereen nog wel eens in de weg. Ja, ook jou! Het gebeurt jou ook wel eens: dat je vanuit je gevoel iets wilt doen, en dat je gezonde kritische verstand zegt: nou, dat lijkt me geen goed idee, we doen wat anders.

Abstract? Oké, een voorbeeld. Een tijdje geleden was ik met de auto op weg naar huis vanaf mijn zus en zwager. Dat is maar een stukje van acht kilometer, dus gewoonlijk ben ik er binnen een kwartier. Ergens halverwege kreeg ik ineens de ingeving een kleine omweg te maken: niet via de weg die ik altijd rijd, maar over de snelweg. Waarop mijn kritische verstand onmiddellijk zei: ja, nee dus, we wilden toch snel naar huis? En dus sloeg ik niet rechtsaf naar de snelweg, maar reed ik rechtdoor. Een paar minuten later stond ik stil. Er was een ongeval gebeurd, echt nog maar net, en de weg was afgesloten door de politie. Ik kon geen kant op. Als ik vertrouwen had gehad in mijn ingeving was ik misschien een stukje omgereden, maar dan was ik wel in één keer doorgereden naar huis. Maar daar stond ik dan, op nog geen vijf minuten afstand van mijn voordeur. De opstopping duurde bijna een uur.

Hoe vaak gebeurt het niet dat we niet vertrouwen op ons gevoel, op onze intuïtie? Terwijl dat juist hetgeen is waar we altijd vertrouwen in kunnen hebben. Het is er niet voor niks. Maar we redeneren het meestal weg met ons zogenaamde gezonde verstand. Afijn, daardoor stond ik dus deze keer een uur in de file.

Vorige week reed ik naar mijn beste vriend toe, die iets voorbij Eindhoven woont. Ik zat nog op de A58 toen mijn intuïtie tegen me zei: “Rij straks maar over de N2 in plaats van over de A2.” Voor mensen die niet bekend zijn met de snelwegen rond Eindhoven: de A2 is gewoon snelweg, op de parallel aan de A2 lopende N2 mag je maximaal 80 kilometer per uur. Gewoonlijk zou je, met je gezond verstand, dus kiezen voor de A2, want dat is sneller. Maar goed, ik besloot dus te vertrouwen op mijn ingeving. En terecht. Want de A2 aan de westzijde van Eindhoven stond dus muurvast na een pas gebeurd ongeval.

Nee, natuurlijk gebeurt dit me niet alleen in verkeerssituaties. Maar deze voorbeelden illustreren wel hartstikke duidelijk wat ik wil zeggen: heb vertrouwen in jezelf en wat je gevoel je ingeeft. Luister naar jezelf. Ook al probeert je ‘gezond’ verstand je iets anders te vertellen.

(Wil je een keer sparren over hoe je meer zou kunnen vertrouwen op je intuïtie? Bel me! Kost je niks. 06 27 29 51 15. Of stuur een mailtje: hallo@jackles.com)

(Ben je benieuwd naar de Compassieclub? Kom erbij! Meer informatie vind je op https://www.compassieclub.nl/.)

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Psychologie | Tags: , , | 8 reacties

Let’s Dance

“Zo hoeft het niet te gaan.”
Ik lig voorover op de tafel met mijn hoofd in mijn armen en ik kijk op. Niet zozeer omdat ik geïnteresseerd ben in wie er tegen me praat, maar omdat ik ervan schrik dat er überhaupt iemand is. Ik ben de enige in mijn huis, ik heb niemand binnengelaten, er kan helemaal niemand zijn.
En toch is hij er.
Er staat een man in de deuropening van de kamer, iemand uit een andere tijd, iemand met geblondeerd haar dat in een fraaie kuif over zijn voorhoofd valt. Hij draagt een lange jas met brede schoudervullingen, ruimvallende kleren. Zijn mond is gekruld in wat uitgelegd kan worden als een arrogant lachje, maar ik zie dat het dat niet is.
Hij brengt zijn rechterhand naar zijn mond en neemt een lange haal van de sigaret die hij tussen zijn vingers blijkt te hebben. Hij draagt handschoenen. Van onder zijn halfgesloten oogleden kijkt hij naar me terwijl hij de rook van de sigaret langzaam uitblaast.
Ik schud mijn hoofd. Wil iets zeggen, maar ik heb geen idee wat.
Hij grijnst. Knipoogt.
Het is een tijd stil tussen ons. Ik merk dat ik mijn hoofd nog steeds schud, zij het minder zichtbaar, alsof ik probeer een bepaalde ongelovigheid weg te schudden. Dat lukt natuurlijk niet. Uiteindelijk vraag ik: “Wat doe je hier? Je weet helemaal niet wie ik ben.”
De man zucht, slaat zijn ogen neer. Hij antwoordt niet. In plaats daarvan zegt hij na even: “Ik meen het. Het hoeft zo niet te gaan. Het is echt niet nodig om jezelf door je leven heen te martelen.”
Nu grijns ik, licht. “Zeg jij.”
Hij kijkt me aan. “En je weet dat je me kunt geloven.”
Ik haal diep adem maar heb niets, helemaal niets terug te zeggen.
Na een tijdje glimlacht hij. “Je vraagt je af waarom ik naar jou toe kom.”
Ik maak een onduidelijke beweging met mijn hoofd, knipper even met mijn ogen. “Ja,” zegt ik uiteindelijk.
“Je vraagt je af of er niet veel meer veel interessantere mensen zijn waar ik vandaag naartoe zou kunnen gaan.”
Ik probeer naar hem te glimlachen maar merk dat ik ineens moet huilen.
De man maakt een half knikkende beweging met zijn hoofd. Hij negeert mijn tranen, of tenminste, ik denk dat hij dat doet. “Ik heb al een heleboel mensen bezocht,” zegt hij kalm. “En ik ga er nog een heleboel zien.”
Ik doe een poging mijn gezicht droog te vegen, maar het heeft geen nut want mijn ogen houden niet op met tranen.
“Het is een drukke dag.” Hij lacht, kort, maar gemeend en wat verlegen. “Dus herinner je wat ik heb gezegd. Zo hoeft het niet te gaan.” Hij laat een korte stilte vallen, een stilte die extra nadruk legt op wat hij zojuist zei. “Oké?”
Ik haal diep adem. Knik. Na even lukt het me om iets terug te zeggen. “Oké.”
Er komt weer een licht glimlachje op zijn gezicht. “Pas op hè. Ik kom checken of je het je herinnert.” En voordat ik de tegenwoordigheid van geest heb om iets terug te zeggen: “Op momenten dat je het juist niet verwacht.”
Met een klein lachje knik ik weer naar hem. “Zoals nu.”
“Ja,” zegt hij. “Zoals nu. Of over vijf jaar. Wie weet.”
Als ik knipper met mijn ogen is hij weer weg.

Geplaatst in Inspiratie, Milo Morris, Muziek, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 7 reacties

Minimumloon

In een column in Volkskrant Magazine van afgelopen zaterdag schreef Julien Althuisius over dat sommige mensen heel hard roepen dat het best makkelijk is om zo rond je 35e al te gaan rentenieren. Het ging om een beweging die zichzelf Fire noemt, wat staat voor Financial Independence, Retire Early. Het punt van die beweging: als je zuinig aan doet, kun je supervroeg stoppen met werken. Hoera! Waanzinnig!

Je voelt hem al: Julien en ik worden opstandig van dergelijke beweringen. Want zuinig aan doen en dan lekker centjes overhouden om voor je 40e te gaan rentenieren is echt voor zo goed als niemand weggelegd. Als je, zoals een voorbeeld dat Althuisius in zijn column aanhaalt, twee keer modaal verdient maar toch constant rood staat, dan is er inderdaad veel, wat zeg ik, héél veel winst te behalen. Dan moet je gewoon minder uit eten, niet elke dag meer nieuwe dingen kopen voor je huis, wat minder borrelen, wat abonnementen opzeggen van bladen die je toch nooit inkijkt en geen cocaïne meer laten bezorgen aan de voordeur.

De meeste mensen hebben die ruimte helaas niet. Gisteren ontving ik een mail van een vacaturesite (sinds mijn vertrek bij mijn werkgever heb ik me weer bij een aantal van die sites aangemeld) met als kop: “Ben je op zoek naar werk in deze moeilijke tijden?” Nu ben ik mezelf aan het profileren als zelfstandig ondernemer (verderkijker, auteur, coach), maar oké, mijn interesse is gewekt, kom maar op. Wat er echter aangeboden werd is abominabel.

Het uurloon dat vermeld werd in de vacature is, schrik niet, € 10,- bruto. Noem me verwend, maar ik kan er met mijn verstand niet bij dat dit acceptabel genoemd wordt, ongeacht het gevraagde opleidingsniveau. Mocht ik solliciteren en deze baan krijgen, dan verdien ik met een volledige werkweek van 40 uur niet eens voldoende om mijn vaste maandlasten te betalen. In het kort: dan komt er hier in huis geen eten meer op tafel.

Ik kan echt niet de enige zijn die met een dergelijk salaris de eindjes echt nooit aan elkaar kan knopen. Het is volgens mij gewoon schandalig dat er mensen zijn die zich kapot werken en het dan moeten doen met een dergelijk karige vergoeding.

En dan zijn er dus mensen die zeggen dat je met een beetje besparen links en rechts best ruim voor je pensioenleeftijd kunt gaan rentenieren. Ja, die mensen zullen er best wel zijn. Maar voor het overgrote deel van de bevolking is dit absoluut niet weggelegd. Die werken zich het schompes voor nog geen € 1.500,- in de maand en moeten sparen om zelfs ook maar een winterjas te kunnen kopen.

Het Europees Parlement adviseerde enige tijd geleden alle landen van de Europese Unie het minimumloon te verhogen naar 60% van het doorsnee inkomen. Het niveau van het minimumloon in Nederland is nu slechts 43%. Dat is tragisch weinig. En weet dat er zo’n 2 miljoen mensen werken voor een vergelijkbaar bedrag. Die mensen komen amper rond. Evenals AOW’ers en uitkeringsgerechtigden overigens, want wat zij krijgen is gekoppeld aan dit minimum.

Tijd om ervoor te zorgen dat er een fatsoenlijk minimumloon komt. De FNV zet zich hier keihard voor in. Zij willen een minimumloon van € 14,-. Dat is niet meer dan fair. Mee eens? Teken dan de brandbrief op voor14.nl.

Geplaatst in Inspiratie, Lief dagboek, Media, Nieuws, Persoonlijk, Politiek | Tags: , , , , | 3 reacties

Nieuwe blog: Zekerheid

Eens iets anders: een link naar een blog op mijn eigen site, Jackles.com.

“Nee, ik heb last van iets waar het gros van de mensen last van heeft: ik wil zekerheid. En als we dingen nu eenmaal niet rechtstreeks kunnen beïnvloeden, dan maken we een schijnzekerheid voor onszelf; door alles te willen weten en snappen.”

Lees meer:

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Nieuws, Persoonlijk, Psychologie | Tags: , , , , , | 1 reactie

01. Luca

Het Frans is een prachttaal. Reconfinement. Mooi woord hoor. Maar je zult ermee te maken hebben. Zoals ik, hier in Parijs.
Vanaf vandaag, 30 oktober, mag iedereen maximaal één uurtje naar buiten.
Ik vraag me af wat de overheid denkt hiermee te bereiken. Zojuist zag ik op internet dat er twee dagen rellen waren geweest in Belgrado voordat de regering besloot de opsluiting van de burgers maar weer op te heffen. Je zou bijna hopen dat de Fransen, die immers opstanden en revoluties in hun bloed hebben, er een voorbeeld aan nemen.
Om eerlijk te zijn heb ik er geen idee van wat de implicaties zijn als we er wel of niet voor kiezen om iedereen maar weer thuis te laten zitten. Het enige wat ik weet is dat ik het de vorige keer, net voor de zomer, bijna niet uit te houden vond. En dan zeg ik het voorzichtig. Ik ben immers acteur, tot een paar maanden geleden stond ik bijna elke avond op het podium in New York en overdag meestal voor een camera op mijn filmopleiding aan NYU. Ik hou van publiek, ik hou ervan gezien te worden. Misschien gaat het niet eens te ver als ik zeg dat ik gezien móet worden, dat het een absolute eerste levensbehoefte van mij is om gezien te worden. Met dat in gedachten kun je je er denk ik wel een voorstelling van maken wat het met mijn hoofd doet als ik in mijn eentje opgesloten zit op mijn tweekamerflat in Montmartre.
Toen we gisterenmorgen samen in mijn bed wakker werden zei Céline tegen me dat ze gewoon blij is dat ze geld heeft om eten te kopen en dat ze een dak boven haar hoofd heeft, want zo veel mensen zijn er zo veel slechter aan toe. Ik zei dat je op die manier alles wel kapot kunt redeneren, maar dat soort dingen moet ik blijkbaar niet zeggen. Seks kon ik toen in ieder geval wel vergeten. In plaats van tot diep in de middag te vrijen, wat ik van plan was geweest, wilde zij ineens opstaan en koffie halen en weet-ik-wat. Winkelen. Winkelen, in hemelsnaam. “Toch niet nu,” zei ik tegen haar, en zij zei: “Natuurlijk wel nu, wie weet wanneer het weer kan!”
We gingen met ruzie uit elkaar, in één of ander veel te duur warenhuis. En nu zit ik hier in mijn eentje. Vorige week prees ik me nog gelukkig dat ik in Parijs was, nu wenste ik dat ik in New York was. Hoewel je natuurlijk ook niet weet hoe de situatie zich daar de komende dagen gaat ontwikkelen.
Ik kan wel huilen. Ga ik ook doen. Er is toch niemand die het ziet.

Geplaatst in Luca, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 2 reacties

Eerste zinnen

Zojuist, en dan bedoel ik echt zojuist zojuist, een half uur geleden of zo, ben ik begonnen met een nieuw verhaal. Heel actueel, ook nog, en dat is voor het eerst, want ik heb echt nog nooit fictie geschreven die heel letterlijk en herkenbaar in het heden speelde. Maar het huidige heden is moeilijk te omzeilen. Dus bedacht ik vanmiddag, toen ik door het sprookjesbos in de Efteling liep, dat het maar moest.

Afijn, ik bedacht dat ik de eerste zinnen hier deel. Kun je een beetje proeven. Zoals je hete soep van het puntje van een lepel proeft, maar een heel erg klein beetje en zo weinig dat je eigenlijk niet eens duidelijk een smaak kunt herkennen.

Waarom ik deze zinnen hier opschrijf? Omdat ik opgelucht ben. Niet meer en niet minder. Ik ben gewoon hartstikke opgelucht dat ik eindelijk, eindelijk, EINDELIJK weer eens fictie schrijf. Want columns zijn leuk, en je mening geven ook, maar ik ben geboren voor het schrijven van fictie.

Hoe dan ook. Het hele kleine beetje hete soep van de punt van de lepel, dan maar.

Het is 16 oktober 2020, iets van twintig over acht in de avond en het is afgeladen in Indiana Café aan Place Denfert-Rochereau. Ik zit aan een tafeltje met vijf anderen, twee mannen en drie vrouwen, we proosten met net gebrachte, grote, ijskoude glazen goudkleurig bier, iemand zegt: “Op de avondklok!” en daar wordt om gelachen alsof het de leukste grap van het jaar is. 
Het is een klotejaar. Iedereen weet dat het een klotejaar is. En vanaf vannacht, nul uur nul, moet iedereen hier in Parijs om negen uur ’s avonds binnen zitten. Tot zes uur in de ochtend, dan mogen we weer naar buiten. 
Wat ben ik blij dat ik geen hond heb die ik voor het slapengaan nog even moet uitlaten. Wat had ik moeten doen, hem laten pissen op het balkon? Doe me een plezier. 
Doe me een plezier, Marcon. 
Doe me een plezier, COVID-19.

Geplaatst in Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Weg met het duister!

“Je bent zo duister,” zei een jongen die mij probeerde te versieren ooit tegen me. Waarschijnlijk bedoelde hij het als compliment; ik nam het in ieder geval wel zo op. Wat hield ik ontzettend van het feit dat ik duister werd gevonden. Mysterieus, donker, licht ontvlambaar, onderhuids kolkend van woede. Ik schreef eens in een dagboek, naar aanleiding van een diepe boosheid die ik koesterde (achteraf vanuit een ingesleten slachtofferschap, waarvan ik echt geen idee had dat het er was): “Ik haat geld, ik haat geld nog meer dan mensen.”

Haatte ik mensen? Ja, ik haatte mensen. Dacht ik. Ik haatte verdomme van alles. Ik haatte mijn flat en mijn fiets en mijn banksaldo en mijn werk en het feit dat ik geen huisdier had en het feit dat andere mensen wel huisdieren hadden en… Serieus, ik had een ongelofelijk hekel aan zo’n beetje alles en iedereen. En ik droeg dat bij me als een trofee.

Achteraf hield ik op die manier gewoon alleen maar mensen op afstand. Blijf maar gewoon allemaal weg bij me. Ik ben namelijk eng! Duister! Boos! Blijf weg!

En zo ben ik dus helemaal niet. Het was een geweldig rookgordijn. Want ik ben, achteraf, juist hét voorbeeld van iemand die alles ziet door een roze bril. Ik zie altijd de leuke dingen. Je leest toch altijd dat mensen zich vooral de slechte dingen herinneren die er gebeurd zijn (dat heeft ermee te maken dat men vooral zou leren van slechte belevenissen)? Nou, dat heb ik dus helemaal niet. Als ik terugkijk op mijn lagere- en middelbareschooltijd, dan herinner ik me vooral alle leuke dingen. Ik weet echt wel dat ik verschrikkelijk gepest ben op school, en dat er best wat dingen waren die helemáál niet leuk waren (de jongen waar ik verliefd op was maar die op mijn hart ging staan omdat ik niet populair was, de leraar die me vertelde dat ik maar op moest houden met proberen omdat ik toch geen voldoendes zou halen voor zijn vak…), maar die dingen weet ik vooral alleen maar. Mijn echte herinneringen, de dingen waar gevoel aan vastzit, dat zijn vooral de leuke dingen.

Net zoals dat ik meestal alleen de positieve aspecten van iets zie. Was er een verandering op het werk waar iedereen negatief op reageerde, dan was ik degene in ons team die zei: “Maar kijk ook eens naar [noem een positief voorbeeld]!” Daarop werd ik met regelmaat versleten voor naïef, en als ik dan riposteerde dat diegene gewoon een pessimist was, dan kreeg ik te horen dat een optimist alleen maar een slecht geïnformeerde pessimist is. Die kreet is van Theo Maassen en hij staat prominent op een muur geschilderd in één van de parkeergarages in mijn woonplaats Tilburg – nee, niet als graffiti, maar daadwerkelijk gesubsidieerd opgeschilderd in opdracht van de beheerder van de parkeergarage. Alsof het een waarheid als een koe betreft. (Ik parkeer bij voorkeur niet in die parkeergarage omdat ik die uitspraak zo verschrikkelijk kortzichtig vind.)

Ja, ook jij mag nu zeggen dat ik naïef ben. Ik vind mezelf helemaal niet naïef. Ha.

Hoe dan ook: dat duistere, woedende van voorheen heb ik weggedaan. Ik ben namelijk een optimist, mensen. Ik heb een onwrikbaar vertrouwen in mensen, in wat we als soort kunnen bereiken, zowel op persoonlijk niveau als collectief. En dat betekent dat ik verbinding moet hebben. Dat ik andere mensen nodig heb. En, dus, dat ik niemand meer op afstand wil houden. Sterker: kom maar binnen, medemens. Ik hou van alles en ik hou van iedereen. Ik hou van de mensen die dicht bij me staan en ik hou van de klootzakken op deze aarde. Ik hou van de wereld zoals hij nu is en ik hou van wat wij als mensen kunnen maken van deze wereld. Ik hou van elke belofte die wij als mensheid intrinsiek hebben. Ik hou van alles wat wij kunnen, zowel in negatieve als in positieve zin, omdat ik ervan overtuigd ben dat we het goed gaan doen. Want dat is onze missie. Dat is onze collectieve opdracht.

Geplaatst in Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Persoonlijk | Tags: , , , | 3 reacties