Propositie

Heb je je wel eens afgevraagd hoe vaak een mens aan het wankelen kan worden gebracht? Vast niet, maar het antwoord op de vraag hoe vaak je denkt dat een mens aan het wankelen kan worden gebracht, is vast zoiets als “oneindig vaak”. Behalve wanneer iemand op een waanzinnige manier zeker is van zichzelf en wat zij of hij hier op aarde komt doen. Want van die mensen verwachten we over het algemeen dat ze niet wankelen. Dat ze keihard rechtstreeks op hun doel af gaan. En dat doel natuurlijk ook halen.

Als je dat denkt: het spijt me dat ik je teleur moet stellen.

Ik ben, en ik overdrijf niet als ik het zeg, best wel op een waanzinnige manier zeker van wat ik hier op aarde moet doen. Ik kan me voorstellen dat je dit nogal megalomaan in de oren klinkt, maar dat zij dan maar zo. Al vele jaren heb ik heel diep in me het gevoel dat ik echt iets kom doen hier. Iets wat te maken heeft met de onzekerheid van mensen over wie ze zijn en wat ze willen, en de mechanismen waardoor ze aan het twijfelen worden gebracht over hun wensen en verlangens. En iets wat te maken heeft met magie (waarmee ik niet bedoel dat mensen naar mij toe kunnen komen voor het maken van voodoopoppetjes of toverspreuken voor het verdwijnen van problemen of het aantrekken van een nieuwe liefde. Met magie bedoel ik: het richten van energie. Meer daarover een volgende keer).

Je zou dus denken, als er iemand niet makkelijk aan het wankelen kan worden gebracht… Nou, helaas. Ik wankelde vandaag. Alweer. Voor de zoveelste keer de afgelopen weken, maanden.

Vanmiddag zat ik ijverig te schrijven aan een boek over omgaan met negatieve klantsignalen (ook wel: klachten) dat ik graag wil uitgeven, maar ik liep vast in mijn eigen woorden en besloot er even uit te stappen. Nu had ik moeten gaan wandelen natuurlijk, of in ieder geval een rondje moeten maken in de gelegenheid waar ik zat te werken (de LocHal in Tilburg, oprecht één van de meest inspirerende plekken die ik ken), maar dat deed ik niet. Ik ging op internet zoek naar een spreker die ik ken, las een stukje dat hij had geschreven en besloot dat te delen op mijn LinkedIn. En op LinkedIn gebeurde het.

Iemand stuurde mij een bericht waarin ze me vroeg of ik nog suggesties had voor haar netwerk. Maar de mail begon met een andere vraag. Namelijk: “Wat is je propositie vanuit je eigen bedrijf?”

Acht woorden. En ik wankelde.

Wat ís mijn propositie? Wat breng ik? Wat beloof ik? Wat is dé reden waarom een klant nú moet kiezen voor mij als coach/counselor, spreker, inspirator, ten opzichte van alle concurrentie en alternatieven?

Mijn antwoord was: ik heb geen idee.

Vervolgens keek ik verder op mijn LinkedIn, naar de stukjes die ik daarop post en vooral: naar de reacties die ik krijg. Wat blijkt? Ik krijg vrijwel géén reacties. Nog geen duimpje. Helemaal niets. En toen sloeg de twijfel pas echt toe. Betekenen de dingen die ik schrijf en vind wel iets? Vindt iemand er überhaupt wat van? (Blijkbaar niet. Mijn stukjes worden ook niet gedeeld. Ik schrijf, met andere woorden, bijna alleen maar voor mezelf.) Voeg ik iets toe? Wat dan? Wat heb ik te bieden?

Wat de hel is mijn propositie?

Als volgende bedacht ik me dat ik dan toch maar weer moet gaan solliciteren en ergens voor een baas moet gaan werken. Dan heb ik tenminste een vast inkomen, een bepaalde zekerheid. Maar kom, daarvoor was ik dus juist niet weggegaan bij mijn laatste werkgever. Ik wilde vrijheid, de vrijheid om te doen wat ik denk dat ik moet doen in de wereld. En volgens mij heb ik ook echt hartstikke veel te bieden. Als individuele en als teamcoach. Als inspirator. Als schrijver. Als spreker. Ik beweer niet voor niets dat ik expert ben in mensen, want ik bén het. Er zijn weinig menselijke kwesties waar ik geen touw aan vast kan knopen. Alleen: niemand weet het. Want er hangt geen propositie aan vast.

Op zoek dan maar. Weer. Naar de propositie vanuit mijn bedrijf, deze keer. Zo hou ik mezelf wel bezig. Hopelijk hebben andere mensen er binnenkort ook echt wat aan.

Geplaatst in Bericht, Lief dagboek, Persoonlijk, Schrijfsels, Social media | Tags: , , , , , , , , | 2 reacties

Terugkijken

Zojuist kreeg ik een e-mail waarover ik meteen iets wilde zeggen, en omdat er hier niemand tegenover me zit om tegenaan te emmeren, besloot ik maar een stukje te schrijven. De bewuste e-mail begon met: “Beste zus-en-zo, hopelijk ben je de coronacrisis goed doorgekomen.” Waarom ik daar iets over moet zeggen? Omdat die hele crisis nog lang niet ten einde is. 

Nee, ik heb het niet over de ernst van het COVID-19-virus, en over de verspreiding ervan, en over de juistheid van allerlei cijfers waarmee we op dagelijkse basis worden geconfronteerd. Ik heb het over de crisis waarin we ons momenteel bevinden. Want die is geenszins over. Ben ik de crisis goed doorgekomen? Weet ik veel, ik zit er middenin! 

Hoe komen organisaties erbij om mails te versturen waarin ze zeggen te hopen dat je de crisis goed door bent gekomen? Hoe komen nieuwsdiensten erbij om te beginnen over conclusies voor wat betreft wat het opduiken van COVID-19 ons wel of niet heeft gebracht? We zijn helemaal nog niet in de positie om terug te kijken op COVID-19 en de crisis (of zelfs: crises: op de arbeidsmarkt, bij bedrijven en organisaties, in verschillende branches, om niet te spreken van de psychologische problemen die zich bij veel mensen nog moeten openbaren) die daardoor wereldwijd is ontstaan.

Om terug te kunnen kijken moet je een ander perspectief hebben dan dat van degene die het allemaal meemaakt. Je kunt geen landkaart tekenen op het moment dat je nog middenin het bos op een kruising staat. Je hebt geen overzicht als je alleen maar om je heen kunt kijken vanaf de plaats waar je bent. Je kunt de hele zin niet lezen als je maar één woord kunt zien. 

Het moment om erover na te denken of je ‘de coronacrisis’ goed bent doorgekomen doet zich pas voor als je weet hoe het af is gelopen. Als we alles weten over de uitwerking van alle maatregelen die er in de hele wereld zijn getroffen en er geen bijzondere maatregelen meer nodig zijn of worden getroffen. Als we objectief terug kunnen kijken op een afgesloten periode. Op het moment dat we niet meer kijken vanuit het perspectief van degene die nog middenin het verhaal zit, maar vanuit het perspectief van degene die weet hoe het eindigt. En dat moment is nog ver weg.

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Media, Persoonlijk, Psychologie, Schrijfsels | Tags: , , , , , , , | 8 reacties

(De enige echte) Waarheid

Wij mensen hebben over het algemeen de overweldigende neiging om emotie en diepe gevoelens buiten de deur te houden. Emotie en gevoelens zijn maar lastig, we komen ze liever niet tegen, we doen er liever luchtig over en stappen er zo vlot mogelijk overheen. Je verdrietig, angstig, onzeker of kwetsbaar voelen – we doen het liever allemaal niet. We rationaliseren onze emoties zodat we ze makkelijker aan de kant kunnen schuiven. En zo lang onze realiteit stevig en echt is, kan dat ook wel zonder dat er grote gevolgen zijn. Gewoonlijk is er geen vuiltje aan de lucht. Emoties en gevoelens, die verdoven we gewoon. Simpel. Door drinken, eten, drugs. Door concerten, festivals, dansfeesten. Door onze levens stampvol te stoppen met allerlei dingen. Mogelijkheden te over.

Helaas leven we in een onzekere wereld. Dat was natuurlijk altijd al zo, maar de afwezigheid van grote rampen zorgde ervoor dat we de schijn een hele tijd goed konden ophouden. Bij gebrek aan honger, oorlog, overstromingen en andere rampen (die anderen overigens wel allemaal overkomen, maar dat is altijd alleen maar op het nieuws, in andere landen, aan de andere kant van de wereld, en dat raakt ons dus niet echt) waren we gewoonweg vergeten dat we zomaar overvallen kunnen worden door iets wat we helemaal niet hebben zien aankomen. En zo konden we, terwijl we onze emoties in bedwang hielden door ze op allerlei manieren te verdoven, heel lang geloven dat onze realiteit stevig en echt was.

En toen kwam er een virus, en dat virus werd een pandemie, en er kwamen maatregelen zoals we die allemaal nog nooit hebben meegemaakt. De wereld ging op slot. En onze stevige, echte realiteit werd als een kleedje onder onze voeten uit getrokken zodat we massaal onderuitgingen. Plotseling waren we nergens meer zeker van.

En daar zaten we dan. Met onze gevoelens en onze emoties. Ineens was er geen ontkomen meer aan dat mensen zich verdrietig, angstig, onzeker en kwetsbaar voelden. Niet alleen omdat er tot onze immense verbazing (en schok) zomaar iets was gebeurd waar we zelf geen vat op hadden, maar vooral doordat zo’n beetje alle manieren waarmee we gewoonlijk onze emoties verdoven wegvielen. Geen etentjes meer, niet meer naar de kroeg, geen uitzinnige dansfeesten, geen concerten meer om je hart eruit te schreeuwen tegen de keiharde muziek in. Niets. Stilte.

Die omschakeling konden we niet allemaal zomaar maken.

Omdat we nu eenmaal gewend zijn onze emoties te verdoven, zochten we een andere manier dan drank, drugs en feesten. Brené Brown, onderzoekshoogleraar maatschappelijk werk aan de University of Houston, sprak daar tijdens haar optreden bij TEDxHouston in 2013 ook over. “We make uncertain things certain,” zegt ze over hoe we volgens haar onze emoties proberen af te stompen en onze kwetsbaarheid verborgen proberen te houden als we niet toegeven (of: toe kunnen geven) aan verslavingen en andere uitspattingen. We nemen de dingen die onzeker zijn, en we maken ze wel zeker. We pakken datgene waar we onzeker over zijn, en we zoeken net zo lang naar oorzaken en betekenissen tot we een sluitend verhaal hebben. En dat verhaal verdedigen we met alles wat we hebben: “Ik heb gelijk, jij niet.”

Eerder schreef ik op deze plaats al eens over de onverzettelijkheid waarmee mensen hun waarheden verkondigen op sociale media. Dat kwam ik in de afgelopen dagen weer op volle sterkte tegen, vooral op Facebook, waar ik een advertentie achter had durven laten voor counseling voor mensen die op één of andere manier psychisch in de knoop zitten door COVID-19. Let wel: nergens zei ik iets over de ernst van COVID-19 als virus of ziekte, over je wel of niet houden aan maatregelen tegen verspreiding en het wel of niet werken daarvan of over wie er ‘gelijk’ heeft over het virus, de berichtgeving daaromtrent dan wel de noodzaak van maatregelen en dergelijke. Het enige wat ik deed, was zeggen dat mensen die bang zijn, of in de war, door alles wat er gebeurt, zich kunnen melden bij mij als ze daarover willen praten met een professional.

Vervolgens kreeg ik behoorlijk wat vuil over me uitgestrooid. En dan druk ik me heel, heel voorzichtig uit. Ik kreeg verschillende filmpjes op YouTube om m’n oren zodat ik “wakker zou worden”, ik was “weer één van die idioten die een slaatje wil slaan uit een leugen”, ik ben een “schaap”. Iemand zou het me “nog één keer uitleggen” zodat ik daarna weer zou kunnen “gaan breien”. Ik ben sneu. Ik hou mezelf en anderen voor de gek. Ik ben een “druiloor die zelf professionele hulp nodig heeft”.

Netjes gezegd en in het kort: ik kreeg een groot aantal meldingen van mensen die mij hoe dan ook hun waarheid moesten vertellen. De enige echte waarheid. Zij hebben gelijk, anderen niet.

Of het nu om COVID-19 gaat, of één of andere politieke issue, over ‘links’ of ‘rechts’: wat iemand daarover zegt is op het moment niet (langer) een mogelijkheid of een mening, maar een vaststaande zekerheid die met hand en tand verdedigd dient te worden. En alleen de eigen waarheid is de enige echte waarheid.

“Hoe banger we zijn, hoe kwetsbaarder we zijn, hoe banger we zijn,” zegt Brené Brown in de toespraak die ik hiervoor al aanhaalde. Er is geen onderlinge conversatie meer wanneer we tegen een eventueel gebrek aan overeenkomst aan lopen. Het enige wat er gebeurt wanneer we het op het moment niet met elkaar eens zijn, is dat we naar een ander wijzen. Vooral een ander met een andere mening. Zij hebben het gedaan. Nee, het is hun schuld. Jij hebt het fout, ik heb gelijk, hou je bek.

Volgens Brown wordt in psychologisch onderzoek het geven van schuld aan een ander gezien als “een manier om pijn en ongemak te ontladen”. En ja, er is op het moment veel pijn en ongemak. Zonder feesten, uitgaansmogelijkheden, sportevenementen, concerten en andere uitlaatkleppen blijkt het elkaar met gepolariseerde standpunten de tent uit schreeuwen op diverse sociale media helaas onze enige overgebleven manier om onze emoties, gevoelens en kwetsbaarheid toch nog min of meer te verbergen, op afstand te houden en te verdoven.

[Wil jij het gesprek aangaan over jouw emoties? Of weet je gewoonweg niet hoe je bij je emoties moet komen, dan wel hoe je ze moet uiten, maar zou je dat wel willen? Neem dan contact met me op voor een vrijblijvende kennismaking: 06 27 29 51 15 of hallo@jackles.com.]

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Persoonlijk, Politiek, Psychologie, Social media | Tags: , , , , , , | 6 reacties

Probleemoplossing

Wij mensen kunnen niet meer zo goed omgaan met problemen. En dat is helemaal niet zo handig in een wereld als de onze. Zowel de grote (klimaatverandering, pandemieën, de groter wordende scheuring tussen arm en rijk) als de kleine (luidruchtige buren, sleutels kwijt, Cv-ketel kapot) als de onvermijdelijke (het voortschrijden van tijd, sterfelijkheid) problemen waar we mee te maken hebben zijn dingen geworden die onmiddellijk moeten verdwijnen.

Dus roepen mensen dat we niet meer mogen reizen met het vliegtuig, want uitstoot van koolstofdioxide (CO2) en dus bijdrage aan de klimaatverandering, en gaan we met onze rechtsbijstandverzekeringen achter onze lastige buren aan in de hoop dat hen de mond zal worden gesnoerd. De Cv-ketel mag gewoon niet stuk gaan, want dat betekent paniek. Mobiele telefoon/televisie/laptop/magnetron kaduuk? We kopen onmiddellijk een nieuwe (zelfs zonder na te gaan of deze gemaakt kan worden).

Wat doen we met het feit dat iedereen op een dag sterft? Juist ja: we zwijgen er maar liever over, en ondertussen zoeken we als dwazen naar allerlei middelen om levens langer en langer en langer te maken, in de hoop dat we ooit iets vinden waardoor we onsterfelijk worden. Sterven mag niet bestaan, het is één van die problemen waar we niet meer mee om kunnen gaan, één van die problemen die moet worden geëlimineerd.

De enige manier die wij op het moment lijken te kennen om onze problemen, groot of klein, het hoofd te bieden, is ze onmiddellijk uitbannen. Ze bij de wortel pakken, uit de grond rukken en verbranden als het even kan. Ze terugdringen achter een dikke deur, die dichtgooien en de sleutel weggooien in de hoop dat ze het daglicht nooit meer zien. Een probleem, groot, klein of zelfs onvermijdelijk, moet weg, wég.

Het probleem (opzettelijke woordspeling!) daarmee is dat we vergeten zijn hoe we ergens mee om moeten gaan. Soms moet je ergens mee leren leven, of moet je een oplossing zoeken die wellicht niet het probleem verhelpt, maar er wel voor zorgt dat je met het probleem kunt leven op één of andere manier. Maar hoe dat moet, dat weten we schijnbaar niet meer. Hoogleraar Filosofie van de geneeskunde aan het Erasmus MC Maartje Schermer zei daarover in een interview in De Volkskrant van 29 maart van dit jaar: “We verlangen naar duidelijkheid waar die niet of nauwelijks valt te geven.” Ze refereerde primair aan de crisis rondom COVID-19, maar wees met haar woorden tegelijkertijd op hoe mensen proberen kwetsbaarheden uit hun leven te bannen: “Er is in mijn ogen sprake van een soort collectief perfectionisme.”

Dus moet de tuin bestraat worden, want dan hoeven we geen onkruid meer te wieden. En daarom moet iedereen thuisblijven, want dat kan een ziekte zich niet verspreiden. Maar we verliezen bij het koppig proberen uit te bannen van allerlei ongemakken wel uit het oog wat de consequenties van ons rigoureuze gedrag zijn.

De bestrating van zo’n beetje elke vierkante meter tuin in Nederland, bijvoorbeeld, leidt ertoe dat we bij een flinke regenbui onmiddellijk wateroverlast hebben, omdat het regenwater niet de grond in kan maar via regenpijpen en putten naar riolen wordt geleid, die de toevoer vervolgens niet aan kunnen waardoor putdeksels uit het wegdek springen en straten onderlopen (of het afvalwater zelfs omhoogkomt in toiletten en inpandige afvoeren).

Coronavirus
Bron: National Geographic

De hele wereld komt tot stilstand (alles wordt afgelast of gaat dicht en iedereen wordt gesommeerd thuis te blijven) omdat er een onbekende ziekte is die om zich heen grijpt. Wellicht wordt de verspreiding dan wel (even) een halt toegeroepen, maar mensen verliezen hun banen, hele branches worden weggevaagd (kunst en cultuur voorop) en psychische problemen steken overal ineens keihard de kop op. Sommige mensen overlijden dan misschien niet aan de gevolgen van het virus, maar wel van eenzaamheid. Je kunt je afvragen of het dan wel de juiste benadering is om nieuw virus zoals COVID-19 onmiddellijk te willen uitbannen (nog los van de vraag of het überhaupt kan of gaat lukken).

Milieuactivisten roepen om het hardst dat alle vliegtuigen aan de grond moeten blijven, zodat ze geen CO2 meer kunnen uithoesten (bij volledige verbranding van 132.500 liter kerosine (ongeveer 100.000 kilogram) ontstaat circa 300.000 kilogram CO2). Maar hoe moeten we dat voor ons zien, in de wereld die we hebben gecreëerd? Het is onmogelijk om nooit meer een vliegtuig de lucht in te sturen. Toch zijn er veel mensen die zeggen dat het niet anders kan. Het probleem (in deze: uitstoot door verbranding van kerosine) moet zo snel mogelijk de wereld uit.

Maar problemen horen nu eenmaal bij het leven. Er zullen altijd dingen zijn waar we niet gelukkig mee zijn, er is wel eens regen op het moment dat je zon wilt, en soms worden er veel mensen ziek en hebben we geen vaccin. Maar om nou binnen te blijven tot het stopt met regenen of tot er niemand meer ziek is?

Een betere manier om een probleem het hoofd te bieden is: ermee omgaan. Dus niet (bijvoorbeeld): er is een heftig probleem met ons wereldklimaat dus we mogen nooit meer met het vliegtuig, maar: zoeken naar een manier om er anders mee om te gaan. Kan de brandstof schoner, kunnen vliegtuigmotoren zuiniger, zijn er andere manieren om de uitstoot terug te dringen?

Wij mensen zijn hartstikke innovatief en vindingrijk. Het wordt langzaam tijd dat we die vindingrijkheid toepassen om tot werkbare oplossingen te komen, in plaats van uitdagingen zo snel mogelijk uit de weg te willen ruimen (met als gevolg, bijvoorbeeld, dat de hele wereld op zijn gat belandt wanneer er een pandemie de kop opsteekt). We hebben die enorme hersenen niet voor niets. Laten we ze gebruiken voor het vinden van de allerbeste manieren om allerlei problemen het hoofd te bieden, in plaats van problemen, die toch een normaal onderdeel van het leven zijn, gewoon maar uit te willen roeien.

[Wil jij (beter) leren omgaan met tegenslagen, problemen, uitdagingen of teleurstellingen? Neem dan contact met me op voor een vrijblijvende kennismaking! Telefoon: 06 27 29 51 15, e-mail: hallo@jackles.com.]

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Nieuws, Psychologie | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

Zingeving

De laatste tijd gaan veel artikelen, columns en stukjes die worden getikt door gewone mensen met een mening (zoals ik) erover dat veel mensen zich afvragen of zij wel recht doen aan hun bestaan. Dat wordt volgens een aantal van de schrijvers veroorzaakt door de huidige, zich nog altijd ontwikkelende, crisis (die veroorzaakt is door de reactie van de mensheid op het virus met de naam COVID-19).

Maar volgens mij vragen mensen zich over het algemeen wel vaker en ook al langer af wat hun bestaan bijdraagt aan de maatschappij en de mensheid. Oftewel, of ze goede mensen zijn, en meer spiritueel, wat de zin van het leven is. Die vragen stelden heel veel mensen zichzelf al. Het lijkt er alleen op dat de stilte op allerlei andere vlakken in onze maatschappij de vraag ineens hoorbaar heeft gemaakt. En alle vragen die ermee samenhangen.

Wie ben ik? Wat doe ik hier? Wat moet ik doen? Doe ik iets wat ertoe doet?

Als je het lijstje met cruciale beroepen dat de Rijksoverheid in maart publiceerde naloopt, denk ik dat er maar een klein percentage van onze beroepsbevolking haar of zijn baan daarop terugvindt. Lang niet iedereen is werkzaam in de zorg, bij de politie, in de voedselverwerking, de schoonmaak of de postbezorging. De meeste mensen zitten het grootste gedeelte van de werkdag aan een computer, al dan niet met een telefoon erbij, of in allerlei eindeloze vergaderingen. Best veel mensen maken een hoop PowerPointpresentaties en Excelsheets om aan andere mensen te geven zodat daar weer over vergaderd kan worden. En bij sommigen knaagt dat een beetje. Niet alleen sinds COVID-19 de kop opstak, maar eigenlijk dus al veel langer. “Is mijn werk betekenisvol?”

Het blijkt dat zelfs Harvard Business Review al onderzoek deed naar of mensen het belangrijk vinden dat ze betekenisvol werk doen. Het antwoord was: ja. De meeste mensen willen heel graag werk doen dat er maatschappelijk toe doet. Negen van de tien mensen zouden volgens dat onderzoek zelfs salaris in willen leveren, in ruil voor werk dat meer impact heeft op de maatschappij.

Overigens is dit wel een relatief recente ontwikkeling. Pakweg vijftig jaar geleden vonden de meeste mensen het helemaal niet zo interessant of ze wel werk deden dat maatschappelijk belangrijk was en/of iets toevoegde aan de levens van andere mensen. Wouter Bakker, commercieel directeur van GoodUp en purpose expert, zegt in een artikel in De Volkskrant van 27 mei dat dit komt doordat het werk in de afgelopen vijftig jaar veel meer een belangrijk deel van het leven is geworden. Je verdient niet alleen geld om in je levensonderhoud te voorzien, nee, je werk is een onderdeel van wie je bent. Er is een steeds vagere grens tussen werk en privé. Een grens die voor veel mensen nog vager is geworden in de laatste maanden, doordat ze hun werk min of meer gedwongen uitvoerden vanaf thuis, vanuit hun privésituatie, eventueel zelfs vermengd met zorg voor en onderwijs van de kinderen.

Piramide van Maslow

Wanneer hij spreekt over werk en de behoeften van mensen, verwijst Bakker naar de piramide van Maslow. Die piramide begint met de basisbehoeften, onderaan, en bovenin die piramide vind je zelfontplooiing. Dat is waar veel werknemers zich in deze tijd mee bezighouden. Bakker: “Als je [bij zelfontplooiing] bent, maar merkt dat je je niet gelukkig voelt, dan start de zoektocht naar meer betekenis.”

Mensen zijn in toenemende mate op zoek naar hoe ze de dingen waar ze goed in zijn en waar ze gelukkig van worden kunnen inzetten zodat het ook een behoefte binnen de maatschappij bevredigt. Dat gevoel kan ver te zoeken zijn wanneer je (bijvoorbeeld) maandelijks rapportages op moet leveren over de groeicijfers van jouw afdeling bij een fabriek die verschillende soorten en maten blikjes maakt voor diverse afnemers die daar hun eigen producten in stoppen.

Om weer het gevoel te krijgen dat je zinvol werk doet, ook wanneer je geen zorg- of politiemedewerker bent, kan het onder andere belangrijk zijn je af te vragen wat het bedrijf waar je werkt bijdraagt aan de maatschappij. Waarvoor bestaat de organisatie waar jij voor werkt? Daarna volgt de vraag wat jij daaraan bijdraagt, met als belangrijkste punt: doet dit er voor mij toe? Vind ik dit echt belangrijk? Haal ik hier voldoening uit?

Volgens Wouter Bakker krijg je pas echt voldoening wanneer je iets doet waarbij je het verschil maakt, door gebruik te maken van jouw unieke talenten en vaardigheden. De vraag is hoe je dat kunt doen, wanneer je in een callcenter de telefoonprotocollen moet volgen en je aan bepaalde gesprekstijden moet houden.

Het is makkelijk om te zeggen dat bedrijven hun medewerkers meer ruimte moeten geven om zelf iets te veranderen aan hun werkzaamheden, zodat ze zich nuttiger gaan voelen. Maar van de bijna 90% van alle bedrijven die een missie heeft waarin staat dat men iets bij wil dragen aan de maatschappij, blijkt nog geen 20% daar echt iets mee te doen. Laat staan dat de medewerkers de ruimte krijgen om beslissingen te nemen waardoor zij zelf het gevoel krijgen maatschappelijk iets te kunnen betekenen.

Nee, natuurlijk is het niet iedereen gegeven om dan maar de baan aan de wilgen te hangen en alleen nog maar dingen te gaan doen die je zelf sociaal-maatschappelijk belangrijk vindt. Maar om dan maar ontevreden in een baan te blijven zitten waarvan je vindt dat hij te weinig bijdraagt aan de wereld is ook weer zowat. Er zijn altijd dingen die je kunt doen. Als het dan niet in je huidige baan is, dan is het wellicht iets wat je naast je werk kunt doen. Uiteindelijk is het toch echt aan jouzelf om meer zingeving toe te voegen aan jouw leven.

[Ben jij op zoek naar meer zingeving, in je leven, je werk of beide, maar weet je niet zo goed waar te beginnen? Daar kunnen we samen achter komen! Neem contact met me op voor een vrijblijvende kennismaking: telefoon: 06 27 29 51 15, e-mail: hallo@jackles.com.]

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Nieuws, Psychologie | Tags: , , , , , , , , | 2 reacties

Wonderlijk

Waarom vinden we onszelf niet gewoon wonderlijk?

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Psychologie | Tags: , , , , , | 4 reacties

Afstand houden

Eerder vandaag klaagde ik op Twitter. Nou klaagt zo’n beetje de halve wereld op Twitter, Twitter is een beetje de Klaagmuur van het internet geworden, dus zo verwonderlijk of bijzonder is klagen op Twitter niet. Maar goed, ik klaagde op Twitter, en wel over de bezoekers van de Efteling, deze zaterdagmiddag. Want wat iedereen ook doet of denkt op het moment, er is een wereldwijde pandemie en om infecties te voorkomen gelden er bepaalde, nieuwe, gedragsregels. Zoals dat mensen onderling anderhalve meter afstand moeten houden. En dat gebeurde bar weinig in de Efteling.

Dus ik schreef: OK dat was het meest waardeloze bezoek aan de @Efteling ooit… Er wordt geen, ik herhaal, géén afstand gehouden door mensen, niet op de wandelpaden & niet in wachtrijen. Heel moreel superieur allemaal.

Foto: Brabants Dagblad, © Nico Snels

Maar natuurlijk ging ik later nadenken over wat ik had gezegd. Want waarom houden de mensen eigenlijk steeds minder afstand? Je kunt zeggen dat de meeste mensen gewoon enorme egoïsten zijn, maar volgens mij is dat niet waar. De meeste mensen willen het goed doen. En toch gebeurt dat in dit geval niet overal.

Een reden daarvoor las ik in een artikel in het NRC. Afstand houden volgens de regels die het RIVM voorschrijft, is in wezen als diëten of stoppen met roken: de discipline verslapt op een gegeven moment. Uit ervaring weet ik dat dit vaak zo gaat. Een dieet of stoppen met roken gaat meestal een tijdje hartstikke super, maar na verloop van tijd komt daar bij veel mensen de klad in. Dat kun je geen egoïsme noemen; het gaat er gewoon om dat het moeilijk is om gedrag vol te houden dat je niet gewend bent.

Daarnaast zijn mensen in de afgelopen weken een stuk minder angstig geworden voor COVID-19. Wat logisch is, want de intensive care-units van onze ziekenhuizen liepen langzaam maar zeker weer leeg en het aantal patiënten dat met COVID-19 in het ziekenhuis werd opgenomen ging ook flink omlaag. Je ziet steeds minder noodgevallen en je hoort steeds minder urgente verhalen. Volgens het RIVM is het percentage van de Nederlandse bevolking voor wie het virus ‘heel dichtbij voelt’ sinds 1 mei met ruim de helft geslonken (van 51% naar 25%). Maar angst is volgens Frenk van Harreveld, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, een belangrijke voorspeller van de bereidheid je aan de regels te houden. Een afname van angst is dus ook een afname van diezelfde bereidheid.

Ik kan me dus wel ergeren aan de bezoekers van de Efteling en hun blijkbare onvermogen de afstand in acht te nemen die het RIVM ons voorschrijft, maar dat mensen zich steeds minder lijken aan te trekken van die regel is dus ook wel logisch en verklaarbaar. Voor nieuw gedrag moeten mensen zich moeite doen. Van Harreveld zegt dat we die moeite weliswaar enige tijd op kunnen brengen, maar: “Het volhouden van dat soort gedrag is ook een soort spier, die raakt vermoeid.”

Daarbij komt ook nog dat er veel tijd overheen gaat voordat nieuw aangeleerd gedrag ‘normaal’ wordt, en dat veel mensen toch in hun achterhoofd hebben dat anderhalve meter afstand houden niet normaal hoeft te worden (want over een tijdje willen we toch ook weer terug naar ons ‘oude normaal’).

Tel al deze dingen bij elkaar op, en anderhalve meter afstand houden wordt na een tijd voor de meeste mensen gewoon moeilijk. Ja, ik klaagde op Twitter, en vanuit mijn perspectief was dat wellicht ook hartstikke terecht. Maar als je gaat kijken naar waarom mensen dingen wel of niet doen, blijft er niet veel over om echt boos over te zijn. Al hoop ik wel dat mensen snel weer gaan proberen afstand te houden – hoe beter we ons hieraan houden, hoe sneller we de ‘anderhalvemetersamenleving’ het ‘oude abnormaal’ kunnen gaan noemen.

[Wil jij meer te weten komen over waarom jij dingen doet of blijft doen die je eigenlijk anders zou willen? Neem dan contact met me op voor een vrijblijvende kennismaking! Telefoon: 06 27 29 51 15, e-mail: hallo@jackles.com.]

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Persoonlijk, Psychologie, Random writings, Schrijfsels, Vrije tijd | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Eigen baas

Foto: iStock

Ooooooow, dacht ik een paar dagen geleden, waarom ben ik in hemelsnaam weggegaan bij mijn werkgever. Zo erg was het toch allemaal niet. Die paar dingetjes die ik toevallig niet leuk vond, had ik daar niet gewoon nog een paar keer overheen kunnen stappen?

Ik woonde een webinar bij van een concurrent van mijn voormalige werkgever. Het ging over toekomstvisie en innovatie. Natuurlijk was het een mooi en inspirerend verhaal, want in welke branche je je ook bevindt, kijken naar de toekomst en bedenken wat er allemaal mogelijk zou kunnen zijn werkt over het algemeen gewoon hartstikke inspirerend. En veel dingen die er besproken werden, deden me heel erg denken aan de leuke en inspirerende dingen die we bij mijn voormalige werkgever ook bespraken.

Vandaar dus mijn gedachte: waarom ben ik in hemelsnaam weggegaan? Wat we deden was toch inspirerend en interessant? Was het niet gewoon een geweldige werkgever? En had ik het eigenlijk niet gewoon naar mijn zin?

Vooropgesteld: jazeker, mijn voormalige werkgever is een fantastische werkgever. Misschien wel de beste van Nederland. Daarom werkte ik er ook al heel lang! Geen kwaad woord over de plek waar ik sinds 1 april niet meer werk. De sfeer, de mensen, het merk waar ik voor opgesteld stond: beter kun je het haast niet treffen. En ik heb het er dan ook jarenlang echt waanzinnig leuk gehad.

Afijn, met dat gevoel van dat ik eigenlijk een sukkel was dat ik die mooie baan heb opgegeven trok ik een blanco boekje uit de kast om iets in op te schrijven (weet dat ik best veel blanco boekjes in de kast heb staan; als ik een boekwinkel binnen loop is de kans dat ik met een blanco boek naar buiten kom om zelf te gaan schrijven, in plaats van dat ik een boek koop om te lezen, zo’n beetje 100%), maar dat boekje bleek niet blanco. Balen. Dus legde ik het boekje weer weg. Maar niet zonder een stukje te lezen van wat ik erin had opgeschreven. Er stond:

Dinsdag is op zo ongeveer alle fronten geen favoriete dag van mij. […] Elke dinsdagmorgen hebben we een bespreking en ik heb elke dinsdagmorgen na dat overleg de neiging om te gaan solliciteren.

En… weg was mijn gevoel van dat ik een sukkel was. Dat ik in goed overleg met mijn leidinggevende een einde heb gemaakt aan mijn carrière bij mijn voormalige werkgever was een geweldige keuze. Want heel eerlijk mensen: wie wil er nou elke dinsdagmorgen het gevoel hebben dat je ergens anders zou moeten zijn? Want dat was het gevoel dat ik elke keer had na het overleg dat ik in mijn aantekening aanhaalde. En toen ik erover na ging denken, bleek dat het gevoel te zijn dat ik best vaak had – uiteindelijk elke dag wel een keer. Of twee. Niet dat ik niet goed was in mijn werk, maar na zoveel jaren en vooral in de laatste jaren een heel regiment aan richtingswijzigingen was er geen match meer tussen mij en de dingen die er van mij verwacht werden.

Precies daarom ging ik vorig jaar in gesprek met mijn leidinggevende. Precies daarom heb ik getekend voor ontslag met wederzijds goedvinden. Precies daarom wil ik iets anders dan wekelijks, of zelfs dagelijks, deelnemen aan eindeloze overleggen over zaken waar ik niet warm voor loop.

Vervolgens deed zich bij mij de volgende vraag aan, en wel: is het slim geweest om voor mezelf te beginnen, als eigen baas over mijn eigen toko? In de afgelopen tijd zijn er best wel wat mensen geweest die tegen me zeiden dat dit niet de beste keuze is, om allerlei redenen (“ik vind jou geen ondernemer”, “de markt wordt nu alleen maar slechter”, “er valt geen droog brood te verdienen”, verzin iets en ik heb het gehoord). Maar een blik op vacatures die aansluiten bij mijn ervaring zei me voldoende: ik wil niet meer voor een baas werken. Er zijn leuke banen en ook geweldige werkgevers, maar ik wil eigen baas zijn. Ik wil kunnen doen wat ik zelf wil. Ik wil vergaderen als ik daar zelf zin in heb, koffie drinken met wie ik maar wil op welk tijdstip er dan ook maar uitkomt en zelfs een keer uit kunnen slapen op een doordeweekse dag als ik daartoe zomaar ineens besluit.

En ik wil nooit meer opschrijven dat de dinsdag “op ongeveer alle fronten geen favoriete dag van mij is” omdat ik terugkerende overleggen heb waar ik me misplaatst van ga voelen.

[Wil jij ook een draai geven aan jouw leven, maar weet je niet hoe of waar je moet beginnen? Neem dan contact met me op! In een gesprek komen we erachter of ik iets voor je kan betekenen. Telefoon: 06 27 29 51 15, e-mail: hallo@jackles.com.]

Geplaatst in Bericht, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Persoonlijk, Schrijfsels | Tags: , , , , , , , , | 3 reacties

Net als in de film (nou ja, soort van)

Afbeelding: Hookedonhouses.net. Still uit The Money Pit (1986).

Hebben jullie dat ook wel eens, dat je denkt, goh, mijn leven lijkt net een film? Nee, ik ook niet. Maar ik moest in de afgelopen periode wel een paar keer denken aan een bepaalde film als ik keek naar één van de projecten die ik op het moment in mijn leven heb lopen.

Het project in kwestie heet ‘vernieuwing badkamer’. Nou zijn er dingen die je van tevoren moet weten. Het belangrijkste is: ‘kamer’ is een groot woord voor de ruimte die zich achterin mijn huis bevindt en die de naam ‘badkamer’ draagt. Het is een L-vorm die ik een jaar of veertien geleden heb verzonnen. Er was toen helemaal geen badkamer, alleen een klein toilet en daarnaast, in een aparte, even kleine ruimte, een douche. Ik wilde die twee samen hebben in één ruimte. Een duo min of meer bevriende mannen ging aan de slag en leverde bijna drie maanden later de ruimte op die ik voor ogen had gehad.

Nu wilde het geval dat er al na een paar maanden dingen leken te mankeren aan die betreffende ruimte. Zo was het kitwerk van twijfelachtige kwaliteit en begonnen er al vlot tegels los te zitten in de douche omdat de muur zo lek bleek als een mandje. Om een lang verhaal kort te houden: een aantal reparaties van het niveau knip- en plakwerk volgde. En ik ergerde me. Jarenlang. Elke dag. (En dat is wat. Je elke dag ergeren aan een ruimte waar je meerdere malen per dag gebruik van maakt.) Wat voor mij spreekt: ik hield het lang vol met die badkamer waar ik me aan ergerde. Wat tegen mij spreekt: de reden dat ik er niets aan liet doen, was simpelweg omdat ik er tegenop zag dat de boel weer afgebroken diende te worden. De rotzooi. Het stof. Het ongemak van improviseren (want de toilet in mijn badkamertje is ook meteen de enige toilet in mijn huis). Had ik geen zin in. Dan ergerde ik me liever nog een tijdje (lees: een paar jaar).

Afijn, uiteindelijk besloot ik eerder dit jaar dat het dan toch maar moest gebeuren: mijn L-vormige badkamertje moest veranderen in een ruimte waar ik het wél in naar mijn zin zou hebben. Bevriende klusjesman ingeschakeld, ontwerpen gemaakt, spullen gekocht, en daar gingen we dan, op weg naar een beter bestaan!

En al na dag één van de verbouwing dacht ik: het lijkt wel een film (en wel die over dat stel dat een geweldig huis koopt dat een waanzinnig bouwval blijkt te zijn).

Ergens midden jaren ’80 kwam de film uit waar ik aan dacht: The Money Pit. Hebben jullie die gezien? Tom Hanks en zijn vrouw in de film (Shelley Long, je kent haar misschien nog wel van de sitcom Cheers) kopen een prachtig huis, ze beginnen vol goede moed met een paar kleine herstelwerkzaamheden en vervolgens lazert zo’n beetje het hele huis uit elkaar. (Mijn favoriete scène is die waarbij het bad door de vloer van de verdieping naar beneden stort en in duizenden stukken valt op de vloer van de hal. De reactie van het karakter van Tom Hanks is echt onbetaalbaar!)

Nou lazerde niet mijn hele huis uit elkaar, dank de goden. Maar verder… letterlijk alles wat er tegen kon zitten, zat tegen. Van allereerst sowieso totaal onveilig aangelegde leidingen die letterlijk allemaal vervangen moesten worden en een belachelijke aansluiting van de douche op de riolering (en uiteindelijk complete vernieuwing van alle afvoeren), tot bolle en holle muren, een scheve vloer die er na verloop van tijd toch zo’n beetje helemaal uit bleek te moeten (was niet het plan!), via stucgeleiders die vrolijk in de muur gestuct waren en vervolgens uiteraard als een dolle waren gaan roesten (waardoor het stucwerk eraf moest en opnieuw moest worden gedaan) en verkeerd geleverde tegels, naar lekkende knelkoppelingen (nieuwe en tóch lekkende knelkoppelingen!), een water spuitende verwarming, het ontbreken van allerlei onderdelen in pakketten die compleet zouden moeten zijn, en een niet, o toch wel, o toch niet, o toch wel, o nee toch niet geleverd raam.

De bevriende klusjesman zei al na een paar dagen al dat dit echt een project was waar hij het over veertig jaar nog over zal hebben. De woorden ‘Murphy’s law‘ zijn al zo vaak gevallen dat ik rijk was geweest als we elke keer een euro in een potje hadden gestopt. Als de klusjesman weer eens zijn hoofd om de hoek van de deur stak en zei: “Ik wil even iets met je overleggen…” wilde ik het huis op een gegeven moment onmiddellijk in de verkoop gooien, geen badkamer, zelfs geen toilet, en al.

En toch ben ik best ontspannen. Ik snap er zelf echt geen bal van. Zelfs nu vanmorgen bleek dat we waarschijnlijk nog een week uitlopen (de planning was drie weken, we zitten nu in week zes en volgende week komt er dus ook nog bij) was ik even teleurgesteld, maar even later zat ik gewoon relaxt aan de koffie. Voor degenen die mij niet zo goed kennen: dat is anders dan eerder. Anders dan zelfs maar een jaar geleden. Voorheen was ik inmiddels totaal overspannen geweest. En nu denk ik: oké. Het komt zoals het komt, het gaat zoals het gaat. Waarmee ik mezelf geweldig verbaas. Maar wat ik ook geweldig prettig vind.

Zelfreflectief als ik ben wil ik uiteraard op zoek naar de oorzaak van deze voor mij nieuwe benadering van tegenslag(en). Maar dat doe ik wel op een ander moment. Nu ben ik er gewoon alleen maar blij mee.

Is er een moraal aan dit verhaal? Niet echt. Afijn, als je dan toch iets wilt hebben: het leven komt zoals het komt. Het doet wat het doet. Je neemt een beslissing, en daarna gebeuren er dingen, en dan pakt het op een bepaalde manier uit, en soms is dat niet de manier die je zou willen, of de manier die het handigst is (of, zoals in hierboven beschreven geval, het goedkoopst, of het snelst). En daar kun je je van tevoren op proberen voor te bereiden, je kunt proberen je schrap te zetten voor als het tegenvalt of er alvast heel zen onder proberen te zijn, maar uiteindelijk komt het zoals het komt en dan merk je pas hoe je ermee omgaat.

Dus neem die beslissing. Ga een bepaalde kant op. En kijk maar wat er gebeurt. Mocht het niet zo uitpakken als je wilt, dan kun je er nog altijd een draai aan geven, of iets anders gaan doen. En als het wordt zoals je voor ogen had, geniet er dan van. Kijk maar wat er gebeurt. Het komt zoals het komt. Het gaat zoals het gaat. Wat dat betreft is het leven in wezen een heel simpel ding.

Geplaatst in Bericht, Film, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , , , , | 2 reacties

Ennio Morricone

Ennio Morricone was oud. Dat wisten we, maar we zagen het pas echt toen hij het podium op werd geholpen in Ahoy in Rotterdam op 19 september 2017. Hij kon zo goed als niet meer zelf lopen en hij moest gaan zitten om zijn orkest te dirigeren, want blijven staan ging ook al niet meer, helemaal niet voor de duur van het concert dat hij gaf.

Ik was bij het concert samen met mijn zwager, ook een liefhebber van filmmuziek (we gaan al jaren samen naar De Avond van de Filmmuziek, in het Concertgebouw in Amsterdam en sinds de laatste keer in Ziggo Dome). Van tevoren hadden we het er al over gehad dat we misschien wel precies op tijd waren met het bezoeken van dit concert, en net voor aanvang hadden we nog grappen gemaakt over dat we hoopten dat meneer Morricone überhaupt op zou komen dagen, want het was toen al bekend dat zijn gezondheid heel wat te wensen overliet. Maar verdomd, daar was hij dan, ondersteund door iemand tot hij op zijn stoeltje zat. De grootmeester. Il Maestro. En het werd een memorabele avond.

“Die zien we nooit meer terug,” zeiden mijn zwager en ik tegen elkaar, naderhand, op weg naar de auto, op weg naar huis, en we waren maar al te blij dat de man ons land nog één keertje aan had gedaan met zijn orkest zodat we voor een laatste keer in de gelegenheid waren geweest om hem in levenden lijve te aanschouwen. Maar dat iemand ooit dood zal gaan, dat is een abstract concept, zelfs wanneer die persoon heel oud en behoorlijk fragiel is, dus ons ‘die zien we nooit meer terug’ was meer een wat jolige opmerking dan dat we er daadwerkelijk bij stil stonden dat ook een meestercomponist als Ennio Morricone kan sterven.

Hij overleed aan de gevolgen van een valpartij, stond er te lezen in de nieuwsberichten vanmorgen. Eenennegentig was hij. Een zelfs nog respectabelere leeftijd dan de bijna negenentachtig jaren die hij al telde toen wij hem in Rotterdam zijn orkest zagen dirigeren.

En toch zit ik nu met tranen in mijn ogen. Sterker, het zijn uiteindelijk zo veel tranen dat ze over mijn wangen lopen. Toen de eerste klanken van Once Upon A Time In The West klonken op de radio zojuist (bij de Platenbonanza van Rob Stenders en Caroline Brouwer op NPO Radio 2) was er geen houden meer aan.

Misschien huil ik ook wel niet om het overlijden van Ennio Morricone, of tenminste, niet alleen. Misschien huil ik wel om alle herinneringen die aan deze muziek kleven. Zoals dat concert waar ik was, samen met mijn zwager. En de eerste keer dat ik deze muziek hoorde, als hele jonge tiener (of zag ik Once Upon A Time In The West al eerder?). Misschien huil ik wel om vroeger. Misschien huil ik wel om alle dingen die niet terugkomen, net zoals nu ook Ennio Morricone zelf.

Geplaatst in Bericht, Film, Lief dagboek, Muziek, Nieuws, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , , , , , | 4 reacties