CLVIII. Ontmoeting

pianokeysTegen de avond zat Milo in de metro en hij reed rondjes zonder uit te stappen. En hij huilde af en toe. Hij voelde zich eenzaam en verloren. Het hielp niet dat hij sinds hij de avond ervoor die jazzclub uit was gevlucht alleen maar over straat had gezworven, dat hij tot op het bot koud was en al die tijd niets meer had gegeten of gedronken. Maar hij voelde zich ontzettend ellendig en hij had niet de illusie dat dit over zou gaan wanneer hij een kop koffie en een goede maaltijd tot zich zou nemen.
Waarom hij in de metro zat?
Omdat hij hier, onder de grond, geen bereik had op zijn mobiel.
En dus ook geen contact kon zoeken met zijn dealer.
Milo verborg zijn gezicht in de capuchon van zijn sweater en snikte. Hij had er geen idee van wat hij nu moest doen. Hoe lang dit zou moeten duren. Misschien wel totdat hij dood zou gaan van ondervoeding of gebrek aan water? Hij had geen idee. Hij wilde echt geen drugs tot zich nemen maar de drang was zo groot. Alles deed zo veel pijn. Zijn lichaam, zijn hart, zijn ziel. Zijn hele leven. Hij miste zijn moeder meer dan ooit, hij miste zijn vader. Hij kon zich niet voorstellen dat hij zich ooit zo gelukkig had gevoeld als bij de release van zijn twee albums, hoe kort dat ook geleden was, en het leek hem helemaal onmogelijk dat hij dat gevoel ooit terug zou vinden, waar dan ook.
Het duurde een hele lange tijd voordat hij merkte dat er iemand tegen hem sprak.
“Milo?” Een hand op zijn schouder. “Milo…?”
Het was een stem die hij kende. Een aanraking die hij kende. Een stem en een aanraking van lang geleden, uit een ander leven, die hij kende maar was vergeten, om één of andere reden, omdat, omdat…
Milo deed zijn ogen dicht, en met moeite weer open, en draaide zijn hoofd in de richting van degene die zijn naam nog eens zei: “Milo…?”
In eerste instantie herkende hij het gezicht van de vrouw die naast hem was gaan zitten en zich naar hem toe boog helemaal niet, en hij vroeg zich af waarom haar stem hem zo bekend voorkwam, en vooral waarom haar aanraking zo familiair voelde. Maar hij zei haar naam voordat hij echt besefte dat hij wist wie ze was: “Bobbie.” Zijn stem was laag, hees en rauw, helemaal niet zoals hij klonk, anders dan hij zichzelf ooit gehoord had.
“Hé,” zei ze terug. Ze klonk opgelucht, hoewel hij alleen haar naam had gezegd, en nog niet eens met enige emotie. “Gaat het?”
Wat een vraag, dacht hij, maar hij had de kracht niet iets te doen met die gedachte en hij antwoordde alleen: “Nee.”
“Kan ik je helpen?”
Het antwoord dat hij wilde geven was weer ‘nee’, maar het lukte hem niet het woord nog eens uit te spreken. In plaats daarvan leunde hij met zijn hoofd naar haar toe. Ze legde onmiddellijk een arm om hem heen. Vreemd genoeg was dit niet raar of ongepast, hoewel ze elkaar al bijna twee jaar niet meer gezien hadden. Vreemd genoeg was het eerder normaal dat dit gebeurde. Dat zij er ineens was. En dat hij zich zomaar uit het niets geborgen voelde.
“Zullen we ergens koffie gaan drinken?”
Milo knikte alleen. Hij wilde geen koffie, hij wilde helemaal niks. Maar er was iets dat sterker was dan hij. Iets in haar. Iets in haar dat iets raakte in hem.
“Fijn,” zei ze.
“Hmm,” deed hij.
Er klonk een stem door de wagon die aankondigde wat het volgende station was. Milo had de stem nog niet eerder gehoord.
“Eén halte verder,” zei Bobbie tegen hem. Ze klonk een beetje alsof ze een klein kind probeerde gerust te stellen, maar het kwam niet bij Milo op om zich daardoor bemoederd te voelen. Sterker, hij wilde zich wel even bemoederd voelen. Nog sterker, dit was iets wat Bobbie altijd bij hem had gedaan toen ze nog samen in rehab zaten, en het voelde familiair, bekend, gemeend en echt, en op geen enkele manier bedreigend of kleinerend. Het voelde als iets wat hij ontzettend nodig had.

Advertenties
Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | Een reactie plaatsen

CLVII. Verraad (nog een vervolg)

pianokeysBij de eerste noten van het nummer werd Milo zo licht in zijn hoofd dat hij dacht dat hij flauw zou vallen. Dat gebeurde niet. Maar tot zijn woede en frustratie begon hij wel te huilen. Heel erg te huilen. Er was helemaal niets tegen te doen, hij was plotseling volkomen machteloos ten opzichte van zijn emoties. De tranen gutsten gewoon zomaar ineens langs zijn gezicht en hij hoorde zichzelf hardop snikken, en zijn hele lijf schokte en huiverde oncontroleerbaar. Hij voorkwam maar net dat hij “hou op!” schreeuwde, hij voelde alles in zijn lijf protesteren, sloeg eerst één hand tegen zijn mond en daarna beide, voelde de tranen over zijn vingers stromen.
Hoe durven ze. Hoe durven ze!
Hij zei het hardop, achter zijn tegen zijn mond geklemde handen: “Hoe durven ze!” Het klonk onherkenbaar, niet van hem, zo woest en rauw en onverstaanbaar over zijn wilde snikken heen. Hij vloekte, veegde wild langs zijn wangen en merkte niet eens dat de zonnebril van zijn gezicht viel.
En toen was hij ineens buiten.
Milo had geen idee hoe hij hier terecht was gekomen.
Het miezerde en de straat waarin hij zich bevond was smal en stil. Hij zat op het trottoir, met zijn rug tegen de huizen geleund, zijn knieën opgetrokken, zijn hoofd in zijn over zijn knieën gevouwen armen geleund, en hij huilde nog altijd, geluidloos nu, maar bijna hysterisch. Zijn hele lijf deed pijn. Zijn hoofd barstte zowat.
Hij bleef het horen: zijn band die een nummer van zijn vader speelde, nieuw gearrangeerd, afgesproken, en samen alsof er nooit wat gebeurd was, alsof Fletcher niet bij Milo weg was gelopen, alsof Tom en Jesse niet bij Milo waren geweest om hun steun aan hem uit te spreken, en hij voelde zich op een ongelofelijke manier in de steek gelaten. Het kostte hem eeuwig om ergens de kracht vandaan te halen weer op te staan. Maar ophouden met huilen lukte niet. Het was lang geleden dat hij zich zo verschrikkelijk verraden had gevoeld.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , | 4 reacties

CLVI. Verraad (vervolg)

vintage piano_sMilo verslikte zich in zijn eigen adem en hij liet van schrik zijn telefoon uit zijn hand vallen. Er klonk applaus en gejuich van het publiek voor Fletcher, die het podium betrad, terwijl Milo, met een plotseling stekende pijn in zijn maag, op zijn hurken over de donkere en niet al te schone vloer tastte naar de telefoon. Hij vloekte, binnensmonds en daarna hardop. Omdat hij het toestel niet vond. Omdat Fletcher op het podium stond met Tom en Jesse. Omdat zijn band speelde zonder hem. Omdat de jongens het blijkbaar hadden bijgelegd zonder hem. Milo hoorde Tom in zijn hoofd zeggen: “Fletcher is een lul. Hij gedraagt zich belachelijk.” En hij wilde naar het podium rennen en hem slaan.
Zijn handen vonden eindelijk zijn smartphone en hij grabbelde het apparaat van de vloer. Terwijl hij opstond ging zijn blik onmiddellijk weer naar het podium. Zijn ademhaling was hard en onregelmatig. Bang dat hij zou gaan hyperventileren probeerde hij zichzelf te kalmeren: drie seconden inademen, zes seconden uit… maar het lukte niet en hij had het gevoel dat hij alleen maar minder lucht binnenkreeg. En zijn hoofd ging zeer doen.
Ze speelden een waanzinnig klinkende instrumentale versie van The Nearness Of You en ze waren alledrie hartstikke briljant. Milo zou trots op ze zijn geweest als hij zich niet met elke noot die ze speelden en met elke blik van verstandhouding die ze op het podium uitwisselden rotter ging voelen.
Hijgend sloot Milo zijn ogen, zijn hoofd achteroverleunend tegen de muur waar hij tegenaan leunde. Hij slikte een paar keer hard omdat hij een dikke prop in zijn keel voelde en probeerde weer zijn ademhaling onder controle te krijgen. Tevergeefs.
Iemand in zijn buurt zei tegen iemand anders dat die jongens de band van Milo Morris waren. De ander reageerde met: “O ja, ik hoorde dat die Morris ze eruit heeft gegooid?” En nog iemand anders: “Wat een eikel!”
Milo haalde nog eens diep lucht maar hij bleef het gevoel houden dat hij buiten adem was. Eigenlijk wilde hij weggaan, maar dat lukte hem niet. Hij moest naar zijn band kijken. Naar hoe goed ze waren. Naar hoe hecht ze waren.
En toen zetten ze een nummer in dat Milo maar al te goed kende. Want het was het nummer van zijn vader, het liedje dat hij tijdens hun laatste tournee alleen speelde, in zijn eentje aan de piano, in het midden van de set.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

CLV. Verraad

vintage piano_sEen paar weken later stond Milo tegen de achtermuur geleund van een jazzclub waar hij jaren geleden zelf had gespeeld met Jesse en Tom. Over of hij hiernaartoe moest gaan vanavond had hij getwijfeld vanaf het moment dat hij per ongeluk ergens op een sociaal mediakanaal was gestuit op de mededeling van Jesse en Tom hier vanavond zouden spelen. Erbij stond: ‘with friends’. Milo’s nieuwsgierigheid, of misschien was het wel wantrouwen, over wie die ‘friends’ dan wel niet waren had hem er uiteindelijk toe aangezet hierheen te komen.
Van achter zijn ronde zonnebril met blauwe glazen keek hij over de hoofden van het massaal aanwezige publiek heen naar het podium. Tot dusverre hadden Tom en Jesse hem nog niet teleurgesteld. Jesse speelde contrabas nota bene en hij was formidabel; Milo had al bedacht dat hij daar eens gebruik van moest maken in de toekomst, als ze ooit weer zouden optreden of bij het maken van een nieuw album of iets dergelijks. De jongens hadden een aantal oude klassiekers gespeeld met sommige van de musici die hier destijds, toen zij hier zelf als jazzcombo speelden met Milo, ook optraden. Milo had Simon Bolt gespot in het publiek en hij haalde er een pervers soort genoegen uit dat die alleen maar toe stond te kijken en blijkbaar niet bij de ‘vrienden’ hoorde waarmee Jesse en Tom verkozen op de planken te gaan staan vanavond.
Zelf was hij nog door niemand herkend en hij ging ervanuit dat dit zo zou blijven. Als hij niet op het podium stond en zelf geen aandacht probeerde te trekken, viel hij niet echt op. Dat wist hij inmiddels uit ervaring. En hij zag er nogal anders uit als hij niet op het podium stond: geen make-up om zijn ogen opvallender te maken, bijvoorbeeld. Zijn haar ongekamd en los, half over zijn gezicht hangend. Hier, tegen die achtermuur geleund met een glas water in zijn hand, leek hij alleen maar een dun, wat onverzorgd, onzeker, jong mannetje dat probeerde cool te zijn door een zonnebrilletje te dragen, ondanks dat het avond was en hij zich ergens binnen bevond.
Terwijl Milo zijn smartphone uit zijn broekzak haalde en er met een steelse blik op keek om te zien hoe laat het was hoorde hij Tom in de microfoon zeggen: “Dames en heren, graag een warm welkom voor Christian Fletcher.”

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Verlangen

fountain_pen_sTerwijl ik een rapportage lees en probeer er tekstuele dingen in te ontdekken die ik mooier of beter kan maken nip ik aan een kop kruidenthee. Af en toe pak ik het boek dat aan de andere kant naast mijn laptop ligt, om er een paar zinnen uit te lezen. En dan weer terug naar de rapportage. Of de volgende e-mail. Of weer een andere rapportage. Of een brief, of een actielijst.

En ondertussen is mijn hoofd bezig met allerlei andere dingen. Met hoe het ene verhaal verder moet. En hoe ik het andere verhaal naar het einde toe kan schrijven. En met een nieuw verhaal, of wel twee eigenlijk, of misschien zelfs drie.

Ik heb werk en ‘normale dingen’ die iedereen zo’n beetje doet maar ik wil dit: schrijven. Schrijven, schrijven, schrijven. Een verhaaltje verzinnen en het opschrijven. Verder schrijven aan een ander verhaaltje. Alle dingen die me ook maar enigszins inspireren allemaal opzuigen en opschrijven wat er daardoor in mijn hoofd ontstaat.

Als ik alleen al denk aan hoe mijn ene verhaal verder moet, en wat ik in een ander verhaal kwijt wil, dan gebeurt er letterlijk iets in mijn lichaam. Alsof ik verliefd ben. Verliefd word, op dat moment. Alsof ik iets hoor, in de verte, waar ik naartoe wil, nee, moet. Iets wat bij mij hoort, iets wat mij roept. Een verlangen dat voelt als de hevigste verliefdheid.

Ik wil een einde schrijven, een vervolg schrijven, iets nieuws schrijven.

Ik wil niets liever.

Ik wil dát.

Geplaatst in Lief dagboek, Persoonlijk, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 2 reacties

CLIV. Stilstaan

vintage piano_sOndanks dat Jesse, Tom en Rick op hem in hadden gepraat trok Milo onmiddellijk de stekker uit alle eventuele tourplannen die hij had gehad. We kunnen audities houden voor een keyboarder, zeiden ze. Klopte. We kunnen audities houden voor een gitarist, zodat je zelf keys kunt spelen, zeiden ze. Klopte ook. Maar Milo wilde niet. Hij wilde niet optreden, en zeker niet op tournee, zonder Fletcher. Hij kon simpelweg niet verder met zijn band zonder Christian Fletcher. Hoe stom dat anderen ook in de oren klonk.
Laura had hem een aantal malen gebeld maar Milo kon niet opnemen omdat hij niet wilde gaan huilen en zeker wist dat hij dat wel zou doen. Hij stond in de keuken met een vers gezette kop stevige zwarte koffie en las haar laatste WhatsApp (“Al is het midden in de nacht, bel me alsjeblieft.”) toen de bel ging.
Milo keek over zijn schouder in de richting van het geluid, alsof hij zo kon zien wie het was, maar hij wist het eigenlijk wel. Hij legde zijn gsm op het aanrecht en liep naar de voordeur, gemaakt nonchalant kleine nipjes slurpend van zijn koffie. Door het melkglas in de deur zag hij dat Laura niet alleen was; Jesse en Tom waren bij haar. Met zijn linkerhand draaide hij de sloten van de deur en hij opende hem met de woorden: “Ik ga niet toeren ofzo, wat jullie ook komen zeggen.” Hij klonk zoals hij wilde klinken: overtuigd, sterk, wat onverschillig. Maar hij kon hen geen van drieën aankijken. Schijnbaar zonder aandacht te besteden aan zijn drie vrienden die voor zijn deur stonden of aan de paparazzi die aan de overkant van de straat foto’s stonden te nemen alsof hun leven ervan afhing draaide hij zich om en hij liep terug naar de keuken, waar hij zijn gsm pakte, en daarna door naar de woonkamer. Daar ging hij in de fauteuil zitten, nog steeds koffie nippend, terwijl hij keek naar hoe Laura, Tom en Jesse ook gingen zitten.
“We komen je niet overhalen te gaan toeren,” zei Jesse uiteindelijk. “We zijn je vrienden. We willen weten hoe het met je is.”
Milo sloeg zijn ogen neer, keek naar zijn koffie terwijl hij weer een klein slokje nam. “Oké,” zei hij, maar hij keek niet meer op.
“Fletcher is een lul,” zei Tom.
Milo keek even naar hem en glimlachte bijna.
“Hé,” zei Laura.
“Sorry,” zei Tom, “maar veel meer kan ik er niet van maken. Hij gedraagt zich belachelijk.”
Laura nam Fletcher in bescherming: “Hij houdt ook van Milo.”
“Dat laat hij dan op een verrekt rottige manier merken.”
Even stilte. Milo slurpte het laatste beetje koffie uit zijn mok.
Met enige berusting in haar stem zei Laura na een tijdje: “Klopt.”
Milo voelde dat hij buikpijn kreeg. Hij stond op. “Willen jullie koffie?”
“Graag, lekker,” zei Jesse.
Laura stond ook op. “Ik help je wel.”
Zonder iets te zeggen of naar haar te kijken liep Milo naar de keuken. Daar bleef hij bij het aanrecht staan, zijn handen erop geleund, zijn ogen gesloten.
Laura kwam achter hem staan en legde haar handen op zijn schouders. “Het spijt me zo, schatje.”
“Jij kunt er niks aan doen.” Milo schok er een beetje van hoe dun zijn stem klonk.
Laura gaf hem een zoen op zijn achterhoofd en legde haar kin op zijn schouder. “Ik kan hem mijn huis uit gooien. Het is mijn huis, weet je.”
“Wat?” Milo keek naar haar opzij. “Nee. Niet doen. Echt niet.”
“Hij gedraagt zich als een idioot.”
“Als jij hem naar buiten flikkert om mij, heeft hij ook nog gelijk.” Milo merkte dat er tranen in zijn stem zaten en hij verbeet zich.
“Als ik hem naar buiten flikker, dan heeft hij dat aan zichzelf te danken.”
Milo kneep zijn ogen dicht. Hij wilde niet huilen. Dat had hij al heel veel gedaan nadat Fletcher zijn huis uit was gelopen en inderdaad niet terugkwam. Hij wilde er klaar mee zijn. Hij wilde verder met zijn leven. Hij wilde dat hij niet zo gevoelig was. Hij wilde dat hij niet zo veel gaf om sommige mensen. Hij wilde gewoon niets voelen, bij wie of wat dan ook, hij wilde dat niets hem ooit meer zou kunnen raken.
“Milo,” zei Laura. Ze klonk bezorgd. Natuurlijk merkte ze iets aan hem.
Milo haalde diep adem. Met zijn lippen op elkaar geklemd draaide hij zich om, zodat hij zich kon verbergen in Laura’s armen. Ze pakte hem onmiddellijk stevig vast. “Stil maar,” fluisterde ze, hoewel hij niet eens huilde.
“Ik wil gewoon muziek maken,” zei Milo na een hele tijd zachtjes. “Verder niks. Ik wil gewoon alleen maar muziek maken.”
Laura reageerde niet.

Geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels | Tags: , , | 6 reacties

Naar de film

beautifulboy

Eind vorige week zag ik de film Beautiful Boy in de bioscoop (het geweldig mooie Cinecitta in Tilburg) en ik probeer er al een paar dagen achter te komen waarom ik zo verschrikkelijk lang heb gehuild nadat de film was afgelopen.

Wat me erg trof in deze (overigens prachtig gemaakte, abnormaal goed geacteerde) film, was dat het niet zo zeer gaat om de drugsverslaving van zoon Nic, maar veel meer om het gegeven dat je een ander nooit kunt behoeden van ongeluk of gevaar, hoe veel je ook van ze houdt. En vooral om hoe enorm mensen van elkaar kunnen houden.

Misschien sla ik de spijker daarmee wel op zijn kop, en was het precies dat waarom ik zo geëmotioneerd was aan het einde van de film. De laatste keer dat ik zo erg moest huilen na het zien van een film was toen ik Ghost zag, in 1990 of 1991. Het trof me toen heel erg dat liefde zo puur zou kunnen zijn, en dat het niet ophoudt omdat iemand er niet meer is.

Liefde tussen mensen kan echt alles overwinnen, en dat is zo krachtig en zo geweldig en we doen er maar zo weinig mee. We hebben elkaar zo nodig en daar zijn we ons veel te weinig bewust van. Daar laten we veel te weinig van merken, naar elkaar toe.

Terwijl ik vorige week na Beautiful Boy het theater uit liep, mijn hoofd gebogen zodat de mensen die in de foyer stonden niet konden zien dat ik maar niet op kon houden met huilen, bedacht ik me dat mensen best wel eens wat aardiger voor elkaar zouden kunnen zijn, zodat de wereld een minder giftige plek wordt en zachte, gevoelige zielen niet meer de drang voelen ervan weg te moeten vluchten.

We zouden best wat vaker lief mogen zijn voor andere mensen. Nee, niet alleen aardig. Lief.

Ik weet dat ik het nodig heb dat mensen lief zijn. Ik weet ook dat het niet cool of zelfs gewenst is dat je lief bent, maar weet je, fuck that. Dan ben ik maar niet cool en vertoon ik maar geen gewenst gedrag. In 2019 ga ik lief zijn voor mensen. Gewoon, omdat ik weet dat ik het zelf nodig heb.

(O, als ik als laatste een tip mag geven: ga een keer naar de film in Cinecitta, als je kunt. Of ga er iets eten in het geweldige restaurant. Het is een fijne plek voor beide.)

Geplaatst in Bericht, Film, Filosofie, Inspiratie, Lief dagboek, Media, Persoonlijk, Random writings | Tags: , , , , , , , , , | 9 reacties