WE-300: Stamelen

Wat is dat toch, dat ik elke keer wanneer ik op het punt sta mijn bijdrage aan WE-300 te posten denk: “nou ja, zo goed is het nou ook weer niet”? Goed, ik ga er niet meer aan sleutelen. Twee minuten geleden was ik er nog tevreden mee.

Het woord van de maand maart: Stamelen. De oorsprong: hier. Mijn bijdrage:

Zo, daar sta ik dan. Nooit degene die niets te zeggen heeft, sterker, altijd degene die iets zeggen moet. Altijd een antwoord, altijd een onderbouwing of een analyse of alles tegelijk. Maar nu heb ik dus even gewoon helemaal niks.
Ik krijg zojuist een tekstbericht van iemand via één of andere app op m’n gsm, en ik sta met mijn mond vol tanden. Grappig is dat ik diegene die mij dat bericht stuurde zojuist niet zo lang geleden nog aan de telefoon had – na een eerder bericht van hem. Tijdens dat gesprek heb ik geprobeerd hem uit te leggen wat er gebeurde, wat ik bedoelde. Maar hij begrijpt me niet. Want hij wil me niet begrijpen.
Nou ja, ik kan deze man veel dingen kwalijk nemen, maar ik kan hem deze keer helaas onmogelijk kwalijk nemen dat hij me niet wilde begrijpen. Want ik stond te stotteren als een schoolkind dat is betrapt terwijl hij een fikkie stookt op een plaats waar hem dat expliciet verboden is. En ik probeerde hem wat op de mouw te spelden, ook nog. Ik stond zo te liegen dat ik bang was dat hij me zou zien blozen door de telefoon heen.
En ik dacht dat ik ermee weg was gekomen.
Ik staar naar mijn gsm en onderdruk de wil, nee, de drang hem weer terug te bellen. Want: wat ga ik dan zeggen? Hetzelfde nog een keer? Dat kan niet. Of, het kan wel, maar hij doorzag het al eens. En om een leugen nog erger te maken, dat lijkt me helemaal geen goed idee.
En bovendien, het maakt helemaal niets uit wat ik zeg. Al spreek ik deze keer de waarheid. Want deze gast wil mijn bloed zien. En dat gaat hem lukken. In welke bochten ik me ook wring vanaf nu.

Geplaatst in Schrijfsels, Word Exact 300 | 17 reacties

Frustratie

De kreet ‘Zonder respect geen voetbal’ houdt na elk weekend minder in. Blijkbaar kunnen spelers, wanneer ze van het veld af zijn, het wekelijks niet nalaten voetballers van de tegenstander minstens verbaal lastig te vallen.

Als ik ‘de media’ moet geloven, en dat doe ik dan voor het gemak maar eens, maakte één van mijn favoriete voetballers van de Eredivisie zich afgelopen zaterdagavond schuldig aan het na de wedstrijd in de kleedkamer uitkafferen van één van zijn tegenstanders. De woorden die hij schijnbaar heeft gebruikt herhaal ik niet, maar ze kunnen op geen enkele manier mijn goedkeuring wegdragen.

Voor deze man heb ik oprechte bewondering, voor alles wat hij is en doet. Ik hoop dan ook dat iemand een lastercampagne is begonnen, want ik kan me niet voorstellen dat hij precies dat gedaan en gezegd heeft waarvan hij wordt beschuldigd. Maar als bovenstaande waar is, dan is mijn respect zojuist het raam uit gegaan.

Ik denk dat het veilig is om te zeggen dat meer spelers zich bevuilen aan zulk gedrag. En wat daaraan het meest beschamend is, we hebben het hier niet over straatschoffies, maar over veel te vet betaalde profs. Die zich gedragen als kleine kinderen.

Aan alle voetballers, Eredivisie of niet, de volgende opdracht: Jongens, hou nou toch op je eigen sport te verzieken! Maar ik vermoed dat er door de heren haantjes vast niet geluisterd zal worden naar een gewone liefhebber van het spelletje.

Geplaatst in Media, Persoonlijk, Sport | 7 reacties

Niet het type

Het is de dag na Kerstmis en ik loop over straat en ik heb mijn mobiele telefoon in mijn hand en ik probeer iemand te bellen. Voor mijn gevoel probeer ik het te vaak. En ik ben helemaal niet het type om zo achter iemand aan te lopen dat ik eindeloos probeer hem aan de telefoon te krijgen.
Zes keer is het, ik bel zes keer en zes keer laat ik de telefoon net zo lang gaan totdat hij er vanzelf mee ophoudt, dat is na een keer of dertien geloof ik maar ik ben niet het type om te tellen hoe vaak de telefoon overgaat voordat ik de bezettoon krijg.
Ik ga naar huis en probeer het daar weer en er neemt weer niemand op en ik kan wel honderd redenen bedenken waarom hij niet op zou nemen en bij al deze redenen kan ik hem vergeven dat hij niet opneemt. Maar ik kan het iemand nooit vergeven dat hij me negeert – ik ben niet het type dat genegeerd zal worden verdomme en zeker niet door iemand waarvan ik weet dat hij me wil.
Ik stap in mijn auto en rij naar zijn flat. Nee, zeg ik tegen mezelf, ik ben niet het type om langs iemands huis te rijden om te kijken of hij er is, ik ben niet het type om te checken of iemand me opzettelijk negeert. Dus ik keer mijn auto en ik ga terug naar huis. Maar ik ben niet het type om niet te zien dat zijn auto op de parkeerplaats staat en dat er licht brandt in zijn flat.
Het is als ik later thuis zit dat ik besef dat ik vind dat ik al veel te ver ben gegaan, dat de les in nederigheid nu wel lang genoeg heeft geduurd want dit soort nederigheid leer ik niet meer, ik wil het niet leren want ik ben nederig genoeg geweest voor de rest van mijn leven.
Ik ben niet het type om me zo woedend te maken dat er een brandende steen is in plaats van mijn maag.
Ik ben niet het type om weer terug naar beneden te lopen en weer in de auto te stappen en naar zijn flat toe te rijden.
Het is licht en koud en blank zoals mijn hersenen. De muren zijn smerig geel zoals mijn tong. Ik ben niet het type om ergens zomaar naar binnen te lopen, om een deur te negeren, om onaangekondigd een kamer binnen te lopen.
Hij zit op de bank en doet niks anders dan me aankijken, niet eens aangedaan vanwege het feit dat ik voor hem sta hoewel er in ieder geval twee gesloten deuren tussen ons in stonden. Hij zwijgt en ik zwijg. De telefoon gaat en hij kijkt ernaar en ik kijk naar hem en ik bedenk dat ik niet het type ben om tegen hem te schreeuwen dat hij op zijn plaats moet blijven zitten en naar me moet luisteren.
Hij haalt adem om iets te zeggen en ik spreek voordat hij een woord uit zijn mond krijgt, ik zeg hem dat ik niet het type ben om een machinegeweer mee te nemen naar iemands huis om er weet ik wat mee te doen.
Maar dat is het niet. Want ik ben wel het type.
Ik ben hier en ik kijk recht in zijn ogen en ik kan niet anders dan lachen maar ik weet dat alleen mijn mond lacht en mijn ogen en de rest van mijn gezicht blijven achter en ik kan niet stoppen. Het lijkt wel of de lichten steeds feller worden en het lijkt wel of ik zelf steeds lichter word.
Altijd heb ik gedacht dat ik niet het type was om een geweer op iemand te richten en het leeg te vuren in één salvo, alle dertig of zowat patronen recht in iemands gezicht, langer dan drie seconden zal het waarschijnlijk niet duren en nu ben ik _______________

Geplaatst in Random writings, Schrijfsels | 1 reactie

WE-300: Jagen

Vind het geloof ik niet mijn beste probeersel. Maar hij moest eruit denk ik, want hij stond zwart op wit voor ik het besefte. Misschien schrijf ik er nog wel één met hetzelfde thema, als het morgen echt tegen blijkt te vallen. Maar voor nu is dit mijn bijdrage aan de actuele Word Exact 300-opdracht van Plato.

“O god,” zei hij, terwijl zijn ogen haar volgden toen ze langs hem heen liep. “Ik ben verliefd op haar.”
De vriend waarmee hij aan de bar stond keek hem aan. Hij keek niet terug. Het interesseerde hem niet wat iemand anders vond. Hij voelde iets wat hij nog nooit had gevoeld.
‘Verliefd worden’ was iets wat anderen overkwam, of sterker, iets wat alleen voor kwam in wittehoezenfilms, romantische komedies met Hugh Grant en Julia Roberts. Iets wat ooit aan de geest van een fantasierijke schrijver was ontsproten. Iets wat niet bestond. Iets waarvan hij zich in zijn leven nog nooit had kunnen voorstellen dat het echt zou kunnen zijn.
En toen stond die vrouw ineens voor hem. Hij had haar niet eerder gezien, maar hij kon niet anders dan naar haar kijken. Ze merkte het, had hem heel even aangekeken en hem een glimlach geschonken. En hij wist dat hij haar nooit meer zou kunnen vergeten. Hij wist dat hij alles en iedereen zou verlaten voor deze vrouw.
Ze zat aan een tafeltje met een man die veel jonger was dan zij en hij had naar haar stem geluisterd terwijl ze tegen hem praatte. Niet dat hij er ook maar een woord van had verstaan. Maar de klank van haar stem alleen was voldoende.
“Je bent dronken,” zei de vriend naast hem aan de bar. Toen hij niet reageerde tikte hij hem onzacht tegen zijn bovenarm. “Hé. Ik zei dat je dronken bent.”
Hij keek opzij. Op één of andere manier leek alles anders. Anders dan ooit. “Nee,” zei hij terug. En hij luisterde niet naar wat er verder werd gezegd. Want ze was het meest bijzondere wezen dat hij ooit had gezien. Hij kon niet verder zonder haar. Het maakte niet uit of hij het wilde of niet.

Geplaatst in Schrijfsels, Word Exact 300 | 15 reacties

Betrokkenheid

Oorlog. Crisis. Ellende. Kranten verkopen er goed van, nieuws wordt er goed door bekeken. Op alle onprettige boodschappen ligt een vergrootglas.

Ik kijk er niet naar. Niet dat het me niet interesseert, sterker, ik word erg getroffen door onrecht en alle dingen die mensen ongelukkig maken. Ja, dat bedoel ik zo breed als het klinkt. Alle leed van de wereld treft me. Dat ik er niet naar kijk wil niet zeggen dat ik mijn ogen ervoor sluit, en al helemaal niet dat het me niet raakt, dat het me niet kan schelen.

Wat me elke dag weer choqueert is dat mensen allerlei ellende aanschouwen en er vervolgens níet door geraakt worden. Dat ze TV kijken en al die rottigheid over zich heen laten spoelen en dat ze vinden dat ze daar niet betrokken bij zijn. “Dat is de ver-van-m’n-bed-show.” “Ik kan er toch niets aan veranderen.” Dus doen ze maar nix. Dus kijken ze en wijzen ze en blijven ze erbuiten.

Een tijdje geleden heb ik me tijdens een gesprek met iemand erg opgewonden over de uitspraak “daar kan ik toch niets aan veranderen”. Ik vind dat geen reden mijn stem niet te laten horen, maar blijkbaar houden de meeste mensen zich liever afzijdig.

En misschien ligt daar ons allergrootste probleem wel. Misschien is ons allergrootste probleem wel dat mensen zich nergens bij betrokken voelen. Er zijn zó veel mensen die dagelijks over van alles en nog wat zeggen: “Dat slaat niet op mij.” Of: “Ik kan er toch nix aan doen.” Of, het allerergste: “Het kan me nix schelen.”

Het is onmogelijk om uitdagingen aan te gaan en problemen op te lossen met mensen die het toch allemaal niet uitmaakt. Op die manier blijven we gewoon ronddraaien in allerlei crises. Kom op mensen. Waar is de betrokkenheid? Waar is de passie?

Geplaatst in Media, Persoonlijk, Politiek, Televisie | 11 reacties

Carnaval

Er is maar een klein, piepklein nadeeltje aan niet zo ver van het centrum van een stad ‘onder de rivieren’ wonen. En dat is, dat als het carnaval is, dat je dat dan muzikaal kunt meebeleven in je woonkamer…

Geplaatst in Persoonlijk | 2 reacties

Over een berg

Geplaatst in Humor, Televisie | Een reactie plaatsen