Strijdbaar tot het einde

“Probeer er het beste uit te halen,” schreef Luuk in een WhatsApp-bericht, een week of twee geleden. Hij had net te horen gekregen dat de tumor die achter op zijn tong zat niet meer te behandelen was en flink groeide. Op mijn vraag wat hij bedoelde met ‘het beste eruit halen’ antwoordde hij: “Geen idee. Wat het beste voelt.” Ik wist dat ik niet door hoefde te vragen. Een duidelijker antwoord dan dat zat er niet in.

Luuk praatte sowieso moeilijk, al zo lang als ik hem ken. Wat hij wel deed was vechten. Altijd, overal, tegen iedereen. Tegen het geloof van zijn vader, tegen leraren op school, tegen wat de maatschappij van hem verwachtte, tegen leidinggevenden en collega’s met een andere mening. Tegen vrienden, tot die hem uit frustratie of ongeduld in de steek lieten. Tegen lichamelijke ongemakken: een pijnlijke schouder, zijn nek, zijn rug. Tegen het verdriet van verlies. Tegen de nieuwe hartklep die hij kreeg. Tegen zijn lijf dat hem stukje bij beetje in de steek begon te laten doordat de kanker eerst zijn tong en daarna zijn keel opvrat. En tegen zichzelf, in zijn hoofd, tegen de spoken van dingen die hij wilde vergeten. Luuk wilde niet toegeven aan overgeven of opgeven. Hij was altijd aan het knokken. En als er geen dingen waren om tegen te knokken, dan zocht hij ze wel.

De laatste keer dat ik hem zag, was hij boos en bang en in paniek. De verpleging had hem niet op tijd zijn medicatie gegeven en hij was net verhuisd van het ziekenhuis naar de hospice en hij was ongelofelijk in de war. Hij wilde alleen maar weg, weg, weg. Op het moment dat ik binnenkwam keek hij verwilderd in mijn richting. Ik zei dat ik het was, noemde zijn bijnaam voor mij, en hij schudde in totale verwarring zijn hoofd en schreef op het schrijfblok dat hij gebruikte: “Ik dacht dat ik in Japan was?”

“Ze snappen het niet,” schreef hij later die middag, vlak voordat hij in een door de alsnog toegediende medicijnen veroorzaakte sluimer wegzakte. Op dat moment bedoelde hij de verpleging in de hospice, maar achteraf vat die ene zin samen waar Luuk zijn hele leven tegen vocht: hij voelde zich altijd, overal en door alles en iedereen onbegrepen.

Hij vertrouwde mij omdat ik dat snapte.

Nadat hij had gehoord dat de artsen hem nog maar een paar dagen te leven gaven schreef hij in een WhatsApp: “Blijf tot op het eind strijdbaar.” Die belofte hield hij. Dat zijn lijf het fysiek helemaal (en dan bedoel ik gewoon letterlijk helemaal) opgaf was niet voldoende om hem te laten vertrekken. Zoals altijd knokte hij tot het allerbitterste einde.

Eerder vannacht zat ik hier, aan mijn eetkamertafel, en ik voelde dat ik aangeraakt werd. Kort maar duidelijk en een beetje onbeholpen, zoals zijn knuffels ook altijd waren. “Ik ga,” zei hij. En dat deed hij, eindelijk. Maar alleen omdat er absoluut niets meer over was gebleven om mee verder te strijden.

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Persoonlijk en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op Strijdbaar tot het einde

  1. Sabina zegt:

    Lieve Jacqueline, Heel veel sterkte met dit verlies lieverd šŸ„° fijn dat jij er voor hem was tot het eind en heel fijn dat hij je opzocht om afscheid te nemen op zijn eigen manier. Pijnlijk maar bijzonder tegelijkertijd. Strijden is menselijk, ieder doet dit op zijn eigen manier en om zijn eigen redenen. Hopelijk heeft Luuk zijn rust gevonden, of wat hij dan ook zocht, bewust of onbewust.

    Liefs en een knuffel uit Brunssum, Sabina

    >

  2. Marloes zegt:

    Wat heb je dit weer prachtig verwoord Jacqueline. Heel veel sterkte gewenst.

  3. Miranda van Poppel zegt:

    Wat heb je dit weer prachtig geschreven. Heel veel sterkteā­

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s