XCVI. Piano

vintage piano_sHet regende die morgen alweer pijpenstelen. Milo voelde zich neutraal en dat was het beste wat hij kon wensen, want heel veel dagen dat hij zich hier veel meer dan waardeloos had gevoeld waren er tot dusverre nog niet geweest.
Hij douchte zich, kleedde zich aan en ging naar beneden, naar de zitkamer. Zoals elke dag was hij de enige; de meesten slaagden erin langer te slapen dan hij en als ze opstonden, dan gingen ze vaak direct naar de eetkamer voor het ontbijt. Milo wachtte meestal tot iedereen zijn plekje had gevonden en schoof dan geruisloos aan een hoekje van één van de tafels waaraan Bobbie een plaatsje voor hem vrij hield.
Maar er was iets anders vanmorgen.
Bij het raam in de zitkamer, waar Milo ’s morgens zijn stoel neerzette om naar buiten te staren tot iedereen wakker was, stond het donkere silhouet van een piano. Milo voelde hoe zijn adem stokte in zijn keel en hij kon een moment niet bewegen, zodat hij ademloos bleef staan in de brede deuropening die de zitkamer met de eetkamer verbond.
Het was een prachtige, brocante, oude Schuppe 130, lichtgrijs gespoten, met een pianobank in dezelfde kleur.
Toen het Milo lukte weer adem te halen liep hij naar het instrument toe. Voorzichtig. Alsof het een ree was dat weg zou rennen als hij het te snel benaderde. Op een meter of twee afstand bleef hij weer staan, buiten adem, licht in zijn hoofd, trillend op zijn benen. Hij voelde vlinders in zijn buik en zijn vingers tintelden. Zijn vuisten ballend deed hij nog een stap naar de piano toe. En nog één. Tot hij geruisloos en behoedzaam op de pianobank kon gaan zitten.
Zijn vingertoppen streelden de in het hout gesneden krullen op het bovenpaneel van de hoge kast.
Misschien wel al een eeuw oud.
Milo deed zijn ogen dicht, liet zijn handen over het deksel glijden dat de toetsen beschermde alsof hij een kat streelde. Terwijl hij naar zijn handen keek tilde hij de lessenaar omhoog, zodat het klavier zichtbaar werd.
Met ivoor belegde toetsen.
Heel zachtjes, alsof de piano niet mocht merken dat hij werd aangeraakt, liet Milo zijn vingertoppen over de gladde toetsen van het klavier glijden.
Bespeel me. Toe dan.
Milo kneep zijn ogen dicht. Hij hoorde zichzelf snikken maar deed zich geen moeite zijn tranen te bedwingen.
Wat ben je mooi. Wat ben je mooi!
Zijn vingers gleden langs alle naden en randen van de piano, langs de voorkant van de toetsen, één voor één over de zwarte toetsen. Toen drukte hij met zijn voet zachtjes de linkerpedaal van de piano in en hij sloeg heel voorzichtig een hoge octaaf aan.
Het geluid was delicaat en kristalzuiver.
Milo legde zijn hoofd tegen het bovenpaneel van de piano alsof hij zijn hoofd te rusten legde bij zijn moeder en huilde een hele tijd. En daarna speelde hij. Omdat hij niet anders kon. Omdat het hem bevrijdde zoals niets anders in de wereld hem ooit zou kunnen bevrijden.

Advertenties

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op XCVI. Piano

  1. Hartelijke Hot Hulk zegt:

    Ohh wat mooi!

  2. Annika Baarslag zegt:

    Mooi dat het gebeurt en heel mooi geschreven ook!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s