XCIV. Nooit

handsMilo keek naar buiten, langs Odette, zijn persoonlijke begeleider oftewel zijn persoonlijke psych. De lucht was strak donkergrijs en het regende gestaag. Zoals tegenwoordig elke dag. “‘Beroemd zijn’ is volkomen arbitrair,” snauwde hij, nog min of meer als antwoord op haar laatste vraag, hoewel hij besefte dat hij alleen maar wild om zich heen sloeg in de hoop dat ze hem met rust zou laten. “Het slaat nergens op.”
Maar Odette was onverstoorbaar. Natuurlijk. “Dus jouw bekendheid staat volgens jou los van jouw talent.”
“Waarom hebben we het eigenlijk over mijn talent? Dat is niet de reden dat ik blow ben gaan gebruiken hoor.”
Odette bleef kalm. Dat irriteerde Milo evenveel als dat het hem intrigeerde. “Even terug,” zei ze rustig. “Jouw vader wilde niet dat je speelde, en uit opstandigheid ging je drugs gebruiken. En toen je niet meer kon spelen omdat je je handen had gebroken gebruikte je zo veel drugs en alcohol dat je bijna doordraaide. Maar je wilt zeggen dat je afhankelijkheid van stimulerende middelen helemaal niets met je spelen te maken heeft?”
“Ik ben gestopt.”
“Met cocaïne?”
“Met spelen.”
Odette was even stil, bestudeerde hem. Uiteindelijk vroeg ze: “Wíl je niet meer spelen?”
Milo knipperde met zijn ogen. Pas na een hele tijd antwoordde hij: “Volgens mij maakt het me ongelukkiger.” Zijn stem was ineens zacht.
“Dus als je je grootste talent gebruikt, word je ongelukkiger?”
Milo merkte er tranen langs zijn gezicht liepen. Dikke, dikke tranen. Heel diep in zijn lijf voelde hij plotseling een intens, overdonderend, peilloos diep verdriet. “Ja,” piepte hij. Hij haatte het dat hij blijkbaar zo doorzichtig was dat ze in een paar vragen door zijn verhaal en zijn façade heen prikte. En hij haatte het dat hij alweer zo moest huilen.
“Dus je wilt nooit meer muziek maken?”
Hij schudde zijn hoofd.
“Wat jammer.”
“Tja.” Het kwam er veel minder krachtig en boos uit dan hij had gewild.
“En wat ga je dan doen, als je straks weer buiten staat?”
Milo veegde zijn ogen weer droog, opgelucht dat zijn huilbui niet al te lang had geduurd. “Weet ik niet,” zei hij, Odette’s blik ontwijkend. God, hij wilde dat dit niet zo dicht bij de waarheid was dat het pijn deed.
“Dat is niet handig. Dan verval je voor je het weet weer in je oude gewoonten.”
“Ik verval alleen in mijn oude gewoonten als ik weer ongelukkig word.” Alsof hij het gevoel had dat hij ooit weer niet ongelukkig zou zijn.
“En van muziek maken word je ongelukkig?”
“Dat zei ik net toch.”
Odette glimlachte. Een heel open, zachte glimlach. Echt en allesbehalve vijandig, of wat Milo dan ook verwacht had. Een glimlach alsof ze echt om hem gaf. “Ik ben heel benieuwd of dat waar is,” zei ze.

Advertenties

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Schrijfsels en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s