XCII. Reactie

Piano_sWekenlang zweeg Milo vervolgens tijdens allerlei groepssessies, zelfs wanneer hem een vraag werd gesteld. Maar toen iemand dan uiteindelijk iets zei waar hij op reageerde, wist hij dat hij niet meer terug kon.
Het gebeurde vrij onverwacht. Om hem uit zijn tent te lokken haalde Roland, ja, stomme Roland, de krantenkop aan die uiteindelijk had geleid tot Milo’s terugval aan het einde van zijn laatste tournee, ‘Milo Morris: ik heb mijn vader vermoord’, en Milo snauwde tot zijn eigen verbijstering plotseling fel: “Tja, soms verzinnen ze iets, en soms schieten ze per ongeluk raak.”
De leider van de groepstherapiesessies, psychiater Jonathan, keek lange tijd naar hem, terwijl Milo tot zijn spijt merkte dat zijn wangen rood werden. “Bedoel je dat dit verzonnen was, of dat het klopt?”
“Dat het klopt,” antwoordde Milo scherp, en hij had onmiddellijk spijt. Hij zuchtte diep, stond op, liep met grote passen naar het raam. Zijn gezicht gloeide. Hij schaamde zich dat hij zich uit zijn tent had laten lokken en beet gefrustreerd op zijn onderlip.
“Maar je vader koos er zelf voor een einde aan zijn leven te maken,” zei Bobbie.
“Ja,” zei Milo afgemeten. Hij baalde verschrikkelijk van zichzelf. Waarom had hij dan ook iets gezegd? Waarom had hij zich niet nog een keer kunnen beheersen? Hij voelde dat heel zijn wezen beefde en moest zich grote moeite doen dat niet te laten zien.
“Maar daar kun jij toch niets aan doen?”
Milo maakte een hulpeloos gebaar met zijn beide armen. “Jawel!” Hij schreeuwde plotseling bijna en dat speet hem niet eens. “Daar kan ik wel wat aan doen!”
“Hij heeft zichzelf toch verhangen?”
Die woorden werkten als een plotselinge, venijnige klap tegen zijn hoofd. Milo zag zijn vader voor zich, zoals die aan zijn stropdas in de kast in de voorkamer had gehangen, en dat raakte hem snoeihard. En hij brak totaal. Hij brak in duizenden stukken. Hij kon het niet meer tegenhouden, hoe graag hij ook wilde. “Omdat ik een onuitstaanbaar kolerekind was!” Er was wanhoop in zijn stem en uit het niets stroomden de tranen plotseling langs zijn gezicht, maar voor het eerst sinds tijden interesseerde het hem helemaal niks dat andere mensen hem zagen huilen en wat ze daardoor wel niet van hem zouden denken. Zijn hart en ziel deden zo veel pijn dat hij niet anders kon. Hij snikte hard. “Als ik niet zo verschrikkelijk was geweest dan had hij misschien, dan zou hij misschien…”
Niemand reageerde.
Milo draaide zich met zijn rug naar de groep toe en keek uit het raam, naar de regen, naar de oprit naar de kliniek, naar de bomen waar het water vanaf stroomde alsof het zijn eigen tranen waren. Pas toen hij weer op was gehouden met huilen vroeg Bobbie: “Wat had je gedaan dan? Waarom was je een onuitstaanbaar kolerekind?”
Zijn ogen sluitend haalde Milo diep adem. Hij schudde licht zijn hoofd. En besloot dat het dan maar moest. Dat hij dan maar zou vertellen over zijn vader, en de relatie die hij met hem had, en waarom dat was. Want, verdomme, hij was er zelf over begonnen. Nu zou hij het ook gewoon maar uitspreken.

Advertenties

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s