LXXXVII. Thuis

pianokeysRick liet Milo voorgaan op het trapje naar de voordeur van zijn huis, waar Milo even weifelend bleef staan. Met een zucht sloeg hij zijn handen voor zijn gezicht. Het duurde een tijd voordat Rick vroeg of hij hem kon helpen. Milo liet zijn handen zakken en schudde zijn hoofd. Met gesloten ogen haalde hij de sleutel tevoorschijn en hij opende de deur.
In de woonkamer zat Laura, op een stoel bij de granieten salontafel, waarop kopjes, koekjes en een kan thee stonden. Ze stond op zo gauw de deur openging en had Milo al omarmd voordat hij haar had kunnen begroeten.
Tot zijn spijt huilde hij weer zachtjes.
“Kom schatje,” fluisterde Laura tegen hem. “Stil maar.” Ze ging met hem op de bank zitten en schonk thee voor hem in. Hij hoorde hoe Rick en zij elkaar zachtjes begroetten, alsof Milo niet mocht weten dat ze elkaar hadden gezien, en deed zijn best om niet weer te gaan huilen. Hij nam de thee aan die Laura hem aangaf, klemde de kop tussen zijn handen, concentreerde zich op de warmte die zijn vingers voelden, blies in de drank, nam een klein slokje.
Rick en Laura praatten. Af en toe hoorde Milo dat hem een vraag werd gesteld, meestal in de vorm ‘hè, Milo?’ of ‘toch, Milo?’ en hij koos ervoor niet te reageren. Hij merkte dat hij moe werd, en loom. Hij hoorde dat het gesprek in de richting van de kliniek ging en wilde iets zeggen, maar dat kostte hem te veel moeite en hij deed zijn ogen dicht.
“Milo?” vroeg Laura naast hem.
“Ik ben moe,” murmelde Milo. Hij vroeg zich af of het kon komen doordat hij thuis was en alle stress van het afmaken van de tour van zijn schouders was gevallen. Jezus. Hoe slecht kende hij zichzelf eigenlijk? Hoe had het hem kunnen ontgaan dat hij zo verschrikkelijk moe was?
“We worden morgen om elf uur in de kliniek verwacht,” zei Rick.
“Oké,” zei Milo zonder zijn ogen te openen. Het kwam bij hem op te vragen hoe laat ze dan moesten vertrekken, maar hij zag ervan af. Hij zou het Rick laten regelen allemaal. Hoewel. Milo opende zijn ogen weer. “Wacht. Ik heb je ontslagen.”
Rick glimlachte naar hem. Het was de eerste keer in dagen dat het Milo niet gemaakt of medelijdend voorkwam. “Ja.”
“Maar…”
“Ik hoef je manager niet te zijn om je te helpen, of wel.”
Milo was even stil. Toen: “Nee.”
“Maak je nou maar even nergens druk om,” zei Rick. “Laat ons gewoon de dingen voor je regelen. Als je over een tijdje weer thuis bent kun je iedereen nog altijd de laan uit sturen. Akkoord?”
Milo glimlachte flauw.

Advertenties

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels, Uncategorized en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s