LXXVI. Echo

pianokeysIn de kleedkamer stond een afgetrapt uitziende, niet goed gestemde piano. Waarschijnlijk stond het ding er alleen maar voor de show, als en soort van teken aan de artiesten die in deze concertzaal speelden: kijk eens! Wij nemen muziek zó serieus dat we zelfs instrumenten in de kleedkamer hebben staan! Milo was er al een paar keer langs gelopen en had zijn vingers over de toetsen laten glijden, zijn gezicht een beetje vertrekkend bij de enkele valse noten die hij hoorde. Maar toen het erop leek dat iedereen er eindelijk wel op durfde te vertrouwen dat hij geen rare dingen zou doen en ze hem niet meer allemaal met argusogen zaten te bekijken, ging hij eraan zitten.
Zachtjes sloeg hij een D mineur aan.
Het klonk bijna goed.
Milo probeerde een paar andere losse akkoorden om te horen waar de onzuivere noten zaten, sloot toen zijn ogen en begon te spelen. Zomaar. Zonder plan. Hij speelde wat er bij hem opkwam. Hij speelde om de onzuivere tonen heen, nam ze af en toe mee om wat hij speelde een randje te geven, iets gevaarlijks, iets wat niet helemaal klopte maar toch goed was, iets waar een argeloze luisteraar zijn vinger niet op kon leggen.
De omgeving viel weg. Alles viel weg. Er was alleen muziek. En verder niets.
Wat hij speelde veranderde in wat anders. En nog wat anders. Hij was ergens anders. Op een andere plaats, in een andere tijd…
En toen gooide iemand met een harde klap de kleedkamerdeur dicht.
Niet expres. Wel hard.
Milo schrok zo heftig dat hij opsprong. Pas na een paar seconden merkte hij dat iedereen weer naar hem keek. En dat hij zo hard beefde van schrik dat hij steun moest zoeken aan de piano. Dat hij hijgde alsof hij had gerend. En dat hij beschermend een arm voor zijn gezicht hield, alsof hij verwachtte dat iemand hem zou slaan.
“Milo?” vroeg iemand.
Hij reageerde niet. Knipperde met zijn ogen om weer grip te krijgen op de realiteit. Liet beschroomd zijn arm zakken en ging weer op de kruk voor de piano zitten, langzaam, alsof hij bang was om te vallen. Zijn ogen weer sluitend probeerde hij zijn ademhaling weer onder controle te krijgen.
Zijn hoofd was vol. Zo vol dat het pijn deed. Zo vol dat hij geen enkele gedachte los kon maken van de andere. Zo vol dat hij wilde schreeuwen.

Advertenties

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels, Uncategorized en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op LXXVI. Echo

  1. Rob Alberts zegt:

    Indrukwekkend

    Vriendelijke groet,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s