LXIX. Afgebrand

pianokeysOp het internet stond die nacht meteen al een review van het concert, maar het was van iemand die ook de soundcheck had gezien. De schrijver hield niet op over de solo die Milo had gegeven, bestempelde hem als ‘de nieuwe’ Hendrix, Prince, Jimmy Page, en wat andere gitaristen waarmee Milo helemaal niet vergeleken wilde worden. Hij smeekte Milo in het artikel een album te maken met de intensiteit van die ene solo, en het voelde als een geweldig compliment, maar hoe meer Milo erover nadacht, hoe meer hij het gewicht van die smeekbede voelde – totdat hij het gevoel kreeg dat zijn rug zou breken en hij zich stilletjes terugtrok in de slaapcabine van de bus. Tegen beter weten in tastten zijn handen onder het kussen en de matras, hopend dat iemand een klein beetje cocaïne over het hoofd had gezien, en hij kon wel janken toen hij natuurlijk niets vond.
Bij het hotel in de laatste plaats waar ze op zouden treden stapte Milo als laatste uit de bus, een capuchon ver over zijn hoofd getrokken en zijn hoofd diep gebogen. Hoewel het midden in de nacht was, stonden er een klein aantal fans en een fotograaf bij het hotel. Milo deed net of hij niemand zag of hoorde en haastte zich naar binnen. Pas daar merkte hij hoe hij beefde en dat hij paniekerig ademhaalde.
“Gaat het?” vroeg Jesse, naar hem toe komend.
Milo antwoordde niet. Hij had geen idee wat er aan de hand was, behalve dat hij zich ineens doodsbang voelde. Bang om kapot te gaan. Bang om het te begeven. Bang om te gaan slapen en bang om wakker te worden. Bang voor alles en voor iedereen. Op het moment dat Jesse hem aanraakte, zakte hij door zijn knieën op de vloer van de lobby.
“Wat is er?” vroeg iemand.
Milo drukte snikkend zijn trillende handen hard tegen zijn ogen.

In zijn hotelkamer stond Milo voor het raam en hij keek uit over de lichtjes van de stad. Hij had geen idee hoe lang hij hier al stond. Op het moment dat Rick hem zijn kamersleutel had gegeven was hij bijna weer door zijn benen gezakt van paniek. Hij had hem, en de jongens van zijn band, willen vragen, willen smeken hem niet alleen te laten, maar de woorden kwamen zijn keel niet uit en in plaats daarvan had hij alleen maar weer gehuild, waar hij waanzinnig van baalde en waar hij zo, zo graag mee op wilde houden.
Hier, alleen in een gigantische kamer bovenin het hotel, met adembenemend uitzicht over de stad, kwam hij een beetje tot rust. De afstand tussen hem en de rest van de wereld leek enorm vanaf hier, in het donker en in de stilte van zijn kamer. Die afstand kalmeerde hem.
De telefoon op het nachtkastje riep hem maar hij kon de verleiding tot dusverre weerstaan. In zijn hoofd vervloekte hij Rick, dat die er geen rekening mee had gehouden dat Milo alleen laten met een open link naar de buitenwereld gevaarlijk was.
Hij vervloekte Rick sowieso.
Rick had hem bewust naar die soundcheck gebracht. Hij wist dat Milo er geen zin in had, en hij wist ook dat Milo er een show van zou maken als hij er eenmaal was, al was het alleen maar om aan Rick te laten zien dat hij zich niet liet kisten. Milo was er honderd procent zeker van dat Rick iemand had geregeld om die recensie op het internet te schrijven. Met welke bedoeling? Milo laten zien hoe geweldig hij werd gevonden? Hem overhalen snel te beginnen aan de opnamen van een nieuw album?
Milo voelde dat zijn ogen weer traanden en veegde ruw over zijn wangen met zijn mouw. Hij voelde zich verraden en alleen. Dat laatste was niet per se erg, dat eerste wel. Zijn ogen gleden naar de telefoon op het nachtkastje. Zijn ogen sluitend drukte hij zijn nagels in zijn handpalmen. Nee. Nee, nee, nee.
Hij kon maar één kant op. Morgen die laatste show spelen, overmorgen zijn therapeut opzoeken en terug naar rehab. Dat was alles. Nieuwe muziek? Schrijven? Opnemen? Allemaal niet aan de orde. Hij wist niet wanneer hij weer uit die kliniek zou komen, hij durfde er niet eens aan te denken of hij ooit niet meer afhankelijk zou zijn van drugs of alcohol, laat staan dat hij nieuwe muziek zou kunnen schrijven en maken. Op dit moment was hij zelfs bang dat hij nooit meer niet doodmoe zou zijn.
Want dat was hij. Doodmoe. Afgebrand.
Wat zou een beetje cocaïne geweldig fijn helpen.

Advertenties

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s