LXVIII. Solo

pianokeysIn de bus op weg naar het volgende concert zat Milo alleen, zo ver mogelijk achterin, met zijn achter zijn zonnebril verborgen ogen gesloten. Zijn oogleden brandden en er was weer een dof kloppend gevoel in zijn hoofd. Hij probeerde te slapen, maar meer dan een beetje doezelen deed hij niet. Toen ze stopten bij de zaal waar ze moesten zijn was hij geradbraakt. Terwijl de anderen naar buiten gingen om de benen te strekken en de venue te bekijken, kroop Milo in de bus in zijn bed. Hij viel in slaap, maar het duurde niet lang; iets meer dan een uur later wekte Rick hem voor de soundcheck.
Soundcheck? Konden de jongens dat niet zonder hem af? Dat ging toch prima, de afgelopen dagen? Maar Milo had niet genoeg energie om te protesteren. Met zijn zonnebril stevig op zijn neus gedrukt slenterde hij achter Rick aan het gebouw in en naar het podium. Met elke stap die hij nam ergerde hij zich harder dat Rick hem liet soundchecken.
“Hè,” zei hij tegen zijn bandleden, terwijl hij schijnbaar achteloos het podium op struinde en één van zijn gitaren pakte. Ze groetten terug, maar Milo negeerde hen. Hij sloeg een akkoord aan en liep onmiddellijk naar de microfoon. “Te veel reverb,” snauwde hij. Er klonk een pieptoon uit de speakers. “En fucking feedback, dammit.” Geen reactie afwachtend van de technici of de mensen aan het soundboard draaide hij zich om naar zijn band. “Stukje spelen?”
Instemming van iedereen.
“Wat zullen we doen?” Maar hij begon vrijwel meteen de intro te spelen van een nummer dat ze meestal als eerste speelden bij repetities en soundchecks. De mannen van zijn band vielen moeiteloos in. Al spelend gaf Milo met handgebaren in de richting van de technici aan wat hij wilde dat er gebeurde met het geluid. Op het moment dat ze aan kwamen bij het laatste, instrumentale, deel van het nummer klonk het wat Milo betreft perfect.
Na het nummer drukte Milo met een gebogen hoofd zijn handen tegen zijn slapen. Hij wilde vijf of zes aspirine. Maar nu zou hij die soundcheck ook tot wat onvergetelijks maken, verdomme. “Ik denk dat we er bijna zijn,” zei hij in de microfoon. Hij pakte een andere gitaar, drukte de plug zo ruw in het instrument dat de speakers allemaal een hard, krassend geluid lieten horen, trapte provocerend op een effectpedaal zodat er een vervaarlijk zoemend geluid door de zaal ging, en speelde vervolgens een scheurende, schreeuwende, wanhopig klinkende en belachelijk briljante geïmproviseerde solo van bijna tien minuten. Hij zag de monden van sommige aanwezigen letterlijk open vallen en groeide met de noot die hij speelde, ondanks zijn pijnlijke hoofd.
Aan het einde van de solo barstten de crew en de mensen die bij de zaal hoorden die hadden staan luisteren in luid applaus en gejoel uit.
Milo keek van achter zijn bril naar zijn bandleden, die er ook allemaal niet in slaagden hun bewondering te verbergen, en daarna naar zijn manager, die aan de zijkant van de zaal stond. Rick schudde langzaam zijn hoofd. Zijn lippen zeiden: Fan-tas-tisch.
Milo grijnsde een scheve grijns naar hem. In de microfoon zei hij: “We pakken nog even het eerste nummer van de setlist. En dan vind ik het wel goed.” Een hoofdknikje naar Rick. “Jij ook?”
Rick stak zijn beide duimen op. Toen Milo na het liedje naar hem keek, bleek hij er niet meer te staan.

Advertenties

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s