LXVII. Ochtend

pianokeysEen paar uur later werd Milo gewekt doordat er iemand iets tegen hem zei. Hij deed zijn ogen langzaam een klein stukje open en keek naar degene die tegen hem sprak. Het was Rick.
“Goedemorgen. Hoe voel je je?”
Milo zuchtte. Hij was doodmoe. “Oké,” antwoordde hij hees. Hij wreef in zijn ogen en keek Rick aan.
“Sta je op?”
Milo knikte zwijgend.
Rick leek te twijfelen. “Lukt dat, denk je?” vroeg hij uiteindelijk.
Milo knikte weer.
“Oké,” zei Rick. Het leek alsof hij meer wilde zeggen, maar zich inhield. “Dan zien we je zo.” Hij verliet de kamer. De deur liet hij op een kier staan.
Milo keek naar de hoge ramen van de kamer waarin hij zich bevond, naar de oude gebouwen aan de overkant van de straat, naar het stukje blauwe lucht dat hij net kon zien tussen de gebouwen door. Hij voelde zich onbestemd. Het laatste waar hij zin in had, was zijn bed uit komen en met andere mensen geconfronteerd worden. Pas na een eeuwigheid kon hij zich ertoe zetten op te staan om zich te douchen en aan te kleden.
In de spiegel in de badkamer zag hij dat hij dikke, blauwe kringen onder zijn ogen had die extra diep leken doordat de rest van zijn gezicht zo bleek was. Op de plaats waar Fletcher hem had geslagen zat een geelkleurige plek.
Op de eettafel in de woonkamer van het appartement stonden kannen koffie en thee, wat broodjes, toast en beleg. Rick en Jesse zaten nog aan de tafel, de anderen hingen op de bank. Tom keek naar de televisie en Fletcher was geconcentreerd bezig met iets op zijn mobiele telefoon.
“Hi,” zei Milo, terwijl hij aan de tafel ging zitten. Hij hoorde niet of iemand iets terug zei. Hij pakte een stuk toast, smeerde er boter op en nam een hap. Tot zijn eigen verbazing werd hij er niet misselijk van.
“Hoe gaat het?” vroeg Jesse.
Milo keek hem aan en slaagde erin te glimlachen. “Wel oké.” Rick vroeg of hij koffie wilde en Milo antwoordde: “Doe maar thee.”
“Dat is weer eens wat anders.”
Milo wilde iets scherps terugzeggen, maar keek Rick alleen even zwijgend aan. Hij merkte dat Jesse zijn gezicht bestudeerde en dat ergerde hem mateloos.  Uiteindelijk zei hij bits: “Ik doe straks wel wat met make-up.”
Jesse leek te schrikken dat Milo had gezien dat hij hem bekeek. “Sorry, eh.”
Milo schudde licht zijn hoofd, wat thee naar binnen slurpend. Zijn ogen sluitend zei hij, zachter: “Is al goed. Ik zie er verschrikkelijk uit, dat weet ik ook wel.”
“Misschien is het verstandig als we de laatste twee shows afzeggen,” zei Rick.

Milo schudde langzaam zijn hoofd, overigens zonder Rick aan te kijken. “Het zijn er nog maar twee. Dat lukt me wel.”
“Het gaat mij er eigenlijk om wat er gebeurt na die twee shows,” zei Rick.
Nu keek Milo hem wel aan.
“Jouw gezondheid,” verklaarde Rick.
Milo haalde half en half zijn schouders op. “Komt goed.”
Op wat haast onverstaanbaar gebabbel van de televisie na was het stil in de suite.
“Zeker weten?” vroeg Tom uiteindelijk.
Milo keek naar hem, daarna naar Fletcher, weer naar Tom, naar Jesse en uiteindelijk naar Rick. “Zeker weten.” En meteen daarop: “En dan mogen jullie me na het laatste concert rechtstreeks afleveren bij de kliniek.” Het was eruit voor hij er erg in had wat hij zei.
De stilte die volgde was nog omineuzer dan eerder.
Milo sloot even zijn ogen toen tot hem doordrong wat hij had gezegd. “Sorry,” zei hij, zachter. “Ik ben…” Hij nam nog een slok van zijn thee omdat hij niet wist hoe hij zijn zin af moest maken. ‘Ik ben nogal cynisch als het om mezelf gaat’? ‘Ik ben nog pissiger op mezelf dan jullie ooit kunnen zijn’? ‘Ik ben verschrikkelijk naar de knoppen’? ‘Ik ben een stomme klootzak’? ‘Ik ben toe aan een halve gram blow?’ Kon allemaal.
Rick verbrak de stilte, tot ieders opluchting. “We doen het gewoon rustig aan. Vanavond rijden we meteen door en checken we in, dan hebben we een dag niks en na de show overmorgen blijven we nog een nacht in het hotel. Dan rijden we daarna in alle rust na het ontbijt naar huis.”
Er was niets gebeurd, en toch voelde Milo zich ineens doodongelukkig. Hij deed zijn ogen dicht maar kon niet voorkomen dat er tranen over zijn wangen rolden.
“Hé,” fluisterde Jesse, zich naar hem toe buigend, terwijl hij zijn hand op Milo’s arm legde. “Wat krijgen we nou?”
Het duurde een hele tijd voordat Milo de moed op kon brengen zijn ogen weer open te doen en toen hij het deed, stroomden er meer tranen langs zijn gezicht. Hij keek niet naar Jesse, maar naar het witte tafelkleed. “Ik voel me zo’n loser,” zei hij haast onhoorbaar.
“Dat ben je niet,” zei Jesse zacht.
Milo slaagde erin hem toch aan te kijken en hij probeerde te glimlachen, maar in plaats daarvan moest hij erger huilen. Hij was blij dat Jesse hem niet omarmde en dat er niemand probeerde iets kalmerends tegen hem te zeggen.

Advertenties

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s