LXI. Klein

pianokeysMilo probeerde diep adem te halen maar merkte dat het niet lukte. Hij hijgde alsof hij hard had gerend. Tussendoor hoorde hij iemand zacht kreunen, en het duurde even voordat hij besefte dat hij het zelf was. In de verte hoorde hij Ricks stem. En op dat moment raakte de realiteit hem ineens. Als een moker.
Hij had het vertrouwen van iedereen beschaamd. En Fletcher had gedaan wat ze allemaal hadden willen doen; hem een pak slaag gegeven daarvoor.
Milo ging overeind zitten. Verrassend genoeg lukte het. Hij keek om zich heen en zag alleen Tom, Fletcher, Jesse en Rick. Milo bracht zijn handen naar zijn pijnlijke, tollende hoofd en steunde.
“Blijf nou liggen, klootzak,” zei Tom, die naast hem op de vloer zat.
Milo merkte dat hij alweer beefde over zijn hele lichaam. Of nog steeds. Hij verzamelde lucht en zei zachtjes: “Sorry. Sorry. Sorry.”
Het leek alsof niemand het hoorde.
“Ik bel je morgen,” zei Rick, die de hele tijd in zijn gsm had staan praten, maar die Milo nu pas kon verstaan.
Milo keek naar hem op. “Rick,” zei hij onvast. Er brandde iets in zijn binnenste. Iets anders dan eerder. Paniek. Angst. “Rick.”
Rick keek hem aan maar reageerde niet.
“Rick,” probeerde Milo nog eens. Maar Rick negeerde hem.
“Ik had niet mogen slaan,” hoorde Milo Fletcher zeggen.
Rick legde vriendschappelijk even een hand op diens schouder. Het gebaar zorgde voor een steek door Milo’s hart die zo veel pijn deed dat hij zijn gezicht vertrok. “We hebben het er later wel over.”
“Kolere,” mompelde Fletcher, zich omdraaiend. Hij liep naar de andere kant van de kleedkamer, en weer terug. “Godskolere.”
“Chris,” fluisterde Milo, maar ook Fletcher negeerde hem.
Iemand legde een jas om Milo’s schouders. Het was Jesse. Milo keek naar hem op. Hij merkte niet eens dat er tranen over zijn wangen liepen terwijl hij zei: “Het spijt me, het spijt me zo.”
“Kom op,” zei Jesse alleen. Hij hielp Milo opstaan.
Er was niemand bij de tourbus.
Toen Milo in een stoel tegen het raam aan was gezakt ging Jesse naast hem zitten. “Verdomme man. Wat maak je ons nou?”
Milo sloot zijn ogen en maakte zich klein in de stoel.
“Waarom doe je dit nou?”
“Weet ik niet,” piepte Milo. Hij snikte.
“Verdomme man,” zei Jesse weer, maar hij klonk minder boos en meer bezorgd. “Dit flik je me nooit meer, hoor.”

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s