LX. Betrapt

pianokeysHet lukte Milo de dag door te komen zonder nog eens te moeten braken en ook zonder dat iemand merkte dat hij een paar keer een klein beetje cocaïne tot zich nam. Op het podium die avond ging alles als vanzelf; alles klopte. Hij slaagde er zelfs in tussen de bedrijven door een klein beetje steun naar binnen te snuiven, wat erin resulteerde dat hij aan het einde van het concert nog steeds high was. Stuiterend kwam hij van het podium af.
In de grote kleedkamer backstage bood iemand hem een glas champagne aan. Milo dacht niet na en nam het glas aan.
“Thanks,” zei hij.
Maar nog voordat hij het woord uit had gesproken griste Fletcher hem het glas weer uit zijn handen.
Er laaide iets brandends op in Milo’s ingewanden. Hij keek Fletcher recht aan. Zijn blik was vijandig.
Net zo vijandig als die van Fletcher.
Hij ziet het, zei een stemmetje achterin Milo’s hoofd. Hij ziet het, hij ziet het! Hij heeft je betrapt!
Een hele tijd zei Fletcher niets. En toen ineens, hard: “Allemaal oprotten.”
Iedereen in de ruimte werd stil.
“Allemaal. Oprotten,” herhaalde Fletcher met nadruk, zijn blik niet losmakend van die van Milo.
“Wat de fuck,” zei Milo, toen de deur dicht was gevallen en alleen zijn bandleden en zijn manager nog in de kleedkamer waren. Hij klonk zelfverzekerd maar voelde zich in het nauw gedreven.
Fletcher haalde een paar maal lucht, alsof hij moed verzamelde voor wat hij ging zeggen. Maar op het moment dat hij zijn mond open deed drong het tot Milo door dat hij juist probeerde zijn woede in toom te houden. “Je bent high.”
Het duurde even voordat Milo reageerde. Zijn hersenen zonden geen bruikbare signalen uit. “Huh,” zei hij alleen maar, met een luchtigheid die gemakkelijk door kon gaan voor arrogantie, terwijl zijn mond zich krulde in een uitdagend lachje. Op hetzelfde moment zag hij dat hij een fout had gemaakt door zo te reageren. Maar hij was te laat met zich schrap zetten.
Fletcher sloeg hem zo hard dat Milo viel en over de vloer schoof tot hij de muur raakte.
Milo kromp instinctief in elkaar, zijn armen beschermend voor zijn gezicht. Hij voelde hoe Fletcher hem aan zijn shirt overeind hees.
Milo kneep zijn ogen dicht. Hij hoorde dat zijn bandleden tegen elkaar schreeuwden, werd losgelaten en zakte terug op de vloer. Trillend bracht hij zijn armen weer naar zijn gezicht. Hij hoorde alleen het suizen in zijn oren en zijn eigen ademhaling, hortend en stotend.
Een stem zei: “Niet doen.”
Zijn eigen stem. Hij wist niet zeker of hij hardop had gepraat.
Milo maakte zich zo klein mogelijk. Nog eens: “Niet doen. Niet doen, pap.”

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s