XLIX. Thuis

pianokeys“Milo Morris: Ik Heb Mijn Vader Vermoord!”
Het stond er. In dikke chocoladeletters. Iemand had het krantje door zijn brievenbus geduwd en Milo had het laatste uur gespendeerd met alleen naar de kop kijken. Van een afstandje – de boulevardkrant op de salontafel, hijzelf bijna achterin de kamer, meters er vandaan. Hij kon het nog steeds lezen, terwijl hij wist dat hij de letters niet meer van elkaar kon onderscheiden van deze afstand.
Zijn mobiel ging.
Milo keek er even naar, en daarna weer naar de krant op de salontafel.
De telefoon ging zes keer over voordat er werd opgehangen en degene die hem probeerde te bereiken opnieuw belde. Dit gebeurde vier keer voordat het tot Milo doordrong dat hij nog kon bewegen. Hij liep naar het keyboard waar de telefoon op lag en nam op. “Ja.”
“Ben je thuis?” Rick.
“Ja.”
“Ik kom naar je toe.”
Milo reageerde niet en hing pas op toen Rick de verbinding allang had verbroken.
Toen de bel ging, had Milo er geen idee van hoeveel tijd er was verstreken. Pas op het moment dat hij de deur open deed bedacht hij dat hij niet wist wie ervoor stond.
Het was Jesse. “Godverdomme, Milo,” zei hij alleen. Hij sloeg zijn armen om Milo heen.
Milo sloot zijn ogen. Hij haalde diep adem maar zei niets.
In de keuken zette Jesse koffie terwijl Milo aan de keukentafel zat. De bel ging weer en Milo keek op naar Jesse, met een blik alsof hij helemaal niet wist wat er gebeurde.
Jesse knipoogde naar hem en liep naar de gang.
Milo’s smartphone, die nu voor hem op tafel lag, ging weer. Hij keek naar de display. Laura. Hoewel hij eigenlijk niet wilde, nam hij het gesprek aan. “Hé Lau.”
“Lieverd. Wat is er aan de hand?”
“Heb je het artikel gelezen?”
“Ja.”
“Dat is er aan de hand.” Achter Milo kwamen Jesse en Rick de keuken binnen.
“Tom is onderweg,” zei Jesse, zijn eigen mobiele telefoon uit drukkend.
“Wanneer heb je dat interview gegeven?” vroeg Laura.
Milo zuchtte diep. “Ik heb geen interview gegeven. Iemand ving iets op en verkocht het aan de krant.” Zoals dat ging. Hij voelde dat zijn buik nog steeds pijn deed.
“Hemel, Milo.”
“Ja.” Hij keek naar Rick. “Ik moet ophangen, Rick komt net binnen.”
“Zal ik naar je toe komen?” Ze klonk bezorgd.
Voordat hij wist wat hij zei antwoordde Milo: “Ja.”

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op XLIX. Thuis

  1. Hartelijke Hot Hulk zegt:

    Ik lees je boek wel hier!😉

    • Jackles zegt:

      Ik heb wel nog een heel stel stukjes klaar staan… maar misschien laat ik er uiteindelijk toch ook nog wel een boek van drukken. Heb ook een paar stukken weggelaten hier die ik wel heb geschreven.

      Oh well. Who knows…!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s