XLVIII. Schuld III

pianokeysBijna een uur later zaten ze in de bus. Milo zat het verst achterin van allemaal, zijn jas om zich heen geslagen, zijn voorhoofd tegen het raam geleund. Hij keek naar de strepen van de weg die naast de bus voorbijgleden. De pijn in zijn binnenste was niet weg, zelfs niet minder geworden.
Een paar stoelen naar voren belde Rick verschillende mensen om in ieder geval de volgende twee concerten van de tour af te zeggen. Ze waren dan ook niet op weg naar een hotel, of de volgende stad; ze waren op weg naar huis.
Milo had niet eens gezegd dat hij naar huis wilde. Rick had besloten dat hij naar huis moest. Waarschijnlijk was dat het beste, hoewel Milo als hij eerlijk was niet kon beoordelen wat het beste was. Hij wilde zichzelf verdoven met iets zodat hij niks meer zou hoeven voelen. Zodat hij niet meer zou kunnen denken.
Milo deed zijn ogen dicht. De hele tijd, sinds de vrouw in de Meet & Greet tegen hem had gezegd dat het zijn schuld was dat zijn vader dood was, dacht hij aan die dag. Hoe hij thuis was gekomen en had gedacht dat zijn vader er niet was. Dat hij had besloten naar zijn slaapkamer te gaan, en dat hij in de voorkamer de kastdeuren open had zien staan.
De kleuren van de stropdas waarmee zijn vader zich verhangen had; zwart en roze. De manier waarop hij hing: half door zijn knieën, zijn armen langs zijn lichaam. Zijn grijsblauw aangelopen gezicht, de tong stukgebeten tussen zijn tanden, paars lijkend bloed op zijn lippen en kin.
En de blijdschap die Milo had gevoeld, de opluchting, het gevoel dat alle problemen in de wereld in één keer opgelost waren. Een waanzinnig soort euforie. Hij had zijn vader uitgescholden, hem tegen zijn dode benen geschopt – eindelijk verlost van dat misselijke excuus van een pa die hij was geweest sinds zijn vrouw was verongelukt.
En dat hij hem uren liet hangen. Hij ging af en toe terug naar de voorkamer om te kijken naar het levenloze lijf van de man die daar hing, die steeds minder op zijn vader ging lijken en steeds meer op een decorstuk uit een slechte horrorfilm.
Uiteindelijk had hij de hulpdiensten gebeld, en toen hij iemand aan de lijn had gekregen was hij in tranen uitgebarsten.
Dat ging er door Milo’s hoofd. Steeds opnieuw. Steeds opnieuw.

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op XLVIII. Schuld III

  1. Hartelijke Hot Hulk zegt:

    Mijn hemel, wat indringend mooi!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s