XLVII. Schuld II

pianokeysMilo liet zich meevoeren, terug naar de kleedkamer. Iemand veegde met een vochtige doek het speeksel van de vrouw van zijn gezicht. Milo liet zich op een stoel duwen en hij drukte zijn handen tegen zijn ogen. Alles in zijn binnenste deed pijn. Toen alle handen hem loslieten boog hij zich voorover en kreunde zacht.
Rick hurkte voor Milo en keek naar diens gezicht tot Milo hem ook aankeek. “Gaat het?”
Het duurde even voordat Milo reageerde. Hij schudde zijn hoofd. Zijn ademhaling was hard, alsof hij had gerend.
“We hadden beter moeten screenen. Verdomme.”
Nog altijd zijn hoofd schuddend fluisterde Milo: “Maar als het nou wel mijn schuld is?”
“Wat?” En toen Milo niet antwoordde: “Wat zeg je?”
“Dat ik,” Milo hapte naar adem, wrong zijn handen in elkaar. “Dat ik, als het nou mijn schuld is dat hij niet verder wilde leven?”
Rick wist niet wat hij moest zeggen. Pas na even zei hij: “Hij is nooit over de dood van je moeder heen gekomen, wat had jij daaraan kunnen doen?”
“Als ik nou een betere zoon was geweest?”
“Milo!” Rick pakte zijn in elkaar verstrengelde handen.
“Ik was een snertjong.” Zachter: “Dat zei hij, hoor.”
“Milo,” zei Rick weer, zacht maar dwingend, zodat Milo hem weer aankeek. “Hij mishandelde je.”
“Ik deed hem denken aan mama,” zei Milo zacht. “Dat deed hem pijn. Ik deed hem pijn. Kijken naar mij deed hem pijn.”
“Maar dat is toch niet jouw schuld?”
Milo trok zijn handen los en maakte een hulpeloos gebaar. “Weet ik niet.” Hij deed zijn ogen dicht. Zijn stem klonk verstikt. “Als ik nou een betere zoon was geweest? Eentje waarvan hij kon houden?”
“Milo…”
“Ik denk gewoon steeds,” tegen wil en dank snikte Milo toch, “dat het mijn schuld is.” Hij snikte weer. “Net zoals die vrouw net. Altijd. Denk ik het. Dat het mijn schuld is dat mijn vader zelfmoord heeft gepleegd.” Milo haalde diep adem. Wachtte even. “En ik neem het mezelf zo kwalijk. Dat ik hem heb laten hangen. Toen ik hem vond. Dat ik opgelucht was dat hij dood was.” Er stroomden weer tranen over zijn wangen en tot zijn ergernis snikte hij hardop. Uit schaamte sloeg hij zijn handen weer voor zijn gezicht.
Het was doodstil geworden in de kleedkamer.
“Niet doen, Milo,” zei Rick uiteindelijk tegen hem. Hij praatte zacht en beschermend. “Doe niet zo lelijk tegen jezelf.”
Milo begon weer te huilen, met lange, hartverscheurende uithalen. “Ik haat mezelf,” zei hij ademloos tussen de snikken door. “Ik haat mezelf. Ik…”
Een dame stak haar hoofd om de hoek van de kleedkamerdeur en zei: “De bus staat klaar.”
“Rot op,” zei Rick, duidelijk geïrriteerd. “Doe die verdomde deur dicht.”

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s