XLIV. Erfenis

piano-music_sMilo wist dat zijn manager en zijn band zich er zorgen over maakten of hij wel overeind zou blijven wanneer hij dat nummer van zijn vader zou spelen tijdens het eerste concert van de tour. Hij had het gespeeld voor Rick, en later voor zijn band, en beide keren had Milo na het nummer minutenlang zitten huilen aan de piano.
Hij had zelf ook bedacht dat hij vast zou moeten huilen, daar, in zijn eentje op het podium, met een uitverkochte zaal fans voor zijn neus. Maar hij had zich voorgenomen niet te proberen te bedenken wat hij zou doen, of wat hij moest doen. Huilen tot hij bedaard was, of tot iemand hem van het podium af zou halen? Proberen zijn tranen te bedwingen om snel verder te gaan met het concert? Hij zou het wel zien.
En nu was het moment daar. Ze waren van het podium af gegaan, allemaal, en Milo stond op het punt terug te lopen, naar de vleugel die inmiddels naar het midden van het podium was gereden. Hij stond op de bovenste trede van het trapje naar het podium en voelde dat hij adem te kort kwam om te kunnen praten, laat staan om te zingen. Hij dacht aan zijn ouders. Aan hoe ze samen zaten te spelen in de woonkamer, zijn moeder op piano, zijn vader op gitaar. Hoe hun stemmen zich in elkaar verstrengelden als ze samen zongen. Maar ook aan de middag dat Milo één van de nummers van het jazzcombo van zijn ouders speelde aan de piano achterin de kamer, en hoe zijn vader hem bij zijn haar had gegrepen en bont en blauw had geslagen. ‘Blijf van haar af!’ had hij geroepen. ‘Blijf verdomme van haar af, snertjong!’
Milo deed zijn ogen dicht, luisterde naar zijn ademhaling en zijn hartslag, beide snel en hard. Hij haalde nog eenmaal diep adem en liep toen terug het podium op.
Zonder naar de donkere zaal te kijken ging hij op de kruk aan de piano zitten. Met gesloten ogen boog hij zijn hoofd, en hij zuchtte. De zucht was te horen over de PA van de zaal, en hij schrok er zelf van. De zaal viel stil.
Milo schraapte zijn keel. “Lieve mensen,” begon hij. Hij wachtte een moment en keek toen toch naar de voor hem onzichtbare zaal. “Ik wil graag een liedje spelen van mijn vader, Steven Patrick Morris.”

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s