XXXIX. Gesprek

Piano_s“Vond je het lekker?”
Milo keek op van de tissue in zijn handen, in de ogen van zijn therapeut.
“Die champagne?”
Milo sloeg zijn ogen weer neer. “Nee.”
“Waarom dronk je dat glas dan nog leeg?”
Met een zucht: “Om ze te choqueren.”
“Is dat gelukt denk je?”
Hij snoof, denkend aan alle telefoontjes en berichtjes. “Zeker.” Toen de therapeut stil bleef: “Het deed niks voor me, natuurlijk. Toen ik naar buiten liep voelde ik me echt supercool. Toen ik op straat stond vond ik mezelf alleen maar een loser.”
“Heb je daarom die drank gekocht?”
Milo zweeg weer even. “Ik wilde mezelf testen, denk ik. Ik wilde kijken of ik er vanaf kon blijven als het voor me stond. Daarom wilde ik ook cocaïne kopen. Om te zien of ik het kon laten liggen.”
“Denk je dat je er vanaf kunt blijven?”
“Van drank? Ja.” Na een korte stilte: “Van coke niet. Denk ik.”
“Waarom niet?”
“Omdat ik…” Milo zuchtte diep. “Omdat ik soms gewoon zo bang ben, en dan helpt het.”
“Waarom heb je het dan niet gebruikt na die show?”
Milo deed zijn ogen dicht, perste zijn lippen op elkaar. Zacht: “Weet ik niet.”
De therapeut reageerde niet.
Uiteindelijk zei Milo: “Ik wilde het niet.”
“En je vroeg om hulp.”
Milo snoof minachtend. “Tsja.”
“Waarom doe je daar zo neerbuigend over?”
“Hm, nou. Je had me moeten zien. Ik stond te shaken en te janken, ik was helemaal naar de knoppen.” Na even, nog zachter: “Ik wou dat ze me niet zo hadden gezien. Weet je. Rick. En Christian.”
“Waarom?”
Milo keek weer op naar zijn therapeut. “Omdat ik zo naar de klote was terwijl er niks was gebeurd.” Hij veegde met de tissue langs zijn ogen, sloeg ze weer neer.
“Er was wel degelijk wat gebeurd. Iemand die je niet wilde zien stond ineens voor je en je had ineens iets wat je niet wilde hebben.”
“Maar wat nou, wat nou, wat nou als ik het wél wilde hebben?” Milo snikte. “Ik heb nog nooit iets zo graag gewild in mijn hele fucking leven!”
“Maar je hebt het niet genomen.”
“Nee.” Hij veegde weer langs zijn ogen, nu met de rug van zijn hand, en daarna met de tissue langs zijn bovenlip. “Godverdomme.”
“Misschien ben je wel veel sterker dan je denkt.”
“Ik ben helemaal niet sterk.”
“Volgens mij wel.” En toen Milo een tijdje niets zei: “Je had, wat zei je? Twee gram cocaïne, en je hebt niets genomen.”
Milo veegde in zijn ogen.
“Dat je het zo graag wilde gebruiken, maar dat niet hebt gedaan, dat vind ik hartstikke sterk van je.”
Milo keek zijn therapeut weer even aan. “Ik weet het niet.”
Er viel weer een stilte, die zijn therapeut verbrak: “Iets anders. Denk je dat je manager en je keyboarder je anders zien na die gebeurtenis?”
Milo knikte.
“Waarom?”
“Ik hoorde ze praten. Toen ze dachten dat ik sliep.” Milo zuchtte. “Over dat ze me niet alleen durven te laten. En dat ik sociaal onhandig ben. Ze denken dat ik altijd hulp nodig heb.”
“Vandaar dat jij die champagne naar binnen goot en heel stoer vertrok.”
Milo antwoordde niet.
“Hebben ze je alleen maar neergehaald tijdens dat gesprek?”
Het duurde even voordat Milo zijn hoofd schudde.
“En behandelen ze je anders dan daarvoor?”
Milo schudde weer zijn hoofd.
Zijn therapeut zweeg even. Toen vroeg ze: “Waarom ben je zo bang dat mensen je niet voor vol aanzien?”

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Schrijfsels en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s