XXXIV. Overgave (2)

pianokeysMilo moest een paar keer lucht halen voordat hij iets kon zeggen. Hij kneep zijn rechterhand tot een nog strakkere vuist, sloeg zijn ogen neer, veegde met zijn linkerhand langs zijn alweer bezwete voorhoofd. “Mijn dealer,” zei hij hijgend, “mijn dealer, hij was hier en hij heeft, ik heb…”
Voordat Milo zijn zin af had kunnen maken haalde Fletcher uit en hij sloeg Milo met de rug van zijn hand snoeihard in het gezicht. “Klootzak!”
Milo kneep zijn ogen dicht maar reageerde verder niet. Zijn jukbeen deed zo’n zeer van de klap dat het even duurde voordat hij zijn ogen weer open kon doen. Pas na heel lang had hij voldoende adem verzameld om weer iets te zeggen. Bijna fluisterend: “Ik heb niet gesnoven.” En zijn hevig trillende vuist uitstekend naar Fletcher: “Hier is het. Hier is het. Pak het alsjeblieft.” Er begonnen tranen uit zijn ogen te stromen. “Pak het alsjeblieft, alsjeblieft.”
“Wat?” Fletcher klonk verbouwereerd.
“Hier is het,” zei Milo nog eens, nu echt fluisterend. Voor het eerst sinds zijn dealer de coke in zijn hand had gestopt keek hij naar de vuist waar hij de drug in vasthield, hem nog uitdrukkelijker naar Fletcher uitstrekkend. “Ik heb niet gesnoven. Hier is het. Pak het alsjeblieft.”
Fletcher pakte Milo’s hand. Hij was ijskoud en trilde zo hard dat Fletcher hem echt stevig vast moest grijpen. Het kostte hem enige moeite Milo’s vingers los te wrikken, zo krampachtig hield hij zijn vuist gebald. “Kom maar,” zei hij geruststellend. “Kom maar.”
Milo keek naar hoe Fletcher de vingers van zijn hand opende. Toen Fletcher het zakje met de cocaïne uit zijn hand haalde en hij de witte kristallen in het zakje daadwerkelijk zag, werd hij zo licht in zijn hoofd dat Fletcher hem op moest vangen voordat hij tegen de grond smakte.
“Shit, Milo,” zei Fletcher na even. “Sorry man. Ik dacht dat je gebruikt had.”
“Is niet erg,” zei Milo. “Het is mijn schuld.”
“Wat zeg je?”
“Het is mijn schuld,” herhaalde Milo zachtjes.
“Dat ik je sloeg?”
Milo sloot zijn ogen.
“Milo?”
Het was weer een tijdje stil. “Het is mijn schuld,” zei Milo toen weer.
“Nee. Nee man. Ik ben een vooringenomen hufter.”
“Ik heb het, ik heb het,” zei Milo zonder echt een zin te maken.
“Het spijt me, jezus Milo. Sorry.” Fletcher zette Milo op de sofa die in de kleedkamer stond.
Milo veegde met zijn trillende handen langs zijn wangen.
“Wil je wat drinken?”
Milo reageerde niet. Met gesloten ogen luisterde hij naar hoe Fletcher de aangrenzende ruimte binnen ging, een kraan opendraaide. Na even hoorde hij het toilet doorspoelen. Weten dat de drug zo het riool in verdween luchtte Milo maar een beetje op. Hij was uitgeput, voelde zich smerig, gebruikt en leeg en bang.
Fletcher kwam naast hem op de bank zitten. “Hier,” zei hij, Milo een glas water voorhoudend. “Sorry,” zei hij uiteindelijk nog een keer zacht.
“Is al goed,” mompelde Milo.
“Gaat het weer een beetje?”
Na een korte stilte zei Milo: “Ik wil naar huis.”
“Natuurlijk,” zei Fletcher. Hij aaide Milo over zijn warrige haar, pakte zijn mobiel en koos een nummer. “Rick. Kom alsjeblieft naar Morris’ kleedkamer. Ja, nu.”

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Schrijfsels en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s