XXXIII. Overgave

pianokeysNog steeds bevend over zijn hele lijf liep Milo de zaal in. Alle gezichten waren vreemd voor hem. Alle gezichten keken hem aan. Hij hoorde zijn eigen ademhaling, stokkend, hijgend, veegde met zijn arm langs zijn voorhoofd, streek zijn haar uit zijn gezicht. Keek om zich heen. De zaal danste om hem heen. Hij voelde zich alsof hij rondliep in een nachtmerrieachtige trip. Soms greep een totaal wildvreemde hem ineens vast, of iemand die hij nog nooit had gezien begon tegen hem te praten alsof ze elkaar al jaren kenden. Hij glimlachte en knikte maar het gevoel dat hij in zou storten werd steeds heviger.
“Toe nou,” fluisterde hij tegen zichzelf, “toe nou.” Hij werd duizelig en moest even zijn ogen sluiten tot het gevoel dat hij om zou vallen weer weg was. Weer riep iemand zijn naam en Milo wrong zich tussen een aantal mensen door om zichzelf weer onzichtbaar te maken. En ineens zag hij Fletcher.
“Chris,” zei Milo hardop, maar er was zo veel lawaai dat Fletcher hem onmogelijk kon horen. Hij liep naar hem toe en trok hem aan de mouw van zijn jas. “Chris.”
Fletcher keek om en heel even zag Milo de arrogante kwast waar hij hem voor had gehouden toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten. “Morris, hé.” En onmiddellijk, licht bezorgd: “Wat is er?”
Milo besefte dat hij er niet in slaagde de radeloosheid die hij over zich had effectief te verbergen. In ieder geval niet ten overstaan van de altijd perceptieve Fletcher. “Kom even mee,” zei hij, te zacht.
Fletcher boog zich naar hem toe. “Wat?”
“Kom even mee,” herhaalde Milo, dwingender, maar niet duidelijker of harder. Hij trok Fletcher zonder verder iets te zeggen of toe te lichten aan zijn mouw met zich mee, weg bij diens gezelschap.
“Wacht even,” zei Fletcher in de richting van de mensen waar hij mee stond te praten. Wat verderop beet hij Milo toe: “Wat de fuck man.”
“Je moet even meekomen,” zei Milo zonder hem aan te kijken of te stoppen met lopen. Hoe dichter ze in de buurt van de kleedkamer kwamen, hoe groter de passen werden waarmee hij liep. Uiteindelijk moest Fletcher bijna rennen om hem bij te houden. Milo trok hem mee, de kleedkamer binnen.
Fletcher duwde de kleedkamerdeur achter zich dicht. “Wat, Morris.” Op dat moment zag hij pas hoe erg Milo beefde. “Wat is er aan de hand?”

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Schrijfsels en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op XXXIII. Overgave

  1. Plato zegt:

    Ik heb het voorgaande niet gelezen maar dit is toch wel een stuk waarvan je wilt weten hoe het afloopt. Wordt het een boek?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s