XII. Vrienden

pianokeysMilo zat met zijn rug naar de muur, Jesse en Tom zaten tegenover hem aan tafel. Milo glimlachte, gelaten en sloom. “Helemaal niet vijandig, dit.”
“Waar ben je de laatste tijd mee bezig?” vroeg Jesse.
Milo schokschouderde, schudde zijn hoofd.
Tom boog zich naar hem toe. “Milo, je maakt jezelf belachelijk.”
Milo trok zijn wenkbrauwen op. “Want?”
“Je bent constant stomdronken of stoned.”
Milo knipperde met zijn ogen, maar zijn blik bleef wazig. “Dus?”
“En je muziek?”
Milo grijnsde. “Ik ben loaded, man. Ik hoef niet meer te werken. Ik hoef niks meer. Alleen nog maar lol maken.”
“En,” vroeg Tom, “heb je ‘lol’?”
Milo keek hem hooghartig aan. “Meer dan jij.”
“Doe niet zo ongelofelijk onuitstaanbaar,” beet Jesse Milo toe.
Tom schudde zijn hoofd, zijn lippen op elkaar geperst.
“Verdomme Milo,” zei Jesse. “Je bent zo jong. En knap. En talentvol!”
“Ja maar,” reageerde Milo grimmig, naar voren leunend, “dat talent hè, daar kan ik dus niks meer mee. En dan ben ik alleen nog maar jong en knap. Voilà.”
“Onzin,” snauwde Tom. “Je hebt nog steeds het talent om muziek te schrijven. En een geweldige stem.”
“Ga jij eens schrijven zonder dat je een pen kunt vasthouden dan.”
“Je zelfmedelijden maakt me ziek.”
“Ik ben realistisch.”
“Je bent een klootzak.”
Milo’s kaak trilde. Hij pakte zijn wijn en dronk het glas leeg.
“Doe nog wat yayo,” zei Tom misprijzend. “Dan kun je nog even door.”
“Ik kan ook zo nog wel even door, maar lief dat je meedenkt.”
“Milo,” probeerde Jesse het nog eens. “Hou alsjeblieft op met domme dingen doen.”
Milo richtte zijn dronken blik op Tom. “Doe ik domme dingen? Tom?” Uitdagender: “Thomas?”
Het duurde lang voordat Tom reageerde: “Ik heb geen idee wie er hier tegenover me aan tafel zit. Maar het is niet Milo Morris. Want van Milo Morris kun je alleen maar houden. En deze kerel hier is een waardeloze eikel.” Met die woorden stond hij op. “Weet je wat, zuip en snuif jezelf maar naar de verdommenis. Mij verrekt het niet meer.”
“Tom,” begon Jesse.
“Doei!” riep Milo Tom na.
Daarop viel Jesse tegen hem uit: “Wat de fuck! Stomme klerelijer!”
Milo tuitte zijn lippen. “Oeh. Indrukwekkend hoor.”
De boosheid en teleurstelling droop van Jesse’s gezicht. Toen stond hij ook op. “Hier,” zei hij, een paar bankbiljetten voor Milo op tafel gooiend. “Pak nog een wijntje. Ik hoop dat je erin stikt.”

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s