IX. Verloren

pianokeysDoor zijn tranen keek hij naar zijn handen op de toetsen van de piano. Zijn trillende handen. Zijn gehavende vingers. Hij moest zijn nederlaag erkennen. Het bespelen van instrumenten behoorde voor hem definitief tot het verleden.
Het vreemde was dat hij niets voelde. De tranen stroomden uit zijn ogen, maar verder was er niets. Geen gevoel van boosheid, verslagenheid of zelfs verdriet. Het leek wel of zijn lijf één groot, zacht kussen was, waarin alles werd gesmoord.
Toen Milo weer opkeek was het donker buiten. Hij stond op, trok zijn jas aan en verliet zijn huis.
In een café waar het bomvol was en waar hij zeker wist dat iedereen hem herkende, dronk hij zware, rode wijn uit enorme, chique glazen tot hij dubbel zag. Met half gesloten ogen keek hij naar de mensen die links en rechts naast hem aan de bar stonden. Ze keken allemaal naar hem. Tevreden richtte hij zijn dronken blik op het viltje onder zijn glas en liet zijn ogen dicht glijden. Hij zette opzichtig zijn rechterelleboog op de bar en leunde met een diepe zucht zijn gezicht in zijn hand, waarbij hij er goed op lette dat zijn gehavende vingers niet verdwenen achter zijn schouderlange haar.
Kijk naar me. Heb medelijden met me.
Hij hoefde zich er geen enkele moeite voor te doen om dikke tranen tussen zijn wimpers door te laten komen. Zich er volkomen van bewust dat hij ooit tegen zijn vrienden had gezegd dat hij niet zielig was, deed hij zo zielig mogelijk.
Kom op dan. Heb medelijden met me!
Zijn toneelspel overtuigde zelfs hemzelf, want tot zijn eigen verwondering begon hij uiteindelijk zachtjes te snikken. Hij verborg zijn gezicht in zijn beide handen en boog zijn hoofd. Zijn lange haar viel langs zijn gezicht. En verborg nu toch zijn handen.

“Milo?”
Eerst leek de stem van heel ver weg te komen, als vanuit een ander universum, een plaats waar hij allang niet meer was. Ze zei zijn naam nog eens.
“Milo?”
Met tegenzin richtte Milo zijn hoofd op. Merkte dat het zweet hem op zijn voorhoofd stond en dat zijn handpalmen en wangen helemaal nat waren van de tranen. Het kostte hem moeite te focussen op zijn omgeving; eerst de achterzijde van de bar, waar rijen flessen uitgestald stonden op lange glazen schappen voor een gigantische spiegel. Pas na lange tijd zag hij zichzelf in de spiegel, daarna het meisje dat naast hem stond. Ze had haar hand op zijn rug gelegd. Pas toen hij het had gezien, voelde hij haar hand ook, tussen zijn schouderbladen. Hij draaide zijn hoofd naar haar opzij, het duurde weer lang voordat zijn blik scherp was.
“Jij bent toch Milo Morris?” vroeg het meisje aan hem.
Milo probeerde in te schatten hoe oud ze was, maar als hij eerlijk was kon hij van de dronkenheid zelfs haar haarkleur niet goed zien. “Ja,” raspte hij.
“Je moet niet huilen,” zei het meisje tegen hem. “Je maakt me verdrietig.”
Het kostte hem moeite zijn dronken ogen open te houden. Hij knipperde. Zijn focus verdween weer. Terwijl zijn ogen half dicht vielen zei hij: “Dat spijt me. Ik wil mooie meisjes niet verdrietig maken.”
“Je bent heel dronken hè?”
Hij glimlachte half en snoof een lachje. “Ja. Heel.”
“Jammer…”
Hij slaagde erin zijn ogen weer open te doen en hij keek in de richting van waar hij dacht dat de ogen van het meisje waren. “Dat wil niks zeggen hoor.” Tegelijkertijd verdween zijn linkerhand onder haar korte rokje. Terwijl hij haar door het zijde van haar slipje heen streelde drukte zij haar mond op die van hem.

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Milo Morris, Random writings, Schrijfsels. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s