Een schrijfsel

Bij gebrek aan inspiratie voor de laatste Write on Wednesday en sowieso bij gebrek aan geschrijf of geblog van Jackles’s kant, hier een verhaaltje. Tis wel redelijk veel. Afijn. Kijkt u maar of u het wilt lezen of niet. (Oh, wellicht ten overvloede: het is een stukje van een inmiddels veel langer geheel.)

Aan het einde van de zaterdagmiddag zaten Jesse en Estelle tegenover elkaar in café Amato aan Old Compton Street. Estelle nipte aan haar espresso terwijl Jesse met bijna gesloten ogen naar het donkerbruine tafelblad staarde.
Ze had met hem willen vrijen de voorgaande avond, maar hij kon het niet. Uiteindelijk was ze alleen maar dicht tegen hem aan gekropen, haar warme lichaam tegen zijn koude lijf. Zij sliep snel, hij sliep niet, voelde zich schuldig en verliet haar huis in Notting Hill toen de vogels al floten. Hij had besloten naar zijn eigen huis – in Chelsea – te lopen en toen hij thuis kwam was het licht. Op de bank had hij geslapen. Even. Tot een droom over Aiden hem wekte.
Op dat moment had hij besloten dat hij niet verder kon met Estelle.
Hun relatie was gebaseerd op hun beider aantrekkelijkheid en hoe interessant het voor de een was om zich met de ander te laten zien in de eigen kring. Zij was model, hij was visueel kunstenaar. Ze waren beide rijk, bekend, slank, elegant en knap. Het was een leugen.
Wat hij voelde voor Aiden was echt. Zo echt dat hij niet meer kon liegen. Het moest onmiddellijk over zijn.
Zij had hem gebeld op het moment dat ze wakker werd – natuurlijk wilde ze weten waarom hij weg was gegaan. Hij gaf geen verklaring maar vroeg haar naar Amato te komen.
Neutraal terrein dus geen scène.
En daar zaten ze nu.
Estelle zette haar kopje terug op de schotel. Ze verstrengelde haar vingers in elkaar en leunde er met haar kin op, haar blik gevestigd op Jesse’s haast gesloten ogen. Na een lange stilte zei ze: “Je ziet er moe uit.”
Hij knikte alleen.
“Chèri – wat is er toch met je?”
Zijn ogen ontmoetten die van haar. “Sorry.”
“Waarom ben je vannacht weggegaan?”
“Ik wilde alleen zijn.”
Ze was weer lang stil. Uiteindelijk begon ze: “Als je meer ruimte wilt –.”
Hij onderbrak haar. “Sorry. Ik wil je niet meer zien.”
“Wat zeg je?”
Jesse haalde diep adem, maar het lukte hem niet meer haar aan te kijken. “Ik kan niet –.”
Er viel weer een lange stilte. Hij hoorde haar zuchten. Voelde hoe ze zijn rechterhand tussen die van haar nam en zachtjes zijn vingers kuste.
“Je bent veilig bij mij,” zei ze bijna fluisterend tegen hem, haar gezicht dicht naar dat van hem toe brengend. “Dat weet je toch?”
Jesse schudde licht zijn hoofd. “Luister –.”
“Ik luister. Maar je zegt niks. Als je niet tegen me praat kan ik je niet helpen.”
“Ik wil niet dat je me helpt.”
“Chèri. Wat zeg ik nou net tegen je?”
Het lukte hem eindelijk naar haar op te kijken. “Daar gaat het niet om.”
“Jesse,” zei ze voorzichtig, na alweer een stilte. “Alsjeblieft.”
Hij sloeg zijn ogen weer neer en haalde weer diep adem, zijn hand losmakend uit die van haar. Het duurde weer heel lang voordat hij wat zei, en wat hij zei was weliswaar de waarheid, maar zo’n cliché dat hij walgde van zichzelf. “Het ligt niet aan jou.” Hij sloot zijn ogen. “Ik kan het niet meer.”
“Wat niet?”
De klank van haar stem deed hem denken aan die van hemzelf, toen hij Aiden had gesmeekt te blijven, vijf jaar eerder, op straat voor zijn appartement in New York. Jesse keek even naar haar op en sloot zijn ogen weer. “Ik heb – ik moet –.” Hij schudde even zijn hoofd, op zoek naar een betere zin, maar vond hem niet. Na een diepe zucht zei hij opnieuw, maar wat zachter: “Het spijt me. Ik kan het niet meer.”
“Wat?” vroeg Estelle weer.
In gedachten vulde Jesse aan: ‘Bij mij zijn?’ Hij perste zijn lippen op elkaar.
“Bij mij zijn?” vroeg Estelle en Jesse legde zijn beide handen voor zijn gezicht. “Jesse?”
Het duurde lang voordat hij zich los kon maken van het beeld van Aiden dat hij achter zijn oogleden zag. Zijn handen vouwend als in een gebed keek hij weer op naar Estelle. “Nee.” En onmiddellijk daarop: “Ik hou niet van je.”
Aan haar gezicht zag hij dat ze dacht dat hij loog, maar hij was in de zes maanden dat ze samen waren nog nooit zo eerlijk tegen haar geweest.
Hij hield niet van haar. Hij hield van Aiden. Het verraste, verwonderde en verbijsterde hem dat hij dat had verdrongen. Het was zo hevig dat hij zich niet meer voor kon stellen dat zijn geest zich er ooit tegen had kunnen verzetten.
“Dat is niet waar,” zei ze.
“Jawel.”
“Nee.”
Jesse reageerde niet.
Estelle pakte haar espresso weer van het schoteltje en nam een elegant slokje. Toen Jesse bleef zwijgen zei ze: “Wil je zeggen dat je al die tijd tegen me hebt gelogen?”
Hij wreef zijn handen in elkaar, vouwde ze weer, legde zijn lippen tegen zijn duimen maar bleef haar aankijken.
Ze sloot even haar ogen, schudde haar hoofd en herhaalde: “Wil je zeggen dat je al die tijd tegen me hebt gelogen?”
“Ja.”
Ze wilde niet geloven wat hij zei. Na weer een ongemakkelijke stilte zei ze: “We kunnen het wat rustiger aan doen. Andere mensen zien.”
Hij schudde weer zijn hoofd, nu resoluter. “Nee. Ik hou niet van je. Ik hou van iemand anders.”
Haar onderkaak trilde. Uiteindelijk vroeg ze: “Van wie?”
Jesse schudde zijn hoofd. Dat was het allerlaatste wat hij haar zou vertellen. “Dat is niet belangrijk.”
“Dat is niet belangrijk? Hufter!”
Hij had niet moeten zeggen dat hij van een ander hield. Zijn ogen sluitend probeerde hij haar te sussen. “Estelle, alsjeblieft.”
“Je hebt me een half jaar voor de gek gehouden?”
“We hebben elkaar een half jaar voor de gek gehouden.”
Ze hoorde hem niet, of koos er in ieder geval voor niet te luisteren naar dat hij iets had gezegd. “Met wie heb je het ondertussen allemaal gedaan?”
Jesse schudde zijn hoofd. “Estelle, alsjeblieft.” Op het moment dat ze namen begon te noemen van vrouwen aan wie ze hem bij verschillende gelegenheden had voorgesteld pakte hij haar beide handen vast en hij boog zijn gezicht naar dat van haar toe, haar dwingend hem aan te kijken. Ze reageerde onmiddellijk op de indringende blik die hij haar gaf. “Hou op,” zei hij gedempt. “Je weet dat dit niet waar is.”
Er rolde een traan uit één van haar ogen.
“Het spijt me.” Het speet hem oprecht.
“Donder op.”
Jesse knikte traag. “Het ligt niet aan jou.” Weer die nutteloze, domme maar ware zin.
“Donder op, zei ik.”
Hij keek naar haar slanke vingers tussen de zijne en voelde zich nog schuldiger. “Het spijt me.”
“Donder. Op.”
Terwijl hij opstond hoorde hij haar gedempt snikken. Hij zocht in de binnenzak van zijn overjas naar het rolletje bankbiljetten dat hij daar altijd in had zitten, haalde er een briefje van tien pond uit en legde dat op de tafel.
Estelle had haar handen voor haar gezicht gelegd en hij zei niets meer tegen haar. De neiging onderdrukkend voor de laatste keer haar dikke, donkerblonde haar te strelen liep hij langs haar heen naar de uitgang.

Advertenties

Over Jackles

Filosoferende fantast.
Dit bericht werd geplaatst in Random writings. Bookmark de permalink .

5 reacties op Een schrijfsel

  1. Jacq zegt:

    prachtig!!!!!!!!! *kijkt jaloers naar het mooie stukje dat goed in haar boek zou passen*

  2. Min zegt:

    Heel apart!! Maar ook weer mooi beschreven!!

  3. arnoud bril zegt:

    Wouw apart maar leuk verhaal. Iedereen zou eens zo’n engel tegen moeten komen.

  4. Trui zegt:

    Mooi en goed geschreven!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s